Paul De Ridder over Rechtvaardige Rechters: 'Doorbreek de omerta'

De triptiek van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal van Gent, met links de kopie van het sinds 1934 verdwenen paneel met de 'rechtvaardige rechters.'© PhotoNews

De indrukwekkende Jan Van Eyck-expo in het Museum voor Schone Kunsten in Gent moest het zonder de 'Rechtvaardige Rechters' stellen. Dat paneel is al sinds de diefstal van 1934 vermist. Paul De Ridder levert in een nieuw boek brandstof aan de theorie die wijst in de richting van de katholieke Kerk. Omerta is het sleutelwoord. “De goede naam van de katholieke Kerk mag niet bezoedeld worden.”

Het is een van de grote mysteries van de Belgische geschiedenis. In 1934 worden twee panelen van het magnifieke altaarstuk het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck uit de Sint-Baafskathedraal gestolen. De katholieke politicus Arsène Goedertier verklaart op zijn sterfbed dat hij weet waar het paneel van de Rechtvaardige Rechters zich bevindt. Bij hem thuis worden na zijn dood getypte kopieën gevonden van de brieven waarmee het Gentse bisdom voor een miljoen frank werd afgeperst, in ruil voor de teruggave van het paneel.

Het komt nooit tot een proces. Het paneel blijft zoek. Ondanks vele geruchten en complottheorieën, waar amateur-detectives gretig hun steentje aan bijdragen, blijft decennialang het verhaal overeind dat Arsène Goedertier, de koster-wisselagent, niet alleen de afperser was, maar ook de dief. En dat het paneel in zijn entourage gezocht moet worden.

Maar de laatste jaren komen er steeds meer elementen aan het licht die wijzen in de richting van de katholieke Kerk, de Katholieke Partij en het Gentse bisdom. Een belangrijke bron in dit verhaal is wijlen de Brusselse grondwetspecialist Robert Senelle. Die nam historicus Paul De Ridder in vertrouwen – Brusselaars onder elkaar – en deelde met hem cruciale informatie over de kunstroof. Daarmee trok De Ridder, na de dood van Senelle in 2013, naar het parket. Niet Arsène Goedertier is de dief, maar kerkbedienden. Het paneel bestaat nog, is gerestaureerd en bevindt zich bij een vooraanstaande familie.

1712 De Ridder 4

Toen dat verhaal in 2014 in de media kwam, kreeg Paul De Ridder de wind van voren. De theorie werd ongeloofwaardig geacht. Huiszoekingen leverden niets op. De families ontkenden alles. De Ridder heeft alle informatie nu meticuleus te boek gesteld, dat leest als een apologie van Robert Senelles pogingen om de Rechtvaardige Rechters terug te brengen waar ze thuishoren: in de Sint-Baafskathedraal van Gent.

Hoe kwam Senelle bij u terecht?
Paul De Ridder: Ik was hoofd van de afdeling Catalografie van de Koninklijke Bibliotheek. In 2002 kwam professor Robert Senelle mij daar opzoeken. Hij vroeg of de Koninklijke Bibliotheek niet zijn bibliotheek kon overnemen. Senelle had een collectie van duizenden boeken, waaronder een waardevolle editie van De l’Esprit des Lois van Montesquieu. Ik heb er toen voor gezorgd dat in de Koninklijke Bibliotheek een fonds Robert Senelle opgericht werd. Hij was daar zeer opgetogen over, en kwam ook regelmatig langs om zijn collectie te keuren, of een nieuw boek te brengen.

In augustus van datzelfde jaar kwam hij naar me toe en zei me: ‘Ik wil u ook inlichten over een ander dossier. Ik ken een Gentse familie – Senelle noemde mij de naam – die door omstandigheden in het bezit is gekomen van het paneel van de Rechtvaardige Rechters. Ik probeer al jaren die zaak in der minne te regelen.’

Ik viel van mijn stoel. Je moet weten dat ik als tiener al gefascineerd was door het verhaal van de Rechtvaardige Rechters (De Ridder haalt een boek dat hij in 1963 als tiener kocht over het paneel en toont het, via Skype, vanuit zijn appartement in Firenze). Mijn eerste spreekbeurt ging erover!

20200610 1712 De Ridder 2
© Photonews
| In dit bericht van het parket uit 1934 wordt vermeld dat de dader van de diefstal is ‘vereenzelvigd geworden’.

Hoe wist Senelle dat die familie in het bezit was van het paneel?
De Ridder: Rechtstreeks van de familie. De pater familias, een minister van Staat, heeft het hem verteld en gevraagd om een oplossing te zoeken.

De triptiek van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal van Gent, met linksonder de kopie van het sinds 1934 verdwenen paneel met de 'rechtvaardige rechters'
© PhotoNews
| De triptiek van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal van Gent, met linksonder de kopie van het sinds 1934 verdwenen paneel met de 'rechtvaardige rechters.'

Schuldenberg

Arsène Goedertier was niet de dief, zo vertelt Paul De Ridder in het boek. Dat hadden de Duitsers al in 1942 al ontdekt. Zij hadden tijdens de oorlog het Lam Gods in beslag genomen en wilden het herenigen met de gestolen Rechtvaardige Rechters. Kulturforscher Henry Koehn ging in zijn onderzoek tot op het bot om het paneel te kunnen terugvinden. Hij besloot: ‘Goedertier ist nicht der Dieb!’ Hij zocht in de richting van de Kerk. “Achteraf is ook uit een getuigenis gebleken dat dit verhaal steekhoudt,” zegt De Ridder.

Wat was er gebeurd? De clerus had geld van kleine spaarders verkeerd belegd en zat plots met een schuldenberg. Dat geld moest nochtans dienen om de Katholieke Partij te steunen, voor een preoorlogse sociale zekerheid. Met de verkiezingen in aantocht wou ze een schandaal met malcontente spaarders te allen prijze vermijden.

Het paneel werd weggehaald van het altaarstuk en diende als chantagemiddel om geld los te weken bij het bisdom. Daarvoor werd Arsène Goedertier aangezocht. Maar dat plan mislukte. Later zou het paneel dan als onderpand hebben gediend voor het geld dat een rijke familie aan de Katholieke Partij leende.

Arsène Goedertier werd, als vermeende dief, intussen de ideale zondebok om de doofpot gedekt te houden.

De Ridder: “Vergeet ook niet dat het Belgische gerechtelijke onderzoek na de dood van Goedertier desastreus is gevoerd. Kroongetuigen werden niet ondervraagd. Dat gebeurde pas voor het eerst door Henry Koehn.”

1712 De Ridder Senelle 2
© BRUZZ
| Paul De Ridder met grondwetspecialist Robert Senelle, die hem in vertrouwen nam over het ware verhaal achter de diefstal van de Rechtvaardige Rechters.

Belangrijk punt in uw boek: het paneel bestaat nog.
De Ridder: Natuurlijk. Karel Mortier (Gentse hoofdcommissaris, die veel over de zaak heeft gepubliceerd, red.) zegt letterlijk: ‘Het paneel bestaat nog en er wordt goed voor gezorgd.’ Ook uit gesprekken die Senelle heeft gevoerd met de familie bleek dat het paneel nog bestaat.

Journalist Marc Reynebeau heeft in 2012 de kwestie aan de families voorgelegd, maar die ontkennen. Reynebeau zegt: einde verhaal.
De Ridder: (Lacht hard) Als voorbeeld van kritische journalistiek kan dat tellen. Senelle zei me: ‘Natuurlijk ontkent de familie. Dat is de omerta! Maar ik weet wat me onder vier ogen is verteld.’

U hebt zelf ook bemiddeld, op vraag van het parket, met de schoonfamilie. Maar ook dat leverde niets op. Er kwam zelfs een huiszoeking.
De Ridder: Klopt. Maar als je met de familie spreekt, voel je met je ellebogen aan dat er gezwegen moet worden. Kijk, mij is het niet te doen om schuldigen aan te duiden, maar enkel om de Rechtvaardige Rechters weer tevoorschijn te halen. Op die manier zal een topwerk uit het Europees artistiek erfgoed dat in 1934 verminkt werd, opnieuw volledig zijn. Wie daarvoor zorgt, verdient dan ook alle waardering. Dat heb ik de familie ook gezegd.

Als het dan zo eenvoudig is, waarom komt het dan niet boven water?
De Ridder: Het is als een ijsberg. We kennen alleen het topje.

Senelle was een uitgesproken vrijzinnige. Het kwam hem misschien goed uit om de katholieke Kerk in kwaad daglicht te stellen.
De Ridder: Neen. Senelle was zeker geen papenvreter. Hij vond het integendeel zeer belangrijk dat mensen van verschillende ideologische stromingen goed met elkaar samenwerkten. Hij wist dat ik opgeleid was door de Brusselse en Antwerpse jezuïeten. Hij had zeker geen antiklerikale motieven. Hij heeft gehoord wat hij gehoord heeft en wou een oplossing voor de Rechtvaardige Rechters. Zo eenvoudig is het.

1712 BOEK Rechtvaardige Rechters COVER
Paul De Ridder, De Rechtvaardige Rechters terug van weggeweest. Een Belgische operatie ‘doofpot’, Gent , 2020 Mens & Cultuur Uitgevers, 368 p., 25 euro.

U legt ook een parallel met een ander verdwenen meesterwerk: de Gerechtigheid van Trajanus en Herkenbald. Zo is er ook een Brusselse link.
De Ridder: Dit meesterwerk van Rogier van der Weyden ging in vlammen op toen de Fransen in 1695 de Grote Markt van Brussel bombardeerden. Het hing in de gotische zaal van het stadhuis en was begonnen in 1439, niet veel later dan het Gentse Lam Gods uit 1432. Het was driemaal groter dan het werk van Van Eyck en gold zowat als het Brusselse antwoord op het Gentse altaarstuk. De boodschap van Van der Weyden is duidelijk: rechtvaardige rechters moeten desnoods ook optreden tegen hun eigen familie. Recht moet geschieden.

Zal het paneel ooit teruggevonden worden?
De Ridder: Daar ben ik rotsvast van overtuigd.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?