interview

Ward Zwart blijft nog lang: Enzo Smits eert zijn vriend en wapenbroeder

Ward Zwart & Enzo Smits: Ik kom van ver, maar blijf niet lang

Drie jaar na het in tienermelancholie en inspirerend nietsdoen verzopen Wolven, komt de onontwarbare knoop van scenarist Enzo Smits en tekenaar Ward Zwart met Ik kom van ver, maar blijf niet lang. Een beeldverhaal dat na het plotse overlijden van Ward Zwart eind oktober niet louter een laatste boek mag heten, maar een poëtische en gloedvolle roes om te koesteren.

Wie is Enzo Smits?

Wordt geboren in Mol in 1988.

Duikt op zijn veertiende in de lokale skateboardscene maar beseft snel dat hij beter is in het filmen van zijn vrienden dan in ollies en kickflips.

Eigent zich de subcultuur toe en leert gaandeweg het werk van regisseurs als Harmony Korine en Spike Jonze en fotografen als Ari Marcopoulos en Ed Templeton kennen.

Gaat in jeugdhuizen overal te lande naar optredens in de punk- en hardcorescene en leert daar tekenaar en DIY-adept Ward Zwart kennen.

Studeert audiovisuele kunsten aan LUCA School of Arts - Campus Brussel en zwaait af in 2014 met All we ever wanted was everything.

Maakt voor het Canvas-programma 4x7 de kortfilm It won’t be long now.

Zoekt door eindeloos rond te hangen, locaties voor Home van Fien Troch (2016).

Out zich in 2017 als stripscenarist met het van tienermelancholie en inspirerend nietsdoen doortrokken Wolven, een samenwerking met Ward Zwart.

Maakt, opnieuw met Ward Zwart, het wonderschone Ik kom van ver, maar blijf niet lang.

Een late zomeravond in 1997, een stedelijke skyline. Op perron 18 van wat Brussel­-Noord zou kunnen zijn, pikken duiven een graantje mee, lezen mensen nog kranten en boeken en luistert een enkeling naar muziek, terwijl vanachter felle koplampen een trein binnenrolt. Aan boord wordt er gelezen, gekeuveld, ge-sms't en – door een haas en zijn baasje – uit het raam getuurd. Slingerend langs velden, bruggen en bergachtige landschappen sluit je de ogen tot “Hé slaapkop… Wakker worden! Eindhalte.”

Ruim twaalf woordloze pagina's duurt de openingsscène van Ik kom van ver, maar blijf niet lang en met geen stokken ben je nog wakker te krijgen uit deze droom. “Met 'Hij neemt de trein naar huis' hadden we het ook verteld,” zegt Enzo Smits, “maar dan hadden we de lezer niet de kans gegeven om mee op die trein te zitten en die traagheid te ervaren. Wanneer Gus (Jensen, het hoofdpersonage, red.) wordt opgepikt door zijn broer en zegt dat hij onderweg lang heeft geslapen, heeft de lezer dat gevoeld. Er gebeurt op die eerste pagina's zogezegd niets, maar voor mij gebeurt er in die non-momenten superveel. Ik schrijf graag op die manier en voor Ward is dat sfeervolle, trage tekenen ook wie hij is. Daar hebben we elkaar in gevonden, heel natuurlijk. We hebben nooit dit soort gesprekken, over de basis van wat we maakten, met elkaar moeten hebben. Als ik schrijf: 'De treinrit heeft een zekere duur, Gus valt in slaap en er zit een man met een haas in zijn wagon', dan weet ik wat er bij Ward uit zal komen.”

1733 EnzoSmitsWardZwart1
© Nick Geboers
| Enzo Smits plant een vlag voor Ward Zwart in het Dudenpark. “Dit voelt als het begin van een traject, voor dit nieuwe boek, maar ook als het einde van een samenwerking die zo uniek was.”

Zou komen… Op 26 oktober werd er een gat gebrand in de onontwarbare knoop van de scenarist en tekenaar. Ward Zwart was 35 toen hij overleed. “Een heftig en ingrijpend verlies” voor Enzo Smits, en vele anderen. De “melancholische rebel”, zoals LUCA-docente en medeoprichtster van het jaarlijkse Grafixx-festival Ephameron hem noemde, heeft vanuit het stille hoekje van de broeierige ondergrond een generatie in binnen- en buitenland beïnvloed met zijn fanzines, affiches, logo's, flyers, posters en steevast gemaskerde muzikale performances. “Ik heb net de feature van The Comics Journal gelezen,” vertelt Enzo Smits, “waarvoor David Schilter van Kuš! Comics na een voorzet door (de Tasmaanse superster-stripmaker, red.) Simon Hanselmann getuigenissen over Ward heeft verzameld. Het is heel mooi om te zien hoeveel uiteenlopende mensen hij diep geraakt heeft en hoe vaak hetzelfde naar boven komt.”

Dat hij stil was, bescheiden en introvert, speels, grappig, genereus, integer. “I never heard anyone say he was a cunt,” schrijft Simon Hanselmann haast ontredderd. “Veel van wat Ward was, vind je terug in zijn werk,” zegt Enzo Smits. “Niet noodzakelijk inhoudelijk, maar in de manier waarop hij ermee omging en het naar buiten bracht. Zorgzaam, met veel liefde, gul, in alle onopvallendheid… Je hoort vaak enkel spreken over de melancholie in zijn werk, terwijl heel veel van de kleine humor en verborgen grappen in onze boeken net van hem kwamen. Hij was er vaak om de melancholische verhalen die ik schreef te verlichten. De keren dat wij signeersessies deden, had dat een hoog Beavis and Butt-Head-gehalte. Ik denk dat we ons allebei ook wel verbonden voelden in het gevoel daar nooit volledig op onze plaats te zijn. Lachen was een manier om daarmee om te gaan.”

DE POËZIE VAN HET KLEINE
Ik kom van ver, maar blijf niet lang – na het imposante drieluik Wolven de tweede samenwerking tussen filmmaker en scenarist Enzo Smits en tekenaar Ward Zwart, opnieuw uitgegeven bij het onvolprezen Bries – verbindt veel van die knopen. In de nostalgische gloed van de late jaren 1990 en de “last days of summer” twijfelt een groepje skatende jongeren met muzikale ambities tussen rondhangen en doorbreken, blijven hangen en ontsnappen. Gus Jensen, de aan het Amerikaans-Kempisch aandoende dorpje ontkomen zanger van Herzog, keert na de split van zijn band en de relatiebreuk met zijn vriendin-bassiste terug naar huis als een schim van zichzelf. Niet om lang te blijven… Tot een in magnifiek licht gehulde bovennatuurlijke (?) gebeurtenis buiten- en binnenwereld doet botsen en in elkaar grijpen.

Ward Zwart & Enzo Smits: Ik kom van ver, maar blijf niet lang
Ward Zwart & Enzo Smits: Ik kom van ver, maar blijf niet lang

Het zegt alles en niets. Ik kom van ver, maar blijf niet lang is zoveel meer dan een plot. De ruggengraat van het boek bestaat, net als in Wolven het geval was, uit een ontzagwekkend sfeervolle, poëtische nevel. Een soort roes, die uiterst gelaagd en doorwrocht een verhaal spint uit details. Van Sonic Youth en Lydia Lunch' 'Death Valley '69' dat door de autoradio schalt tot Kurt Cobains ziekenhuisjurk, van C'est arrivé près de chez vous en Dennis Rodman tot Unwound en Hüsker Dü, van Airwalks tot Bartman.

Dat is met een reden. Er gebeurt iets wonderlijks als je oog blijft haken aan het onooglijke. De tijd vertraagt, de ruimte stolt, elke sprankel van een gebeurtenis, elke beweging, gedachte en emotie wint aan betekenis en waarde. Het is die poëzie van het kleine die, meer dan al het andere, groots ademt in het werk van Ward Zwart en Enzo Smits. “Films waar we in het maakproces veel op terugkwamen, waren films van Kelly Reichardt, die net hetzelfde doet, die echt de tijd neemt om te kijken naar mensen. In haar laatste film (First cow, red.) volg je twee gasten die melk stelen van de enige koe in het dorp om daar koekjes mee te bakken. De tijd die je wint door dat verhaal niet vol te plamuren, ruimte en ritme te creëren om echt naar die mensen te kijken, er echt iets over te zeggen, is voor ons veel betekenisvoller dan wat voor verhaal dan ook. Het bredere verloop doorheen het boek is eigenlijk een excuus om al die kleine momenten daartussen te laten gebeuren. Het houdt alles samen maar hoeft niet alles te betekenen. Dat is vaak een minder bewuste, meer organische keuze dan we denken, het is gewoon onze manier van naar de dingen te kijken. Het is wat we kunnen.”

Net dat kunnen stokt nu. “Ik was heel hard voorbereid op de zwaarte van het moment dat ik ons boek in handen zou krijgen,” vertelt Enzo Smits. “Zwaar was het op één manier ook, maar het was tegelijk een veel warmer moment dan ik verwacht had, omdat Ward, door alles wat we er samen in hebben gestoken, ook heel nabij voelde. (Pauze) Het is gewoon nog heel nieuw. Te groot. Dit voelt als het begin van een traject, voor dit nieuwe boek, maar ook als het einde van een samenwerking die zo uniek was, waar zo weinig woorden voor nodig waren. Dat kan alleen als er een groot wederzijds vertrouwen is, respect, een connectie via dat referentiekader dat we deelden.”

HARDCORE WOLVEN
Dat referentiekader kiemde in jeugdhuizen, waar Enzo Smits en Ward Zwart elkaar vaak tegenkwamen op optredens in de punk- en hardcorescene. “Dat is een heel kleine scene, waar je vaak dezelfde mensen ziet, en Ward was er daar één van. Hij tekende vaak de posters voor die optredens. Toen ik vijftien, zestien was heb ik voor het eerst werk van hem gekocht. Als ik nu rondkijk in mijn huis, is er geen hoek waar ik niet iets vind van hem. De kleinheid van zijn werk, de suggestie van een verhaal die vaak in één tekening zat, sprak me aan. De openheid ook, de ruimte die hij de lezer liet door niet vol te tekenen. Ik heb mij nooit vervreemd gevoeld van zijn tekeningen, nooit gevoeld dat ik mij daar niet mee kon identificeren. Dat is een terugkerend iets: de meest onderscheiden mensen zeggen mij nu dat ze Ward niet kenden, maar in zijn tekeningen wel veel van zichzelf terugvonden.”

1733 EnzoSmitsWardZwart5
© Nick Geboers
| Ward Zwarts haas siert de pet van Enzo Smits.

“Omdat ik zijn zines heel goed vond, maar ze me altijd hongerig maakten naar meer, heb ik gevraagd of hij niet eens iets langers wilde maken. Bleek dat hij vaak vastliep op het verhaal, terwijl ik heel veel interessante verhalen had die ik niet geschikt vond om te verfilmen. Een week later heb ik iets opgestuurd en kreeg ik snel vijf pagina's terug. Zo is Wolven gekiemd, en onze samenwerking.” Dat heen en weer heeft zich doorgezet in Ik kom van ver, maar blijf niet lang. “Nog veel meer dan bij Wolven zelfs,” vertelt Enzo Smits. “We zagen elkaar ook niet als scenarist en tekenaar, maar gewoon als twee mensen die samen iets maakten. Onze samenwerking bestond niet uit een klassieke rolverdeling, zijn tekeningen waren net zo goed brandstof van het verhaal. Ik kan ook niet anders werken. Als ik niet het gevoel heb dat ik gaandeweg kan terugdraaien, afstand nemen of nieuwe dingen introduceren, zit ik helemaal vast. Een scenario moet een gesprek in gang zetten waarin er een constante reactie is tussen wat er al is en wat er nog kan komen. Het zou voor mij nooit werken als alles op voorhand al vastligt.”

“Maar dat maakt het ook soms moeilijk, natuurlijk. Ik herinner mij nog dat Ward – zoals altijd heel voorzichtig – na 100 pagina's vroeg of ik al wist wat er zou volgen. (Lacht) Bij dit boek is die wisselwerking op een bepaald moment zo ver gegaan dat als er geen nieuwe pagina's van Ward binnenkwamen, ik ook automatisch stopte met schrijven. We waren elkaars brandstof. Als een van ons twee stopte met reageren, stopte alles.”

Ward Zwart & Enzo Smits: Ik kom van ver, maar blijf niet lang
Ward Zwart & Enzo Smits: Ik kom van ver, maar blijf niet lang

“Heel die onvergelijkbare, spontane, organische interactie valt nu weg. Net als die enorme vriendschap, die op den duur ook niet meer los te koppelen was van onze samenwerking. Weet je, als we de laatste jaren spraken met elkaar, ging dat vaak over het boek dat we aan het maken waren. Tegelijkertijd is die grens ook heel dun, omdat die momenten dat we niets aan het creëren waren en praatten over de boeken, films en muziek die we mooi vonden, allemaal wel hun weg vonden naar wat we aan het maken waren.”

KOMBUCHA EN ZWEEDSE BERGEN
En zo trein je van Brussel-Noord plots naar een dorp in de bergen. “Het is een heel fictief collagedorp geworden, ja. Het feit dat daar bergen zijn, komt eigenlijk door een stomme inside joke. Toen wij in Angoulême waren om Wolven te promoten, hadden we daar een interview met een Franse tv-zender. Toen we dat gesprek achteraf te zien kregen, bleek dat we gedubd werden en dat er ook nog eens voortdurend naar ons verwezen werd als die twee Zweedse auteurs met hun Scandinavische landschappen. Dan hebben we gedacht: oké, dan gaan we daar in onze volgende strip volledig voor. (Lacht luid) Zo ken je ook meteen de reden waarom er in het boek een Tove en een Lars rondlopen.”

“Da's ook het fijne aan in stukjes werken: je kan heel veel in het moment zelf toelaten en zien waar het toe leidt. Dave is ontstaan toen we in Canada in een winkel iemand zagen die echt heel luid van zijn kombucha slurpte. (Lacht) De anekdote van het blauwe haar heeft Ward me ooit verteld, de zendmast die onverklaarbaar in brand schiet had hij gelezen in een krantenartikel. Al die beetjes zijn het verhaal in geslopen, omdat we dit keer meer in een context hebben gezeten dat we niet aan het boek aan het werken waren. In Frankrijk stonden ze niet bepaald in de file voor ons, en dus hadden we tijd om te observeren en praten. Dat is ook een manier van samen schrijven zonder dat concreet te moeten doen. Het heeft geleid tot het grootste moodboard ooit, denk ik. Uiteindelijk hebben we een Tumblr-pagina opgestart waar we de muziek waar we naar luisterden, de T-shirts die in het boek gedragen worden, de posters op de slaapkamers op uploadden.”

Het getuigt van een ongelofelijk respect voor hun personages. Van outcast tot misfit, van idool tot devote fan, van “rare” tot held, ze worden allemaal in vlees en bloed gewikkeld. “De grotere wereld kan zijn wat je wilt, als die microwerelden van de personages maar kloppen,” vertelt Enzo Smits. “Het zou stom zou zijn om zo hard op te gaan in referenties en nostalgie, en daar dan fouten tegen te maken. De kleine leefwereld en de subculturen moeten kloppen, om je er als lezer ook in thuis te voelen.”

Ward Zwart & Enzo Smits: Ik kom van ver, maar blijf niet lang
Ward Zwart & Enzo Smits: Ik kom van ver, maar blijf niet lang

Dat thuis dooradert Ik kom van ver, maar blijf niet lang. Als een bijeengesprokkelde ruimte, als een metafoor voor normaliteit, als een wegbereider voor eigenzinnigheid, en als een moment, dat tegelijk heel klein en heel groot is en dat dit boek de warme gloed gunt die het verdient. “Ward en ik zijn buitenstaanders in de klassieke stripwereld. Strips zijn nooit onze referenties geweest, en het was ook nooit onze ambitie om tot de stripwereld te behoren. We hebben samen iets gemaakt dat we wilden maken. In die zin hoop ik dat dit boek wordt gelezen voor wat het is, dat mensen het een eerlijke kans geven en het niet louter als een laatste boek lezen. Dat is de mooiste manier om Ward te eren.”

WARD ZWART & ENZO SMITS: IK KOM VAN VER, MAAR BLIJF NIET LANG
Bries, 352 p., €35, www.bries.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?