Jan De Cock herrijst in Brugge die Scone

Kunstenaar Jan De Cock in zijn nieuwe atelier in Brugge: "Het contrast tussen het morsige Kuregem en het afgeborstelde Brugge is inderdaad groot. “Als hier graffiti op je gevel wordt gespoten, komt de stad die nog de dag zelf verwijderen." © Saskia Vanderstichele

Kunstenaar Jan De Cock, die vorige zomer ontgoocheld wegtrok uit Brussel, opent in het historisch centrum van Brugge zijn nieuwe atelier annex exporuimte en kunstschool. Het Brussels Art Institute wordt aldus The Bruges Art Institute.

Even recapituleren: Jan De Cock (43), geboren en getogen in Brussel, besliste in 2014 zijn atelier in de Auguste Gevaertstraat in Kuregem open te stellen voor de leerlingen van de kunsthumaniora Sint-Lukas, wier schoolgebouw aan het Noordstation grondig verbouwd moest worden. De Cock zag het groots en wilde een soort Bauhausschool creëren, een multidisciplinaire kunstenplek waar leerlingen zouden werken aan de zijde van professionals. Hij kocht twee extra panden aan de overzijde en richtte het Brussels Art Institute op.

Het project kende een veelbelovende start, maar hield geen stand. De Cock raakte in geldnood, de subsidies waar hij op gerekend had, kwamen er niet, en de samenwerking met Sint-Lukas bleek uiteindelijk minder vruchtbaar dan gehoopt. De kunstenaar, die ook steeds meer moeite kreeg met het rommelige, multiculturele Kuregem, verkocht een deel van zijn panden en kondigde met luide trom aan andere oorden op te zullen zoeken, de kuststreek en Noord-Italië.

Nu maakt hij een doorstart in een majestueus, grondig gerestaureerd negentiende-eeuws burgerhuis aan de schilderachtige Brugse Spinolarei. Daar heeft hij zijn kunstenwerkplaats The Bruges Art Institute ondergebracht, alsook zijn woonst en de Grandiose Shipyards, zijn toekomstproject voor ambachtelijke scheepsbouw.

Jan De Cock in Gent

De Cock werkt tegenwoordig met een general manager, Mike D’Hooghe, die ook vastgoedmakelaar is. Hij is het die opendoet als we aanbellen. “Ik zal mee helpen zoeken naar voldoende inkomsten voor het BAI,” legt hij uit en neemt ons mee naar de oude gewelfde kelders die omgevormd zijn tot exporuimte. “Dit wordt ook een ontvangstruimte voor groepen.”

Dan komt De Cock er aan, ontspannen, gekleed in een spierwit hemd met opstaand kraagje en een goudgele tuinbroek. De meester-­beeldhouwer, zoals hij zichzelf noemt, wil eerst de omgeving tonen waarin hij nu werkt. Aan de voorkant kijkt hij uit op het water en het rijtje trapgevels aan de overzijde. Een iconisch plaatje dat af en toe verstoord wordt door een overvol toeristenbootje.

Jan De Cock in zijn atelier in Brugge
© Saskia Vanderstichele
| Kunstenaar Jan De Cock in zijn atelier in Brugge: "Ik ben opnieuw aan het boetseren."

Het uitzicht aan de achterkant – op de barokke Sint-Walburgakerk - vindt De Cock minstens zo mooi. Hij wil ons absoluut de binnenkant van de onlangs gerestaureerde kerk laten zien, al was het maar omdat een van zijn voorouders, Paul De Cock, het doksaal heeft ontworpen. We wandelen ernaartoe via een idyllisch kasseien straatje. Het is er, zoals op zoveel plekken in Brugge, heel stil, alleen de beiaard weerklinkt.

Op het pleintje voor de kerk houdt De Cock halt om uit te leggen waarom hij voor Brugge gekozen heeft. “Toen ik besliste weg te trekken uit Anderlecht heb ik een serieuze zoektocht ondernomen. Ik wilde niet naar de vijvers van Elsene met al die Franstaligen of naar Sint-Gillis, waar de panden al veel te duur waren geworden, en ik wilde ook niet tussen de groenen in Watermaal-Bosvoorde gaan zitten. Ik heb een steengroeve gekocht en weer verkocht, vervolgens een bos bij Namen overwogen en daarna een oud fort tussen Antwerpen en Gent.

Sint Lukas Gatz
© Ann Gewillig
| Jan De cock (in rood pak en hoed in de hand) met toenmalig minister van cultuur Sven Gatz in Sint-Lukas Brussel: "Niemand was bereid zijn nek uit te steken voor het project. En Sint-Lukas wilde uiteindelijk liever een gewone school blijven dan een avant-gardeschool te worden."

Uiteindelijk is het Brugge geworden, een stad die ik apprecieer omdat ze haar erfgoed en tradities respecteert. Dat miste ik enorm in Brussel. Ik ben een kunstenaar, ik moet alle schoonheid halen uit wat ik om me heen zie. In Kuregem keek ik vanuit mijn atelier op een huis met een art-nouveaufaçade, waar mijn Noord-Afrikaanse buren de balkons volplempten met afval en motorolie. Ik ben daarover vaak met hen in discussie gegaan, maar tevergeefs.”

Het contrast tussen het morsige Kuregem en het afgeborstelde Brugge is inderdaad groot. “Als hier graffiti op je gevel wordt gespoten, komt de stad die nog de dag zelf verwijderen,” zegt De Cock.

Beeldcultuur in gevaar

We gaan de kerk binnen, De Cock zet zijn betoog verder. “Sommigen zeggen: er valt in Brugge niets te beleven. Daar gaat het niet om. Ik zie hier om me heen de beeldtaal waar ik deel van uitmaak en die ik wil voortzetten. Ik ben van oorsprong katholiek, ik ben opgegroeid met kruisafnemingen.

Dat is een bepaalde beeldtaal die je ziet bij Rogier van der Weyden, maar ook in het werk van Bill Viola of Martin Scorsese. Ik werk in die traditie van beeldcultuur, de islam is een orale cultuur. Dat botst nu. Bovendien leven we in een tijdsgewricht waarin de kinderen de wereld waarnemen via hun telefoon. Naar kruisafnemingen kijken ze niet meer. Onze beeldcultuur is in gevaar, ik wil die redden.”

Jan De Cock in Gent

Van de kerk gaat het richting bistro De Schilder, De Cocks nieuwe stamkroeg op het nabijgelegen Jan Van Eyckplein. Samen op de foto met het standbeeld van de grote Van Eyck, zoals De Cock voorstelt, lukt niet vanwege het licht. Op het pleintje is een lokale amateurschilder aan het werk, die het water en het bruggetje op doek probeert te vangen. De Cock kent hem intussen, hij bekijkt het werk en geeft commentaar. “Het lijkt nog te veel op een oog.”

We drinken koffie en de redenen van zijn vertrek uit Brussel komen opnieuw ter sprake. “In de bijna vijfentwintig jaar dat ik in Brussel gewerkt heb, heb ik vooral ervaren dat de schoonheid van de georganiseerde chaos, die veel opgeleverd heeft voor ons land, is overgegaan in een complete chaos. Met dank aan de politiek.

Brussels Art Institute
© TDN/BRUZZ
| De voormalige papierschepperij Papeterie de la Meuse in de August Gevaertstraat 15 in Anderlecht vormde De Cock om tot een 'meta-kunstenschool'. Na het vertrek van de kunstenaar werd het gekocht door een softwarebedrijf.

Moest ik blijven wachten op een nieuwe intellectuele klasse van politici die niet kortzichtig denkt? Bovendien zag ik hoe de lat voor de Noord-Afrikaanse bevolking alleen maar lager werd gelegd. Niemand durft nog op zijn strepen te staan, bang om uitgescholden of in het gezicht gespuwd te worden.”

De teleurstelling over de mislukte kunstschool is nog niet helemaal verteerd. “Niemand was bereid zijn nek ervoor uit te steken. En Sint-Lukas wilde uiteindelijk liever een gewone school blijven dan een avant-gardeschool te worden. Ik had hen nochtans voorgesteld om, ook na afloop van de verbouwing, hun beste leerlingen naar mijn atelier te sturen.”

Jan De Cock in Gent

Maar hij heeft zijn droom voor een Bauhausschool niet opgeborgen. De Cock zet momenteel ook een atelier op in de buurt van Turijn. Daar en in zijn nieuwe werkplaats aan de Spinolarei wil hij opnieuw leerlingen opleiden, geen vierhonderd zoals in Brussel, een twintigtal. De eerste, een jongeman afgestudeerd aan de PXL in Hasselt, is er sinds vorige week. Hij kwam op eigen verzoek. De Cock hoopt een samenwerking met de afdeling kunsten van de PXL te kunnen opzetten.

Jan de Cock BRUZZ 1523
© Saskia Vanderstichele
| Jan De Cock in Kuregem, toen alles nog goed leek te komen met "zijn" Brussels Art Institute.

We wandelen terug naar het BAI. De ex-Brusselaar lijkt zich al aardig thuis te voelen in zijn nieuwe heimat, welkom ook. “De mensen stoppen op straat en zeggen: ‘Dag mijnheer De Cock.’” Of hij de opwinding van Brussel toch niet een beetje mist? “Opwinding? Ik noem dat de schizofrenie,” zegt hij. “Ik ben de laatste jaren heel diep gegaan.”

In Brugge kan hij zich herbronnen. Wat dat betekent, wordt duidelijk wanneer we aankomen in zijn atelier. Ook nu weer is de inrichting, met het ingenieuze schrijnwerk, op zichzelf al een kunstwerk. Aan de muren hangen grote schilderijen vol kleur en leven, de Noord-Italiaanse Alpen blijken een duidelijk inspiratiebron.

Voor het raam staan installaties gemaakt met dikke boeken en kleine sculpturen. Verspreid over het hele atelier zijn er oude en nieuwe beeldhouwwerken - “ik ben opnieuw aan het boetseren”. Een lange tafel ligt vol met smalle, bont beschilderde houten paneeltjes. Om er Brugse twist aan te geven, laat De Cock ze inkaderen als triptieken.

Hij is hyperproductief, zoveel is duidelijk. “Sinds ik Brussel verlaten heb, ben ik in een renaissance. Het is een periode van lente, bloei, terug naar de essentie.” En neen, hij is geen andere kunstenaar geworden. “Ik heb mij hier een stukje burgerij aangeschaft om toch een avant-gardekunstenaar te blijven.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?