Judith Vanistendael wint de Bronzen Adhemar: ‘Ik ben heel blij, en niet alleen voor mij’

© Gert Verbelen

Het BD Comic Strip Festival is op gang getrapt met de uitreiking van de Atomiumprijzen. De Bronzen Adhemar, zowat de grootste Vlaamse stripprijs, gaat naar Molenbeekse trots Judith Vanistendael.

We hameren er al jaren op: wanneer bedelven we Judith Vanistendael eindelijk onder alle prijzen die haar toekomen? Stilaan lijkt die vraag ook stripjury’s te beroeren. Waar haar eerste werk – het tweeluik De maagd en de neger (2007-2009) en Toen David zijn stem verloor (2012) – weliswaar op nominaties voor de Eisner Awards en de Fauves in Angoulême kon rekenen, bleven prijzen uit.

Terwijl de Molenbeekse stripmaker en docent aan LUCA School of Arts al vijftien jaar werk maakt dat diep snijdt en liefdevol littekens legt op de huid van de lezer. Haar beeldverhalen rekken stuk voor stuk haar beeldende kunnen op. Met het in kleurpotloden gevatte Mikel (2016) kraste ze zo haar arm bijna de vernieling in. Met Penelope (2019) wist ze in adembenemend aquarel te peilen naar verlangens en kwetsuren, liefde en gruwel, droom en leegte. En dat altijd heel tastbaar, lichtvoetig, warm en diepmenselijk.

Maar kijk, vorig jaar ving Judith Vanistendael al de tweejaarlijkse Willy Vandersteenprijs voor De walvisbibliotheek, haar bloedmooie, poëtische samenwerking met scenarist Zidrou. En vandaag mocht ze bij de opening van het BD Comic Strip Festival de Bronzen Adhemar 2022, de Vlaamse Cultuurprijs voor de strip, in ontvangst nemen.

Zo, de grootste Vlaamse stripprijs is binnen!
Judith Vanistendael:
Er bestaat ook nog een Gouden Adhemar, maar die krijg je pas als je negentig bent. (Lacht) Ik zal nog even geduld moeten oefenen.

Ben je blij?
Vanistendael:
Tuurlijk! Eindelijk krijg ik prijzen…

Dus jij koestert dat ‘eindelijk’-gevoel ook?
Vanistendael:
Goh, ik heb vooral een #MeToo-gevoel. Ik ben de eerste vrouw die mag deelnemen aan de stripreeks van Futuropolis en het Louvre (op 15 oktober verschijnt in die serie Judith Vanistendaels Atan van Kea, red.), op één scenariste na. Vorig jaar was ik de eerste vrouw die met De walvisbibliotheek de Willy Vandersteenprijs won, maar dat was in samenwerking met een man. En nu ben ik weliswaar niet de eerste vrouw die de Bronzen Adhemar krijgt – Erika Raven kreeg de prijs ook al voor de reeks Thomas Rindt – maar goed…

… dat was 35 jaar geleden.
Vanistendael:
Voilà! Nu merk je: we hebben #MeToo gehad, in Angoulême is keet geschopt (in 2016 botste de organisatie van het prestigieuze stripfestival van Angoulême op protest, omdat er geen enkele vrouwelijke stripmaker zelfs maar kans maakte op de Grote Prijs van Angoulême, red.) en dat leidt wel ergens toe. Deze prijs vloeit voort uit die beweging. Er is een zekere bewustwording, ja. Ik word er tijdens interviews voortdurend naar gevraagd. We worden stilaan wakker uit een toestand waar we allemaal deel aan hadden, ook vrouwen.

Wat betekent deze prijs voor jou?
Vanistendael:
Erkenning. Het betekent dat de samenleving, of toch dat groepje vertegenwoordigers van de stripwereld, erkent wat je doet, en zegt: je doet dat goed. Het is een soort beëdiging. Goed, ik kreeg al eerder nominaties voor prijzen, ook internationaal, in Angoulême en voor de Amerikaanse Eisners. Dus ik dook her en der weleens op in lijstjes, maar als de ultieme bekroning dan uitblijft, ga je toch hard twijfelen aan jezelf: ‘Tja, ik ben niet goed genoeg, waarschijnlijk…’

Dat vrat aan jou?
Vanistendael:
Tuurlijk. Ik zou kunnen zeggen dat ik het allemaal niet belangrijk vind, en zolang je niets wint, vertel je jezelf ook dat het dat niet is. Maar dan krijg je die prijs en denk je: ‘Ah, misschien is het toch gewichtiger dan ik dacht.’ (Lacht) Ik vind het heel moeilijk om er neutraal naar te kijken.

Zou je dit een kentering noemen?
Vanistendael:
Er is wel iets in gang gezet, ja. Al blijft het vreemd dat we in de opleiding aan LUCA met 90% vrouwelijke studenten zitten, terwijl het toch vaak de jongens zijn die publiceren. Het is nog altijd heel erg een mannenwereld. Van alle albums die verschijnen, wordt nog altijd maar een klein percentage door vrouwelijke auteurs gemaakt, al zijn dat dan gek genoeg wel vaak de albums die het meest in de kijker lopen.
Maar ik ben wel heel blij met de prijs, en niet alleen voor mij. Ik heb het gevoel dat we door een plafond zijn gebroken. Voor de stripreeks van Futuropolis en het Louvre zijn nu, na mij, nog meer vrouwelijke auteurs aan het werk. Er is echt iets gekanteld.

Doemt soms de gedachte op dat deze prijs te maken heeft met de tijdgeest, met het momentum, eerder dan met je boeken? Het is niet zo dat je werk deze prijzen niet al eerder verdiende.
Vanistendael:
Zeker. Dat is ook mijn karakter dat speelt, maar tuurlijk, ik twijfel heel erg aan mezelf. Ik vind het nog steeds absurd dat ik deel uitmaak van die reeks van het Louvre, da’s surrealistisch. En dan spookt het door mijn hoofd: is dat omdat ik vrouw ben? Omdat ik Belg ben? Omdat het Louvre graag een expo wilde in het Stripmuseum (nog tot 11/9 loopt daar de expo Strips uit het Louvre, red.)? Die diepe zelftwijfel speelt altijd, nog steeds. Ik geloof nog altijd dat ik het niet kan.

Maar nu is het officieel: je kan het wel, zegt de Bronzen Adhemar.
Vanistendael:
En daar ben ik dankbaar voor. Dankbaarheid is een van de krachtigste houdingen om blij door het leven te gaan. Weet je dat ik een ‘dankbaarheidsdagboek’ bijhoud? Elke dag schrijf ik daar drie dingen in. En de Bronzen Adhemar staat er al in.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?