interview

MIMA viert vijfde verjaardag: 'Het wordt nog een moeilijk jaar voor cultuur'

5 jaar Mima© Kevin Van den Panhuyzen/BRUZZ
Bekijk ook de afspeellijst: zaterdag 17 en zondag 18 april 2021

Het MIMA, het museum voor hedendaagse kunst aan het Kanaal, viert deze week haar vijfde verjaardag in bijzondere omstandigheden. Ook de lancering van het museum, net na de aanslagen in 2016, was bijzonder. "Deze periode herinnert ons aan de veerkracht die we vijf jaar geleden nodig hadden. Die veerkracht is vandaag even belangrijk." We stellen vijf vragen aan medeoprichter en curator Raphaël Cruyt.

Sinds april 2016 palmt het MIMA een deel van duizend vierkante meter in in de oude Belle-Vue-brouwerij in Molenbeek. MIMA staat voor Millennium Iconoclast Museum of Art, een museum voor kunst van het nieuwe millennium dus. “Het woord iconoclast wilden we associëren met cultuur, want voor ons is cultuur transversaal. Dat betekent een artiest die actief is in een bepaald creatief domein en niet aarzelt om een ander creatief domein te betreden”, vertelt curator Raphaël Cruyt.

“Die fluïditeit, dat is volgens mij iconoclasme, want ze stoot gewoontes, hiërarchie en de markt omver. De grenzen tussen de verschillende kunsttakken zijn poreus en dat laat je toe om je heruit te vinden op artistiek vlak, maar voor artiesten ook op economisch vlak.”

Vandaag loopt de tentoonstelling Verisimilitude nog, met het werk van de Belgisch-Spaanse kunstenaar Félix Luque Sánchez, die zijn werken in een atelier om de hoek maakt. Verisimilitude gaat over de verhouding tussen mensen en technologie. We zien installaties uit tl-lampen, prikkeldraad met prikkels in de vorm van autosnelwegknooppunten, autowrakken en muurschilderingen die alleen zichtbaar worden met een zaklamp (of smartphone).

5jaarmima
© Kevin Van den Panhuyzen/Bruzz
| Verisimilitude: voor sommige werken heb je licht nodig

Hoe Cruyt het museum samenvat in vijf woorden? “Burger(schap), iconoclast, ludiek en punk”, lacht hij. En het vijfde woord? “Empathie, die term heb ik graag.” Cruyt richtte het MIMA iets meer dan zes jaar geleden op, samen met collega-curator Alice Van Den Abeele en het ondernemerskoppel Michel en Florence de Launoit. De opening van het museum moest in maart 2016 plaatsvinden, maar werd met een maand uitgesteld.

“De geplande openingsdag was 22 maart, de dag van de aanslagen”, vertelt Cruyt. “Deze vijfde verjaardag is bijzonder, want we zitten nog volop in de pandemie. Die moeilijke periode voor de cultuurwereld herinnert ons een beetje aan ons begin, aan de veerkracht die toen nodig was. Die veerkracht is vandaag even belangrijk.”

Jullie hebben de periode tussen twee crisisperiodes overbrugd. Hoe is die periode van vijf jaar verlopen?

Raphaël Cruyt: We hadden voor onze start nooit gedacht dat we in een crisiscontext van start zouden gaan. Maar we houden wel van het onvoorspelbare. Het MIMA wil een project zijn dat een ander perspectief op het universum van de musea wil bieden. Dat betekent dat je dingen probeert, met meer of minder succes. De filosofie is: je probeert, je valt en herbegint, en je ziet wat werkt.

Het voordeel daarvan is dat je reactief bent, je kan je imago modelleren volgens de verwachtingen. Dat kan omdat wij een bijzonder DNA hebben. We zien dit een beetje als een burgerproject. We hebben geen overheid om haar mening gevraagd, waardoor we een grote mate van vrijheid hebben. We worden niet gedicteerd door de autoriteiten. Dat laat ons toe om cultuur op een andere manier voor te stellen.

5jaarmima
© Kevin Van den Panhuyzen/Bruzz
| Curator en medeoprichter Raphaël Cruyt achter de installatie met tl-lampen

Het DNA van het museum en de relatie met de wijk zijn veranderd. Wat bedoel je daarmee?

Raphaël Cruyt: Toen we een plek zochten voor het MIMA wilden we iets in het centrum van de stad. Ik woon hier in de buurt, en dit is voor mij het centrum. Bovendien zitten we hier met een jonge bevolking, die de toekomst van Brussel toont. Het is normaal dat je als museum een plek kiest waar de toekomst van de stad getekend wordt. We hadden deze plek aan het Kanaal gevonden, en toen kwamen de aanslagen in Parijs en in Brussel. Plots waren wij niet meer in Brussel, maar in Molenbeek. Dat heeft heel wat veranderd. Du coup werd de ambitie die we hadden om Brussels en internationaal te zijn, ook nadrukkelijk Molenbeeks. Dat heeft ons doen nadenken over onze verhouding met de wijk en haar bewoners. Het positieve van de aanslagen, als ik dat mag zeggen, is dat het geleid heeft tot een mentaliteit waarin iedereen wil samenwerken. We hebben snel banden ontwikkeld met andere verenigingen.

5jaarmima
© Kevin Van den Panhuyzen/BRUZZ
| Curator en medeoprichter Raphaël Cruyt

Toen de deuren van het MIMA open gingen, kregen we veel persaandacht. Wij werden een beetje gezien als symbool van de wederopstanding na de crisis. Maar in werkelijkheid hadden we nog niets gedaan en waren we nog maar net open, terwijl er in de buurt heel wat organisaties zijn die al lang fantastisch werk verrichten. Onze lokale verankering is met de tijd ontwikkeld. We passen in een collectieve dynamiek, maar over onze inbreng moeten we heel bescheiden zijn. We hebben een impact, maar die is miniem. Het gaat om de collectieve dynamiek, en de diversiteit aan organisaties in de buurt. Die wordt versterkt.

Hoe hebben jullie de wijk zien veranderen?

Raphaël Cruyt: Je ziet al langer dat er langs het kanaal allerlei immoprojecten worden ontwikkeld. Critici zullen zeggen dat dat gentrificatie is, maar ik denk dat die kritiek vaak komt van mensen die niet in de wijk wonen en wiens kinderen hier niet naar school gaan. Wie hier woont, merkt dat die zogenaamde gentrificatie er niet voor heeft gezorgd dat een bepaald deel van de bevolking is weggejaagd en vervangen. Het gaat om mensen die hier in oude fabrieksgebouwen zijn komen wonen. Zij zorgen voor een sociale mix. De culturele mix bestond al in Molenbeek, maar die sociale mix ontbrak.

Wat die sociale mix betekent? Dat kinderen naar dezelfde school en sportclub gaan, alhoewel hun ouders verschillende inkomensniveaus hebben. Die sociale mix is een rijkdom, maar vergt tijd. Vandaag evolueert die wijk op een positieve manier. Een stad is constant in beweging, en Molenbeek zit nu in een goede fase, met een goede sociale diversiteit. Dit biedt een opening om uit het getto te komen, want ook dat is de realiteit.

5jaarmima
© Kevin Van den Panhuyzen/BRUZZ
| 5 jaar Mima

Aan het begin van de coronacrisis hebben jullie een crowdfundingcampagne gelanceerd. Die lokte ook kritiek. Er zou genoeg kapitaal zijn, waarom was het nodig om een relatief klein bedrag als 15.000 euro op te halen, klonk het.

Raphaël Cruyt: Na een maand crisis hadden we die crowdfunding gelanceerd met 15.000 euro als doel. Uiteindelijk hebben we bijna 30.000 euro verzameld. Het idee was dubbel, enerzijds natuurlijk om het verlies te compenseren. Je moet weten dat 65 procent van de financiering uit ticketing en crowdfunding komt. Voor ons heeft een sluiting een impact die sterk en direct voelbaar is. Het tweede doel was om te sensibiliseren en mensen te betrekken bij het museum. Het MIMA heeft geen zin zonder publiek, de Brusselaars. Met de crowdfundingcampagne wilden we zien of de Brusselaar zelf wel wil dat het MIMA in de buurt blijft. We doen aan politieke actie via consumptie, op alle niveaus, en niets is gratis. Als iets gratis, zijn wij het product.

De kritiek begrijp ik wel. Ons budget is ongeveer 600.000 euro per jaar, waarvan ongeveer 160.000 euro naar tentoonstellingen gaat, meer dan twintig procent. De rest gaat naar werkingskosten, die relatief laag zijn. Het gaat vooral om de lonen. Voor de huur hebben we de eigenaar gevraagd om ons te helpen. Maar ondanks de sluiting heb je schulden die je wel moet verder betalen: voor de tentoonstelling die dan nog loopt zijn er kosten, en ook voor de volgende tentoonstelling. Die 15.000 euro maakte een verschil.

Het was een moeilijk jaar voor musea. Hoe lang is dit nog houdbaar?

Het coronajaar was zoals voor iedereen een jaar vol onzekerheid. We hebben de ploeg moeten verkleinen. Het is een moeilijke, trieste periode, die ook getoond heeft wat de beperkingen zijn van digitale communicatie. Dat werkt alleen ter ondersteuning van de fysieke, reële ervaring. We zitten nu in een tijdsgeest waarin samenkomen niet kan, en net dat is cultuur: het kunnen samenkomen. Als dat niet kan, kwijnen we weg en verdwijnen we met de tijd. De tijd zal het leren. Het wordt nog een moeilijk jaar voor de cultuurwereld. Wie weet ben je er in 2022 opnieuw om dezelfde vraag te stellen, maar we moeten geduld hebben.

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?