interview

'Dode hoek' van Nabil Ben Yadir nu in de zalen

De schrik voor de politie zat er als kind diep in bij Nabil Ben Yadir, toen een anonieme ket in Molenbeek. Vanaf deze week speelt zijn film Dode hoek in de bioscoop. Daarin is Peter Van den Begin een racistische politieman die lid wordt van een extreemrechtse politieke partij. "In mijn films zal de stem van Molenbeek altijd doorklinken."

Je moet Nabil Ben Yadir er niet op wijzen, hij weet het zelf: "In het Belgische filmlandschap is het wellicht de eerste keer dat een Franstalige regisseur uit Molenbeek een film in het Nederlands maakt. Maar als je vertrekt van het idee dat er een Vlaamse en een Franstalige Belgische cinema bestaat, dat we niet tot dezelfde gemeenschap behoren, wat voor films maak ik dan? Molenbeeks-mediterrane cinema? Dat irriteert me. Je kan Dode hoek zien als een politieke thriller, maar de eerste politieke daad voor mij was om een film in het Nederlands te draaien."

In zijn debuut Les barons zoomde Ben Yadir in op luie hangjongeren in Molenbeek. In La marche verfilmde hij de historische mars tegen racisme in het Frankrijk van 1983. In Dode hoek vind je ook die sociopolitieke insteek terug, deze keer ingekapseld in een stevige genrefilm. Een die switcht tussen de verlaten Antwerpse kades, het lokale politiecommissariaat en louche buurten in Charleroi, telkens stijlvol gefotografeerd door Robrecht Heyvaert (Black, D'Ardennen).

Het verhaal volgt de Antwerpse politiecommissaris Jan Verbeeck (Peter Van den Begin). Hij verlaat de politie om als lid van de populistische Vlaamse Partij voor de Veiligheid (VPV) aan de verkiezingen deel te nemen. Maar er duikt een spook uit het verleden op. De reden waarom de nieuwe commissaris (Ruth Becquart) hem op de hielen zit en ook Verbeecks trouwe assistent (Soufiane Chilah), een Belgische Marokkaan die zijn roots heeft verraden, in de problemen komt.

Het juridische systeem functioneert niet. We moeten de wet-Lejeune afschaffen. De problemen komen uit de Marokkaanse gemeenschap… Je hoofdpersonage zegt dingen die een deel van de maatschappij graag wil horen.
NABIL BEN YADIR: Het extreme discours van populistische politieke partijen bestaat enkel uit dat soort taal à la Chuck Norris. Vergelijk het met de slagroom op een taart. Wat er in de taart zit, is niet altijd duidelijk, maar de slagroom zorgt ervoor dat je taart verkoopt. We leven in een politieke wereld waarin niet de intelligentste politicus het wint. Wie vulgair en hard uit de hoek komt, scoort. Politiek is een oorlog van woorden geworden.

Trump, een gewiekste strateeg, heeft de verkiezingen niet gewonnen met zijn ideeën, maar dankzij zijn sloganeske taal, zijn tweets van 140 tekens. Als dat soort discours populairder wordt, wil dat zeggen dat er aan de andere kant iets schort.

1554 Bruzz2017-003-Nabil Ben Yadir
© Saskia Vanderstichele
De traditionele partijen hebben gefaald?
BEN YADIR: De partijen die al sinds jaren aan de macht zijn, hebben geen antwoord gevonden op de vragen. Als een partij op een bepaald moment een plaats inneemt, wijst dat op een falen aan de andere kant van het politieke spectrum. Daar moeten we lessen uit trekken. Maar we mogen niet in de val trappen om even populistisch te worden als de populisten.

We leven hoe dan ook in een maatschappij waarin de emotie het wint van een inhoudelijk sterk debat. Als ik live in een tv-uitzending een journalist beledig dan gaan die beelden de wereld rond. Als ik iets intelligent zeg, zal dat niet gebeuren.

Verbeecks partij is duidelijk geïnspireerd op het Vlaams Belang.
BEN YADIR: Iedereen ziet daarin wat hij erin wil zien. Het is niet Groen, dat is duidelijk. Maar ik maak cinema. Ik maak films voor iedereen. Er zitten geen boodschappen in mijn films. Dode hoek is in de eerste plaats een cinematografische thriller met centraal een hard personage dat overal in de Europese politiek opduikt. Ik denk dat je een zekere empathie voor Jan Verbeeck kan voelen. Eerst ben je door hem gechoqueerd, maar uiteindelijk ben je geïnteresseerd in zijn persoonlijke verhaal. Dat maakt het boeiend.

Je was twaalf jaar op Zwarte Zondag in 1991 toen het Vlaams Blok zijn eerste grote verkiezingsoverwinning behaalde. Herinner je je dat moment nog?
BEN YADIR: Ik zal nooit het gevoel van angst vergeten dat ik toen in de ogen van mijn ouders heb gezien. Als je in Molenbeek woont, ben je niet onmiddellijk veel met politiek bezig. Maar hun discours, waarbij ze verschrikkelijke dingen met een glimlach zeiden, daar kreeg je schrik van. Het probleem is dat dit soort discours nu niet meer voor angst zorgt. Men is het normaal gaan vinden.

Een cliché dat terugkeert, is dat de integratie mislukt is. Wat is jouw standpunt?
BEN YADIR: Het is een politieke formule. Uiteraard stel je je veel vragen als je ziet wat er vorig jaar in Brussel is gebeurd. Maar als jongeren uit Brussel die aanslagen gepleegd hebben, is het niet omdat ze slecht waren geïntegreerd. Je kan dat niet op de kap van de niet-integratie schuiven. Als dat zo zou zijn, dan zouden er elke dag aanslagen worden gepleegd. Dergelijke uitspraken zijn koren op de molen voor mensen die niet verder willen kijken dan de betekenis van zo'n uitspraak.

(Lees verder onder de foto)

1554 FILM dode Hoek

Woon je nog in Molenbeek?
BEN YADIR: Ik woon nu in het centrum, aan de andere kant van het kanaal. Maar mijn moeder en broers wonen er nog. Ik kom er dus nog vaak.

Is Molenbeek veranderd sinds de aanslagen?
BEN YADIR: Je komt er meer journalisten tegen. Voor de rest bolt het leven er nog altijd zijn gangetje. Er worden ook veel artistieke initiatieven genomen, wat goed is want Molenbeek heeft geleden onder die aanslagen en het beeld dat in de media en politiek wordt uitgedragen. Het is ook aan de burgers om een dynamiek te creëren en hun verantwoordelijkheid op te nemen.

Het is toch hallucinant om te zeggen dat Molenbeek de oorzaak van het probleem is? In Ukkel heeft men ook een schuilhuis gevonden. Nochtans wordt er anders gekeken naar Ukkel dan naar Molenbeek. Men zoekt een gemeenschappelijke vijand. Eén woord, kort en duidelijk: Molenbeek.

Ben je een rolmodel voor de jongeren uit de wijk?
BEN YADIR: Nee. Het zou pretentieus zijn om dat te zeggen. Maar als ik hen kan helpen, graag. Samen met Adil El Arbi en Bilall Fallah probeer ik Drarries United op te richten. We willen jongeren uit de wijk met artistieke aspiraties laten meewerken aan onze films en misschien hun kortfilms produceren. Momenteel zijn we op zoek naar mecenassen en een strategische locatie omdat we ook een filmopleiding willen geven.

Ik heb zelf een verschrikkelijk schoolparcours gehad. Ik heb een diploma elektromechanica omdat de maatschappij niet wilde dat ik een teken- of kunstopleiding volgde. Noem het sociaal racisme. Maar ik heb geweigerd om dat te aanvaarden. Ik heb in de Volkswagen-fabriek aan de band gewerkt. Ik wil ook andere jongeren laten proeven van de smaak van vrijheid.

De kloof tussen Vlaanderen en Wallonië wordt alsmaar groter. Zie je jezelf als een bruggenbouwer?
BEN YADIR: Ja. Ik vind dat belangrijk. Ik denk niet dat ik een K3-album ga kopen, maar ik ben me bewust van de cultuur van de twee gemeenschappen. Als je in Brussel woont, woon je ook op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië. Ik hou ook van nomaden. Niets zo interessant als een grens overschrijden of ze neerhalen. Het is de nieuwsgierigheid die me heeft gered.

Hoe kijk je naar de toekomst? Ben je eerder optimistisch of pessimistisch?
BEN YADIR: Erg pessimistisch. Dode hoek is een donkere film, nee? Hij is een vertaling van hoe ik me momenteel voel. Ik ben pessimistisch en ik ga dat niet verstoppen. De aanslagen van 11 september hebben het politieke schaakbord veranderd. Veiligheid is het centrum van de politiek geworden en er heeft zich een angstklimaat geïnstalleerd. Men wordt ook alsmaar extremer. En het gaat als vanzelf. De maatschappij geeft ons een duw in de rug. De gewone man in de straat verliest ook zijn naïviteit. Zij zijn mijn barometer.

Weet je, toen ik Dode hoek aan mijn broer liet zien, was hij verrast. Hij vond dat er een esthetische evolutie was in vergelijking met mijn vorige films, maar hij vroeg me ook wat er met me scheelde. Hij herkende me niet in zo'n donkere, harde film. En op zijn Verbeecks vroeg ik hem: gaat het dan goed met onze maatschappij? Gaat alles goed in dit land? Mijn identiteit en verleden zitten nog altijd in de film. Als Jan Verheyen Dode hoek zou hebben geregisseerd, zou je een andere film krijgen. Ik kom uit de 'wijk'. Dat gaat niemand van me afpakken. In mijn films zal altijd de stem van Molenbeek doorklinken.

> Dode hoek. BE, 2017, dir.: Nabil Ben Yadir, act.: Peter Van den Begin, David Murgia, Ruth Becquart, 100 min.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel
BRUZZ Magazine
deze week
deze maand
  • A dip into Bluai's dreamy indie rock world
  • Géraldine Tobe: portrait d'une jeune femme en feu
  • 'De acht bergen' van Charlotte Vandermeersch en Felix Van Groeningen
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement