interview

Filmmaker Sunny Bergman: 'Over mensenrechten of klimaat is geen compromis mogelijk'

© Raymond van Mil
| Sunny Bergman heeft lak aan de regels die stellen dat je als filmmaker zoveel mogelijk uit beeld moet blijven. “Je moet juist laten zien dat jij met de werkelijkheid interageert. Dat vind ik een eerlijkere manier van werken.”

Klimaatactivisten, Black Lives Matter, lgbtqia+, gele hesjes, coronasceptici of burgerplatformen: zij weten hoe ze actie moeten voeren, en doen het met overgave. Dat levert hun steun, bewondering en resultaten op, maar ook hoon, tegenwerking en rechtszaken. In haar docu Oproerkraaiers, deze week te zien in het Beurscafé, mengt documentairemaker Sunny Bergman zich tussen de protesteerders.

Sunny Bergman is de Nederlandse documentairemaker, schrijver, feminist en activist van wie het spraakmakende werk ook bij ons al regelmatig weerklank kreeg. Haar directe onderzoeksdocumentaires, met vaak een persoonlijke insteek, dagen onze aannames over heikele actuele thema’s uit op basis van eigen onderzoek, wetenschappelijke experimenten en getuigenissen uit eerste hand. Beperkt houdbaar over het schoonheidsideaal voor vrouwen, Sletvrees over de dubbele seksuele moraal, Zwart als roet en Wit is ook een kleur over racisme, baarden allemaal opzien.

In haar recente film Oproerkraaiers onderzoekt Bergman de impact van hedendaags activisme, door zowel bij boerenprotest, Black Lives Matter-betogingen of fulltime actievoerende eenlingen te peilen naar hun methodes, hun resultaten, hun opofferingen, en de stigmatisering en criminalisering waarvan ze het slachtoffer zijn. Alvorens ze in het Beurscafé in gesprek gaat met journalist en social advocate Clarice Gargard, antropoloog en activist Stephanie Collingwoode Williams en journalist Heleen Debeuckelaere, deelt ze al een aantal van haar ervaringen en inzichten met ons.

Wat bracht je ertoe deze docu te maken?
Sunny Bergman:
Ik profileer mezelf al een tijd als activist, maar ik merk dat activisme veel weerstand oproept. Mensen denken dat activisten noodzakelijkerwijs heel radicaal en ongenuanceerd zijn en beoordelen hen negatief. Wat me ook ging storen, is het idee dat de waarheid altijd wel ergens tussen die van de activisten en die van hun tegenstanders zal liggen. Terwijl over sommige kwesties zoals mensenrechten of de klimaatcrisis geen discussie of compromis mogelijk is.

“Wanneer je privilege gewoon bent, voelt gelijkwaardigheid als onderdrukking,” zei je eens in een interview. Verklaart dat de weerstand die activisten oproepen?
Bergman:
Veel mensen vinden het moeilijk om zich te verplaatsen in iemand met minder privileges. Er bestaat in dat verband een interessant experiment, waarbij de proefpersonen die bij een spel Monopoly stiekem meer startgeld krijgen dan de andere spelers zich ook structureel onsympathieker gaan gedragen tegen die anderen. Ze pakken meer chips uit de kom, praten luider en vertonen meer dominant gedrag. Ondanks het feit dat ze meer geld kregen, vinden ze toch dat ze gewonnen hebben, omdat ze meer strategisch inzicht hadden. Dat zie je ook in de samenleving. Mensen die geprivilegieerd zijn, vinden het vervelend daarop aangesproken te worden, omdat ze vinden dat ze toch ook heel hard hebben gewerkt.
Ik ben momenteel bezig met een project over seksueel geweld, en ook daar zie je vaak dat daders zich aangetast en aangevallen voelen door de beschuldiging van seksueel geweld. Als iemand iets seksistisch of racistisch heeft gezegd, dan gaat het daarna al te vaak over de dader die zijn naam wil verdedigen. Maar de Zwarte Piet-discussie gaat niet over de vraag of mensen die Zwarte Piet spelen slecht zijn of niet, maar over het feit dat veel zwarte kinderen een zware tijd hebben in november en december omdat ze gepest worden, en over het feit dat veel witte mensen opgroeien met het idee dat een zwarte mens een soort clown is en de witte mens de baas.

Behalve activisten die hun leven bijna opofferen en hun tegenstanders, heb je ook nog het onverschillige midden dat in de zetel blijft zitten, of mensen die wel graag debatteren maar minder te porren zijn om de daad bij het woord te voegen.
Bergman:
Ik moet wel vaak denken aan de uitspraak van Desmond Tutu dat als je in situaties van onrechtvaardigheid neutraal blijft, je de kant van de onderdrukker kiest. Velen zien het onrecht niet omdat ze in een bubbel leven of vinden het irritant dat je hen de hele tijd confronteert met onrecht waar ze liever niet over willen nadenken. Maar ik wil mensen ook geen schuldgevoel aanpraten. Uit onderzoek blijkt dat activisten mensen zijn die het politieke heel persoonlijk nemen. Het heeft dus ook met karakter te maken. En met opvoeding. Zo ben ik bijvoorbeeld opgegroeid met een vader die altijd de straat op ging.
Ik vind ook dat je activisme niet zo nauw moet definiëren. Een bijdrage aan het publieke debat kan wel degelijk activistisch zijn. Gedragsverandering gebeurt immers alleen als je eerst bewustzijnsverandering hebt. En bewustzijnsverandering komt toch door mensen die jou iets vertellen waardoor je op een andere manier naar de realiteit gaat kijken.

Heb je al vaak ervaren dat je mensen op andere gedachten kan brengen?
Bergman:
Heel vaak, en dat vind ik natuurlijk het allerfijnste. In mijn documentaire Man made, over mannelijkheid, is een van de conclusies dat mannen meer privileges hebben dan vrouwen, maar dat dat ook een nadeel kan zijn, omdat mannen zo minder leren zich kwetsbaar op te stellen. Bij een scheiding bijvoorbeeld missen ze dan vaker het netwerk van onderlinge solidariteit dat vrouwen meer hebben. Zelfmoordcijfers liggen zo bij mannen ook veel hoger. Na de première van Man made kwam een bekende Nederlandse televisiemaker en schrijver naar me toe om me voor dat inzicht te bedanken. En dat is maar een van de voorbeelden van mensen die tot andere gedachten zijn gekomen na het zien van mijn films.

We zien jou in je documentaires praten met mensen, je stelt je kwetsbaar op, en laat kijkers toe zich te identificeren. Maar door die persoonlijke aanpak riskeer je het verwijt dat je bevooroordeeld bent en onmogelijk objectief te werk zou kunnen gaan.
Bergman:
Dat heb ik mijn hele carrière al te horen gekregen. Toen ik begon als televisiemaker werden mij een paar principes aangeleerd. Dat van hoor en wederhoor natuurlijk, maar ook hoe je als reportagemaker je vragen moest wegknippen en zo weinig mogelijk mocht laten zien dat er gemonteerd werd. Tot ik les kreeg van de bekende televisiemaker Frans Bromet, die zei dat we dat allemaal moesten vergeten, omdat het zo nep was. Je moet juist laten zien dat jij daar als maker staat en met de werkelijkheid interageert. Dat vind ik een eerlijkere en minder manipulatieve manier van werken.

1772 Sunny-Bergman-op-het-Museumplein-2020 groter
© Raymond van Mil
| Sunny Bergman: “Activisten zijn mensen die het politieke heel ­persoonlijk nemen.”

De benaming ‘oproerkraaiers’, die iemand in de documentaire in de mond neemt tegen de activisten, is nog schattig en ouderwets, maar je laat zien dat de diabolisering en criminalisering van activisten ook veel verder gaat.
Bergman:
Zeker. Over de verbijsterende dingen die Jerry Afriyie van de Nederlandse actiegroep Kick Out Zwarte Piet (KOZP) heeft meegemaakt, had ik een hele film kunnen maken. Nu is de publieke opinie gekeerd, maar vroeger werd hij echt als een terrorist gezien. Hij werd bijvoorbeeld onterecht gearresteerd met een nekklem, om achteraf zelf te worden beschuldigd van agressie, waardoor hij zijn baan kwijtraakte.
In veel landen zie je ook dat het helpen van ongedocumenteerden (Nederlandse term voor mensen zonder papieren, red.) strafbaar gemaakt wordt. Zijn we dan weer in de Tweede Wereldoorlog beland, dat we sommige groepen zo erg diaboliseren en ontmenselijken dat het een strafbaar feit wordt om ze eten te geven als ze honger hebben?

In Oproerkraaiers heb je niet veel moeite om het contrast te laten zien tussen de manier waarop de politie boerenprotest haast faciliteert, en antiracismebetogers ferm beteugelt.
Bergman:
Hoe activisten worden behandeld staat in verhouding tot hun maatschappelijke positie. Bij vreedzaam klimaatprotest aan het hoofdkantoor van Shell staat meteen een gigantische politiemacht klaar om dat kantoor te beschermen. En de boeren hebben een grote lobby, we zagen ook hoe de boerenprotesten werden gesponsord door agrarische bedrijven.

Bij betogingen worden er soms ook grenzen overschreden of eigendommen beschadigd.
Bergman:
Over de vraag of je je aan de wet moet houden is onder activisten dan ook veel discussie. De meesten willen geweldloos blijven. Maar er zijn er ook die zeggen dat geweldloosheid een privilege is. Leden van het ANC in Zuid-Afrika werden vroeger zowel als terroristen als als vrijheidsstrijders gezien. En wie ben ik om te zeggen dat je geen geweld mag gebruiken om je te bevrijden van een apartheidsregime?

Hebben activisten genoeg middelen om zich te verdedigen in de rechtszaken die tegen hen worden ingespannen?
Bergman:
Dat is vaak een strijd van David tegen Goliath. Maar het kan wel verkeren. De non-profit Urgenda heeft de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat gewonnen, en Milieudefensie die tegen Shell. Mede dankzij sociale media kan je via crowdfunding sommige rechtszaken financieren, maar ik heb zelf al meegemaakt dat het ook dan nog heel duur en dus riskant en spannend kan zijn.

Activisten van allerlei slag vinden elkaar ook in hun strijd.
Bergman:
Ja, solidariteit in activisme is noodzakelijk, want allerlei vormen van onrecht en strijd zijn direct met elkaar verbonden. Kijk naar de klimaatcrisis, wie lijdt daar momenteel het meest onder? Arme mensen van kleur die rond de evenaar wonen.

Ik merk dat jij in al die jaren ook al de positieve effecten van je activisme hebt mogen ondervinden.
Bergman:
Zeker. Ik ben op zich ook altijd optimistisch als ik aan iets begin. Maar klimaatactivisme lijkt wel het moeilijkst. Alle wetenschappers erkennen het probleem, maar bedrijven en politiek stoppen de vingers in de oren om het niet te moeten horen.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?