interview

Op café met ‘Charlatan’ Arno en zijn bloedbroeders Dominique Deruddere en Josse De Pauw

© Ivan Put

Het lijkt alsof er veel Arno's zijn. Er is er maar één. Hij is muzikant. Voor een terugblik op zijn fantastische leven moet je bij de driedelige documentaire Charlatan zijn. Hieronder voor een impressie van de nachten die dagen werden, terwijl vrienden als Dominique Deruddere en Josse De Pauw het hoge woord voerden in cafés als Le Coq. Terwijl het Brussel van toen in het Brussel van nu veranderde.

De tapkranen blijven dicht. De gordijnen ook. Op café gaan mag al maanden niet meer. En toch komen ze een voor een door de deur gestapt van Le Coq, het etablissement tussen Beurs en Beursschouwburg. Schrijver Marc Didden, theatermakers Josse De Pauw en Jan Decorte, filmregisseur Dominique Deruddere en le plus beau, Arno. Hun zelfgekozen geuzennaam, hombres complicados, gaat al dertig jaar jaar mee.

Voor een foto voor privégebruik van Arno's vriend en vaste fotograaf Danny Willems nemen ze dezelfde posities in als die warme zomeravond in 1987, toen Arno instemde met een fotoverzoek van een Française “als mijn vrienden ook mee op de foto mogen.” Zijn voorspelling dat het een historische foto zou worden, werd beneveld weggelachen maar kwam toch uit. Na de nieuwe foto verlaten Decorte en Didden het toneel. Je wordt zo snel van een lockdownfeestje beschuldigd.

Aanleiding voor het interview is Charlatan. Niet Arno's succesvolle album uit 1988 met het prachtige 'Jive to the beat', maar de driedelige docufilm die op Canvas en VRT NU een boeiende inkijk geeft in het leven van de in Brussel aangespoelde Oostendenaar die al vijftig jaar binnen- en buitenlandse concertzalen en festivalweides in vuur en vlam zet. Charlatan is geregisseerd door Dominique Deruddere en ingesproken door Josse De Pauw.

Arno op de cover van BRUZZ magazine van 28 april 2021, naar aanleiding van "Charlatan", de documentaire die Dominique Deruddere over zijn zijn leven maakte
© Ivan Put
| Arno, le plus beau

De tapkranen blijven dicht, maar de koffie­machine niet en het decor doet zijn werk. Er ontspint zich een gesprek dat soms meer op cafépraat lijkt dan op een interview. Mag het voor een keer? Een kleine herinnering aan hoe dat voelde, nu de stad al zoveel maanden verstoken is van cafépraat en de bijbehorende vriendschap. En is Arno voor Brussel en de Dansaertwijk in het bijzonder, naast een muzikant van formaat niet ook gewoon een stadsgenoot die de kasseistraten bewandelt en al eens op café gaat? Door er ten volle te leven hebben de hombres complicados bovendien een hand gehad in het ontluiken van de Dansaertwijk, geen detail in de geschiedenis van de Vijfhoek.

Santei, Arno!
Arno: Er zijn veel kosten aan mij, niet?
Josse De Pauw: Ik denk niet dat het goed zou zijn mochten we allemaal in hetzelfde rusthuis terechtkomen.
Dominique Deruddere: Dat zou lachen zijn.

Wie zat hier eerst? Wie zag wie op een dag binnenwandelen in Le Coq?
Arno: Ik ben met alzheimer geboren.
De Pauw: Ik denk dat ik hier eerst zat.
Arno: Ik denk dat ook.
De Pauw: In het begin was dat hier geen nacht- maar een dagcafé. Toen ik nog voor Mallemunt (Brussels openluchtfestival dat in de zomer van de jaren 1970 en 1980 plaatsvindt, red.) werkte, kwam ik hier 's morgens een koffie drinken. Naarmate hier meer artiesten over de vloer kwamen, schoven ze het sluitingsuur almaar op. Tot ze alleen nog maar 's morgens vroeg sloten.
Deruddere: Eens we het hier ontdekt hadden, waren we hier veel.
Arno: Met Bruna, Jean-Pierre, Franco, Graziella, Joséke. En die hond in de kelder. Ik heb 'm nooit gezien.
De Pauw: Ik wel. Ik kwam aperitieven met mijn ouders en mijn schoonmoeder. We wilden ons stamcafé tonen. Maar we zaten aan de toiletten waar het toen serieus stonk. En toen er bagarre was aan de deur, haalde Jean-Pierre alles uit de kast. Zijn Duitse scheper, zijn matrak en zijn afgezaagde loop. Leg dat maar eens uit. (Lacht)

In de documentaire beweert Jan Decorte dat jullie niet babbelden over het werk. Waar ging het dan wel over?
De Pauw: Het leven. En dan nog. (Lacht)
Deruddere: Bullshitten. Grapjes vertellen. Onnozel doen. Zingen. Luid zijn. Van zattigheid steeds hetzelfde vertellen en er telkens opnieuw om lachen.
De Pauw: Wij waren gewoon graag bij elkaar. Dat voelde goed.
Arno: Vroeger was een café nog een meeting point.
De Pauw: Ik had hier een postbus. Gsm's bestonden niet. Berichten werden hier voor me achtergelaten. In de kassa lag een ongedekte cheque van me. Ik gaf teken wanneer er genoeg op mijn bankrekening stond om hem te innen.

Brussel heeft je veranderd, zeg je in de documentaire. In welke zin?
Arno: Op een positieve manier. De eerste keer Brussel was in 1972. Ik woonde in een loft in de hof van het Palais des Beaux-Arts. Die had ik gekregen van Jan De Breucker zaliger (Brussels kunstenaar, red.).
De Pauw: Is Jan weg?
Arno: Ja. Daarna heb ik een beetje overal gewoond. Begin jaren 1980 was ik terug. “En nu kom je bij mij wonen,” zei een madam. Ik heb daar niet over gediscussieerd. Ik was een oude hoer. En nu ben ik nog ouder dan een oude hoer.
Ik heb nog een appartement gehad in Parijs. Maar met de twee kinderen zijn we teruggekeerd. Het was hier goedkoper. En ik vind Brussel 'groter' dan Parijs. Alles is hier geconcentreerd. In Parijs moet je voor een theaterstuk twee uur in een taxi zitten. Hier is alles op wandelafstand. De AB, Théâtre National, De Munt, de cinema's, de cafés. Alles.
De Pauw: Dat Brussel hebben we zien opkomen. Ik herinner me nog de dag dat de patron van Le Paon Royal eens wat stoelen voor ons buiten zette op de Graanmarkt. Vandaag is de Graanmarkt één groot terras, toen was dat nieuw. Om vijf uur vertrokken de forenzen en liep de stad leeg. De Graanmarkt, de AB, het Kaaitheater… we maakten deel uit van heel die ambiance.
Arno: De Dansaertstraat bestond toen nog uit bars. Bars met madams. Zuipbars.
De Pauw: Tegenover L'Archiduc had je Manon. Daar was het nog lang zo dat je er… euhm… een kamer kon huren voor een uur.
Deruddere: Haar man was zo zat als een kanon. De hond wandelde met hem. Daar werd niet gevreeën, maar het bleef wel een afzuipbar. In de bar noemde Manon me Dominique, als ik haar op straat tegenkwam was het van: “Bonjour monsieur Dérudère, vous allez bien?”

Hombres complicados: Arno, Josse De Pauw en Dominique Deruddere in het door de coronamaatregelen gesloten café Le Coq. Een interview in BRUZZ magazine van 28 april 2021, naar aanleiding van "Charlatan", de documentaire die Dominique Deruddere over Arno ma
© Ivan Put
| Arno kijkt goedkeurend toe terwijl zijn makkers Josse De Pauw en Dominique Deruddere met elkaar dollen als vanouds

Waarom heet de film Charlatan?
Deruddere: Het klinkt goed. Het gelijknamige album was een kantelpunt in zijn carrière. En Arno is ook een charlatan. Net zoals Jan Decorte, Marc Didden, Josse De Pauw en ik charlatans zijn. Charlatan betekent hier niet bedrieger. Het zegt wat wij doen: wij vertellen niet de waarheid, wij liegen constant, we creëren. Omdat we zo in elkaar zitten. Omdat we dat schoon vinden. Omdat we dat nodig hebben.

Arno wordt vaak een podiumbeest genoemd maar hebben we het vaak genoeg over zijn kwaliteiten als songschrijver?
De Pauw: Awel, nee. Ik heb dat in een interview voor de documentaire dan ook gezegd, maar ze hebben me er volledig uit geknipt. Ik was niet goed genoeg.
Deruddere: Niet waar. Je kan alleen niet verteller én getuige zijn.
De Pauw: Arno is een dichter. Sommigen lachen daarmee, omdat ze dat woord eng invullen. Ik niet. Arno is een dichter. Zijn teksten zijn zeer goed.
Arno: In Frankrijk ben ik zelfs chevalier des arts et des lettres. Geen grap. Maar hier in België, toch in de jaren 1970, was ik maar een West-Vlaams boertje dat niet kon zingen. We speelden in heel Europa, maar kregen hier niet de minste waardering.
Deruddere: Typisch. Crazy love, mijn eerste film, heeft een jaar aan een stuk in Spanje en Londen gespeeld. Niemand sprak daarover. Vandaag is het bijna omgekeerd. Een Vlaamse artiest die in de subway van Londen een scheet laat, is hier nu wereldnieuws.
Arno: We speelden in Dingwalls, een zeer bekende club in Londen. Onze nummers zaten in de jukebox van de CBGB (een van New Yorks bekendste muziekclubs, red.) maar niemand wist dat hier. Journalisten dachten dat 'Gimme what I need' een cover was.

Wanneer ben je beginnen te schrijven?
Arno: Eind jaren 1960? Vroeg in elk geval. Ik was een autist en ik stotterde. Schrijven hielp me. Ik ben nochtans naar de zwemschool geweest.
De Pauw: Tegen het stotteren?
Arno: In de zwemschool leer je niet schrijven. Ik heb mezelf moeten leren schrijven. Maar liefdesbrieven heb ik nooit geschreven.
De Pauw: Dat was omdat je niet wilde dat er bewijsmateriaal achterbleef.
Arno: Ik heb wel veel liefdesbrieven ontvangen. Maar niet alleen liefdesbrieven. Ook andere brieven. Bedreigingen van extreemrechts. Ik ben daarmee naar de flikken gemoeten.

Wanneer kwam je erachter niet zonder muziek te kunnen?
Arno: In de jaren 1950. Ik was acht jaar. 's Morgens speelde ik in Oostende met mijn vriend Frank. Die ontbeet pas om elf uur. Terwijl hij in de keuken at, draaide ik in de living de vinylsingles van zijn zusters. Van 'One night with you' van Elvis Presley raakte ik in extase. Acht jaar. Ik legde het tien keer na elkaar op. Voor de kick. Dankzij muziek ben ik niet aan de dope geraakt. Ik heb nog geprobeerd, maar niet lang. Muziek heeft me zoveel meer gegeven dan lsd en joints. Muziek is nog altijd mijn grote liefde. Ik ben al langer met muziek dan met een vrouw.
De Pauw: Dat is nu ook niet zo moeilijk in jouw geval.
Arno: Met een vrouw ben ik nog nooit zo lang geweest als met deze twee gasten. Maar ik ben een lesbienne. Ik heb nog nooit hun piet gezien. Wat een geluk.

“Gisteren bestaat niet meer, en morgen bestaat niet. Ik leef vandaag,” vertelde je in De afspraak aan Phara de Aguirre. Is dat niet in tegenspraak met een documentaire die terugblikt?
Deruddere: Niet Arno maar ik kijk terug op zijn leven. Ik vond mezelf eerst niet geschikt om die documentaire te draaien. Het is raar om over een vriend iets te maken. Maar ik vond het spijtig dat er nog geen documentaire over zijn leven bestond, terwijl we zijn muziek wel allemaal kennen.
Arno: Voor mij is het een bizarre, bijna surrealistische ervaring. Ik zie mezelf vroeger en nu. Ik kom veel tegen dat ik al lang vergeten was. Chanteur de charme raté.
De Pauw: Er valt veel te vertellen over Arno. Over mij zou je rap uit geklapt zijn.

Arno
© Ivan Put

Je werd zwaar ziek en concerten werden verboden. “Worst year of my life,” zei je in De afspraak.
Arno: Eigenlijk al twee jaar. Dat slaat niet alleen op mijn gezondheid, maar ook op de gezondheid van mensen uit mijn omgeving. Voor Paul Couter is het einde nabij. We zijn samen begonnen. Hij is als een broer voor me. Ik ben daar niet goed van. (Enkele dagen na dit interview kwam het nieuws dat Paul Decoutere, alias Paul Couter, een jeugdvriend en vroege muzikale partner van Arno, was overleden. Hij verschijnt in het tweede deel van de documentaire 'Charlatan', red.) En dan ook nog eens niet kunnen spelen. Ik heb een verschrikkelijke twee jaar achter de rug. “Life...is a tale, told by an idiot, full of sound and fury, signifying nothing,” schreef Shakespeare in Hamlet.

Hoe hard missen jullie het optreden?
De Pauw: Heel erg. De symbiose met het publiek, de scène betreden en voelen dat alles op zijn plek valt, dat maakt je productief. Ik voel dat ik nu veel meer twijfel over van alles en nog wat. Een beetje twijfel kan je bezigen. Nu is er te veel twijfel. Is het wel iets? Moet ik niet stilaan gaan stoppen? Dat soort gezever.
Arno: Er is meer tijd om te peinzen. Je begint te peinzen dat je peinst dat je peinst dat je peinst. Dat is niet plezant. Ik mis de adrenaline van een optreden. Josse waarschijnlijk ook. Ik ben daar verslaafd aan. Ik sta al vijftig jaar op een podium. En dan in één keer: tsjak en gedaan. Verschrikkelijk. Ik ben nog niet depressief, maar ik ken veel gasten die het geworden zijn.

Charlatan is geen glad gepolijste film. “Arno en de vrouwen, dat is nogal wat,” betreurt een ex-geliefde. “Ik zou niet met Arno kunnen samenleven,” zegt boezemvriend Danny Willems.
Arno: Ik snap dat wel. Met mezelf leven, ik ben dat nog aan het leren.
Deruddere: Een levensverhaal is nooit alleen maar rozengeur en maneschijn. Zijn boezemvriend noemt dingen bij naam. Dat is een teken van vriendschap.

Marc Didden vroeg zich daarnet af wie van jullie het rijkst is. Laat ik daarop variëren. Wie kan het best zonder geld?
Deruddere: Niemand van ons heeft veel luxe nodig, maar Arno zeker het minste. Ik ben nogal gehecht aan een warm bed en lekker eten.
Arno: Luxe is last. Iets waar je aan moet denken. Waar ik meer mee inzit, is dat alles computer wordt. Ik kreeg op zo'n telefoontje een bericht voor mijn vaccin. Ik verstond er geen zak van. Ik heb er Danny Willems bij moeten halen. Zonder boekhouder die al mijn rekeningen betaalt, zou ik al lang in de stront zitten. Hoe betaal je huishuur?
De Pauw: Overschrijven met de computer. Easy banking.
Arno: Ik weet niet wat dat is.
De Pauw: Ik weet dat jij dat niet weet. Maar veel mensen die je graag zien, weten het in jouw plaats. Dat is jouw rijkdom. Je bent altijd goed omringd geweest.
Arno: Het moest wel.

CHARLATAN
De driedelige documentaire is te zien op Canvas en via VRT NU

Lees meer over

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?