AB-productiemanager Eric De Vuyst over 40 jaar AB

© AB
| De Ancienne Belgique na de renovatie.

Van de 40 jaar AB heeft productiemanager Eric De Vuyst er 30 van heel dichtbij meegemaakt. “Ik heb nooit goesting gehad in iets anders. Moest ik in het Antwerpse geboren zijn, dan was ik waarschijnlijk in de Trix gaan werken. In Gent zou het de Vooruit geweest zijn. Maar het is Brussel geweest en dus de AB geworden.”

In afwachting van ons interview over het reilen en zeilen achter de schermen van de Brusselse premium concertzaal schudden we Will Tura de hand, die aan het onthaal nederig zit te wachten op zijn afspraak, terwijl we tegelijk kunnen volgen hoe de zopas gestarte voorverkoop van het nieuwe Zwangere Guy-concert verloopt. Het leven zoals het is, Ancienne Belgique. “Tura heeft ons onlangs het grootst mogelijke compliment gegeven,” zal Eric De Vuyst (51) later opwerpen. “Hij wou alleen maar in onze zaal spelen, en niet op de Grote Markt.” De productieverantwoordelijke voelt zich nog altijd in zijn sas in de concertzaal die hij al jaren runt.

Midden oktober 1990 ging hij bij de AB aan de slag als gewetensbezwaarde. “Ik ben afkomstig uit Sint-Gillis, maar achteraf verhuisd naar de Mutsaard, waar ik actief was in jeugdhuis ’t Mutske. Ik zat ook in de Chiro, was eigenlijk een geboren organisator. Wat ik nu doe, ligt dus in het verlengde van wat ik altijd al gedaan had.” Toen een reclame- en pr-opleiding in Gent niet meeviel, beloofde hij aan zijn ouders avondschool te zullen volgen en trok hij zijn (leger)uitstel in. Hij koos voor een culturele burgerdienst, die twintig maanden duurde, en wilde die per se in de AB doen. “Toen ik hier in 1988 het eerste Belgische concert van de Red Hot Chili Peppers zag, heb ik tegen mezelf gezegd: hier wil ik komen werken.”

Zonder diploma werd hij in het begin uitgespeeld als manusje van alles. Maar dat deerde hem niet. “Van hier naar ginder rennen, met stoelen en tafels sleuren…: ik vond dat allemaal tof. Ik ben er aan begonnen met het idee dat ze me hier straks toch niet meer kwijt zouden willen. (Lacht) Toen de AB in 1992 zijn deuren sloot voor grote verbouwingen, maakte een deel van de technici de overstap naar het Lunatheater, dat de AB toen tijdelijk deelde met het Kaaitheater. Anderen hadden het te druk met de verbouwingen. Ik kon na mijn burgerdienst dus gewoon blijven.”

Red Hot Chilli Peppers 1988
Eric De Vuyst: “Toen ik het eerste Belgische concert van de Red Hot Chili Peppers zag in de Ancienne Belgique, heb ik tegen mezelf gezegd: hier wil ik komen werken”

Die eerste jaren kan je waarschijnlijk niet vergelijken met hoe het er nu toegaat?
Eric De Vuyst: Ik ben begonnen toen de eerste structuren er al waren. Het was niet meer zo dat je ’s ochtends aan de kassa zat, ’s avonds aan de tap stond, en ’s nachts de zaal nog moest schoonmaken. Iedereen begon zijn eigen takenpakket te hebben, en eigenlijk deed ik toen al waar een productieverantwoordelijke zich nu mee bezighoudt. In die periode is ook beslist dat de zakelijke structuur moest veranderen en doken de eerste corporate pasjes op, waar dan je functieomschrijving op vermeld stond. Ik ben aangenomen als zaalverantwoordelijke, en ik denk dat dat nu nog steeds in mijn contract staat. Maar het concertwezen is natuurlijk wel grondig veranderd, net als de functie van de zaal.

Wat is het grote verschil met andere Belgische zalen?
De Vuyst: Als je de zaal huurt, dan vragen wij om zoveel mogelijk diensten bij ons af te nemen. Mensen weten niet dat er organisaties zijn zoals Live Nation, Greenhouse, AJA of Back in the Dayz. Als er hier iets fout loopt, dan zoeken ze bij ons verhaal. Om die verantwoordelijkheid beter te kunnen opnemen, ligt ook bij een coproductie de productieverantwoordelijkheid bij ons. We vermijden het ‘legedoosprincipe’ en werken met eigen geluids-, licht- en cateringmensen. In het begin werd dat wat argwanend onthaald, maar intussen weet iedereen dat artiesten hier enorm verwend worden. Maar die reputatie moet je verdienen, elke keer opnieuw.

Hoe is het concertwezen veranderd?
De Vuyst: Het is mee geëvolueerd met zijn tijd. Toen ik hier begon, hadden ze pas een fax gekocht. De telex was net afgedankt. De fax was de eerste hulp om snel te kunnen functioneren. Nu klinkt dat raar, maar vroeger kon een contract met de post enkele dagen onderweg zijn. Met de huidige technologische mogelijkheden kan ik alles via mijn laptop op de Bahama’s regelen. Een lichtman moest vroeger vooral een goeie elektricien zijn, nu een technisch ingenieur. Die technologische sprong voorwaarts kon je ook merken bij de artiesten. Ik heb nog tourmanagers van grote groepen gekend die een enorme server inclusief beeldscherm mee hadden. Later zag je dezelfde managers opduiken met de eerste gsm’s, terwijl kleinere bands nog gewoon papieren mee hadden en kopietjes maakten. Maar het grootste verschil met vroeger is dat live spelen tegenwoordig een broodwinning is geworden. Vroeger deed men het vooral voor de fun en de promotie van een album, want het geld kwam binnen via de platenverkoop. Dat is ook de reden waarom alles er nu veel serieuzer toegaat.

Hebben die veranderende omstandigheden ook de artiesteneisen veranderd, die het management op de riders bundelt?
De Vuyst: Het technisch kader is vooruitgegaan, maat wat hospitality betreft, staan daar nog steeds gewoon eten, drank en een paar accessoires op. De trends veranderen wel. Nu vraagt men Fiji- en kokoswater. Dat bestond twintig jaar geleden nog niet. Het is bij ons de afspraak dat we bij excessen - bijvoorbeeld een groep die twaalf flessen sterke drank vraagt - even checken bij de promotor. Er staan ook nooit illegale dingen in. Tien gram coke vragen, dat kan niet. Naast alcohol en catering vraagt men al eens proper ondergoed of de lokale krant. Postkaartjes, die de bandleden dan naar huis kunnen sturen, heb ik altijd tof gevonden. Excessen zijn zeldzaam, de meeste riders zijn doodserieus. Als ze grappig zijn opgesteld, hebben ze bij mij wel een streepje voor. Ik herinner me een rider van Iggy Pop, die de sound crew heel hard waarschuwde dat luid niet luid genoeg is.

Tim Showalter
© Leah Garaas
| Eric De Vuyst: "Met Tim Showalter van Strand of Oaks heb ik na al die jaren een uitstekende band opgebouwd"

Vallen grote namen beter mee dan kleine?
De Vuyst: Daar valt geen lijn in te trekken. Des te groter de entourage, des te meer alle verantwoordelijkheden opgesplitst worden. Maar met een capaciteit van 2.000 mensen voor de grote zaal komen er hier niet zoveel echt grote artiesten over de vloer. We hebben Oasis gehad, Kanye West. Toen ik David Bowie, die hier te gast was met Tin Machine, in de gang passeerde, was ik onder de indruk. De topnamen hebben naast een gewone tourmanager vaak nog een extra production manager mee, een securityverantwoordelijke, wat in het geval van Noel Gallagher te begrijpen valt omdat hij eens aangevallen is op het podium. Tegenwoordig zijn er ook met een wardrobe assistant en een personal assistant. Dat zijn drukke dagen. Maar eigenlijk hebben we, op de soundcheck na, niet veel contact met de artiesten. De deontologie hier vraagt dat we hun deur niet platlopen. Zoeken artiesten zelf contact, dan doen we alles om het hen naar hun zin te maken, maar verder laten we hen gerust. Soms ontstaan er alsnog gezellige onderonsjes, zoals met The Black Keys, waarmee we op café beland zijn. Met Tim Showalter van Strand of Oaks heb ik na al die jaren een uitstekende band opgebouwd, en ook met de metalband Mastodon hebben we onlangs enkele Belgische bieren gedronken. De vrouw van de drummer blijkt een grote fan van de Cantillon-brouwerij. Omdat hij wat ziekjes was en geen inkopen kon doen in de stad, ben ik toen onze kelder ingedoken voor enkele flessen en ze persoonlijk gaan afgeven. Zoiets wordt altijd geapprecieerd.

Bij de viering van 40 jaar AB staan er ook enkele concerten op verplaatsing op het programma. Een uitdaging?
De Vuyst: Ja, niet als we op plekken komen waar men zijn eigen mensen heeft. Maar in de Begijnhofkerk zeker wel. Daar kan je in de kelder niet snel even een koelkast of wat extra bakken bier gaan halen, of staat er geen strijkijzer in de kast. Dat maakt het avontuurlijker, en geeft ons de kans om even uit de zeer geroutineerde machine te stappen die de AB vandaag is. Je mag ook niet elke dag een loge maken in een sacristie.

Veiligheid is na de aanslag in de Parijse rockzaal Bataclan meer dan ooit een werkpunt geworden, veronderstel ik?
De Vuyst: Vanuit menselijk oogpunt is wat daar gebeurde waanzinnig. Het bracht hier dan ook een enorm schokeffect teweeg, te meer daar de Bataclan en de AB vaak in één adem genoemd werden. De concerten van dat weekend zijn nochtans gewoon doorgegaan. De week daarop hadden we toevallig Slayer en Marilyn Manson te gast. Die groepen begonnen zich al iets meer vragen te stellen naar de getroffen veiligheidsmaatregelen. We deden wat we konden, maar armed guards, zoals in de VS, zijn hier verboden. Dat hebben we hen moeten uitleggen. Toen begin die week alsnog het leger in het straatbeeld verscheen, waren ze al iets meer gerustgesteld. Eigenlijk is de paniek pas echt ingeslagen een week later met de lockdown. We hebben toen op negen dagen 24 shows moeten annuleren, waarvan we er uiteindelijk 15 hebben kunnen verplaatsen. Dat heeft financiële implicaties gehad, maar de gevolgen op lange termijn waren vooral dat meer groepen een eigen securitymanager meebrengen, of dat waar die vroeger vooral moest zorgen dat artiesten niet overrompeld werden door fans, die nu ook het evacuatieplan met ons zal overlopen. Ik begrijp dat veiligheidsmaatregelen soms wantrouwen opwekken, zeker wanneer alles goed gaat, maar als er iets ernstigs aan de hand is, dan ben je blij dat je ook potigere kerels in de zaal hebt. Bij het concert van Wolfmother is men in de zaal beginnen te vechten. Het ging zo snel dat de meeste mensen het niet eens gemerkt zullen hebben. Achteraf hebben we op de beelden gezien hoe gewelddadig het er toeging. Dan ben je blij dat je veiligheidsmensen die gasten meteen buiten hebben gezet. Gelukkig blijven dat uitzonderingen. Averij beperkt zich meestal tot kneuzingen, veroorzaakt door iets te gretig met hun ellebogen zwaaiende concertgangers, en tot flauwgevallen fans. Op elk metalconcert is er ook telkens minstens één iemand die het begin van de show niet haalt. Maar echte overlast kan je dat niet noemen.

Kortom, je zou na al die jaren nergens anders willen werken?
De Vuyst: Ik beschouw de AB nog altijd als een haven waar een band om de zoveel tijd eens aanmeert om zijn ruim te legen en het, voor het wegvaren, weer opvult. De jaren zijn voorbij gevlogen. Ik heb ooit één andere job gedaan. Bij Shell in Vilvoorde stond ik aan de band gasflessen dicht te schroeven. Ik kan alleen maar blij zijn dat ik uiteindelijk van mijn hobby mijn beroep heb kunnen maken. Ik heb nooit goesting gehad in iets anders. Moest ik in het Antwerpse geboren zijn, dan was ik waarschijnlijk in de Trix gaan werken. In Gent zou het de Vooruit geweest zijn. Maar het is Brussel geweest en dus de AB geworden.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?