© Danny Willems

Arno is zeventig geworden, maar met een nieuwe plaat onder de arm en een tournee in het verschiet houdt hij zijn pensioen op afstand. “Als ik niks doe, ben ik dood.”

“L’envie c’est une santeboutique,” zingt Arno op zijn dertiende soloalbum, Santeboutique. “Bordélique, exclusive, excentrique.” Goesting is een santenboetiek, een woord dat ze aan de kust gebruikten voor ‘boeltje’, ‘rotzooi’. Goesting veroorzaakt chaos in je hoofd, ook in dat van Arno. “Mensen willen alles, maar je kan niet alles krijgen,” zegt hij. “Ook al pretendeert het internet dat dat wel kan. Niets is nog exclusief.”

Je kan die eerste zin ook makkelijk lezen als “la vie c’est une santeboutique.” Arno is boos. Er zijn veel dingen die verkeerd lopen, zowel ter linker- als ter rechterzijde, zegt hij. Hij is bang voor de toekomst, en ziet parallellen met de grote oorlogen van begin vorige eeuw, maar de klimaatjongeren brengen ook wel wat licht. “Het conservatisme heeft een erectie zo hoog als de Eiffeltoren. Ook de muziek is zo conformistisch. Er is geen anarchie meer.”

“Hier j’étais un beau jeune gauchiste, aujourd’hui je suis un vieux, un vieux pessimiste,” zingt hij over zichzelf in de vuilnisbakkenblues van ‘Naturel’, een nummer dat hij inleidt met het gehuil van een gewonde wolf. Dat hij “con” is, maar “content”, klinkt het, “je suis un ancien spermatozoïde qui est devenu un optimiste, un optimiste avec des soucis.” Het schuurt allemaal wat harder dan op zijn vorige soloplaten, zijn eigengereide mix van blues, chanson, funk en elektronica gaf hij twee jaar terug een nieuwe shot energie met Tjens Matic.

Het is die typisch surrealistische poëzie die zo arnoiaans is geworden, een clash van kronkels in zijn hoofd en observaties over die mank lopende wereld. “Zonder mensen kan ik geen nummers maken. Ik zuig mijn inspiratie uit mensen, niet uit een goudvis in een bokaal. Alles wat er gebeurt in de wereld komt door de mensen. Zonder de mensen is er geen Hitler, geen Donald Trump. We krijgen wie we verdienen.”

Of hij niet eens in het Nederlands wil zingen, vraag ik hem over het liedje ‘Oostende bonsoir’. “Nee, vint. Rondom mij werd er altijd Frans gesproken en gezongen. Mijn grootmoeder was een Française. Zij zong ook. Ze trad op in cabarets en cinema’s. In Oostende werd veel Frans gesproken. Die stad was de grote zus van Brussel, straatnaambordjes waren er in twee talen.”

‘Oostende bonsoir’ schreef hij samen met een Franse vriendin na een avondje stappen in Oostende. “We wandelden op de zeedijk, ik vertelde over James Ensor en Léon Spilliaert, die daar gewoond en gewerkt hebben. Als de zon in de zee zakt, zie je in één uur vier schilderijen van Spilliaert. Ik ben zot van Oostende in de winter. Dan zijn er geen toeristen. Als ik er ’s ochtends over het strand loop, heb ik de geur van zeezout, mosselen en crevetten in mijn neus. Ik ben daar verslaafd aan.”

Oostende bezorgt hem gevoelens van melancholie en nostalgie, vertelt hij. “Die stad heeft altijd hard geleefd, zoals ik. Karl Marx heeft er aan zijn manifest gewerkt, Victor Hugo en Proust kwamen er geregeld. Hugo Claus heeft er in café La Chèvre Folle zijn eerste roman geschreven. Jean Cocteau en Juliette Gréco kwamen er ook. Tijdens hun vlucht voor de nazi’s bleven joodse intellectuelen er hangen. Engelsen kwamen met de boot om er te feesten, er waren gay quarters en maisons closes. Je kon er 24 uur lang eten en drinken.”

Oostende was een stad met een hoek af, net als Brussel. “Oostende was ooit een soort vrijstaat, met een eigen vlag. Als je niet van Oostende bent, ben je aangespoeld, zeggen Oostendenaren. Ze beschouwen zich niet als West-Vlamingen, maar als Oostendenaren.” (Lacht) Als jonge gast ging hij er naar concerten van Tim Hardin en Bert Jansch, en hij ontdekte er Bob Dylan. “Ik liep er door de Langestraat met een Engelse vriendin, en ik hoorde muziek uit een café komen. Ik ging naar binnen om te vragen welk liedje dat was. Het was ‘Like a rolling stone’ van Bob Dylan. Mijn geest ging open.”

Arno kijkt niet graag terug, want “ik leef vandaag, niet morgen. En gisteren is dood.” Maar vandaag is hij zeventig en kijkt hij steeds vaker terug. Al dan niet gewild, of onder invloed van Lady Alcohol, zoals hij zingt in het gelijknamige nummer. In ‘Court-circuit dans mon esprit’ verwoordt hij het zo: “Hier, j’ai bu comme un chien sans dents, aujourd’hui, ma tête danse le French cancan.” Zijn hoofd is een santenboetiek, geplaagd door geesten uit het verleden, zoals hij in ‘Flashback blues’ zingt: “I’m in trouble, with a flashback blues.”

Arno Oostende Bonsoir
© Danny Willems

Zijn dromen worden ook steeds gekker. ‘Les saucisses de Maurice’ is daar een residu van. “De vrouw van een macrobiotische kok wordt verliefd op een charcutier, en die heet Maurice. Hij is gespecialiseerd in saucissen. Ik wilde er een kortfilm van maken, maar het is een liedje geworden.” Zelf is hij geen vegetariër. “Maar ik heb wel een tijdje macrobiotisch geleefd. Voor ik opgeroepen werd om mijn legerdienst te doen. Ze hadden me gezegd dat ik macrobiotisch moest eten, en dan helemaal op het einde een sinaasappel, omdat je dan begint te flippen, en dan zouden ze me afkeuren. Ik moest me aanmelden in het Klein Kasteeltje. Toen de rij rekruten naar links afdraaide, ging ik rechtdoor. Na een paar uur hadden ze door dat er te veel kosten aan mij waren, ik moest niet meer terugkomen.” (Lacht)

Is de Maurice uit zijn droom zijn vader, Maurice Hintjens? “Nee, dat is toeval. Mijn vader was ingenieur bij de Compagnie des Wagons-Lits. Hij heeft de Orient Express nog gerestaureerd. Maar tijdens de oorlog is hij naar Engeland getrokken, en daar heeft hij met Spitfires gevlogen.” Zijn vader is vijf jaar geleden overleden, hij werd net geen negentig. “Ik mis hem, heel erg. Ik had meer tijd met hem moeten doorbrengen, denk ik nu. Dat gevoel krijg ik ook door mijn twee zonen.”

Had hij een goeie relatie met zijn vader? “Zeker. Hij was heel erg bezorgd over mij. Toen ik veertig was, belde hij me op om te vragen wanneer ik nu eens eindelijk een echte job zou doen. Ik zei: ‘Pa, ’t is te laat.’ (Lacht) Het schijnt dat hij fier was, maar hij zei dat nooit. Soms kwam hij naar een optreden kijken, en dan vroeg hij achteraf wanneer ik nog eens naar huis kwam.”

Welke raad zou Arno de zeventiger meegeven aan zijn jonge zelf die zich vijftig jaar geleden als pas afgestudeerde kok overgaf aan de muziek? “Free your mind and your ass will follow. (Lacht) Ik zou mezelf geen raad geven, en alles opnieuw doen.”

Aan zijn eigen zonen geeft hij ook geen raad, zij geven wel raad aan hem. “Door hen ben ik dertien jaar geleden gestopt met roken. Ik rookte enkel niet als ik sliep. En ze zeggen ook dat ik geen Cola Zero mag drinken, ze weten wat voor brol daar allemaal in zit.”

Hoe speelt hij het eigenlijk klaar om vandaag nog altijd zulke energieke optredens te geven? Gaat hij boksen, zoals Bob Dylan? “Nee, vint. Ik heb als jonge gast wel karate gedaan en competitie gezwommen. En gevoetbald. Ze kwamen zelfs kijken van Brussel naar mij. Maar op weg naar het stadion stak er een bij in mijn mond. En tijdens de rust rookte ik een joint. Ik droeg lang haar en van die extra, extra, extra large shorts. Dat was het einde van mijn voetbalcarrière. Een geluk, want anders was ik nu cafébaas.”

Maar die Never Ending Tour zoals Bob Dylan die al dertig jaar onderneemt, die ziet hij wel zitten. “Ja, jong. Ik moet blijven optreden, anders ben ik dood. Ik ben verslaafd aan die adrenaline.”

Santeboutique is nu uit. Concerten op 23, 24 en 25 januari in de Ancienne Belgique

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?