reportage

Corona wurgt de clubscene: noodkreet van op de dansvloer

In betere tijden kreeg de Fuse maandelijks 8.000 danslustigen over de vloer, maar de voorbije maanden bleef de iconische technoclub gehuld in een oorverdovende stilte. © Saskia Vanderstichele

Het culturele leven ging maandag opnieuw op slot, maar de clubscene zit al meer dan zeven maanden in een dwangbuis. Dj's zien zwarte sneeuw, organisatoren zoeken creatieve oplossingen, maar de enige beat die voorlopig door de boxen knalt, is een noodkreet. “Veel mensen uit de sector zitten mentaal aan de grond.”

Brusselse dj’s en collectieven zijn elke avond op BRUZZ radio te horen. Tijdens de week draaien ze ’s middag plaatjes in de radioshow #ikluisterbelgisch

Last night a DJ saved my life,” zong Indeep in 1982. Een reddingsboei voor een gebroken hart in de vorm van de perfecte floorfiller – dj's groeiden de voorbije 45 jaar niet zomaar uit tot goden. Meer nog, ze zorgden ervoor dat we onze booty konden shaken in onze zoektocht naar de roes, de ontsnapping, met de dansvloer als wonderland waar je op de tonen van pompende muziek deel kon worden van een groter geheel, ver weg van de waan van de dag. Vandaag is het omgekeerd en moet de reddende engelen een reddingsboei worden toegeworpen, anders dreigen ze samen met een leger ravende nachtraven en bedreven clubuitbaters kopje-onder te gaan. Nu het nachtleven al zeven maanden in een kunstmatige coma wordt gehouden door corona, blijven de dansvloeren immers akelig leeg, weerklinkt in de clubs slechts een oorverdovende stilte en houden de draaitafelwizards hun killertracks noodgedwongen op zak. De vraag is wanneer dat nachtleven uit die coma zal raken in de meest besmette hoofdstad van Europa, en of het er ongeschonden uit zal ontwaken.

“Brussel is een ghost town geworden, en dat is fucking scary,” zegt Philippe Coicou, de Brusselse nachtuil die al 25 jaar het zwarte goud dealt als DJ Kwak. Precorona organiseerde hij elke maand de funky Strictly Niceness-feestjes, daarbuiten kroop hij nog één of twee keer per week achter de draaitafel. “Alles ligt in puin, en voor hoelang nog? Ik ben zeer bezorgd. Maar dan vooral voor mijn kinderen. Al bewaar ik ook nog hoop.”

Coicou probeert net als zijn collega's intussen de eindjes aan elkaar te knopen. De hinderpremie van 4.000 euro bracht in april even soelaas, ondertussen moet hij rondkomen met wat gespaarde centen en het overbruggingskrediet van 1.290 euro. Er zijn intussen tal van steunmaatregelen, van tijdelijke werkloosheid over cultuurkrediet tot overbruggingsrecht en uitstel van terugbetaling. Kunstenaars in Brussel kunnen daarbovenop Vlaamse en Brusselse premies krijgen. Maar dat is een administratieve rompslomp waar je je door moet worstelen, en zo is Coicou al veel misgelopen. De radioshows die hij verzorgt bij BRUZZ en Kiosk Radio, doet hij tegen een vrijwilligersvergoeding. Voor wat extra cash verkocht hij deze zomer een deel van zijn persoonlijke platencollectie aan de Brusselse vinylshops Arlequin en Crevette Records.

1728 DJ KWAK2 gedupeerden van het nachtleven
© Saskia Vanderstichele
| Philippe Coicou alias DJ Kwak: “Voor de mentale gezondheid van de stad heb je een uitgaansleven nodig.”

“Dan heb ik weer meer plaats voor nieuwe stuff,” grijnst hij met een spat cynisme. “Maar niemand heeft geld om die dingen te kopen, dus veel levert het niet op.” Ook voor Crevette heeft dat gevolgen, want de winkel haalt doorgaans een groot deel van zijn inkomsten in dj's die nieuw materiaal komen inslaan.

Corona is een gamechanger, beseft Coicou, maar verslagen is hij niet. “Ik ben lang niet de enige die het moeilijk heeft, hè. Ik ga op persoonlijk vlak door zwaar weer, maar ik wil mij heroriënteren. Ik ben best handig, ik heb al een paar huizen opgeknapt. Binnenkort wil ik parketvloeren gaan leggen. Ik wil nieuwe dingen doen, me aan andere bronnen laven. Als het weer kan, wil ik opnieuw draaien, maar ik wil niet meer afhankelijk zijn van het nachtleven.”

De verhalen over dj's die een uitweg zoeken, druppelen langs overal binnen. De ene laat tegen betaling honden uit, de andere schoolt zich om tot dakwerker. “Soms moet je jezelf heruitvinden,” zegt Jane Haesen, die als Lady Jane al jaren Catclub-party's organiseert op unieke locaties. “Dat doe ik al mijn hele leven. Deze crisis is zeer triest, maar ik ben niet bang om het over een andere boeg te gooien.” Deze zomer zette ze samen met het Play Label de Albert Summer Rooftop-feestjes op poten aan de Koninklijke Bibliotheek. “Je voelde dat mensen snakten naar luide muziek, maar ze mochten niet dansen. Dat voelde compleet tegennatuurlijk.” Haesen broedt op plannen voor een wintereditie, met een speciale inrichting en een kleine discotheek, maar daarvoor is het wachten op versoepelingen van de maatregelen. “Al zal het echte clubgevoel sowieso niet haalbaar zijn zolang het virus onder ons is.”

Haesen baat in Elsene de bar voor natuurlijke wijnen en cocktails Jane's uit, maar die is intussen ook gesloten. Ze maakte gebruik van de hinderpremie, maar dat volstond amper voor een maand huur. “Ik leef al zeven maanden op mijn reserves, maar die zijn bijna op. Gelukkig kan ik een beroep doen op het overbruggingskrediet, en bezit ik een paar appartementen die huur opbrengen. Omdat ik al langer meedraai en meer reserves heb, kan ik nog even verder. Voor jonge mensen is de dobber veel zwaarder.”

Een van hen is Damien Dardenne. Onder zijn aliassen Dardenne en Session 4000 zet de 28-jarige Brusselaar dansvloeren in lichterlaaie en releaset hij eigen muziek. Verder is hij huis-dj bij de Brusselse club C12 en bij BRUZZ zit hij in de avondprogrammering, maar ook hij zoekt noodgedwongen een andere toekomst. “Ik werkte deeltijds als opvoeder in Etterbeek in een begeleidingscentrum voor mensen met een beperking, maar daar ben ik een maand geleden mee opgehouden. Door corona is er minder werk, omdat de mensen vaker thuisblijven, maar ik wilde er ook zelf mee stoppen omdat ik tijd voor mezelf nodig had.” Voorlopig leeft hij nog van zijn opzegtermijn, maar dat houdt hij niet lang meer vol. “Op steunmaatregelen hoef ik niet te rekenen, enkele van mijn collega's hebben dat ook vergeefs geprobeerd. Binnenkort ga ik een nieuwe opleiding volgen in avondschool.”

1728 DJ DARDENNE gedupeerden van het nachtleven
© Saskia Vanderstichele
| Damien Dardenne alias Dardenne alias Session 4000 zoekt een sprankel hoop: “Ik ben het leven anders gaan zien.”

“Draaien is voor mij niet gewoon feesten, het is een kunstvorm. Maar sinds deze crisis zie ik het leven anders, ik wil meer uit mijn avonden halen en andere dingen doen.” Een bezoek aan de psycholoog en sporten houden hem voorlopig overeind. “Mensen doen dansen, was mijn therapie. Ik besef dat de uitgaanswereld gevaarlijk kan zijn, maar vandaag voel ik me totaal verloren. Ik probeer zelf niet te diep te zinken in mijn gedachten, want dat hou ik niet vol.”

Een technotempel als museum

Dj's zitten in zak en as, maar hoe zit het met uitbaters van clubs? Deze zomer gooide Fformatt, de ondergrondse nachtclub in de parkeergarage van het voormalige Actirisgebouw aan de Beurs, al de handdoek. “Fformatt was een tijdelijk project, het had geen zin om de boel nog kunstmatig in leven te houden,” verduidelijkt medeoprichter Wilfried Redant, die ook de man is achter de Los Ninos- en Vicuna-­party's. “In mei moesten we sowieso sluiten, we zouden enkel Entrakt, dat het pand uitbaatte, rijker maken.” Redant diende een aanvraag in om korting te krijgen op de huur, maar het voorstel leek hem niet haalbaar.

Zich in de toekomst opnieuw in het nachtleven storten, ziet Redant niet gebeuren. “Never again. Het is te risicovol. Er is een drugsprobleem of iemand wordt onwel, en je moet de boel sluiten. Om over de financiële kant nog maar te zwijgen. Dit is een sector die moeilijk kan omgaan met pandemieën. Ga ik de volgende corona afwachten? Nee.” Deze crisis is uiteraard ongezien, maar er ontbreekt visie, vindt Redant, zowel op korte als op lange termijn. “Ik kan verder, omdat ik nog andere zaken run, maar ik beklaag eigenaars van clubs die hun hebben en houden in een pand gestoken hebben.” Redant vreest ook voor een money drain in de sector. Wie zal er nog willen investeren in zo'n fragiele business? “Brussel heeft nochtans een imago hoog te houden, we hebben een geweldige cafécultuur, fantastische chefs, excellente clubs. Dat riskeren we nu te fnuiken.” Een tweede pandemie overleeft niemand op deze manier, zegt hij. De overheid moet een duidelijker standpunt innemen.

Een voorbeeld van hoe het wel kan, is Berlijn. De iconische technotempel Berghain is sinds begin september onder de noemer Studio Berlin omgevormd tot museum, er is onder meer werk van de fotograaf Wolfgang Tillmans te zien. “Sommige clubs hebben er tot 80.000 euro gekregen om te overleven. Dat is een stad die gelooft in het belang van het nachtleven. Van een club een museum maken, is maar één oplossing. Elke zaak kan getransformeerd worden. De vraag is alleen, wie gaat dat betalen? En hebben de uitbaters daar de moed en de kracht voor? Ik denk dat er veel mensen in de sector mentaal aan de grond zitten.”

Mentaal aan de grond zitten ze niet bij de Fuse, maar pompen is het ook voor de bekendste technoclub van het land. Voor corona kreeg de Fuse maandelijks 8.000 clubbers over de vloer, daarbuiten organiseert het elke zomer onder het viaduct in Anderlecht het XRDS-festival. “De toestand is deprimerend, maar we proberen creatief te zijn,” klinkt het enigszins hoopvol bij Dylan Guaetta, communicatieverantwoordelijke bij de club die vorig jaar nog met veel luister haar 25e verjaardag vierde. “De pandemie is er nu eenmaal, daar moeten we mee omgaan. Je kan terneergeslagen zijn, maar je kan ook proberen inventief te zijn met de middelen die je hebt.”

De hinderpremie en tijdelijke technische werkloosheid zorgden voor een kleine pleister. Vouchers voor toekomstige party's hielden de nering gaande, net als oude en nieuwe merchandise. Tijdens de zomermaanden vond de Fuse zichzelf succesvol heruit met zijn Plein Air op de site van Thurn & Taxis, met dj-sets en liveconcerten voor 400 mensen. “Dat was net genoeg om de zomer te overleven,” zegt Guaetta. “De Fuse bestaat al lang en dat is een voordeel: er is een buffer aangelegd. Al verdwijnt ook die zienderogen.” Een langetermijnvisie vindt Guaetta nog niet aan de orde. “We zitten nog in een vroege fase van de crisis, het kan nog alle kanten uit gaan. Onze prioriteit is nu de korte termijn: ons erdoor jagen. Zoals met die tijdelijke concepten. Als de maatregelen het toelaten, willen we een winterversie van onze zomerbar opzetten. Niet in de Fuse, want dat is vandaag geen werkbare locatie.”

Van C12 naar C19

Ook bij C12, de house- en technoclub die sinds begin 2018 vanuit de catacomben van het Centraal Station een nieuwe wind door het Brusselse nachtleven doet waaien, proberen ze het hoofd boven water te houden. “Depressief in de touwen hangen, helpt de zaken niet vooruit,” zegt Mathieu Serra, die de boel runt samen met Tom Brus, Kevin Huerta en Kevin Conroy, en die samen met Brus ook de creatieve tandem vormt van partyorganisator op atypische locaties Deep In House. “Financieel staan we er niet goed voor. De hinderpremie zijn we misgelopen omdat we met een belastingregeling bezig waren. Niet dat we er ver mee zouden komen, de maandelijkse kosten zijn een pak hoger dan dat bedrag. Zelf leven we nu van het overbruggingskrediet, een peulenschil, als je daar nog eens sociale lasten van aftrekt. En daarmee redden we C12 niet.” De club zette workshops voor dj's op poten en wilde een zomerevent organiseren op het aanpalende Spanjeplein, maar ving bot bij de stad. Dan zette ze maar een crowdfunding op, die leverde 50.000 euro op. “Daarmee konden we verder tot augustus. We hebben ook veel steun gekregen van onze naasten, zelfs mijn ouders hebben hun spaarcenten aangesproken.”

1728 Fuse2 gedupeerden van het nachtleven
© Saskia Vanderstichele
| De nachtmerrie van het Brusselse nachtleven.

C12 hoopte om na de zomer te kunnen heropenen, maar toen duidelijk werd dat dat niet zou lukken, werkten Serra en co een plan uit om C12 om te vormen tot bar met als naam C19. “Als knipoog naar Covid-19. Daar zijn we twee maanden mee bezig geweest, we hebben geïnvesteerd in een luchtverversingssysteem dat je doet voelen alsof je in de openlucht zit en in de akoestiek van de ruimte, we hebben nieuwe zitjes aangeschaft, extra stewards voorzien, videoprojecties voorzien. Maar net toen we wilden openen, gingen de cafés dicht. Zodra die weer openen, pikken we die draad weer op. Het is de enige manier om te overleven.”

WO II

Terwijl de rest van de cultuursector zich de voorbije maanden met veel bravoure en kunde in het coronakorset wurmde, met dank ook aan het harde lobbywerk van de Crisiscel Cultuur, restten er voor de clubs weinig opties. De clubscene, nog altijd een buitenbeentje in de culturele sector, bleef evenwel niet bij de pakken zitten: clubs als C12, Jeux d'Hiver, Fuse, Mirano en La Cabane verenigden zich in de Brussels By Night Federation. “Volgens sommigen worden we doelbewust in de steek gelaten omdat politici ons zouden zien als drugsdealers of lawaaimakers, maar dat weiger ik te geloven,” zegt Serra. “Ik denk eerder dat ze te weinig voeling hebben met onze wereld, ze hebben er geen idee van hoe ze deze crisis in goede banen moeten leiden. Ze hebben een lijstje met prioriteiten, en wij horen daar niet bij.”

Serra verbaast zich daarover, want de economische en sociale waarde van het nachtleven is aanzienlijk. “We zouden als hoofdstad van Europa een voorbeeldfunctie kunnen hebben, maar we bieden het tegendeel. Wij kunnen alles perfect coronaproof maken, met duidelijke protocollen, genoeg ruimte voor iedereen, sanitaire voorzieningen en temperatuurmetingen, zoals deze zomer op het Primavera-festival gebeurde in Barcelona. De Fuse heeft met Plein Air getoond hoe onze sector omgaat met veiligheid. Als je dat vergelijkt met hoe het eraan toegaat in winkels of het openbaar vervoer... Maar wij worden drooggelegd, zonder één studie of statistiek die aantoont dat wij het probleem zijn.”

Wat er ook gebeurt, mensen zullen blijven feesten, zegt Serra. “Sinds de Tweede Wereldoorlog is er nooit zo'n lange periode geweest waarin mensen niet konden feesten. Terwijl dat essentieel is voor een maatschappij. Kijk naar de illegale feestjes die blijven opduiken, die hou je niet tegen. En die zijn bovendien veel gevaarlijker, want ze gebeuren ongecontroleerd.”
Net als Wilfried Redant van Fformatt vindt Serra dat het op dit moment vooral aan daadkracht ontbreekt. “Ofwel laat je ons werken volgens duidelijke regels, ofwel sluit je alles, maar steun je ons. Dat moet toch haalbaar zijn? Er zijn geen miljard clubs in België.”

Een nieuwe ethiek

Zullen we ooit nog dansen als voorheen? Dj Dardenne is voorzichtig: “Ik zag net een docu over Wuhan en hun superstrenge aanpak. Dat heeft me doen beseffen dat er geen clubleven meer zal zijn zolang het virus onder ons is. Voor 2022 zie ik ons niet terugkeren naar het oude normaal.” Ook Mathieu Serra ziet 2021 als overgangsjaar. “We zullen creatief moeten zijn en met bubbels werken. Maar elke crisis brengt ook iets goeds mee. Ik denk dat het nachtleven naar een nieuwe ethiek zal evolueren. Respectvoller, gezonder, en met een grotere gelijkheid.”

Laat de toekomstige dansvloer vooral geen streamingplatform zijn, want hoe fijn het ook was om Fatboy Slim samen met zijn tienjarige dochter achter een computerscherm uit de bol te zien gaan, een echte clubsfeer creëer je er niet mee. “Mensen samenbrengen en een goed gevoel geven, over genres, leeftijden en geaardheden heen, dat is waarvoor we het doen,” zegt DJ Kwak. “Voor de mentale gezondheid van de stad heb je een uitgaansleven nodig.”

“There's not a problem that I can't fix / 'Cause I can do it in the mix,” klonk het bij Indeep. Dat zal nog moeten blijken, maar laten we het hopen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?