interview

De radiohost in Jan Paternoster: 'Dit is geen carrièrewending'

© Saskia Vanderstichele

Na een jaar van (semi)lockdowns, kersvers vaderschap en herbronning als kunstschilder herrijst rockmuzikant Jan Paternoster als radiopresentator. En dat op Pasen! “Als ik je twee uur lang het gevoel kan geven dat je met je copains naar muziek zit te luisteren, is het voor mij geslaagd.”

“Dat zet wel een sfeerke, hé?” Jan Paternoster leunt achterover in de studio van zijn confrater Dries Van Dijck in Dilbeek, waar beide heren in een ritme van drie dagen per week de basis leggen voor de zesde boreling van hun beest met twee ruggen genaamd Black Box Revelation. De song die over me heen spoelt nadat Paternoster de volumeknop heeft opengedraaid, is geen embryonaal werk van zijn band, maar 'Hate it when you leave' van Keith Richards. Met die in blauwe sigarettenrook gehulde lap soulblues van zijn geestelijke grootvader wil Paternoster zondag zijn twaalf weken durende residentie als selector bij Studio Brussel aansnijden. Het is hem om dat sfeertje te doen, niet uit adoratie voor de 77-jarige Rolling Stone. “Het is wel graaf dat hij nog altijd zo goed gitaar speelt. Op Instagram post hij soms foto's met dezelfde gitaar waarop hij in 1963 al muziek maakte.”

Paternoster is net 32 geworden. Vijftien jaar geleden rockten hij en Van Dijck zich de puberpuisten uit het lijf voor een gouden plak in de finale van Humo's Rock Rally. Het werd zilver, goud was voor The Hickey Underworld. Die laatste is intussen dood en begraven, maar Black Box Revelation is springlevend. “Het is een blijver,” glimlacht de frontman. Het voorbije jaar speelde hij met het idee om een soloplaat te maken, maar toen begon het toch weer te kriebelen om samen met Van Dijck drums en gitaren bij elkaar te ranselen en ebde de nood aan een soloslim weg. “Het toffe is wel dat de demo's die ik eraan overhield alle regels overboord gooien. Thuis heb ik geen drums, ik heb veel met beats geëxperimenteerd.” Op zijn vorige plaat, Tattooed smiles, brak Black Box Revelation al voorzichtig uit zijn eigen harnas, live maakte Jasper Morel van de groep “een duo met drie”. “Het bandgegeven hebben we nu volledig losgelaten. Vroeger speelden we alles live in in de studio, we gingen altijd op zoek naar de perfecte take. Dat is geen noodzaak meer.”

Hoe ze dat naar een podium vertalen, zien ze dan wel weer, zegt hij. “Net nu mensen meer dan ooit zullen hunkeren naar een echte livesound, hechten wij daar geen belang meer aan. (Lacht) Nee, een goeie liveband is altijd een meerwaarde, kijk naar een rapper als Kendrick Lamar. Ook al stopt hij zijn muzikanten in de coulissen.”

Theme Time Radio Hour
De voorbije jaren ontpopte Paternoster zich tot verboden vrucht in de hoofdstedelijke rapscene. Bij Roméo Elvis, Black Box Revelation-­fan van het eerste uur, dropte hij enkele gitaarpartijen op diens ep Morale 2. De rapper uit Linkebeek dook op zijn beurt op op Tattooed smiles. En dan is er Paternosters bloedbroederschap met Zwangere Guy. Op diens mixtape Zwangerschapsverlof vol. 3 verfraaide hij 'BXL finest' met enkele bluesy licks, vorig jaar schoot hij de grootstedelijke hiphopblues 'Kenny' van de Brusselse rapkeizer met een bijna achteloos naar Funkadelic knipogende gitaarsolo de stratosfeer in.

“Je voelt wel dat je uit een andere wereld komt. In de hiphop leveren beatmakers muziek aan, de focus ligt op de vocal. Het grave is om als rockmuzikant die visie open te breken. Omgekeerd is het geestig om te zien hoe zij werken. Een onbenullig riffje kan plots een belangrijke plek krijgen. Paul McCartney dacht dat ze niets hadden opgenomen toen Kanye West hem vroeg om wat gitaar te spelen met hem en Rihanna, en ineens was er 'Fourfiveseconds', zijn meest gestreamde nummer.”

Dat voorbeeld is een beetje symbolisch voor hoe rockmuziek haar dominantie kwijt is. “De energie van rockconcerten is overgenomen door de rap,” knikt Paternoster. Hij ligt er niet wakker van. “Sowieso is het oor van de luisteraar veranderd, door nieuwe technologieën en eindeloze mogelijkheden. Ik denk niet dat we nog ooit een tijd als die van Led Zeppelin of The Stones zullen meemaken. Of zelfs Rage Against the Machine, terwijl die een grote invloed hadden op de hiphopscene. Nu is het omgekeerd.” Vandaag wordt er niet meer om genres gegeven, dus de discussie of rock nu dood is of niet, heeft eigenlijk geen belang, verduidelijkt hij. “Je hebt een abonnement waarmee je elke maand toegang hebt tot alle genres op alle platen die je maar wilt. Je moet je spaargeld niet meer bij elkaar zoeken en kiezen welk album je wilt kopen – als je zelfs nog in albums denkt. Misschien zijn ze een stuk diepgang kwijt die de artiest met zijn plaat wilde meegeven, maar mensen luisteren gewoon naar liedjes.”

1747 Jan Paternoster 2
© Saskia Vanderstichele
| Jan Paternoster in de studio van zijn confrater Dries Van Dijck: “Vroeger speelden we tot we de perfecte take hadden, dat is nu geen noodzaak meer.”

Paternoster surft mee op die golf. Sinds enige tijd stelt hij elke maand een gesmaakte playlist samen op Spotify. Zijn residentie bij Studio Brussel, waar hij op zondagavond tot aan de zomer de fakkel overneemt van Charlotte Adigéry, is daar in wezen een voortzetting van. De samenstelling gebeurt heel intuïtief. Nee, hij is ter voorbereiding niet in het Theme Time Radio Hour-archief van Bob Dylan gedoken. Dat Iggy Pop een show op BBC Radio 6 cureert, wist hij zelfs niet. “Ik ben gisteren wel gaan oefenen,” zegt hij met lichte pretoogjes. “Ik ben nu nog niet zenuwachtig, maar dat zal wel komen. Het is live, hé. En ik moet alles zelf doen, daar komt meer bij kijken dan ik dacht. Gelukkig heb ik als muzikant wel wat ervaring met knopjes.” Zijn wederhelft, StuBru-gezicht Eva De Roo, kan hem uiteraard bijstaan met tips en tricks. Het is dankzij haar dat hij erin is gerold, nadat ze zijn naam had laten vallen als mogelijke nieuwe selector. “Maar ze heeft niemand het mes op de keel gezet,” verzekert hij. “Ik zie dit sowieso ook als iets tijdelijks, het is geen carrièrewending. Ik hou gewoon elke week een feestje op de radio.”

Changement de décor
Dat Keef the Human Riff zijn radioshow mag openen, zegt niets over de muzieksoorten die Paternoster de ether in stuurt. “Alles kan, elk genre, oud, nieuw, maakt niet uit. De enige beperking is: geen praatbarak. Ik moet de muziek laten spreken.” 'Hate it when you leave' vindt hij zo mooi omdat het zoveel emotie in zich draagt. Warmte, maar ook weemoed. “Mensen die alleen zijn, zullen er zich in herkennen. Dat is het toffe aan radio. Je zet hem aan en je bent niet meer alleen. Ik wil dat je je emoties de vrije loop laat bij alle muziek die ik ga draaien. Tegelijk zou het leuk zijn als ik er wat humor in kan stoppen. Dat je, zeker nu, het gevoel hebt dat je twee uur samen met je copains naar muziek zit te luisteren. Als ik dat kan teweegbrengen, is het voor mij geslaagd.”

Paternoster herrijst dan wel zelf als radiohost, de grote wederopstanding waar we begin dit jaar allemaal op hadden gehoopt, is voor na de paaspauze. “Eerlijk? Ik ben het totaal beu,” schokschoudert hij. “We zijn een jaar verder en er wordt nog altijd getwijfeld over maatregelen en gesukkeld met communicatie. Met de mentale gevolgen van deze crisis wordt te weinig rekening gehouden. Wat het met ons doet als we altijd maar negatieve cijfers in ons gezicht gegooid krijgen. Er sterven te veel mensen aan het virus, zeker, maar hoeveel maken er zelf een eind aan omdat ze het niet meer zien zitten?”

Paternoster prijst zich gelukkig. Hij is goed omringd, hij is getrouwd en werd vorig jaar voor het eerst vader. “Dat geeft thuis megaveel beweging, elke dag is er wel een ander avontuur. En toch, zelfs dan voel ik dat iedere dag op de vorige lijkt. De tijd wordt plots eindeloos. Ik ben blij dat ik nu geen kind ben of een student.” Die jonge generatie zal nog groter onheil moeten afwenden, zegt hij. “De klimaatcrisis komt sowieso op ons af, maar we blijven die negeren. Bij het tanken daarstraks dacht ik: hoe absurd is het dat wij nog altijd op fossiele brandstoffen rondrijden? Dat besef ik des te harder als jonge vader, je wilt dat de wereld er voor je nageslacht ook goed uitziet. De laatste honderd jaar hebben ze ons daar zwaar mee gefokt, er werd nooit nagedacht over toekomstige generaties.”

Paternoster weigert cynisch te worden, ook al zijn er veel redenen toe. Hij haalt bitcoins aan, virtuele munten. Om ze te minen, te ontginnen, moeten computers codes kraken en door de groeiende vraag is daar almaar meer stroom voor nodig, energie die vaak nog door fossiele brandstoffen wordt gegenereerd. “Bitcoins zorgen nu al op jaarbasis voor evenveel uitstoot als Nederland. En dan zie je dat Elon Musk miljarden bitcoins opkoopt, waardoor hij zijn Tesla-project eigenlijk tenietdoet. Dus, ja... (Denkt na) Iedereen bewustmaken, zal niet genoeg zijn. Er zijn drastische maatregelen nodig. Ook nu we de pauzeknop indrukken, zie je dat we daar weinig lessen uit trekken.”

“We zitten in een changement de décor,” orakelde Arno een paar maanden geleden in dit blad over de gesel van de pandemie. “Ik denk nog altijd dat vanaf het moment dat iedereen gevaccineerd is en alles weer opengaat, de roaring twenties begonnen zijn,” grijnst Paternoster. “In mijn hoofd heb ik een beeld dat het elke dag carnaval zal zijn. Jaren aan een stuk. Alsof we wereldkampioen zijn. Elke dag. En ondertussen worden we nog echt wereldkampioen, hé. (Lacht) Dan gaan er pas doden vallen.”

De spontaniteit van het sociale leven heeft Paternoster het voorbije jaar het meest gemist. “Iemand tegenkomen waar je niet mee afgesproken hebt, of iets gepland hebben en in een totaal ander plaatje terechtkomen.” In een van zijn geliefde cafés, bijvoorbeeld. De afgelopen maanden was Paternoster het gezicht van ZUUR, om er mee voor te zorgen dat de Brusselse cafécultuur niet ten onder gaat. “Cafés zijn ons dagelijks brood en spelen. De plek waar je stoom kan aflaten. Als je hoofd vol vragen zit, kan je daar op café met iemand over filosoferen. Of net niet, maar door het over iets anders te hebben, krijg je weer nieuwe inzichten. Je kan even het constante malen loslaten. Niet per se op de gezondste manier misschien, maar mentaal is het wel heilzaam.”

In zekere zin moet het een zegen geweest zijn om net nu vader te worden. “Zeker. Qua concerten en feestjes hebben we niets moeten missen. Maar met zo'n pasgeborene besef je nog meer dat een mens een sociaal dier is. Dat merkten we toen we Lucca naar de crèche brachten. Normaal doe je bij een geboorte de ronde van de familie, maar nu had hij nog bijna geen andere mensen gezien.”

In balans
De extra tijd die de lockdowns met zich meebrachten, vulde Paternoster niet alleen met vaderschap, maar ook met een nieuwe liefde: schilderen. Twee jaar geleden deed hij dat nog met een app, zoals zijn voorbeeld David Hockney. Intussen schafte hij zich verf en penselen aan, en een schildersezel. “Ik heb enkele toffe ontmoetingen gehad met het doek. Schilderen geeft echt een kick, je voelt de adrenaline zoals bij een concert. Maar nu zijn we weer vollenbak met de nieuwe Black Box bezig, en heb ik er te weinig tijd voor. Je kan niet én muziek maken én schilderen.” Hoezo, en Bob Dylan dan? Of Bent Van Looy, die vorig jaar nog exposeerde? “Bent heeft echt een kunstopleiding gevolgd, ik niet. Een tentoonstelling komt er ooit wel, maar het is nog te vroeg. Ik zit nog maar bij de opwarming.”

1747 Jan Paternoster tsscover
© Saskia Vanderstichele

James Ensor noemde Paternoster eerder al een groter idool dan Iggy Pop. Met dank aan een lerares kunstgeschiedenis, die zijn liefde voor kunst deed ontluiken. Ondertussen laaft hij zich aan de Amerikaanse schilder Cy Twombly, of aan de vibrerende kleuren van de Brit Danny Fox. “Waarom zij? Omdat ze een beeldtaal hanteren die ik begrijp.” Die beeldtaal werd hem niet per se aangeleerd in zijn familie. Zijn grootmoeder tekende en maakte aquarellen, en zijn grootvader was architect. Maar thuis stonden musea niet op de kalender. “Muziek speelde een belangrijkere rol. Met mijn broers ging ik wel naar tentoonstellingen, en ik heb altijd graag getekend.”

Een paar jaar geleden tekende hij zo de tattoos die zijn beide schouders sieren. 'BXL' en een skelet aan de ene kant, een naakte vrouw aan de andere. “Ik zat toen in een introspectieve periode met veel twijfels. Ook over die tatoeages twijfelde ik, door ze te zetten, zei ik tegen mezelf: stop met twijfelen. Ik had er eerst één, maar dat vond ik niet in evenwicht, dus ben ik voor een tweede gegaan. Maar mijn leven is in balans nu, ik heb geen nood meer aan nieuwe tatoeages.” Misschien eentje met zijn bijnaam, 'De Arend van de Zwarte Vijvers'? Zo wordt Paternoster, een fervent fietser, genoemd als hij zich met zijn stalen ros op de weg begeeft. Een alias die hij dankt aan een duikvlucht die hij ooit nam op de Gentsesteenweg ter hoogte van Zwarte Vijvers. De vlucht vooruit was majestueus, de smak hard, maar de schade viel gelukkig goed mee.

De aanvaring met het Molenbeekse asfalt deed zijn liefde voor de gemeente niet bekoelen, intussen woont hij er zelfs. Een paar straatlengtes westwaarts en hij zit in Dilbeek. Zou hij nog kunnen aarden in zijn hometown, “waar Vlamingen thuis zijn”, zoals daar her en der te lezen valt? “Geografisch gezien hoort Dilbeek bij Vlaanderen, maar op feestjes zie ik evenveel jeugd uit Brussel en omgekeerd. Het wordt gewoon al megalang ontkend dat Dilbeek bij Brussel hoort.” (Lacht) Corona duwt mensen uit de stad, zou hij ooit zelf het groen opzoeken? “Misschien wordt dat op termijn een noodzaak, maar voorlopig woon ik supergraag in de stad. Dat houdt je in de realiteit van de maatschappij. Je hebt alle bevolkingslagen rond je, in alle maten en gewichten. Ik heb die frictie nodig.”

Heeft hij nog genoeg frictie om nummers te schrijven, nu zijn leven in balans is? “Songs schrijven is jezelf verplaatsen, in je eigen hoofd of dat van iemand anders. Iets beleven zonder dat je in dat moment zit. Puur escapisme. Héél handig als je in lockdown zit.” (Lacht)

Elke zondag van 19 tot 21.00 op Studio Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?