Schroothoop geeft (z)werfafval een muzikaal tweede leven

Fluiten, klarinetten en tuba’s gemaakt van pvc, een drumstel van bidons, blik en oud ijzer, en een bas van een werfemmer en wasdraad: het instrumentale trio Schroothoop speelt ten dans met gerecupereerd materiaal uit de Brusselse straten.

Het aanstekelijke resultaat is te horen op de ep Klein gevaarlijk afval en klinkt als een smeltkroes van de muziekstijlen die saxofonist en multi-instrumentalist Rik Staelens hoort als hij zijn raam openzet. Als begeleider van muziekworkshops voor kinderen en jongeren bij JES Stadslabo had hij al heel wat ervaring met het nabootsen van instrumenten met materialen die gewoonlijk op de vuilnisbelt belanden.

“Vaak maakt men op zo'n workshops een shaker uit blik met wat steentjes in. Ik heb het altijd een uitdaging gevonden om uit te vissen hoe je met eenvoudige materialen ook complexere blaasinstrumenten of bijvoorbeeld een contrabas kan fabriceren.”

Die passie heeft hij nu geperfectioneerd. Samen met percussioniste Margo Maex en bassist-klarinettist Timo Vantyghem vormt hij sinds een dik halfjaar Schroothoop. De groepsnaam was snel gevonden, na een brainstormsessie op de avond voor het eerste concert – op Laken on Stage – dat meteen aansloeg. “Sindsdien speur ik haast maniakaal de Brusselse straten af naar objecten waar ik op kan kloppen,” lacht Maex enthousiast. “Mijn snaredrum is een oude bakvorm met het deksel van een conservenblik op geplakt.”

Met haar jazzcombo Sea Shark Minor was ze ter voorbereiding van een akoestische set ooit een “stiller” drumstel beginnen te bouwen met emmers en kartonnen dozen. Haar set-up bij Schroothoop is er de volwassen variant van. “Ik was de enige van de drie die nooit zelf een instrument in elkaar had geknutseld,” bekent Vantyghem, die indiepop speelt bij Sea (Peoples) en fanfaremuziek bij Borokov en La Clinik Du Dr. Poembak.

Begin deze maand speelde Schroothoop een gestreamd concert bij Recyclart

Het is bij dat laatste stadsorkest dat de muzikanten elkaar leerden kennen. “Het coole aan Schroothoop is dat we ergens op de grens tussen fanfare- en popmuziek zitten,” vervolgt Vantyghem. “Omdat het geen pure pretmuziek is, kunnen we creatiever en experimenteler zijn.” Voor Staelens was het vooral belangrijk dat de muziek de stad waarin hij woont weerspiegelde. “Al de stijlen die we brengen, hoor je in Brussel. Als ik hier in Jette op mijn terras zit of naar mijn werk in Molenbeek wandel, dan krijg ik zowel Turkse en West-Afrikaanse muziek te horen, als rai, cumbia en geluiden uit de Balkan.”

Het verschil met een fanfare is volgens Maex dat als je daar een cumbia- of een balkannummer speelt iedereen cumbia- of balkanmuziek speelt, “terwijl wij alles in één nummer durven te mengen. Wij hoeven ons niet aan de regels te houden.”

Kijk zeker naar de stop motion-clip bij het oosters klinkende 'Obsolescence programmée', de opener van de debuut-ep. “Daarin komen op een braakliggend terrein in plaats van slangen al onze zelfgemaakte instrumenten uit hun hol gekropen om een feestje te bouwen,” vertelt Maex.

Het typeert de exotische en artisanale sfeer, die ze op tracks als 'Magnetron' en 'Mammoettanker' met zinken platen, pvc- en elektriciteitsbuizen, respectievelijk een microgolf, scheepshoorns en andere zeegeluiden evoceren, terwijl ze elders met roestvrije chaabi-ritmes de hoofdstedelijke meltingpot in een roes brengen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?