Interview

Veertig jaar Front 242: ‘Integriteit is altijd het belangrijkst geweest’

Tom Peeters
© BRUZZ
03/12/2021

Het duurde even voor men ook in eigen land doorhad dat Front 242 een van de invloedrijkste Belgische bands zou worden. Terugblikkend op hun voortrekkersrol in de elektronicascene moet je vaststellen dat dwarse keuzes hun de credibiliteit en de fans hebben opgeleverd om ook als zestigers wereldwijd zalen te blijven vullen. Voor ze in de AB hun 40e verjaardag vieren, schetsen ze hun onconventionele loopbaan in acht (2+4+2) etappes.

Samen met toetsenist Patrick Codenys, die vlakbij woont, zitten we in café Welkom in Jette te wachten op Jean-Luc De Meyer, die zijn tijd verdeelt tussen Genval en Duitsland, maar zich zoals Codenys een echte Brusselaar voelt. Zijn compagnon als Front 242-vocalist, Vorstenaar Richard Jonckheere (alias Richard 23), is er, net als hun livedrummer, de Berlijner Tim Kroker, niet bij. Stichtend lid Daniel Bressanutti (alias Daniel B) woont in Frankrijk en heeft definitief afgehaakt voor de liveshows. Tijdens het jubileumweekend in de AB komt hij wel langs met zijn soloproject.

“Het is de mix die ons zo Brussels maakt,” zegt Codenys. “We hadden een bvba in Vlaanderen en persoonlijk ben ik een zelfstandige in Brussel, met een Franstalige moeder en een Vlaamse vader.” Hij vermoedt zelfs dat hun Brusselse roots het succes in de VS – “ook een jong land, met een mix aan mensen en culturen” – aangewakkerd hebben. Samen met de rest van de band heeft hij er van half september tot half oktober een maand getoerd. Zo konden de bandleden de adrenaline van de door hen bedachte Electronic Body Music nog eens delen met de fans van het eerste uur. “We zijn nog altijd sponzen, die met open geest op de grens tussen Germaanse en Latijnse culturen, zowel gedisciplineerd als avontuurlijk kunnen zijn.”

Fans, vaak generatiegenoten, blijven ons vertellen dat ze hun jeugd opnieuw voorbij horen razen tijdens onze concerten. Voor hen doen we het nog steeds

Patrick Codenys

Ook al lag hun studio in Aarschot, de hoofdstad heeft een cruciale rol gespeeld in de muzikale ontwikkeling en de no-nonsenseattitude van Front 242. Van de lokale radio's die 'U-Men' begonnen te spelen zodat jeugdhuizen hen gingen programmeren, tot de muziekkroeg DNA, waar Depeche Mode-leden hun muziek opvingen en hen meevroegen op tournee.

1979-1981: BRUSSELS BEGIN
Codenys en Jean-Luc De Meyer, die intussen mee is aangeschoven, zaten al in de band UnderViewer toen ze muziekwinkel Hill's Music in hartje Brussel frequenteerden. “We konden geen instrumenten bespelen, maar brachten wel graag klanken samen,” herinnert De Meyer zich. “Bij Hill's Music kregen we goed advies over de nieuwste synthesizers, die in die tijd betaalbaarder waren geworden.” Toen hun label een single wilde uitbrengen en een studio zocht, kregen ze de suggestie om eens te polsen bij Daniel Bressanutti, die pas Front 242 had opgericht.

Codenys: “We wisselden cassettes uit, hij liet ons 'U-Men' horen, Jean-Luc zong de tekst in en we waren vertrokken.” Het gebrek aan een lokale scene was in het begin een uitdaging voor de DIY-elektronicaknutselaars, maar zou later een zegen blijken. “Gelijkgestemde zielen, zoals Jean-Marc Lederman of de mannen van Polyphonic Size en The Neon Judgement, zag je alleen in muziekwinkels. In Engeland of de VS kregen bands meteen reactie als ze een zoekertje plaatsten voor een drummer of bassist, maar hier was er geen markt voor muzikanten, zodat veel collega's met een drummachine of een synthesizer aan de slag gingen en konden pionieren.”

1984: De Amerikaanse deal
Dat er hier met elektronica werd geëxperimenteerd, viel ook buiten de landsgrenzen op, getuige het contract dat Front 242 in 1984 kreeg aangeboden van Wax Trax!, een legendarisch undergroundlabel uit Chicago. Codenys: “Tijdens een van hun trips naar Londen waren de twee labelbazen op onze maxi 'Take one' gevallen. Enkele maanden later mochten we in hun extravagante appartement logeren en stonden we in het voorprogramma van de Amerikaanse tournee van Ministry. Het contrast was enorm: van het kleine Himalaya-label, zalen van maximaal 300 man en een ongeïnteresseerde pers ging het naar Chicago, waar we opgepikt werden in een Jaguar en Ministry-frontman Al Jourgensen elke avond met grote ogen naar onze set stond te kijken, waarna hij zijn eigen bandleden aanspoorde om agressiever te spelen en onze industriële sound over te nemen.”

Hij zou niet de enige blijken. Trent Reznor (Nine Inch Nails) verkondigde na zijn eerste Front 242-concert dat hij elektronische muziek wilde maken. Ex-Sex Pistol Johnny Rotten deed hun, omdat hij geen bloemen bij zich had, uit pure opwinding ooit een fluorescerende bezem cadeau die hij op het podium had gevonden.

21 juli 1985: PUKKELPOP-PASSAGE
Ondanks schuchter binnenlands succes waren hun controversiële passage op de allereerste editie van Pukkelpop in 1985 – toen nog op een voetbalveld in Leopoldsburg – en de berichtgeving erover symptomatisch voor hoe Front 242 in eigen land gepercipieerd werd. Codenys: “We zagen van op het podium iemand van de security met een metalen ding naar een fan slaan. Richard is toen heel kwaad geworden en de gemoederen raakten verhit. Maar onze fans waren niet agressief. Ze waren die elitestrook voor pers en vips tussen podium en publiek niet gewoon en wilden dichter bij de band zijn.”

“Ach, in die tijd werden muziekjournalisten gesponsord door de grote platenfirma's en hadden ze een hekel aan elektronische muziek. Sommigen schreven zelfs dat we fascisten waren omdat ze onze in commandostijl uitgevoerde shows niet snapten en de 242 op onze armbanden verwarden met SS. Wij dachten altijd: ze doen maar, wij hebben genoeg werk en fans. Maar toen een Franse journalist ons begin jaren 1990 vermeldde in een artikel over fascistische bands voor het magazine New Look vonden we het te gortig worden. Later heeft die journalist zich wel verontschuldigd.”

Front 242

Van Front 242 naar achter, van links naar rechts: Patrick Codenys, Jean-Luc De Meyer en Richard Jonckheere. “Het is de mix die ons zo Brussels maakt.”

1986-1988: Britse hype
Intussen was men ook over het Kanaal wakker geschoten. Een uitnodiging in de BBC-studio van John Peel in 1986 bleek een opstapje naar meer, al was ook hier niet iedereen mee. Codenys: “De technicus van dienst was geschandaliseerd en noemde ons 'non-muzikanten'. Gelukkig was John Peel zelf gefascineerd door het avant-gardeaspect van onze muziek.” Het aanbod van het hippe ZTT Records sloegen de bandleden af wegens te commercieel, dat van Melody Maker niet, en zo sierde het stoere Brusselse smoelwerk in het najaar van 1988 de cover van het invloedrijke muziekblad. “We beseften toen al heel goed dat de hype ook weer snel zou gaan liggen.”

September/november 1987: op tour met Depeche Mode
Een bezoek van Martin Gore van Depeche Mode aan de DNA in Brussel was zowat gelijktijdig de voorbode van Front 242's industriële boosterprik voor de fans op het Europese vasteland. “Toevallig schalde 'Quite unusual' uit Official version toen uit de boxen,” vervolgt Codenys. “Martin was geïntrigeerd en informeerde zich bij de deejay. Datzelfde jaar nog mochten we hun Music for the masses-tournee inleiden. Een godsgeschenk, want voor Depeche Mode-fans is een concert haast een religieuze ervaring.” Misschien wel de belangrijkste beslissing uit hun carrière werd na de tournee genomen, toen de bandleden bedankten om Depeche Mode te vergezellen op het Amerikaanse luik van hun tournee. “Liever focusten we op de internationale doorbraak met het album Front by front.”

1988: Anton Corbijn maakt de clip voor 'Headhunter'
Uiteindelijk zou de hoogst bizarre videoclip bij de single 'Headhunter' de band globaal lanceren. “Zoals de lokale radio's cruciaal waren geweest in het begin van de jaren 1980, zo was MTV dat aan het einde,” legt Codenys uit. Clipprogramma's als 120 minutes en Alternative nation voedden wereldwijd een nieuwe generatie fans en de band had de Nederlandse fotograaf Anton Corbijn aangezocht om de track te regisseren in zijn typische stijl met zwart-witte korrel. “We kenden Anton, die de clip in Brussel is komen filmen, al van voor hij met Depeche Mode begon te werken, en hebben hem carte blanche gegeven.” Het is amper geweten, maar in het zog van het videosucces trok de band enkele jaren later naar Denemarken. “Als fans van het eerste uur zijn we begin jaren 1990 inderdaad naar Kopenhagen afgezakt om te praten over een clip met de toen nog jonge filmmaker Lars von Trier. Helaas bleek hij te duur.”

ZOMER 1993: Lollapalooza, het begin van het einde
Na Wax Trax! leek een overstap naar Epic, een onderdeel van Sony, in de VS de logische volgende stap. Maar het was een slechte zet, geeft Codenys toe. De Meyer: “Ze wilden een alternatieve Depeche Mode van ons maken, maar dat waren we niet.” Tekenend voor de neergang was hun deelname aan het rondreizende Lollapalooza-festival in 1993. “Eén groot circus,” blikt De Meyer terug. “We waren de enige Europese band en de enige elektronische groep. In het begin van de tournee hadden Patrick en Daniel in een interview met USA Today gezegd dat de PA-installatie shit was. Toen we daarna het podium opliepen, had de crew overal boodschappen gehangen met 'We are shit'.”

“Met de artiesten klikte het beter,” vervolgt Codenys. “We raakten bevriend met Dinosaur Jr., Tom Morello van Rage Against the Machine speelde soms live mee, wijlen Layne Staley van Alice in Chains kwam zelfs meezingen met 'Headhunter' én drinken in onze backstage.” Zelf weerstonden ze aan de grootste verleidingen van de rock-'n-roll: “Niet dat we nooit drugs namen, maar toch: als elektronische band hadden we geleerd gedisciplineerd te zijn – het resultaat van jaren in zalen spelen waar ze rockbands gewoon zijn en niet wisten hoe onze PA moest klinken.”

1997: De comeback
Toen na een break van drie jaar festivalorganisatoren opnieuw geïnteresseerd bleken, kwam Front 242 opnieuw samen. “Op ons comebackconcert (op 7 juni 1997, red.) in Glauchau in het voormalige Oost-Duitsland voelden we direct dat de fans op ons hadden zitten wachten, en sindsdien is het eigenlijk nooit meer gestopt,” besluit De Meyer. “We zijn bewust het onafhankelijke circuit blijven opzoeken. Waren we de commerciële toer opgegaan, we zouden vandaag niet meer bestaan. Contracten met Live Nation hebben we altijd geweigerd, al boden ze ons ooit 40.000 euro voor een megaoptreden in Werchter. Integriteit is altijd het belangrijkst geweest.”

Codenys: “Fans, vaak generatiegenoten, blijven ons vertellen dat ze hun jeugd opnieuw voorbij horen razen tijdens onze concerten. We doen het nog steeds voor hen. We brengen straks in de AB ook drie nieuwe nummers en elf nieuwe clips met zwart-witlandschappen die onze set onderdompelen in een cinematografische sfeer.”

Vlak voor het ter perse gaan kwam BRUZZ ter ore dat de voormalige tourmanager van Front 242, Paul 'Fokker' Delbaere, pas overleden is. Fokker was ook lange tijd eigenaar van het legendarische Brusselse muziekcafé DNA, én een drijvende kracht achter radiozender FM Brussel, de voorloper van BRUZZ.

VERPLAATST: Front 242 – 40th anniversary
3 & 4/12, Ancienne Belgique, www.abconcerts.be

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni