Van Gogh in Brussel (2): Kamer met zicht op het Zuidstation

© MARIE-HÉLÈNE CINGAL

Na zijn mislukte avontuur als evangelist in de Borinage keert Vincent van Gogh terug naar Brussel. De schilder van het licht had in het zwarte land zijn ware bestemming gevonden: een leven in dienst van de kunst. Gedurende een half jaar betrekt hij een kamertje boven een café aan de Zuidlaan. Daar begint hij met harde zelfstudie aan een odyssee die tien jaar later zal eindigen met een pistoolschot in de korenvelden van Auvers-sur-Oise.

O p een oktoberdag in 1880 nam Vincent van Gogh in Bergen de trein naar Brussel. Het was een terugkeer naar de stad waar hij twee jaar eerder het plan opvatte om Gods woord te gaan verkondigen aan de mijnwerkers. De weduwe van een dominee uit het Borinagedorp Warquignies had jaren later nog een scherpe herinnering aan zijn vertrek.

“Die avond is hij nog bij ons langs geweest om adieu te zeggen. Hij zag er afschuwelijk bleek uit. Met een diepe triestheid in zijn stem zei hij dat niemand hem begrepen had. ‘Ze denken dat ik gek ben, alleen maar omdat ik als een echte christen wil leven. Ze hebben me opgejaagd als een hond, roddelend dat ik overal schandaal maak, terwijl ik alleen de ellende van ongelukkigen wilde verlichten. Ik weet nog niet wat ik ga doen. Misschien hebben jullie wel gelijk dat ik onnuttig ben op deze aardbol.’”

Zuidlaan rond 1880
© Mercatorfonds
Winterkou
Nochtans had Van Gogh – zevenentwintig jaar oud - toen al een drastische beslissing genomen. Hij zou voortaan leven voor de kunst. Het tekenen bracht tegelijk troost en redding. Alsof hij zijn lotsbestemming voorvoeld had, schreef hij twee jaar eerder, voor zijn vertrek naar de Borinage, vanuit Laken al naar broer Theo: “Wat is er toch veel moois in de kunst, als men maar onthouden kan hetgeen men heeft gezien, dan is men nooit ledig of waarachtig eenzaam, maar nooit alleen.”

De Borinagejaren hadden hem fysiek en geestelijk gesloopt. Na zijn ontslag als evangelist (omdat hij zich niet meer waste, in lompen gekleed ging en als een fundamentalistische christen leefde), raakte hij op de dool. Hij raakte ondervoed en viel ten prooi aan neerslachtigheid. In de familie vond men dat hij lang genoeg op hun kosten geleefd had en nu maar eens werk moest zoeken. Zijn zus Anna adviseerde hem om bakker te worden. Theo zag zijn broer als boekhouder, ontwerper van factuurhoofden of krullenjongen (timmermanshulp). Van Gogh voelde zich diep beledigd en verbrak bijna een jaar alle contact.

Tijdens een tientallen kilometers lange wandeling naar het Noord-Franse mijnstadje Courrières, die hij in de vrieskou nauwelijks overleefde, zag hij het licht. “Ik zal mijn potlood dat ik met grote moedeloosheid erbij neergegooid heb, weer ter hand nemen en weer aan het tekenen beginnen,” schreef hij aan Theo. Uiteindelijk vond ook zijn broer het een goed idee. Wellicht was hij ook bang om Vincent te verliezen. Het zou niemand verbaasd hebben, mocht zijn levenloze lichaam gevonden zijn langs een landweg. De winter van 1879-1880 was uitzonderlijk lang en hard.

Met zijn schetsbladen en potlood was hij een opvallende verschijning in de rauwe mijngemeenten.

“Al z’n tijd ging op aan tekenen,” vertelde een ooggetuige. “Hij trok er vaak op uit naar het bos van Ghlin, het kerkhof van Bergen of het platteland. Zijn tekenpapier droeg hij onder de arm, zijn schildersmateriaal in een doos op zijn rug, zoals een colporteur.”

Vincent van Gogh begreep dat hij de Borinage zou moeten verlaten als hij zich verder wilde ontwikkelen als tekenaar. Hij zocht het gezelschap van andere kunstenaars en koos voor Brussel waar hij eerder al een levende kunstscène ontdekt had. Brussel was in die jaren Klein Parijs, een ambitieuze stad met een grote hang naar grandeur die bovendien graag een vrijhaven wilde zijn voor verbannen kunstenaars aller landen.

Hij ging wonen op een slecht verlicht kamertje boven het café Aux Amis de Charleroi aan de Zuidlaan nummer 72, tegenover het toenmalige Zuidstation. Aan de huur van 50 francs gingen de 60 francs die vader Dorus van Gogh hem toestuurde vrijwel volledig op. Zijn maaltijden bestonden vooral uit gratis brood en koffie die dag en nacht in de gelagzaal van het café werden verstrekt. De stadslucht deed hem goed. Hij ging drie keer per week naar een openbaar badhuis en kocht kostuums. Voor het eerst sinds lang leed hij weer een geregeld leven.

Geen dubbeltje waard
Van Gogh was geen natuurtalent, geen spontaan genie dat later in de Provence losbarstte. Met een ijzeren zelfdiscipline oefende hij in Brussel zijn hand, vooral met het natekenen van bewonderde voorbeelden als Millet. “De hoofdzaak is dat ik vorder en sterker word in mijn tekenen,” schreef hij aan zijn ouders. “Dan komt er later nog veel terecht.”

Hij zocht het gezelschap van kunstenaars en gebruikte daartoe het Brusselse netwerk van broer Theo die ooit een jaar gewerkt had in kunsthandel Goupil op de Kunstberg. Hij sloot er een hechte vriendschap met de Utrechtse kunstenaar-advocatenzoon Anthon van Rappard die vier jaar lang zijn mentor en pennenvriend zou blijven. Ze deelden Van Rappards atelier in de Tweekerkenstraat nummer 68, te Sint-Joost-ten-Node – vlakbij de Wetstraat. Samen verkenden ze de hoerenbuurt van de Marollen en het platteland rond de hoofdstad. Ook in Adriaan Madiols atelier aan de Vleurgatsesteenweg in Elsene kwam hij over de vloer. En hij ontmoette landschapsschilder Willem Roelofs die hem adviseerde om tekenles te volgen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten aan de Zuidstraat 116.

Vincent liet zich aan de Brusselse academie inschrijven voor de kosteloze cursus ‘Tekenen naar antieke voorbeelden’. Daarnaast volgde hij ook lessen perspectieftekenen, een discipline waar hij veel moeite mee had, zoals zijn knullige Borinagetekeningen aantonen. De Academie werd een belangrijke passage, maar niet zoals hij gehoopt had. In december 1880 nam hij deel aan een schoolwedstrijd, een concours des places, en eindigde als laatste. Zijn leraren – tevens juryleden – noemde hij later “geen dubbeltje waard”. Vijf jaar later zou hij als student aan de Antwerpse Academie gebuisd worden. Noch in de religie, noch in de kunst kon Van Gogh leven met vertegenwoordigers van het establishment.

Van zijn zes Brusselse maanden blijft weinig tekenwerk over. Er is onder meer Lezende boer bij het vuur. De vlammen in de haard zijn een eerste experiment om licht te tekenen. We zien een glimp van de sintel die acht jaar later in Arles een solaire ontploffing zou worden. En dan is er toch weer de Borinage in de fraaie pentekening De dragers van de last. Een stoet van zes vrouwen op klompen gaat in de schemering op weg, gebukt onder zware zakken kolengruis. De vrouw voorop draagt een olielamp. De abstracte titel geeft aan wat Van Gogh ermee bedoelde: een beeld van de menselijke conditie.

Vouwstoel
De vernedering aan de Academie speelde ongetwijfeld mee in zijn beslissing om Brussel te verlaten. Hij wilde terug noordwaarts, naar zijn ouders in Etten. Hij was niet meer in het ouderlijk huis geweest sinds zijn vader gepoogd had hem te laten opnemen als psychiatrisch patiënt in Geel. Maar de Brusselse maanden hadden het contact voorzichtig hersteld. Nu wilde hij een verzoening.

In de lente van 1881 zat hij in zijn Brusselse kleren op de hei rond Etten vanuit een vouwstoel het landschap te tekenen. Aan Theo schreef hij later: “Ik kan het in het leven en ook in de schilderkunst wel stellen buiten een God, maar ziek als ik ben, kan ik het niet stellen buiten iets dat groter is dan ikzelf, dat is mijn leven, het vermogen tot scheppen.”

Na Pasen keerde hij nog één keer terug naar Brussel om achtergelaten spullen op te halen in Aux Amis.

Legende bij bovenstaande kaart:

  1. Koninklijke Museum voor Schilder- en Beeldhouwkunst, Brussel (vanaf 1880 gelegen aan de Regentschapsstraat).
  2. Van Goghs verblijfadres in de winter van 1880-1881, Zuidlaan 72, Brussel.
  3. Goupil & Cie: vanaf september 1880 in Grasmarkt 89, Brussel, daarvoor Hofbergstraat 58.
  4. Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Zuidstraat 116, Brussel.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel
BRUZZ Magazine
deze week
  • Alexia Bertrand (MR) en Sven Gatz (Open VLD) fileren de Brusselse begroting
  • Hoe de postbode een pakjesbezorger werd
  • Zes wijken die autoluw worden doorgelicht
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Front 242: 'We doen het voor de fans'
  • Festival Cinémaned: la jeunesse Égyptienne vue par Ayten Amin
  • Sol Lewitt: Brussels art students recreate wall paintings
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement