interview

20 jaar Brussels Volkstejoêter: het succes verklaard

Vanaf 28 november loopt De Weik van 't Brussels, met dit keer veel online evenementen, de verkiezing van de Brusseleir van 't Joêr en veel filmpjes, ook op BRUZZ. Deze editie valt samen met de twintigste verjaardag van het succesvolle Brussels Volkstejoêter. We gaan met drie sleutelfiguren op zoek naar het geheim achter het succes van het gezelschap.

De Weik van ’t Brussels

Op het nieuwste stuk van het Brussels Volkstejoêter is het nog even wachten. Voor Moeste weite wa da’k paas zijn de eerste Zoom-repetities aan de gang, en de premièredatum ligt nu op 11 maart. Intussen zoekt Be.Brusseleir zijn ‘vaccin teige Korona’ tijdens de Weik van ’t Brussels vooral online.

Met op de openingsavond een bonte Bubbelsurboum op de Facebook-pagina met zwans, leekes én dansmuzeek voor in je kot. Daags nadien kan je via hetzelfde kanaal mee een ‘stoemp scampi curry’ bereiden met kok Albert Verdeyen. Maandag wordt de Brusseleir van ’t Joêr verkozen – de opvolger voor Zwangere Guy. Ondertussen wordt bebrusseleir.be een week lang BrusselsFLIX, met performances, woord en concertjes van de leden en afleveringen van de tv-reeks ‘Alleman zwanst’.

De Weik van ’t Brussels loopt van 28/11 tot 5/12 ook op BRUZZ. Met op BRUZZ tv en BRUZZ.be elke dag een aflevering van Alleman zwanst na BRUZZ 24, en met elke middag herhalingen van Bossemans en Coppenolle, ’N kat es gin poos en Raaie of vraaie. Op BRUZZ radio kan je van maandag tot zondag terecht voor de Brusselquiz.

Zanger Johan Verminnen is voorzitter van Be.Brusseleir, de verening ter promotie van het Brussels, die De Weik van 't Brussels organiseert en ook het Brussels Volkstejoêter onder haar vleugels heeft. VUB-rector Caroline Pauwels is er bestuurslid. En Geert Dehaes – al van bij het begin een van de sterkhouders van het Brussels Volkstejoêter – is acteur, woordvoerder en directeur van Be.Brusseleir. Hij herinnert zich nog hoe het allemaal begon.

“Het eerste zaadje werd eigenlijk al geplant in 1993, toen er in het Lunatheater (nu Kaaitheater, red.) een Gala van het Brussels werd georganiseerd. Dat was een groot succes, en vanuit het publiek kwam de vraag naar meer. De Academie van het Brussels, die het gala organiseerde – met onder meer voorzitter Jef De Keyser en acteur Jef Burm – opperde toen het idee om een volkstheater op te richten. Daarvoor kwamen ze bij mensen als auteur Claude Lammens, theaterlegende Roger Van de Voorde zaliger, Pol Bovré of (auteur en specialist van het Brussels, red.) Marcel De Schrijver terecht. Op het laatst, in 1999, klopten ze ook bij mij aan, toen ik met een aantal studiegenoten van het Rits de kunstenvereniging Compagnie Noord-B had opgericht en in een stuk een aantal Brusselse figuurtjes vertolkte. In 2000 is de oprichtingsakte van het Brussels Volkstejoêter (BVT) getekend, en twee jaar later maakten we met Bossemans en Coppenolle onze eerste productie.”

Van bij die eerste Brusselse klassieker kende het BVT succes in Brussel en ver daarbuiten, met elk seizoen minstens één en later zelfs twee producties. Dehaes: “Zo spelen we normaal tachtig tot negentig voorstellingen per jaar voor een trouw publiek, zowel binnen als buiten Brussel, eigenlijk altijd voor uitverkochte zalen. Het publiek van het begin – een voornamelijk ouder publiek van zowel Nederlandstaligen als van Franstaligen, voor wie dat Brussels hun 'Nederlands' is – hebben we kunnen behouden én uitbreiden met een nieuwe generatie. Ook de culturele centra spelen een belangrijke rol. Wij gaan al twintig jaar naar vier, vijf dezelfde centra die ons blijven programmeren.”

SAPPIG BRUSSELS
Maar de vraag is dus: hoe komt dat? Om ze te beantwoorden zoekt Dehaes het in eerste instantie niet te ver. “Ik denk dat we van bij het begin duidelijk een niche hebben aangesproken door tegemoet te komen aan een bestaande vraag: repertoire spelen met comedy als rode draad, en in het Brussels dat mensen verbindt. 'Ik zien aa geire' maakt toch nog altijd iets meer los dan 'Ik zie u graag'.”

Voorzitter Johan Verminnen is het daar volmondig mee eens. “Het Volkstejoêter komt tegemoet aan een vraag, want op een paar uitzonderingen na kan je voor dit soort entertainmenttheater niet meer terecht in andere zalen. Mensen willen zich amuseren en geëntertaind worden. En als je het over het Brussels hebt, dan moeten we vaststellen dat het Volkstejoêter daar eigenlijk nog de enige vertegenwoordiger van is. Waardoor ze de connectie maken met mensen die die taal nog spreken, of komen uit milieus waar die taal werd gesproken. Je ziet trouwens dat ook andere dialecten zeer aanwezig zijn in de entertainmentsector, met een overdosis West-Vlaams misschien. Er is dus nog plaats voor Brussels. Zeker omdat Brussels niet alleen een taal is, maar ook een gevoel: leive en loete leive.”

Enter Caroline Pauwels, die net omwille van de taal bij Be.Brusseleir betrokken raakte. “Aan de VUB hebben we twee fans die al lang betrokken zijn bij Be.Brusseleir. Bestuursleden Tony Mary en Eddy Van Gelder spreken allebei zo'n sappig Brussels dat ik hun al dikwijls had gezegd dat ik daar jaloers op ben. Zo ben ik een paar keer naar het Brussels Volkstejoêter gegaan en hebben we met de VUB ook eens een voorstelling georganiseerd die enorm in de smaak viel. In 2017 ben ik Brusseleir van 't Joêr geworden en daarna hebben ze me gevraagd voor de raad van bestuur. Ik spreek nog geen Brussels, maar dat is wel nog altijd het doel.”

1732 Brussels Volkstejoeter
De 'surboum van Cindy', een verbrusseling van Mike Leighs 'Abigail’s party' door het Brussels Volkstejoêter.

Vanwaar die ambitie? Pauwels: “Ik heb het ten eerste altijd een dialect gevonden dat heel mooi klinkt. Het is ook een metaforisch dialect, met veel uitdrukkingen waar je je onmiddellijk iets bij kan voorstellen. Daarnaast is het ook een veruitwendiging van het Belg zijn.” Op tijd en stond houdt Pauwels ook van vaudeville­theater. “In Frankrijk zie je die deurenkomedies nog veel meer dan bij ons. Zelfs op televisie. Het is theater dat zichzelf kan relativeren en dat kan lachen met de wereld, zoals Brussel ook een plek is waar een grap kan, ook al komt er soms chaos uit voort.”

SPELVREUGDE
Als lid van de raad van bestuur wijst de VUB-rector ook op de organisatie achter Be.Brusseleir en het Brussels Volkstejoêter. “Een organisatie die serieus werkt zonder pretentieus te zijn. Zoals de Brusselaars. Geert is ook iemand die zichzelf zal relativeren, maar tegelijk is hij heel dynamisch. Je moet subsidies zoeken, stukken laten bewerken, projecten uitwerken, een instituut als het Goudblommeke in Papier ondersteunen… Dat is heel wat.”

Het Volkstejoêter als geoliede theatermachine – zo kijkt ook Johan Verminnen ernaar: “Wat mij opviel toen ik voor het eerst contact had met het Volkstejoêter, was dat ik te maken kreeg met een groep vrienden, een soort familie. Mensen die alles voor elkaar doen. Die spirit vertaalt zich ook in de spelvreugde van het gezelschap en het is de reden waarom ik me er zelf zo graag voor inzet. Omdat ik nog nooit zo'n familiale kring heb geweten die de zaken toch zo professioneel aanpakt. Het is geen theater van de parochiezaal, hè. Er zitten professionele mensen in de omkadering.”

Big City VOLKSTEJOeTER BRUZZ ACTUA 1670
© Volkstejoeter

Met founding father Roger Van de Voorde en dit jaar nog Sera de Vriendt zijn er helaas al een paar vakmensen heengegaan, maar Be.Brusseleir is nooit opgehouden met rekruteren. Geert Dehaes: “We laten ons omringen door mensen die hun strepen hebben verdiend en kennis van zaken hebben. Mensen die rond taal werken zoals Claude Lammens, regisseurs als Marc Bober of Hans Van Cauwenberghe, mensen met een visie op het concept en het totaalplaatje zoals Marc Cnops en Marnik Baert, een legende als Chris Lomme die de acteurs begeleidt. Maar ik zou vooral graag hebben dat je de mensen achter de schermen vermeldt, want die hebben een groot aandeel in ons succes: een team van gedreven en enthousiaste vrijwilligers voor wie het Brussels Volkstejoêter ook verenigingsleven is.”

MEER DAN VAUDEVILLE
Ten slotte zijn er de producties zelf, die een extra dimensie toevoegen aan de vaudeville of de deurenkomedie. “Dat begint bij de keuze van de stukken,” legt Dehaes uit. “Daar zit een bepaalde strategie achter. We voeren niet het eerste het beste stuk op, maar denken na over de afwisseling en de volgorde. Ook de vorm evolueert. Als je de concepten van nu vergelijkt met die van het begin is er een groot verschil. We dagen het publiek soms uit, maar niet elke keer en zonder te choqueren. Toen we in 2006 Tailleur pour dames van Georges Feydeau speelden, was dat in een heel modern concept. We hebben Shakespeare vertaald, we hebben in Schuune schaain eigen dialogen naast de stille film Le mariage de Mademoiselle Beulemans geplaatst. Na twintig jaar heeft het Volkstejoêter nog iets revolutionairs. En door die vernieuwing sluiten ook jongere mensen aan. Zowel mensen die vooral naar het Volkstejoêter komen om een leuke avond te hebben, als mensen die ook naar het Kaaitheater of de KVS gaan en met het BVT het plaatje willen vervolledigen.”

“Verjonging is een van de moeilijkste opdrachten,” weet Verminnen, “maar daar werkt de ploeg hard aan. Be.Brusseleir is ook een heleboel andere zaken dan theater. De taallessen hebben veel succes bij jonge mensen. Met Brussels TUUB organiseren we een muziekwedstrijd samen met de AB. Er staan dus heel veel tinten op het paneel.”

Geert Dehaes: “In het begin wilde het Brussels Volkstejoêter vooral het Brussels promoten, met theater als vehikel. Dat zijn we snel ontgroeid, en nu zijn we een theatergezelschap dat past binnen de veel ruimere werking van Be.Brusseleir, dat ontstond na de politieke beslissing rond 2011 om initiatieven als de Academie, dialectsteunpunt ARA! en BVT te stroomlijnen en transparanter te maken. Dat heeft ons draagvlak nog verbreed en de ambities aangescherpt. Met het Goudblommeke, waar we een soort erfgoedhuis van willen maken, en Et Oeis van 't Brussels aan de Vlaamsesteenweg, dat sinds juni onthaal, kantoor, documentatiecentrum, dialectloket en shop is, hebben we in het centrum nu twee ankerpunten die we ook via evenementen met elkaar willen verbinden.”

De Weik van 't Brussels bij BRUZZ (28/11 - 5/12)

BRUZZ tv

Theaterstukken van het Brussels Volkstejoêter

  • zaterdag 28/11 & zaterdag 5/12 om 14.30u: Bossemans en Coppenolle (2002)
  • zondag 29/11 om 16u & donderdag 3/12 om 14u: N Kat es gin Poos
  • maandag 30/11 & woensdag 2/12 om 14u: Bossemans en Coppenolle (2016)
  • dinsdag 1/12 & vrijdag 4/12 om 14u: Raaie of Vraaie

 

Alleman Zwanst

  • van maandag tot en met vrijdag na BRUZZ 24

 

BRUZZ radio & BRUZZKet.be

Brusselquiz

  • van maandag tot zondag

 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?