reportage

Ambachtelijk atelier Fibru Europ, al 166 jaar thuis in medailles

Fibru Europ, ambachtelijk atelier van eretekens en medailles, in 1853 opgericht door Antoine Fisch.© Saskia Vanderstichele

De koning der Nederlanden mag er trots op wezen, dat Brusselaars zijn edelmetaal slaan. Met zijn 166 jaar op de teller ronkt het ambachtelijk atelier van eretekens en medailles Fisch als vanouds. Nog steeds met werktuigen en matrijzen ‘d’époque’. Ooit met 49 noeste arbeiders, nu nog maar met één juweelmaker, één galvaniseerder en één directeur, Brigitte Parmentier. In de voetsporen van haar tante koestert zij deze grot van Ali Baba, ‘back to the past’.

Meer weten over Fibru Europ?

  • 1853: opgericht door Antoine Fisch, meester-graveur van medailles, later opgevolgd door zoon Joseph en kleinzoon Fernand Fisch
  • 1935: eigen paviljoen op wereldexpo in Brussel
  • 1953: nieuwbouw ateliers/kantoren/ woning in Anderlecht door architect Antoine Pompe
  • 1963: opvolging door zoon Pierre Fisch en zijn vrouw Marie-Louise Dupont
  • 1998: faillissement en overname

Als het Hotel Solvay met zijn origineel art-nouveau­meubilair het kroonjuweel van Hortakunst is, dan evenaren de kantoren annex ateliers van Fibru Europ in Scheut (Anderlecht) het summum van industrieel erfgoed. De verrassing schuilt achter de statige art-decogevel van architect Antoine Pompe (1873-1980), bekend om zijn tuinwijken in de stad.

Zodra het imposante smeedijzeren portaal achter ons gesmeerd dichtvalt in de Edmond Rostandstraat begint de klok van grootouders wereld te tikken. Een vooroorlogs eiken tweezitbureaumeubel met inktviltje, maatwerkvitrines uit de fifties om de collectie medailles en penningen tot haar recht te laten komen, en verkleurde lederen clubzetels om de klant te pamperen, de tijd heeft geen vat gehad op dit bedrijf.

Het huis Fibru Europ - we noemen het gemakkelijkheidshalve Fisch, naar zijn stichter in 1853 - heeft zich als matrijzenmaker, medailleslager en graveur van eretekens, jubileumpenningen en kunstmedailles, sinds 1953 verankerd in de toen nieuwe residentiële wijk Scheut.

De productie en het herstel van eretekens maken er nog steeds de corebusiness uit. Hoe kan het ook anders als ons vorstenhuis, maar ook Willem Alexander en Maxima bij gebrek aan lokaal atelier voor de hofleverancier, zich tooit met de hier handvervaardigde koninklijke ordetekens.

Met de jaren, en door overnames van andere producenten, zijn daar badges, trofeeën, militaire uniform-attributen, zwaarden, sjerpen van machtsbekleders, vlaggen, studentenpins en -petten, sportbekers en -medailles, en zoveel meer bijgekomen. Al dat kleine fraais laat de zaak vandaag weliswaar uit China aanspoelen, de medailles van Sport Vlaanderen incluis. Details en correcties kunnen hier wel uitgevoerd worden. Nee, het atelier leeft en draait hoofdzakelijk dankzij het duurste, unieke en chique gerei. Maar voor hoelang nog?

Fibru Europ eretekens en medailles Fisch: juweelmaker Vicky Kostaki, directeurBrigitte Parmentier en galvaniseerder Marc Van Hulle
© Saskia Vanderstichele
| Fibru Europ eretekens en medailles Fisch: galvaniseerder Vicky Kostaki, directeur Brigitte Parmentier en juweelmaker Marc Van Hulle.

In het kantoor met metalen schrijftafels en bibliotheekkasten in origineel Henry Van de Velde-groen, alles zonder een streepje sleet, begint de rondleiding. “Ik ben als bediende in de voetsporen gestapt van mijn tante Marie-Louise Fisch-Dupont (zij werkte er van 1954 tot het faillissement in 1998, red.). Ze was een van de laatste beheerders van dit ambachtelijke atelier, en heeft het erfgoed integraal bewaard,” begint Brigitte Parmentier trots.

“Als kind was ik betoverd door de sfeer en wou ik hier komen werken. En het is iedere dag nostalgie snuiven. Nu zijn Amsterdammers eigenaar van Fibru Europ. Om de drie of vier maanden komen ze een kijkje nemen. Zolang de rekeningen het goed doen, laten ze ons begaan, weet je wel,” glimlacht ze. Met ‘ons’, bedoelt Parmentier drie mensen die in het enorme pand al decennialang thuis zijn.

FiBru BRUZZ ACTUA 1678
© Saskia Vanderstichele
| Aan elk ereteken komt nog een lint, ook dat hoort bij de taken van Vicky Kostaki.

Zijzelf, als aan- en verkoper, administratieve kracht en manusje-van-alles om de klanten te dienen - ze schuwt de titel directeur. En verder werken er nog één juwelier-graveur en één galvaniseerder. Hun terrein verbergt zich in een winkelhaak aan ateliers achter de kantoren, van de Rostandstraat tot de Scheutlaan.

Zelfs een régulateur met ponskaartenbak - de vooroorlogse prikklok - staat er nog. Binnen vernemen we alles over hoe Joodse eretekens als het Jeruzalemkruis gemaakt worden, of de penningen van de vrijmetselarij, medailles van de Nationale Strijdersbond van Berlare, het embleem voor op een oldtimer-Minerva of ook de bronspatina versie van de Ontvoering van Europa en de beeltenis van Magritte.“

Fibru Europ, ambachtelijk atelier van eretekens en medailles, in 1853 opgericht door Antoine Fisch
© Saskia Vanderstichele
| Fibru Europ, ambachtelijk atelier van eretekens en medailles, in 1853 opgericht door Antoine Fisch. De klok staat stil bij de dertigduizend matrijzen en patrijzen.

Bij het faillissement in 1998 telde het familiebedrijf (Parmentiers tante Marie-Louise Dupont was met Pierre Fisch getrouwd, red.) nog achttien werkkrachten. In 1977 waren er dat nog 49. De Nederlanders hielden er in 1998 negen van over. In twintig jaar tijd gingen er zes met pensioen, en toen waren we nog met drie,” grapt Parmentier.

“We werken al zolang samen, dat we elkaar met een blik begrijpen. Iedereen weet ook alles liggen, van de dertigduizend matrijzen tot de grote voorraad aan dozen met erelintjes in de juiste kleur, koperen sluitstukken, knopen met een Belgisch leeuwtje ... een kamer vol.

FiBru 5 BRUZZ ACTUA 1678
© Saskia Vanderstichele
| Met diverse vijltjes worden de medailles afgerond.

Pantograaf

Parmentier geeft onze fotograaf en mij een snelle les in techniek, even lijkt het of wij als tiener in het Victoriaanse Londen onze eerste werkdag meemaken. “Alles begint bij de reductiebank (pantograaf), een machine die nauwgezet de tekening van de geut (een afgietsel van een plaasteren origineel, red.) in het klein overzet op een stempel in staal.

Pas na een volle week draaien is de klus geklaard en kan de stempel gehard worden. Met de matrijs wordt de medaille gemaakt, en daarna komt er ook een patrijs (omgekeerde vorm) als stempel aan te pas.” Geen 3D-printer te zien hier. “Daar investeren we niet in,” zegt Parmentier. “Daarvoor is China te goedkoop.”

Dan gaat het richting hydraulische pers, waar juwelier-graveur Marc Van Hulle achter het gevaarte zit. In zijn vrije tijd is de stoere bink voorzitter van een fanclub van RSC Anderlecht. Hij is 55 en werkt er bijna veertig jaar.

“Ik begon op 2 januari 1980 als zestienjarige op leercontract als juweelsmid en ben nu de enige die alle toestellen bedient, onderhoudt en het juweel­atelier voor zijn rekening neemt. We hebben twee identieke persen staan, de ene met een gewicht van vijf ton, de andere van tweehonderd ton. Daarmee wordt de vorm van dikke medailles gestampt.”

We kijken toe hoe Van Hulle eraan begint. Hij heeft koperen staafjes klaargemaakt, die eerst in de guillotine of snijmachine moeten. De ambachtsmeester legt een plak geel koper of messing van een centimeter dik onder het valmes en bedient met de voet het pedaal waarmee het vervaarlijke gedrocht het metaal versnijdt.

Brigitte Parmentier, directeur Fibru Europ eretekens en medailles Fisch

“De hydraulische pers heeft een kracht van duizend ton per vierkante meter, het is opletten met je vingers. En meer dan dat: als je te lang klopt - en het gewicht laat vallen - springt het juweel kapot,” geeft hij mee. Een opvolger of leerjongen heeft de man niet. Hij wordt de laatste der Mohikanen in dit kunstmetier. Als de ene zijde van de medaille af is, is het herbeginnen met de tekst- en achterzijde.

Nog iets verderop, als in een serre met veel daglicht, ligt het afwerkings­atelier. Daar snijdt Van Hulle de ronde vorm van de medaille bij. De koperen krulletjes vallen op een berg met overschotjes. “Elke twee jaar hebben we enkele ton ‘afval’ aan rood en geel koper en ijzer. De recuperatiehandel koopt het gretig aan.” Nu nog een oogje lassen aan de medaille, om een lint vast te kunnen knopen, en klaar is het kleinood. Om het warme stuk nog af te koelen, gebruikt hij een afgesneden obus, vol water. “We gooien hier niets weg,” lacht hij.

Borstster

Maar nog is het niet gedaan, tijd voor de eindafwerking. Vicky Kostaki is al twintig jaar te vinden bij de galvaniseerkamer. Zij brengt de patina in orde. Daar heeft ze borsteltjes met glasvezels,

fixeermiddelen, en andere bakken vol zuren voor staan. Het lijken wel vooroorlogse toestanden. “Ik voel de scherpe glasvezels niet meer in mijn handen en het zandstralen evenmin,” zegt ze als ze in een glazen bak de bewerking uitvoert en de medaille daarna in een bak vol houtzaagsel afdroogt, vooraleer er vernis op te zetten.Haar handen voelen inderdaad fluweelzacht aan. Wat het duurste kleinood is dat ze in haar handen kreeg, willen we weten.

“Het zijn de eretekens van de Leopoldsorde en de Kroonorde, in zilver voor het personeel van de koning, en uiteraard voor de borstster die de koning zelf draagt, in goud.” Tot slot mijmeren nog weg bij de oudste eretekens in de collectievitrine: wie verdient nu het witte Kruis van de Confrérie du Rat Mort?

Kroniek van de Fisch-dynastie

Ons land heeft een lange traditie in het ambacht van graveurs en medaillemakers. De Fisch-dynastie was daarin een belangrijke speler.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?