reportage

'Delen is de nieuwe parochiewerking'

© Brecht Vandenbroucke

Je auto met de buurt delen, je huis openzetten als coworkingruimte of zelfs met zijn tienen je inkomsten samenleggen. Steeds meer stadsbewoners delen zaken zonder daar per se iets voor terug te willen krijgen. “Ik zie het als een soort uitgebreide familie.”

Een doordeweekse donderdag om 9 uur. In een ruim appartement in de Koningslaan in Vorst zitten acht mensen rond een tafel met koffie en verse croissants. Het zijn theatermakers, videasten, productiemedewerkers, een artistiek leider … Sommigen zijn alleenstaand, anderen maken als paar met kinderen deel uit van de groep. De sfeer is hartelijk en er wordt al eens gegrapt. In het Engels, want de acht komen uit alle windstreken.

De gezellige ronde is geen vriendenbrunch, maar de wekelijkse vergadering van The Common Wallet, een wel erg doorgedreven vorm van delen. Samen met twee afwezigen storten de acht hun inkomsten op één gemeenschappelijke rekening, die ze ook allemaal gebruiken voor hun uitgaven. Een keer per week zitten ze samen. Ze bespreken dan niet enkel de stand van de rekening, maar luisteren ook naar hoe het de anderen vergaan is, naar wat hun plannen en dromen zijn.

Deeleconomie Diederik Peeters BRUZZ ACTUA 1654

Van Lisa, die de rekening in het oog houdt, horen we dat de groep ‘continuously quite poor’, blijft. De rekeningstand voor tien mensen blijft meestal hangen tussen 500 en 1.500 euro en dat zit haar dwars. Adva vertelt dan weer hoe ze straks een vast contract krijgt, een uitzondering in deze groep waar het freelance­leven de regel is.

“Aha, dan zijn al onze problemen opgelost,” lacht een andere deelnemer. En beeldend kunstenaar Anna voelt zich wat down na een ruzie met haar (ook aanwezige) partner die ochtend. Ze deelt ook mee dat ze deze maand 4.000 euro heeft gestort. “Maar ik waarschuw jullie, dat wordt het hoogste bedrag in mijn hele carrière.”

Het project begon ruim een jaar geleden binnen een vriendengroep met grillige inkomens. Als we nu eens alles samen gooiden, dan zouden we toch veel meer stabiliteit hebben, was een van de ideeën achter de stap. “Maar dit gaat zeker niet alleen over geld,” vertelt acteur Diederik Peeters. “Het gaat vooral over zorgen voor elkaar en weten dat je deel uitmaakt van een grotere groep. In koppels is het heel gewoon om een gemeenschappelijke rekening te hebben. Ik zie deze mensen als een soort uitgebreide familie. Velen van hen zijn ook buitenlander en hebben hier geen verwanten.”

De gemeenschappelijke rekening is op die manier ook een antwoord op een maatschappij die steeds individualistischer wordt, vindt theatermaker en mede-initiatiefnemer Christophe Meierhans. “Een van de leden zat onlangs maandenlang zonder inkomen. Dankzij The Common Wallet was dat niet echt een probleem. Leden die weinig verdienen hebben trouwens sowieso de neiging om hun uitgaven te beperken.”

Deeleconomie
© Brecht Vandenbroucke

Wanneer de staat tekortschiet

The Common Wallet is maar een van de vele recente deelinitiatieven waarbij geld verdienen niet vooropstaat. In Brussel is er met Tournevie een gereedschaps­bib, zit cohousing in de lift en kan je aan carsharing doen met je eigen auto. Gemeenschappelijk tuinieren groeit er als kool en weggeefsite Brussel Verniet telt al ruim 10.000 leden.

Dat deelinitiatieven de wind van achter hebben, bevestigt ook socioloog Stijn Oosterlynck, die verwijst naar recent onderzoek van de Koning Boudewijnstichting en Oikos. De studie focust op het bredere fenomeen van burgercollectieven, maar de overlap tussen de twee fenomenen is groot. “De groei van dit soort initiatieven moet in de context van de financiële crisis in de late jaren 2000 gezien worden. Mensen zijn toen naar alternatieven gaan zoeken omdat de overheid en de vrije markt op veel gebieden faalden. In de Nederland begon de groei al een aantal jaren eerder.”

Wie in een deelinitiatief stapt, doet dat vaak om ecologische redenen, weet Oosterlynck. Door je gereedschap te delen, moet de buurman of –vrouw die pendelzaag niet meer kopen. En wie zijn spullen weggeeft, vermijdt dat anderen alles nieuw moeten kopen. De twee voorbeelden tonen meteen dat deelnemers er ook financieel hun voordeel bij doen.

Daarnaast speelt het sociale aspect ook vaak een rol. “Mensen die samen tuinieren doen dat bijvoorbeeld vooral voor het contact met anderen. De productie is vaak van ondergeschikt belang. En in Nederland zie je bijvoorbeeld ook steeds meer alleenstaande ouders die na een breuk met hun kinderen in een cohousingproject trekken. In een gemeenschap wonen kan je leven op zo’n moment een pak draaglijker maken: de kinderen kunnen dan al eens bij de buren blijven. Hier is er nog een beperkter huuraanbod in cohousing.”

Dirk Holemans, directeur van duurzame denktank Oikos en medeauteur van de studie, wijst erop dat ook de technologische evolutie delen makkelijker maakte. “Apps en mobiel internet maken dingen mogelijk die vroeger niet konden. Je ziet dat zowel in de commerciële deeleconomie als bij wie geen geld wil verdienen. In Gent hebben we ook zo’n weggeefsite als Brussel Verniet. Toen ik er onze oude terrasstenen op aanbood, bleken die meteen gewild door mensen die ze nog eens zijn komen uitbreken ook.”

Voor die commerciële deelvarianten heeft Holemans dan weer weinig sympathie. “Platformen als AirBnB zijn een beetje de nieuwe mijnbouw, die de waarde uit de samenleving halen zonder iets te terug te doen. Denk maar aan oneerlijke concurrentie met de hotel- of taxisector.”

Een doordeweekse dinsdag om kwart voor negen. In de keuken van Vincent De Waele (59) in Sint-Lambrechts-Woluwe druppelen de eerste deelnemers binnen voor de Hoffice van vandaag. Iedereen krijgt een paar pantoffels en een herkenbaar kopje met een landenvlag voor thee of koffie. De gasten – vaak habitués – hebben elkaar een maand niet gezien en praten wat bij. “Kijk, hier is dat boek over tuinieren in houten bakken dat ik vorige keer beloofd had.”

Deeleconomie Dirk Holemans BRUZZ ACTUA 1654

Tai-chitraining

Hoffice, dat betekent een hele dag gratis coworken bij een privé­persoon, in dit geval Vincent. De deelnemers (4 tot 7) doen dat volgens een vast stramien. Straks zullen ze om beurten even uitleggen hoe ze zich voelen, waar ze aan werken, wat ze aan te bieden hebben en wat ze vragen aan de andere aanwezigen. Vervolgens begint een werkdag die om het uur onderbroken wordt voor een gezamenlijke pauze. Vaak brengt het gezelschap die door in de eindeloos lange tuin van 2.500 (!) vierkante meter. Rond 17 uur wordt de dag afgerond met een terugblik.

Deelnemer Frédéric, freelancecoach in het dagelijkse leven, bijt de spits af. Hij wil vandaag een nieuwe training op punt zetten, waarbij hij met werknemers van een bedrijf een dag het bos intrekt om er rond ‘vertrouwen’ te werken. “Alle feedback is welkom. En over de middag kan ik wel een sessie adem- of tai-chitraining aanbieden.” De Britse Ruth is ook freelancer. Ze legt zich toe op management consultancy en wil voor het eerst een sessie voorbereiden waar ze Frans moet spreken. “Ik reken dus op jullie.”

De deelnemers stellen vooral het persoonlijke karakter van Hoffice op prijs. “Als freelancer zit je vaak alleen. Hier is er echt contact en voeren we regelmatig diepe gesprekken,” vertelt Frédéric. “In klassieke coworkingplekken blijft het contact meestal beperkt tot twee woorden. Veel heeft te maken met de begeleiding door Vincent, met een introductie en uitwisselingsmomenten.”

Deeleconomie klein BRUZZ ACTUA 1654
© Brecht Vandenbroucke

Vincent begon drie jaar geleden met Hoffice, toen een van de bewoners van een gastenkamer hem op een gelijkaardig Zweeds initiatief wees. “Ik hou van de contacten met de deelnemers. Ik verdien daar niet aan, maar het is wel verrijkend. En het is ook een manier om zinvol om te gaan met dit grote huis, nu de kinderen weg zijn.”
De gastheer heeft vandaag ook zelf iets in de aanbieding. Over de middag wil hij voor het eerst gitaar proberen te spelen mét publiek. “Best wel een grote stap voor mij.”

Het nieuwe middenveld

Dat initiatieven als Hoffice of The Common Wallet in Brussel ontstonden is geen toeval, denkt socioloog Stijn Oosterlynck. “Deelinitiatieven zijn bij uitstek een grootstedelijk fenomeen, die pas daarna uitwaaieren naar andere gebieden. Een bepaalde middenklasse die door steden wordt aangetrokken, voelt er vandaag de nood om anders te leven.”

Wie die ‘bepaalde middenklasse’ is, schetst de eerder vermelde studie. Deelnemers zijn in de regel hoogopgeleid, tussen 25 en 45 jaar (met trekkers tussen 35 en 45 jaar), hebben een (vaak deeltijdse) job en hun politieke voorkeur ligt eerder links. Kansarmen betrekken noemen de auteurs een aandachtspunt.

De trend naar meer deel- en burgerinitiatieven is volgens Oosterlynck zo omvangrijk dat die stadsbewoners langzaamaan een nieuw middenveld aan het creëren zijn. “In steden is dat verenigingsweefsel vaak verdwenen. Veel nieuwe deelinitiatieven doen wat denken aan de parochiewerking van toen. Het grappige is dat ze vaak zelfs plaatsvinden in verlaten infrastructuur van die parochies.”

Het oude middenveld kan zich volgens de socioloog maar beter wat meer interesseren voor die nieuwe deelinitiatieven, of die nu commer­cieel zijn of niet. “Dit is ook de zaak van vakbonden en milieuorganisaties. Als zij zich niet moeien, is de kans groter dat het initiatief straks weer bij durfkapitalisten en ingenieurs uit Silicon Valley ligt.”

Deeleconomie

BRUZZ stort zich een hele week op de deeleconomie. En dat zien we breed, want er zijn zowel betalende als gratis initiatieven en het aanbod aan apps, plekken en diensten is omvangrijk in Brussel.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?