Molenbeekse schoolkinderen leren in MoMuse hun gemeente nog beter kennen. © Ivan Put

Het nieuws viel in de eindejaarsperiode een beetje tussen de plooien - andersoortig nieuws uit de gemeente krijgt doorgaans meer aandacht - maar eigenlijk was de opening van het kleine museum over de geschiedenis van Sint-Jans-Molenbeek een grote dag voor de gemeente en haar inwoners. Met het rijk geschakeerde MoMuse hebben de Molenbekenaren er een attractie bij om jaloers op te zijn.

Rond een grote tafel met een maquette die het hedendaagse Molenbeek op behoorlijk gedetailleerde manier aanschouwelijk maakt, staan de leerlingen van het zesde jaar van basisschool nummer 9 Augusta Marcoux verzameld. Op een scherm zien ze telkens een foto van een van de vijftiental plekken in Molenbeek die om beurten op de maquette oplichten. Eerst oriënteren ze zich wat aan de hand van het kanaal en de Gentsesteenweg, dan maken ze het onderscheid tussen Noord- en Zuid-, West- (of hoog) en Oost- (of laag) Molenbeek, vervolgens werpen ze een blik op de verschillende wijken, om dan in te zoomen op herkenningspunten als het Scheutbos, het Machtensstadion, het gemeentehuis, of de plek waar ze zich nu bevinden.

Ondertussen krijgen wij onze eigen rondleiding door het nieuwe museum van conservator en gemeentearchivaris Sven Steffens. Hij heeft Arnaud Matagne meegebracht, de directeur tentoonstellingen van het Huis van Culturen en Sociale Samenhang, dat net als de Academie in hetzelfde gebouw in de Mommaertsstraat is gevestigd. Matagne staat mee in voor de kruisbestuivingen die kunnen ontstaan tussen het cultuurcentrum, de academie en het museum. Zo zijn alle portretten van hedendaagse bewoners van Molenbeek die in het museum hangen, gemaakt door het eigen fotoatelier.

“Het idee voor MoMuse dateert al van 2004,” legt Steffens uit. “Aan de oorsprong lag de zoektocht naar een locatie voor de collectie van de schilder Roger Somville. De burgemeester had daar deze ruimte voor gereserveerd, maar veranderde het geweer van schouder toen het Somville-project niet doorging: als aanvulling op de Academie en het Huis van Culturen, zou er een klein lokaal museum over de geschiedenis van Molenbeek komen - ook al moest de collectie nog worden verzameld. Dat hebben we gedaan aan de hand van schenkingen, leningen - ook van andere musea in België - en kleine aankopen.”

En nu is MoMuse klaar voor zijn taak: niet de grote roemruchte gemeente met haar geweldige burgemeesters bezingen, maar bijdragen tot een beter begrip van de gemeente die ook voor de aanslagen al niet zo’n best imago had. “Het is een vitrine voor een meer evenwichtig beeld van Molenbeek,” aldus Matagne, “een gemeente die zich niet zomaar laat kennen. Voor het heden moet je de straten in. Voor het verleden kan je hier terecht.”

Het museum ziet er alvast zeer aantrekkelijk uit. In een grote, overzichtelijke ruimte worden zo’n duizend gevarieerde stukken gepresenteerd in een moderne scenografie. Heel veel authentieke objecten, behoorlijk wat foto’s en hier en daar een videoscherm of ander didactisch materiaal. Ideaal voor scholen, ideaal voor elke bezoeker die wat wil opsteken van deze boeiende gemeente.
De ruimte is onderverdeeld in zes thema’s: het grondgebied, de bevolking, wonen, economie, onderwijs en vrije tijd. Daarbij wordt het verleden steeds aan het heden gekoppeld, en wordt ook een onderwerp als de immigratie verweven in het globale verhaal, bijvoorbeeld als het over bevolkingscijfers, religieuze overgangsrites, of de industriële revolutie gaat.

MOMU 3 BRUZZ ACTUA 1604
© Ivan Put
| Guido Vanderhulst, Sven Steffens en Arnaud Matagne.

Om toch ook wat onafhankelijke en kritische commentaar te horen, hebben we Guido Vanderhulst meegevraagd op ons bezoek. Vanderhulst is één van de grote geheugens van de gemeente en de oprichter van het Molenbeekse museum voor Arbeid en Industrie La Fonderie, dat ook een belangrijk deel van de geschiedenis van Molenbeek in kaart brengt. Het is niet Vanderhulsts eerste bezoek en hij heeft al vastgesteld dat het goed is. “Er is hier ook aandacht voor de industriële en sociale geschiedenis, maar op een manier die complementair is met het verhaal van La Fonderie. Het is essentieel dat dit museum bestaat, en dat het behalve voor het wetenschappelijke aspect ook aandacht heeft voor de bevolking.”

Aan het begin van de rondgang troont Vanderhulst ons mee naar de zestiende-eeuwse plattegrond van cartograaf Jacob Van Deventer die hij essentieel acht voor een begrip van de oorsprong van Molenbeek: in het natte Brussel was de Molenbeek een belangrijke levensader, net als de handelsweg naar Gent.

Intelligent geordende prenten, postkaarten en foto’s van de belangrijkste stadspoorten in verschillende stadia van hun geschiedenis geven de scheidslijn tussen Brussel-Stad en Molenbeek aan. Aanvullend geeft een triptiek van plattegronden uit 1707 en 1906, en een luchtfoto uit 2015 de evolutie van platteland over voorstad tot volwaardige gemeente aan. Een evolutie die gestaafd wordt door de bevolkingscijfers die tussen de portretten staan aangegeven. Van 24.333 inwoners in 1866 ging het snel naar 55.565 in 1898, en 77.302 in 1914 - meer dan de 70.141 in 1998. “Terwijl er voor de oorlog nog geen sprake was van Hoog-Molenbeek,” verduidelijkt Vanderhulst. “Al dat volk zat dus dicht bij elkaar in kleine huisjes en impasses.”

Molenbeekse iconen

De kracht van het museum ligt vooral in de anekdotiek van de vele stukken die samen het gehele verhaal vertellen. Archeologische vondsten, de eerste vermelding van de gemeente in 1174, prenten van patroonheilige Sint-Jan-de-Doper, een video waarop te horen is op hoeveel manieren de inwoners de naam van hun gemeente uitspreken - van Meulebeik tot Molem.

Verderop in het museum duiken iconische namen op als die van sigarettenfabrikant Gosset van de groene St-Michel, van brouwerij Vandenheuvel, van de ‘Bak van Charleroi’ - de aak die door Jean-Baptiste Vifquain speciaal werd ontworpen voor het kanaal - van de locomotieven De Pijl, Stephenson en De Olifant die op 5 mei 1835 aan de Groendreef vertrokken voor de eerste treinrit voor personenvervoer op het vasteland, of van Delhaize, dat koeien voor zijn karren spande toen de Duitsers tijdens de oorlog de paarden hadden opgevorderd. Een bedrijf als Delhaize voorzag in Molenbeek ook in aanvullend avondonderwijs in een tijd dat het officiële onderwijs in gebreke bleef.
Het laatste hoofdstuk over het verenigingsleven en de vrijetijdsbeleving is uiteraard het meest kleurrijke en ludieke. We zien beelden van een kaatswedstrijd zoals die tot in 1986 op het Sint-Jan-de-Dopervoorplein werden gespeeld, van de velodroom van Karreveld waar menige wielerwedstrijd is verreden, en natuurlijk van het Machtensstadion. Een ander hoogtepunt is de fictieve kortfilm over de diefstal van Manneken Pis, die de vooroorlogse Franse cineast Alfred Machin opnam op domein Karreveld, met zijn tamme luipaard Mimir in de hoofdrol.

De rondgang wordt afgesloten met een vipmuur waar je foto’s en biografische informatie kan opvragen van bekende Molenbekenaren als Louis Mettewie, Raymond Goethals, Ben Hamidou of Nabil Ben Yadir. MoMuse is een aanrader.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?