Covidkrijger Inge Neven zwaait af: ‘Brussel heeft schaalvergroting nodig’

Kris Hendrickx
© BRUZZ
27/07/2022
© Bart Dewaele | Inge Neven in het Leopoldpark. "Ik houd van groen en van Brussel."

Ruim twee jaar was ze het gezicht van het Brusselse coronabeleid, veel meer dan gezondheidsminister Alain Maron. Maar eind augustus zit de taak van Inge Neven erop. Een taak die ze met hart en ziel vervulde maar die haar ook een paar inzichten bracht. “Er is zoveel versnippering in Brussel. Soms wist zelfs de gezondheidsinspectie niet meer wie nu allemaal met preventie bezig was.”

Dat haar job als crisismanager per definitie tijdelijk was, had ze altijd gezegd. Toch zal haar vertrek als hoofd van de Brusselse gezondheidsinspectie voor velen als een donderslag bij heldere hemel komen. Ons verraste ze er alvast mee in dit zomergesprek. Op twee jaar tijd was Inge Neven immers uitgegroeid tot de verpersoonlijking van de Brusselse coronabestrijding. Terwijl gezondheidsminister Alain Maron (Ecolo) en minister-president Rudi Vervoort (PS) geregeld verweten werd dat ze niet voluntaristisch en zichtbaar genoeg waren tijdens de pandemie, was er vooral lof voor Neven.

Samen met haar team probeerde Neven een passend antwoord te formuleren op een virus dat bij momenten veel harder toesloeg in Brussel dan in de rest van het land. Dat antwoord was vaak kleinschalig en veelzijdig, een beetje zoals het veelgelaagde Brussel zelf. Via vaccinatiebussen, prikkende apothekers en vertrouwenspersonen in de talloze Brusselse gemeenschappen werd de Brusselse bevolking van het nut van het vaccin en andere maatregelen overtuigd. Een titanenwerk, dat niet makkelijk werd gemaakt door de duizelingwekkende complexiteit van Brussel, merkte de crisismanager. Maar ook een job die bijzonder veel voldoening gaf. “Ik zie dat ook bij collega’s: ze vragen zich af of ze ooit nog een job zullen vinden die zo zinvol is.”

Vorig jaar probeerden we u minstens een keer per dag te bellen, vandaag is het al maanden geleden dat ik uw naam nog eens hoorde vallen op de redactie. Hetzelfde geldt wat voor de hele coronaproblematiek. Er is een soort onverschilligheid ontstaan.
Inge Neven: Het probleem is dan ook onder controle en Covid is een deel geworden van ons leven. Ik voel dat ook persoonlijk, je voelt de impact minder en bent er minder mee bezig. Al weten we nog niet wat het najaar brengt.

"Richting najaar moeten we weer goede gewoontes aanleren. Vooral bij oudere mensen is voorzichtigheid geboden."

Inge Neven (Brusselse gezondheidsinspectie)

De logica wil toch dat het virus aan kracht verliest? Hoe minder dodelijk het wordt, hoe meer kans dat het virus blijft circuleren.
Neven: Ja, maar er zijn tegelijk amper nog maatregelen tijdens deze zevende golf. Het blijft uitkijken wat er in de herfst gebeurt, want de maatschappij lijkt niet meer bereid om veel restrictieve maatregelen te aanvaarden. Iedereen is Covid wat moe, ik ook trouwens, steeds weer dezelfde vragen beantwoorden... Toch moeten we richting najaar weer wat goede gewoontes aanleren: ventilatie, afstand houden en een mondmasker waar nodig. Vooral bij oudere en kwetsbare mensen moeten we voorzichtig blijven. Als we die basiszaken respecteren kunnen we bijkomende maatregelen wellicht vermijden. Wat die oudere mensen betreft: je beschermt ze niet zo zeer door jezelf te laten vaccineren, want je kan toch besmet raken en het virus doorgeven. Een mondmasker en afstand helpen wél.

De boodschap is een beetje het tegendeel van wat we bij het begin van de vaccinatie dachten: dat de prik het wel zou oplossen en mondmaskers overbodig zou maken.
Neven: Ja, maar tegelijk was de vaccinatie erg belangrijk voor de basisimmuniteit die we nu hebben, ook in Brussel.

Inge Neven
© Bart Dewaele | Inge Neven

Aangezien u de vragen over Covid wat beu bent, gaan we wat variëren. Als interviewplek stelde u oorspronkelijk een hele resem van parken voor. Hebt u iets met groen?
Neven: Ik hou van natuur én van Brussel. De stad heeft heel veel groen, maar veel mensen weten dat niet. Voor de verjaardag van mijn echtgenoot heb ik zo eens een wandeling door allemaal groene Brusselse ruimten georganiseerd, omdat hij altijd zegt dat Brussel geen groene stad is. Ik kom ook graag op een plek als de Kunstberg. Boven heb je daar een magnifiek zicht over de stad. Maar het is vooral in het groen dat ik tot rust kom en mijn hoofd kan leeg maken.

U had dan ook een functie waarin héél veel lijnen naar uw persoon liepen. De politieke kabinetten, de tientallen gezondheidsspelers in Brussel, de persvragen die u soms erg laat nog beantwoordde, om er maar een paar te noemen. Hoe bolwerkte u dat?
Neven: Er was inderdaad een periode tot mei vorig jaar, waarvan ik niet begrijp hoe ik het heb gedaan. Ik werkte dikwijls zeven dagen per week en vaak 16 of 17 uur per dag. Mijn man herinnerde me er onlangs aan dat we de tijd toen in minuten uitdrukten en hij me ’s avonds voor 15 tot 30 minuten zag bij het avondeten, voor ik weer aan mijn bureau ging zitten. Ik ben mijn gezin trouwens erg dankbaar voor hun geduld. De voorbije twee weken was ik op reis in de Filipijnen. Het was de eerste keer in twee jaar dat ik eens helemaal kon deconnecteren en gewoon bij mijn familie was.
Maar in die intense fase heb je gewoon het gevoel dat het nodig is, er was ook voortdurend een tekort aan mensen. We waren de hele tijd aan het recruteren, je leeft ook op adrenaline. Toen het dit voorjaar dan wat rustiger werd, kwam dan ook een dipje, waarbij je plots beseft hoe zwaar het allemaal was.

"Er was een periode waarvan ik niet begrijp hoe ik het heb gedaan. Ik werkte dikwijls zeven dagen per week en tot 16 of 17 uur per dag, omdat het nodig was"

Inge Neven (Brusselse gezondheidsinspectie)

De gezondheidsinspectie was dan ook een erg kleine structuur, die heel snel moest groeien.
Neven: Ja, we zijn van vier man naar 150 gegaan, om vervolgens terug te krimpen naar 25, nadat we onder meer de vaccinatiecentra hebben gesloten. Bij de jobinterviews keek ik vooral naar twee dingen: heb je het hart op de juiste plaats? En kan je flexibel zijn en snel reageren? Alles veranderde zo snel dat we die profielen nodig hadden. Later zijn we dan meer in functie van de structuur gaan aanwerven.

U woonde al eens een zestal jaar in Brussel, maar aan het hoofd staan bij de aanpak van een gezondheidscrisis is toch nog iets anders. Hebt u Brussel anders leren kennen?
Neven: Ik kende Brussel al vrij goed. In het begin probeerden we ook elke maand in een andere gemeente op restaurant te gaan en rond te wandelen om de buurt te ontdekken. Maar het klopt dat ik nieuwe dingen heb ontdekt: de hele daklozenwerking, het milieu van de sekswerkers, de Filipijnse gemeenschap die vaak als huisslaafje wordt ingezet... En dan hebben we het nog niet over het enorme aantal organisaties en instellingen waar we mee samenwerkten: De Cocof, de VGC, Iriscare, de inburgeringsbureaus, ... (Neven gaat nog een tijdje door met het opnoemen van allerlei organisaties)

Is die versplintering geen probleem? Wat moet Brussel veranderen om zo’n gezondheidscrisis beter aan te pakken?
Neven: We moeten de eerstelijnszorg versterken (medische spelers die als eerste met patiënten in contact komen, red.) Hetzelfde geldt voor wat we soms de halvelijnszorg, de 0,5-lijn, noemen. Dat zijn mensen zoals sociaal werkers die kunnen doorverwijzen naar structuren als een wijkgezondheidscentrum. Die halvelijn zou bijvoorbeeld ook kunnen bestaan uit een klein aanspreekpunt met een sociaal assistent en een gemeenschapswerker met een verpleegkundige opleiding.

"Bij zoveel besturen op zo’n klein grondgebied, waarmee al die andere actoren al dan niet verbonden zijn, moet je met enorm veel partijen rekening houden"

Inge Neven (Brusselse gezondheidsinspectie)

Wat u nu beschrijft is vooral beleid. Maar hoe moet de Brusselse structuur veranderen?
Neven: Eigenlijk zou je dat hele ingewikkelde medische landschap moeten hertekenen: de rol van ziekenhuizen tegenover de echte eerstelijnszorg, zoals de apothekers die in Brussel een heel belangrijke rol spelen, de rol van de huisartsen. Dan ben je snel vertrokken voor een grotere oefening. Hetzelfde geldt voor de sociale actoren, die minstens even versnipperd zijn. We kregen met zoveel verschillende organisaties en vzw’s te maken, dat je toch schaalvergroting nodig hebt om goed te kunnen werken. Er moeten ook duidelijkere verantwoordelijkheden zijn voor die organisaties, want iedereen doet zo’n beetje vanalles. En de Brusselse lasagne, die ingewikkelde institutionele context, maakt het er niet meteen makkelijker op.

Was de opdeling in 19 gemeenten een obstakel?
Neven: Die heeft zowel grote voor- als nadelen. Sommige burgemeesters konden op het terrein het verschil maken omdat ze zo geëngageerd waren. Maar als je op zo’n klein grondgebied zoveel besturen hebt, waarmee al die andere actoren dan nog eens al dan niet verbonden zijn, moet je de hele tijd met enorm veel partijen rekening houden.

De complexiteit slorpt enorm veel energie op?
Neven: Absoluut. Ik begrijp dat je autonomie wil geven aan mensen en structuren, maar je moet ook voor coherentie en gestroomlijnde informatie zorgen. Op een bepaald moment wisten we zelf niet meer wie allemaal rond sensiblisering werkte.

Vorig jaar zei u dat u het als uw job zag om de GGC future proof te maken. Dat is waarop u doelt als u het over de halvelijn heeft? Hoe zal die er in de praktijk uitzien?
Neven: Dat moet nog afgestemd worden met minister Maron en de administratie. Maar het komt erop neer dat elke Brusselaar heel makkelijk toegang moet hebben tot gezondheids- én sociale zorg. Die laatste dimensie komt er dus bij. We werken daarbij via vertrouwenspersonen. Tijdens de Covidcrisis zijn we erin geslaagd om die te vinden in Brussel. Denk maar aan de vaccinerende apothekers: we zijn het gewest met het grootste aantal apothekers dat daarin is meegestapt.
Future proof betekent verder ook dat de GGC zich opnieuw focust op het coördineren. Tijdens de crisis zijn we soms heel ver gegaan in uitvoerende taken zoals vaccinatiecentra opzetten en bemannen. We plooien ons nu terug op een kernteam dat de situatie snel kan inschatten en ook snel andere mensen kan activeren.

Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) kondigt op 24 oktober 2020 een nieuwe reeks strenge maatregelen aan om te trachten het coronavirus een halt toe te roepen
© Belgaimage | Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS), geflankeerd door Brussels minister van Gezondheid Alain Maron (Ecolo) en Inge Neven, hoofd van de Brusselse gezondheidsinspectie.

U hebt zelf altijd gezegd dat dit een tijdelijke job is. Hoe lang blijft u nog?
Neven: Ik stop eind augustus. Ik vind dat alle noodzakelijke nieuwe instrumenten er nu zijn. Op elke nieuwe situatie hebben we nu in principe een antwoord. We leggen nu nog de hand aan de plannen voor de volgende pandemieën.

Wat volgt nu? Ijsjes maken? U had toch een diploma ijsmaken behaald en wou een zaak openen in Heverlee?
Neven: Dat idee is even in de diepvries gestopt (lachje). Het is uiteindelijk een Italiaans restaurant geworden op dezelfde locatie, in een pand dat mijn man en ik hebben gekocht en verbouwd. Eronder komt er nog een eventruimte voor familiefeesten en zo, waar ik me over ontferm. Maar dat wordt geen voltijdse job. Ik geniet nu even van een rustigere zomer en denk ondertussen na over de volgende stap.

Terug naar de cijfers: het valt op dat een nieuwe besmettingsgolf doorgaans in de rijke gemeenten begint en daarna pas naar de centrale armere gemeenten doorsijpelt. Vandaag zie je opnieuw de rijke gemeenten bovenaan staan qua aantal besmettingen. Krijgen de armere gemeenten straks ook de volle laag?
Neven: Dat kan, maar ik lig eigenlijk niet meer wakker van het aantal infecties. Wat mij betreft zouden we meer een onderscheid moeten maken tussen besmettingen bij de gewone bevolking en de 65-plussers. Want vooral die laatste groep is gelinkt aan de ziekenhuisopnames.

Over ouderen gesproken: hoe zit het met de vaccinatiegraad van het personeel in de woonzorgcentra?
Neven: We hebben geen cijfers meer, maar het zal wellicht niet zoveel verbeterd zijn. Voor mij is het nu vooral belangrijk dat het personeel mondmaskers draagt. Want het vaccin vermindert de kans op doorgeven van het virus maar een beetje. Voor de bewoners van die centra is vaccinatie dan weer wél belangrijk.

"Ik heb altijd al jobs gezocht met maatschappelijke impact en na deze baan zeker. Het moet iets worden waar ik mijn tanden kan inzetten, iets met een langetermijneffect op de samenleving"

Inge Neven (Brusselse gezondheidsinspectie)

Hoe gevaarlijk zijn de apenpokken, die ook in Brussel circuleren?
Neven: Het is goed te genezen en situeert zich op dit moment ook in een beperkte gemeenschap (vooral bij de groep homomannen met wisselende seksuele contacten, red.). Het echte risico is eerder dat het vandaag overspringt op dieren en dan later terug op de mens als een echte pokkenepidemie. Maar dat zijn zorgen voor later. We moeten opletten dat we de bevolking niet de hele tijd bang maken, dat is ook niet gezond.

Heeft de hele gezondheidscrisis nu eerder voor een afkeer van medische beroepen gezorgd of voor een aantrekkingseffect?
Neven: Daar heb ik geen zicht op. Bij ons op de gezondheidsinspectie hoor ik wel van veel mensen dat ze nog nooit een job hadden met zo’n grote impact op de samenleving. Collega’s die vertrekken omdat we nu eenmaal weer moesten krimpen vragen zich af of ze ooit nog een baan zullen vinden die zo zinvol aanvoelt. De kracht van het team was ook dat iedereen er met zijn hart bij was. Dat maakte het extra pijnlijk om het personeel te moeten afbouwen, wat op zich wel een logische stap was.

Die jobblues wenkt dan ook voor u straks. Ijsjes maken is iets anders dan de Brusselse bevolking redden.
Neven: Ja, ik heb altijd al naar jobs gezocht met maatschappelijke impact, maar na deze periode is dat zeker zo. Het moet iets worden waar ik mijn tanden kan inzetten, iets met een langetermijneffect op de samenleving.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel, Gezondheid, Inge Neven

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie