Advocate metissen vraagt herstel via wet

© Belgaimage
| Een advocaat in het justitiepaleis.

De Kamer moet een wet goedkeuren die herstel biedt aan de slachtoffers van het koloniaal beleid tegen de metissen. Dat heeft de advocate van vijf metissenvrouwen, meester Michèle Hirsch, maandag verklaard voor de Kamercommissie die zich buigt over het Belgisch koloniaal verleden.

De commissie heeft vorige week het luik "herstel" aangevat voor het nadeel dat de koloniale administratie heeft berokkend in Congo, Rwanda en Burundi. Daarbij komt ook het lot van de metissen - kinderen van een blanke vader en zwarte moeder - in beeld. Tussen 1948 en 1961 werden talrijke metissen ontvoerd door koloniale ambtenaren. Vaak dwongen ze de moeders met geweld om afscheid te nemen van hun kind en werden de kinderen geplaatst in weeshuizen of missieposten.

Nadat de Kamer in 2018 een resolutie had goedgekeurde, bood toenmalig premier Charles Michel in april 2019 de excuses van ons land aan voor de behandeling van de kinderen. Voor een aantal slachtoffers van die politiek volstaan die verontschuldigingen niet. Zij trokken naar de rechtbank om herstelbetalingen te krijgen. In eerste aanleg kregen ze ongelijk. Ze tekenden beroep aan tegen dat vonnis. Die uitspraak wordt ten vroegste binnen twee jaar verwacht.

"De regering heeft toegegeven dat er een systeem van ontvoering van metissenkinderen was ingevoerd omdat zij een bedreiging voor de kolonie vormden. Waarop wachten ze? Tot er niemand meer overblijft?", benadrukte meester Hirsch. "Zou het niet aangewezen zijn in een wet te erkennen dat die mensen recht hebben op herstel van de staat die verantwoordelijk is?"

Zo'n wet zou een opeenvolging van juridische procedures kunnen vermijden. Indien klagers gelijk zouden krijgen van de rechter, dan zouden andere slachtoffers van gelijkaardige feiten ook naar de rechter kunnen trekken om herstelbetalingen te krijgen. Volgens de advocate gaat het om niet meer of minder dan misdaden tegen de menselijkheid. Het laatste koloniale decreet dateert van 1952, dus van na het proces van Nürnberg en het VN-Handvest. "We hebben argumenten om aan te tonen dat het om een misdaad tegen de menselijkheid gaat zoals dat indertijd was gedefinieerd", aldus Hirsch.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?