Ontvoerde metissenvrouwen: 'België had moed niet om misdaad te erkennen'

© Belga
| Monique Bitu Bingi, Noelle Verbeken en Marie Jose Loshi tijdens een hoorzitting.

"België heeft de moed niet gehad om de misdaad te erkennen. Het land wilde niet opdraaien voor de schade," zei Michèle Hirsch, een van de advocaten van de vijf 'metissenkinderen'. De vrouwen werden geboren in het koloniale Congo en waren allen kinderen van Congolese moeders en Belgische vaders. Ze werden bij hun ouders weggehaald vanwege hun gemengde afkomst en in een weeshuis geplaatst. Nu klagen de vijf vrouwen de Belgische staat aan voor misdaden tegen de menselijkheid.

"Wel excuses voor het koloniale verleden, maar geen schadevergoeding voor de slachtoffers," zei advocate Hirsch donderdagvoormiddag voor de rechtbank van eerste aanleg in Brussel. Ze verwijst naar de excuses die voormalig premier Charles Michel (MR) in 2018 in naam van ons land aanbood aan metissenkinderen van Congo, Rwanda en Burundi.

Voor de vrouwen volstaat dit gebaar niet, en ze eisen een echte schadevergoeding voor de trauma's die ze opliepen. "Mijn cliënten werden ontvoerd, mishandeld, verwaarloosd en verstoten uit het land. Ze zijn het levende bewijs van een stilgezwegen staatsmisdaad. Binnenkort zal er niemand meer zijn om te getuigen. Ze vechten voor de erkenning van deze misdaad en doen dit voor hun kinderen en kleinkinderen. Het trauma loopt door in verschillende generaties. Wij vragen om de misdaad te erkennen en de Belgische staat te veroordelen," pleitte Hirsch donderdagvoormiddag.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?