reportage

'Citizen scientists' ontdekken al minstens 150 bronnen in Brussel

Tim Van Cauwenberghe van Coördinatie Zenne toont een van de bronnen van de Groelstbeek, recent ontdekt in het natuurgebied Kinsendaal-Kriekenput in Ukkel. © Ivan Put

De stad aan het moeras is de band met haar bron kwijtgeraakt. Twee vrijwilligers en een medewerker van vzw Coördinatie Zenne brachten daarom voor het eerst systematisch de Brusselse bronnen in kaart. Dat zijn er geen 21 zoals gedacht, maar minstens 150. Met die kennis hopen ze het waternetwerk in Brussel te verbeteren. “Dat heldere water kan naar een nieuw stads­riviertje. En tegelijk zullen de riolen dan minder snel overstromen bij hevige regen."

Pal naast de natte klinkers van een paadje in natuurreservaat Kinsendaal-Krieken­put in Ukkel schuift Tim Van Cauwenberghe het bladerdek opzij. Hij wroet even met zijn voet in wat eruitziet als een ondiep kreekje. Over een breedte van een halve meter zie je water opwellen uit een stuk grond, en zand rondwarrelen in het stroompje. (Lees verder onder de foto)

1762 Bronnen 13
© Ivan Put
| Een van de bronnen van de Groelstbeek in Ukkel. In het stroompje zie je zand, en dat is geen toeval in Brusselse bronnen

Dit is een van de bronnen van de Groelstbeek, een van de ruim 130 exemplaren die twee vrijwilligers voor vzw Coördinatie Zenne de voorbije maanden voor het eerst in kaart hebben gebracht, als onderdeel van een strijd tegen de uitdroging en oververhitting van de stad.

“Wij zoeken de bronnen om ze te beschermen,” zegt Van Cauwenberghe, stafmedewerker bij Coördinatie Zenne. “Hun geschiedkundige waarde, maar ook het water: voor ons is het belangrijk dat dat niet naar de riool gaat, zelfs als er boven op de bron is gebouwd. Het heldere water kan dan naar een nieuwe stedelijke rivier bijvoorbeeld. Dat hebben we nodig in onze drogere wereld.”

“Bovendien is zowat een kwart van het volume dat nu behandeld wordt in het waterzuiveringsstation in Haren bronwater dat daar helemaal niet moet zijn. Bij grote regenval kan de riool al het water niet meer slikken, en stroomt ze over. Dan komt het rioolwater toch in de waterlopen terecht. Je zag misschien begin juni zelf ook het bruingekleurde kanaal vol dode ratten, een gevolg van overstorten in het kanaal.” Door alle regen de afgelopen dagen stroomt afvalwater ook nu opnieuw zo de Zenne en het kanaal in. (Lees verder onder de foto)

dode ratten
Het kanaal, begin juni. Na hevige regenval konden de riolen in Brussel al het water niet meer slikken en vond opnieuw een van de beruchte 'overstorten' plaats: rioolwater - met verdronken ratten - loopt zo rechtstreeks de rivier in en bedreigt daar de biodiversiteit

Patient zero

De man met wie de hele bronnenzoektocht begon – of in zijn eigen woorden “de patient zero van de besmettelijke bronnenliefde” – heet Hans Welens. Tot een dik jaar geleden was hij gemeenteontvanger in Schaarbeek. En de bron van zijn passie: de Minneborre in het Josaphatpark.

“Toen ik in 2003 in Schaarbeek kwam wonen en werken, ging ik 's middags altijd wandelen,” vertelt Welens. “Zo ontdekte ik de Minneborre, die mijn rustpunt werd.”

Een metafoor voor het leven, zo verklaart Welens zijn geestdrift voor waterbronnen die toen ontstond. “Je kunt ervoor kiezen om aan de oppervlakte van de plas te blijven en dan zie je enkel wat die weerspiegelt, maar je kunt ook door het oppervlak heen kijken en dan zie je wat er vanbinnen allemaal woelt. Ik was daar direct door gecharmeerd.” (Lees verder onder de foto)

1762 Bronnen 16
© Ivan Put
| Bronnenbewonderaar Hans Welens (l.) in gesprek met Tim Van Cauwenberghe over hun zoektocht: "Leefmilieu Brussel bracht een kaart uit met 21 Brusselse bronnen op, ik wìst gewoon dat dat niet klopte"

In 2015 gaf Leefmilieu Brussel voor het eerst een ‘waterkaart' van het gewest uit, met daarop 21 bronnen. Dat kón niet kloppen, wist Welens meteen. “Ik kende er al onmiddellijk twee die er niet tussen stonden. Ze beloofden het te herzien bij een heruitgave."

"Wat gebeurt er in 2020? (Haalt diep adem) Een nieuwe uitgave, dezelfde 21 bronnen. Eerst was ik teleurgesteld, maar dat sloeg snel om in verontwaardiging. Ondertussen kende ik Coördinatie Zenne al goed en deed ik altijd mee aan hun wandelingen. Wij hoorden van locals over meer en meer plekken waar water opwelt.”

Want door de bodemsamenstelling in Brussel en omgeving zijn er heel wat bronnen. “In de vlakkere delen van de riviervalleien is de bodem heel kleiachtig,” leggen Welens en Van Cauwenberghe uit. “Maar de hogere delen zijn bedekt met zand. Zand is waterdoorlatend, klei niet. Regenwater sijpelt dus het zand in en vormt ondergronds grote waterbellen, dat noemen we het grondwater."

"Heel langzaam dringt het vocht verder door in de bodem, tot het botst op de vrijwel waterdichte kleilaag. Op de plekken op de rivierhellingen waar de zandlaag overgaat in de kleilaag, kan grondwater aan de oppervlakte komen: de bronnen. Omdat de grondwaterlaag en de rivierhelling twee vlakken zijn die elkaar kruisen, krijg je vaak niet één maar een hele resem bronnen op dezelfde hoogte.” (Lees verder onder de afbeelding)

hoe bronnen ontstaan
© Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen
| Een dwarsdoorsnede van hoe een bron in Brussel ontstaat. De nauwelijks doorlaatbare kleilagen (gearceerd) zorgen ervoor dat het grondwater op rivierhellingen 'tevoorschijn komt'.

Moricharplein

Het natuurlijke reliëf is wel zwaar aangetast door de verstedelijking, zegt Welens. “Vorige week waren we in Sint-Gillis. Wist je dat het oude niveau van het Moricharplein áchttien meter lager lag? Daar was in de 16de-17de eeuw een bronnengebied dat de hele stad Brussel van water voorzag. Het werd verzameld in grote vergaarbakken en in leidingen naar het centrum geleid via de Zavel, tot ongeveer 1880. Naarmate de stad groeide, zijn ze wel steeds verder weg extra water gaan winnen, bijvoorbeeld in het Ter Kamerenbos.”

(Op dreef) “Het Moricharplein werd uiteindelijk drooggelegd met aangevoerde grond en brokstukken van het afgebroken Montereyfort uit de Fortstraat, om er te kunnen bouwen. Een paar tientallen meters verder heb je de onderste vijver van het Pierre Pauluspark, die ligt nog ongeveer op het oorspronkelijke niveau. In dat park hebben we zéven bronnen gevonden. Maar andere bronnen in Sint-Gillis? Die komen waarschijnlijk in de riolering terecht.”

Leefmilieu Brussel zag uiteindelijk potentieel in de kennis die Coördinatie Zenne had verzameld. Welens: “Het is voor hen ook interessant, vooral als er bouw- of milieuvergunningen worden aangevraagd (zie kader onderaan deze tekst). Ze hebben ons daarom wegwijs gemaakt in een geologische app waarmee je een 'virtuele grondboring' kan doen op een plek waar water uit de grond komt, om te zien of er effectief een zandlaag op een kleilaag botst. Zo kun je inschatten of een bron waarschijnlijk is.”

Brouwerijen

Sinds december vorig jaar trekken Welens en een oud-­collega uit Schaarbeek, bioloog Abdessamad Mellas, als 'citizen scientists' het terrein op om de Brusselse bronnen systematischer in kaart te brengen. Mellas: “Soms hadden we al informatie van buurtbewoners. Verder zoeken we in historische documenten, oude kaarten en lokale publicaties. Dat kunnen we dan ter plekke verifiëren en checken met de geologische app.” Van Cauwenberghe: “Wat ook een knipperlichtje geworden is: een oude brouwerij in de buurt. Ik ga ervan uit dat zij destijds vooral met bronwater werkten om hun bier en limonades te brouwen.”

Van Cauwenberghe ontvouwt een afdruk van een excel-document, dat hij deze week doorstuurt naar Leefmilieu Brussel. De tussenstand na een half jaar: van 21 bronnen ging het naar ruim 150, netjes gerangschikt op coördinaten en per stroomgebied. En, belangrijk: of het water van de bron de natuur of de riool inloopt. (Lees verder onder de foto)

1762 Bronnen 3
© Ivan Put
| Welens (l.), Van Cauwenberghe en Mellas met de voorlopige tussenstand van hun zoektocht. Het water van de bronnen met een rood vakje achter hun naam stroomt zo het riool in, dat van de 'oranje bronnen' uiteindelijk ook

Sommige bronnen uit oude kaarten of verhalen zijn niet meer terug te vinden. “De grondwatertafel onder Brussel daalt al eeuwen,” zegt Welens. “Eerst doordat het water door meer en meer mensen werd opgepompt, en ze het ook altijd verder en verder moesten gaan halen. Ten tweede is er door de toenemende verharding en verstedelijking minder en minder insijpeling van regenwater, en nu krijgen we daar nog eens de klimaatopwarming bovenop. Er is minder regen, en áls het dan regent, is het veel heviger, zodat het water niet in de grond dringt. Hoe we die situatie zullen omkeren is de grote vraag, daarom zoeken we naar de kleine middelen om de bestaande bronnen te beschermen.”

Sommige Brusselse gemeenten zijn al actief bezig met het herstel van hun waternetwerk. Welens: “Door de onderste vijver van het Pierre Pauluspark in Sint-Gillis loopt bijvoorbeeld de Elsbeek, die daarna in een buis verdwijnt. De gemeente wil kijken of het mogelijk is om de beek opnieuw naar de oppervlakte te brengen, of met dat water in elk geval iets nuttigers te doen. Water in de openlucht kun je ook veel meer bufferen, zeker als afval een deel van de rioolbuis verstopt.” Van Cauwenberghe: “Vorst heeft dan weer een project lopen om historische bronnen van beken op haar grondgebied op te sporen die totaal verdwenen zijn.”

De bronnenzoektocht van Coördinatie Zenne loopt nog verder. “Privéterreinen hebben we nog bijna niet onderzocht,” zegt Welens. Van Cauwenberghe wijst naar de overkant van de Engelandstraat. “We zijn er eigenlijk vrij zeker van dat op het terrein van het Papenkasteel daar zich bronnen bevinden, maar daar zijn we gewoon nog niet aan toegekomen. Hetzelfde in de tuin van de Russische ambassade."

"We hebben vorige maand ook een brief gestuurd aan de koning, om hem te vragen of we eens de bronnen op zijn domein in Laken mogen inventariseren.”

Rode bron

Intussen zijn we verkast naar een veel drukker stukje Ukkel, waar de bronnenjagers een week eerder pas voor het eerst waren. Uit een wel in de achtertuin van basisschool Ecole du Centre in de Dekenijstraat borrelt rosrood water op, zo ijzerhoudend is het.

Welens: “Grappig: op een kaart uit 1846 is ongeveer op deze plek een 'Rode Bron' te zien. Vanuit die Rode Bron vertrok een stroompje, dat je nu hier in de tuin nog ziet, maar dat heel snel in de riolering verdwijnt.” Van Cauwenberghe: “En er staat een oude brouwerij naast de school.” (Lees verder onder de foto)

1762 Bronnen 1
© Ivan Put
| De 'Rode Bron' op de Vandermaelenkaart uit 1846, die ongeveer op dezelfde plek lag als de pas gevonden rode bron

Het debiet van de bron volstaat al een tijd niet meer om de schoolvijver te vullen, waarschijnlijk omdat het grondwaterpeil gezakt is. De vicevoorzitter van de oudervereniging van de school vertelt over het bezwaar dat de ouders aantekenden tegen een nieuwbouwproject naast de school, uit bezorgdheid voor de bomen in de buurt.

Doodsteek

“Dat gebouw komt in de plaats van de voormalige brouwerij, en zou ironisch genoeg weleens de doodsteek voor de Rode Bron zou kunnen betekenen,” zegt Welens. “Het wordt een flatgebouw met 43 appartementen, mét ondergrondse garage. Dat betekent dat het grondwater gedurende maanden weggepompt zal worden. We vrezen dat de Rode Bron dan zijn definitieve einde tegemoet gaat.” (Lees verder onder de foto)

1762 Bronnen Rodebron
© Ivan Put
| Het water van de 'Rode Bron' is nog altijd rosrood door het hoge ijzergehalte, maar het waterdebiet is de laatste jaren fel verminderd 

Van een bedreigde bron meander je snel naar verdwenen bronnen. Die van de Keelbeek bijvoorbeeld, die onder de nieuwe gevangenis in Haren zijn verdwenen. “Het water zouden ze bufferen, en er vijvertjes van maken,” zegt Welens, “maar onze vragen blijven onbeantwoord. Die werf is nu al jaren bezig, en het water gutste gewoon over de Witloofstraat.”

“In Neder-Over-Heembeek hebben we drie jaar geleden de Grondregie van de Stad verwittigd dat er een grote bron lag op de plek waar ze een rust- en verzorgingstehuis planden, maar ze hebben er toch bovenop gebouwd. Het water stroomt er nu de straat af, het debiet is heel hoog. Die bron wil niet verdwijnen (lacht).”

“Wij noemen ze de Marly-bron, naar de voormalige brouwerij die water van verschillende bronnen in de straat capteerde. Er zijn nu plannen – nog niet concreet, voor zover ik weet – om het water naar het kanaal te sturen. Alle bronnen in die straat zouden perfect gebruikt kunnen worden om een nieuw stadsriviertje in te richten. Er kan een poel worden gecreëerd voor biodiversiteit en waterbuffering, en de overloop daarvan kunnen we afwateren naar het kanaal.”

-----------------------------------------------------------------------------------------------

Leefmilieu Brussel: 'Nieuwe kennis helpt waterkwaliteit en biodiversiteit'

Mathieu Agniel is bij Leefmilieu Brussel de huis-hydrogeoloog: een geoloog gespecialiseerd in water in de ondergrond. Hij is de man die de observaties van Coördinatie Zenne zal controleren, voor hij de nieuwe bronnen invoert in de databanken van het milieuagentschap.

“Wij hebben een gebrek aan menskracht om bronnen te kunnen vinden. De speurtochten door deze gemotiveerde vrijwilligers helpen ons zeker. Door de fijne samenwerking raken hun resultaten tegelijk ook bekend bij het grote publiek.” Coördinatie Zenne zoekt zelf meters en peters, die geregeld bij één of een paar bronnen willen langsgaan om te kijken hoe het ermee gaat.

mathieu Agniel
© RV
| Hydrogeoloog Mathieu Agniel gaat alle gevonden bronnen nakijken en ze dan invoeren in de databank van Leefmilieu Brussel

“Ik weet dat Coördinatie Zenne het waterpatrimonium wil beschermen, en het zou inderdaad heel interessant zijn om bronnen waar mogelijk zichtbaar en toegankelijk te maken. Dat ze al 150 bronnen in de stad teruggevonden hebben – en soms echt midden in de stad, – legt opnieuw de link met de natuur in de stad. Ik kan me voorstellen dat er nog meer zijn, maar dit zijn waarschijnlijk de meest zichtbare. Ik hoop deze alvast dit jaar allemaal nog te kunnen valideren.”

“Met de nieuwe bronnenkaarten zullen wij concrete acties kunnen ondernemen”, zegt hydroloog of oppervlaktewaterspecialist Michaël Antoine. “Sommige bronnen zullen misschien opnieuw aan het blauwe netwerk gekoppeld kunnen worden. In droge periodes zal dat extra bronwater bijdragen aan de waterkwaliteit in die waterlopen. Het debiet van de bronnen door de tijd kan ook dienen als graadmeter om te controleren of het Brusselse grondwater niet overgeëxploiteerd wordt.” (Lees verder onder de foto)

1762 Bronnen 9
© Ivan Put
| De Rinsenborre of Kriekenputbron, een van de 21 Brusselse bronnen die wel al bekend waren: ze is ooit in het verleden ingericht als wasplaats en is ecologisch waardevol, omdat ze het natuurgebied Kinsendaal-Kriekenput mee van water voorziet

Een bron heeft geen wettelijk statuut, zegt Agniel. “Ik zal met mijn hiërarchie moeten bespreken hoe we omgaan met deze nieuwe kennis. Waarschijnlijk zal er onderscheid gemaakt worden tussen bronnen met ecologische waarde, en bronnen waarvan het water nu helaas rechtstreeks in de riool stroomt. Slechter kun je het eigenlijk al niet meer doen.”

“Maar misschien zullen we sommige bronnen kunnen beschermen tegen menselijke activiteit, bijvoorbeeld als bij bouwprojecten het grondwater langdurig wordt weggepompt. Dat kan de grond doen verzakken, en een bron in de buurt doen droogvallen, met alle gevolgen van dien voor de biodiversiteit.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?