interview

De wolf komt, maar wanneer?

Evolutiebioloog Joachim Mergeay.© Saskia Vanderstichele

“Het effect van één ecoduct, zoals over de Ring rond Brussel, wordt sterk overschat. Ze komen er vooral om een maatschappelijk draagvlak te creëren.” Evolutiebioloog Joachim Mergeay van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) gaat de boer op met zijn stelling, maar ze lijkt in dovemansoren te vallen. Maar dat de wolf terugkeert, kan niemand ontkennen. De vraag is: wanneer loopt die door Brussel?

De verdeling van het Zoniënwoud door grote infrastructuurwerken, zoals trein en autosnelwegen, hebben de voorbije eeuw tot een enorme versnippering geleid, ten koste van fauna en flora. Het roer werd omgegooid toen Europa met het Ozonproject (2012-2016) de helft van zeven miljoen euro wou subsidiëren om het tij te keren. De overheid kan nu pronken met een eerste ecoduct in Groenendaal: een faunapassage met stobbenwal van 65 meter breed over de Ring.

En er kwamen vergunningen voor drie ecotunnels - doorloop­buizen van anderhalve meter diameter onder de Ring, voor reptielen, marters, everzwijnen -, vier boombruggen - touwpasserellen voor wezels, eekhoorntjes, steenmarters - en diverse ecosluizen.‘s Lands grootste bos blijft echter net als andere natuurzones zorgen baren. En wel door de voortschrijdende degeneratie van het dierenrijk, zo zegt Joachim Mergeay, die genetisch onderzoekswerk levert voor het INBO.

Met de opening van het eerste ecoduct over de Ring (RO) klopt de overheid zich op de borst. Terecht?
Joachim Mergeay: De vraag die een dergelijke investering door Europa en onze gewesten oproept, is: ‘heeft dit effect?’ Alles wat er is, juich ik toe, maar het baat niet. Een voorbeeld: een autoweg en de stad Banff zelf hebben het Banff National Park in Canada versnipperd, met gevolgen onder meer voor de zwarte beer. Daar werd aan tegemoetgekomen door elke vijf kilometer in een ecoduct te voorzien. De dierenpassage ligt ofwel over de autoweg ofwel eronder, door de weg op viaducten te leggen. Om de vijf kilometer een doorweg voor dieren, dat is precies wat nodig is om de verbinding te herstellen. Als we het aantal kilometers autowegen tellen in ons land, is de versnippering in natuurgebieden nog niet voor een duizendste gecompenseerd. Het enige wat één ecoduct nu bereikt, zijn minder verkeersslachtoffers bij mens en dier. Prima voor de verkeersveiligheid, zoals het Agentschap voor Wegen en Verkeer stelt, maar voor de leefbaarheid van dierenpopulaties helpt het amper of niet.

WOLF Joachim Mergeay 2 BRUZZ ACTUA 1630

Wat doet een autoweg voor de biotoop van dieren?
Mergeay: Elke grote weg betekent een barrière. Ofwel kunnen of durven de dieren er niet meer over, ofwel is de doorgang afgesloten. De dieren ontwikkelen zich dan apart en geïsoleerd, wat degeneratie in de hand werkt. Hoe kleiner de stukken natuur die overblijven, hoe sneller dat effect meetbaar is, het duurt geen vijftig jaar om de nefaste effecten te zien. Het beleid geeft zichzelf en ons de indruk dat er gezorgd is voor ‘connectiviteit’ door dat ene ecoduct, maar de afstand die dieren afleggen is beperkt. Reeën bijvoorbeeld zijn zeer standvastig en hebben een leven binnen vijf tot maximaal tien kilometer rond hun geboorteplaats. Alleen voor wie naast het ecoduct leeft, heeft die luchtbrug zin, want zij zullen al eens oversteken, maar eigenlijk raken ze op een andere manier ook wel over.

Er leven ook andere dieren in het Zoniënwoud.
Mergeay: Er zijn honderden soorten die versnipperd geraakt zijn door de snelwegen. De vuursalamander, die vrijwel verdwenen is in Vlaanderen, komt nog voor in het Zoniënwoud. Maar hoelang nog? Hij leeft aan poelen en gaat over land, maar heeft een zeer kleine actieradius: het diertje legt misschien 400 tot 500 meter af.
Omdat we het met een antropologische bril bekijken, denkt de mens: ze moeten de brug maar vinden. Zo werkt het echt niet. Kippen zoeken een nieuw open poortje ook niet op, ze blijven vijf meter verder heen en weer langs de spandraad ijsberen. Een amfibie, een reptiel of een klein zoogdier kent dat nieuwe gegeven ‘brug’ niet, en stopt aan een autoweg. Er staan geen bordjes voor hen in het bos: ‘Links ligt een oversteekbrug’.

BWOLF Joachim Mergeay BRUZZ ACTUA 1630
© Saskia Vanderstichele
| Joachim Mergeay.

Moeten we het dan aanpakken met honderd ecoducten, nu Vlaanderen de Ring wil uitbreiden?
Mergeay: We onderschatten de effecten van een autoweg enorm. De oplossing die we nu aanreiken is een pleister op een houten been. Honderd ecoducten bouwen is een kwestie van maatschappelijke prioriteiten. Om de vijf kilometer groene zones herverbinden is een keuze. Een ecoduct kost niet meer dan een paar honderd meter autoweg (honderd meter snelweg kost snel 10 miljoen euro, een ecoduct 5 tot 12 miljoen euro, red.).

Waarom gaat het te traag vooruit?
Mergeay: Het geld voor ecoducten komt uit een heel andere pot van het beleid, uit het Agentschap Wegen en Verkeer. Het is dus geld dat niet beschikbaar is om natuur mee te beheren of aan te kopen. Als het geld niet naar de bouw van een ecoduct gaat, kan het dienen om autowegen te herstellen. Maar het is wel dezelfde belastingbetaler die voor deze keuze betaalt. Modellen hebben aangewezen dat het vaak interessanter is om groengebieden te vergroten dan om kleine snippers te verbinden. Daar kan veel meer winst uit worden gehaald, maar maatschappelijk ligt dat veel moeilijker. Voor een ecoduct over een snelweg hoeft niemand onteigend te worden. En of het ecoduct functioneel is of niet, who cares?

Wie zou zich keren tegen vergroting van groene longen?
Mergeay: De landbouwsector poneert dat er dan tekort aan akkerland is, wanneer landbouwgrond weer wordt omgezet in bos. ‘We hebben grond nodig voor voedselproductie,’ klinkt het. Een vals argument. Eigenaardig genoeg dient zeventig procent van de landbouw in Vlaanderen om veevoeder te produceren. Mais telen, soja importeren, varkens mesten, mestoverschotten creëren met alle milieuproblemen vandien … en dan nog gesubsidieerd worden om vlees goedkoper te exporteren. Waar is de brede maatschappelijke functie van landbouw dan nog?
Er zijn weinig incentives vanuit de maatschappij om duurzaam aan landbouw te doen. Het kost onze maatschappij heel veel, niet alleen aan water- en milieusanering, terwijl er netto geen baat tegenover staat. Je kan niet meer in een propere beek zwemmen zonder ziek te worden. Het zit allemaal verweven in de strijd tussen landbouw en natuur, dier en flora. Hoe gaan we overleven zonder greintje natuur?

Welk concreet effect heeft versnippering van een bos op de natuur?
Mergeay: Landbouw-, industrie- en woongebieden werden de jongste honderd jaar zo ingebed dat er alleen nog snippertjes natuur overblijven. De populaties aan dieren die daar nog zitten, kunnen vaak een paar tientallen jaren overleven. Omdat ze zo klein zijn geworden, gaan ze allemaal aan inteelt ten onder. De vroedmeesterpad, de kamsalamander, ze zijn weg. Andere soorten ook, net als talloze plantensoorten. En het blijft maar doorgaan.

WOLF BRUZZ ACTUA 1630
© Shutterstock
| "Ons gedrag tegenover de wolf is veranderd, daarom is hij terug." stelt Joachim Mergeay.

Maar de wolf keert wel weer?
Mergeay: Die geïsoleerde populaties van de bruine beer, de lynx of de wolf hebben ertoe geleid dat iedereen binnen één diersoort met elkaar verwant is geraakt en daardoor ongezond werd. Gelukkig is de wolf een opportunist en een zeer versatiel, beweeglijk dier. De reden waarom de wolf terug is, heeft te maken met ons menselijk gedrag tegenover het dier. Dat is veranderd.

Vijftig jaar geleden was elke jongen in ons land bij wijze van spreken een vogelnestrover. Elke gelegenheid om een dier te vangen en op te eten nam men te baat. Nu doen we het omgekeerde: we maken vogelkastjes, gaan ’s winters de vogels voederen en hebben campagnes om ze te tellen. Een klem om vossen te vangen, wordt niet zo snel meer gezet, om die reden zijn ze weer zichtbaar in de stad. Die complete gedragsverandering heeft paradoxaal genoeg te maken met verstedelijking en daardoor extra waardering voor de natuur.

Honderd jaar geleden werden die grijze wolven die nu opduiken in Vlaanderen en Wallonië (waar ook al een tot twee wolven lopen, red.) meteen doodgeschoten. Nu bestaat er een maatschappelijk draagvlak voor, en zorgen we meteen voor een omkaderende regelgeving om dat doodschieten te vermijden. Onze omgang met biodiversiteit en wilde dieren is geëvolueerd.

En de wolf is duidelijk welkom.
Mergeay: Als we willen samenleven met de wolf, moet er gewoon een compromis van co-existentie tussen wolf en burger zijn. Twee jaar terug zat er al een Duitse wolf in de buurt van La Roche-en-Ardenne. Het is een dier dat deel uitmaakt van een West-Europese populatie. Hun populatie is de jongste tien jaar sterk gegroeid, terwijl de wolf pas sinds 1991 vanuit Italië Frankrijk is binnengekomen.
Toen is de habitatrichtlijn - de strikte bescherming - voor de wolf in werking getreden. Als er nu opnieuw een duizendtal wolven in Duitsland en Frankrijk zit, is het logisch dat er eentje onze grens overloopt. Eigenlijk loopt de emmer over. De wolven die in Vlaanderen gezien zijn, waren in Duitsland grote heideterreinen gewoon. Om die reden hebben ze niet toevallig een van de rustigste heideterreinen in Vlaanderen uitgekozen. De wolf komt mogelijk ook naar Brussel: hij kan wel vijftig kilometer in een nachtje lopen. Al zal het dier morgen nog niet in het Zoniënwoud gespot worden.

Ziet u de toekomst rooskleurig in?
Mergeay: Ik ben pragmatisch en weet dat we niet alle biodiversiteit kunnen behouden. Als we wat nu nog zijn functie heeft en diensten levert willen behouden, moet 30 tot 35 procent van de totale aardoppervlakte behouden blijven voor wilde natuur. In Vlaanderen komen we aan 11 procent. Als dan Brazilië met de vinger gewezen wordt om boskap, terwijl die bossen nodig zijn om onze lucht zuiver te houden, dan vergeten we dat we zelf al jaren al ons bos gekapt hebben. En nieuwe bossen zullen honderden jaren nodig hebben om eenzelfde ideaal ecosysteem te creëren voor plant en dier. Daarom is de waarde van een huidig bos zo belangrijk.
Waar blijft de langetermijnvisie en wordt die dan uitgevoerd? Neem de betonstop, mogelijk draait men die even snel terug. De conclusie is duidelijk: willen we wel iets doen aan het tekort aan natuur? Je kan niet de geit én de kool sparen.

Wie is Joachim Mergeay?

  • 39 jaar, bioloog (UGent).
  • Doctor in de Wetenschappen,Evolutiebiologie (KU Leuven).
  • Sinds 2009, senior onderzoeker Genetische diversiteit, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO, Brussel).
  • Sinds 2009, gastdocent KU Leuven – Evolutiebiologie, ecologie & natuurbehoud.
  • Werkt mee aan het Wolvenplan Vlaanderen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?