'Natuur maakt gelukkig, dat zijn we als stedelingen vergeten'

Steven Van Garsse
© BRUZZ
20/02/2020

| Lotte Stoops op de rotonde aan de Tervurenlaan: “Maak van dergelijke verkeerspleinen een wild stukje natuur."

Met kleine 'woudjes' in de stad en verwilderde rotondes wil parlementslid Lotte Stoops (Groen) meer groen in de stad. “Het is goed voor bijen én voor de mensen.”

Stoops is bekend van het burgerinitiatief Au Bord de l'Eau aan het kanaal in Laken. Ze raakte in mei vorig jaar verkozen op de lijst van Groen en schaart zich achter de (wetenschappelijke) roep voor meer biodiversiteit in de stad, maar ziet ook een groot voordeel voor de Brusselaars zelf.

“Ik ben groot pleitbezorger van de tiny forests, de minibosjes, die er in de stad zouden moeten komen. Het is een heel afgelijnd concept, dat zowel meer natuur in de stad brengt, als de sociale cohesie versterkt.”

“Ik heb zelf met Au Bord de L'Eau gemerkt hoe mensen kunnen opleven door ontmoetingen. Eenzaamheid in de stad is een groot probleem. Het doodt meer mensen dan alcohol of sigaretten. Tiny forests brengen mensen samen.”

Het concept, tegenwoordig als merk gedeponeerd, is bedacht door een Indiase ingenieur, Shubhendu Sharma. Die haalde de mosterd dan weer bij de Japanse bomenexpert Akira Miyawaki, die in de jaren 1970 een methode ontwikkelde om inheemse bossen te herstellen.

Opmerkelijk is dat de bomen erg dicht bij elkaar worden geplant, vandaar het idee van een 'klein woud'. Sharma plaatste dat idee over naar de stadsomgeving.

Buurtbewoners zoeken een terrein en beginnen er zelf inheemse bomen te planten. Niet zomaar, want bij een tiny forest hoort een echte checklist. Er moeten minstens 25 verschillende boomsoorten komen, ze moeten tien jaar ongestoord kunnen groeien, en ze moeten dicht bij elkaar geplant worden. Tot vijf per vierkante meter. Takken en bladeren blijven liggen. De scholen zijn intensief betrokken, de buurtbewoners moeten het als ontmoetingsplek kunnen gebruiken en nemen ook het beheer voor hun rekening.

Bij een tiny forest hoort een echte checklist. Er moeten minstens 25 verschillende boomsoorten komen, ze moeten tien jaar ongestoord kunnen groeien, en ze moeten dicht bij elkaar geplant worden.

Voor Stoops draait het erom de cohesie in een verbrokkelende stad te herstellen. “Door samen aan een project te werken, krijg je vanzelf een goed gevoel. En door met kinderen te werken, komen ze van kleins af aan met de natuur in contact. Bovendien breng je meer groen in de stad. Het is wetenschappelijk bewezen dat natuur de mensen gelukkiger maakt. We zijn dat als stedeling vergeten.”

Rotondes

Stoops deed onlangs in het parlement nog een ander opmerkelijk voorstel om meer groen in de stad te brengen: het laten verwilderen van de talrijke rotondes in de stad. “Ik kreeg het idee toen ik een artikel las over rotondes in Limburg. Omdat het onderhoud van die rotondes duur is, zou dat aan bedrijven worden overgelaten. Die mogen in ruil reclame maken op die rotonde.

Dat vond ik nu eens een rotslecht idee. Daarom stel ik voor om van de rotondes juist een wild stukje natuur te maken. Daar kan onze biodiversiteit alleen maar beter van worden. Wilde bijen bijvoorbeeld hebben stukjes groen dicht bij elkaar nodig. Die kunnen genieten van de wildgroei op de rotondes. En het onderhoud? Zo'n verwilderde rotonde onderhoudt zich vanzelf.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Milieu , Stedenbouw , groene ruimte , tiny forests , rotondes , Lotte Stoops

Lees ook

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni