reportage

Urban Jungle: de comeback van de kamerplant

Jean-Bapist Runneburger, plantenliefhebber.© Saskia Vanderstichele

Kamerplanten zijn weer helemaal in. De huidige jonge stadsbewoners zijn bekommerd om het klimaat en hunkeren naar groen en zuivere lucht, ook binnenshuis. Ze stouwen hun huis dan ook vol met monstera’s, varens en pannenkoekenplantjes. Zelfs de sanseveria, jarenlang verbannen uit de woonkamer wegens oubollig, is nu hip. Sommigen laten alle remmen los en maken van hun woning een klein oerwoud. Welkom in de urban jungle.

Jean-Baptiste Runneburger: 'licht, water en heel veel liefde'

Jean-Baptiste Runneburger, een Fransman die opgroeide in Zwitserland, kwam drieënhalf jaar geleden liftend naar Brussel, gelokt door de liefde. Behalve zijn rugzak had hij een begoniaplantje bij zich, gekregen van een goede vriend, en ook een jong wit hondje, Cosette.

In zijn nieuwe onderkomen verzamelde hij samen met zijn vriend meer dan driehonderd planten. Maar de liefde ging over, Runneburger verhuisde en liet alle planten achter, op zijn dierbare begonia na.
Hij trok naar een kleine benedenverdieping aan de Parklaan in Vorst en begon opnieuw. In anderhalf jaar heeft hij ook daar een hemels plantenparadijs gecreëerd.

En dat voornamelijk met afdankertjes. “De meeste van mijn planten vind ik op straat tussen het oud vuil, of krijg ik van mensen die geen raad meer weten met hun te groot geworden of verlepte kamerplant. Men weet ondertussen dat het hier een soort plantenkliniek is, soms staat er een plantje aan mijn voordeur,” vertelt Runneburger.

URBAN JUNGLE Sarah Waltman 2 BRUZZ ACTUA 1647
© Saskia Vanderstichele
| Jean-Baptiste Runneburger.

Hij wijst naar een enorme ficus, achttien jaar oud, die hij erfde van een werknemer van de gemeente Vorst die met pensioen ging. “We hebben hem via het raam de kamer in getild.” Wat verderop ligt er een metalen zeef met daarin een klomp aarde waaruit twee zielige blaadjes steken. Het is een afgedankt stuk hertshoornvaren.

Runneburger weet zeker dat hij nieuw leven in de varen krijgt. En daarvoor heeft hij geen mest of chemische stoffen nodig. “Planten hebben licht en water nodig en daarnaast veel liefde en aandacht. Als je goed naar ze kijkt, zie je op welke plek in de kamer ze het liefst staan. Ze vertellen het zelf.”

Wat hij wel altijd doet om de plant een nieuwe start te geven, is de pot wit schilderen. Wat ook helpt, is muziek. Uit de laptop van Runneburger klinken zachte, rustgevende klanken. “Bepaalde frequenties doen de moleculen groeien, niet alleen bij de planten, ook bij de mens.”

Een plant is een levend wezen waar je goed voor moet zorgen, zegt Runneburger. “Als je goed zorg draagt, dan krijg je ook veel terug. Schoonheid, geur en geluk.” En er is meer: Runneburger kruidt zijn maaltijden met bladsnippers van zijn curcumaplant. En van de bladeren van de aloë vera maakt hij een zalf waarmee hij zijn huid dagelijks insmeert. Een dagcrème hoeft hij niet te kopen.

Waar Runneburger dit gevoel voor planten en schoonheid vandaan heeft? “Ik heb me altijd anders gevoeld dan de anderen. Misschien is het een vorm van Asperger. Maar daardoor heb ik een hele sterke band met de natuur.” Die connectie blijkt ook uit de fraaie tattoos van planten en dieren op zijn lichaam en de fijne eigenhandig getekende natuurprenten aan de muur. “Ik verbind me heel makkelijk met planten, en ook met dieren.”

Hond Cosette is nog steeds zijn trouwe metgezel en ondertussen is ook Geongeon er bijgekomen, een duif die vorig jaar nog op sterven na dood was. “Ik wandelde ‘s avonds op straat toen ik een vos ontdekte die iets in zijn bek had. Een duif zo bleek. Plots kwam er een bus aanrijden. Het vosje schrok zo dat hij de duif liet vallen, recht voor de wielen van de bus. Het beestje werd weggekatapulteerd en brak zijn vleugel.”

Runneburger, kinesist-masseur van opleiding, ontfermde zich over de zwaar gehavende duif en nam de vogel in huis. Het diertje kan nog steeds niet vliegen en trippelt moeizaam heen en weer tussen het appartement en de tuin. Buiten houdt grote vriend Cosette alle mogelijke belagers op een afstand.

Zo leven Runneburger, Cosette en Geongeon in totale harmonie samen, te midden van de plantenpracht. Een perfecte symbiose tussen mens, dier en plant.

Tine Declerck: 'Het leukste is dat je babyplantjes kan maken'

URBAN JUNGLE Tine Declercq 2 BRUZZ ACTUA 1647
© Saskia Vanderstichele
| Tine Declerck.

Tine Declerck is een duivel-doet-al. Ze is coördinator bij Allee du Kaai, fotografe, onder meer voor dansschool P.A.R.T.S., en in de avonduren werkt ze af en toe als bewakingsagent. Van haar ruime loft in een verbouwde drukkerij in Molenbeek heeft ze een soort cohousingproject gemaakt. Ze woont er samen met vijf mannen: haar lief en haar twee zoontjes, en voorts Emil en Theo, twee vrienden. De voertaal tussen de huisgenoten is Engels. “Ik woonde tot een jaar geleden met man en kinderen in het centrum. We waren heel vaak met zijn viertjes en vonden dat ergens te beperkend. Voor je het weet, zit je helemaal in dat gezinsbolleke,” legt ze uit.

Naast dit alles is Declerck een plantenfanaat. “Ik begon destijds met snake plants (sanseveria’s). Die zijn zo makkelijk te kweken en te onderhouden. Als de blaadjes geel worden, hebben ze dorst en moet je ze water geven. Het is een van de simpelste en meest zuiverende planten. Daarna kwam de grote ficus erbij die in ons vroegere appartementsgebouw helemaal verloren in een gang stond. We hebben hem geadopteerd.” Vanaf dan bleef de plantenverzameling alleen maar groeien. “Voor de verhuizing naar Molenbeek waren er twee camionettes nodig, alleen voor de planten.”

Bij de housewarming werd aan alle gasten gevraagd: breng een plantje mee, dat maakt ons gelukkig. Nu staat de loft propvol planten, zowel beneden als boven. Declerck heeft geen idee hoeveel het er zijn.

Vanwaar die grenzeloze behoefte aan planten? “Hoe zou ik anders de chaos in mijn bestaan, de drukte van de stad overleven?” zegt ze. “Mijn thuis moet me adem geven, planten brengen me tot rust.”
Nochtans is het een boel werk. En Declerck doet de verzorging in haar eentje. “C’est mon délire,” zegt ze.

Haar huisgenoten trekken er zich volgens haar niets van aan. “Klopt,” roept huisgenoot Emil vanuit de keuken. “Wij doen niets. Tine is de mama van de planten.” Alleen haar lief moet soms ergens bovenop kruipen om een plant te begieten. “Maar dat is dus echt een verplichting,” lacht Declerck.
Heeft de plantenverzorging ook een meditatief effect? “Niet echt, soms hoor je me vloeken.” Als een plant wolluis heeft bijvoorbeeld en Declerck, die geen chemische bestrijdingsmiddelen wil gebruiken, de beestjes met een wattenstaafje te lijf probeert te gaan.

Van plantenwetenschap of -techniek kent ze weinig. “Het gebeurt allemaal nogal intuïtief. Ik probeer ook niemand te overtuigen om planten te nemen. Ik ben geen plantenmilitant. Het is echt voor mezelf. Het maakt me content. En het leukste is dat je babyplantjes kan maken, die je dan weer kan weggeven.”

Sarah Waldmann: ‘Metgezel in goede en slechte tijden’

URBAN JUNGLE Sarah Waltman BRUZZ ACTUA 1647
© Saskia Vanderstichele
| Sarah Waldmann.

Sarah Waldmann heeft een turbulent leven achter de rug. Na een moeilijke jeugd was ze jarenlang op de dool. “Ik leefde ’s nachts, gebruikte drugs en verspilde op die manier jaren van mijn leven.”
Ondertussen is ze 41. Een jaar of drie geleden kreeg ze weer grip op haar bestaan. Gedaan met de drugs en het wilde nachtleven. Ze werkt nu twee dagen per week in een restaurant en is distributeur van een nieuwe lijn van verzorgingsproducten.

Dankzij een meevaller kon ze twee jaar geleden een eigen optrekje kopen, een bovenwoning in een nieuwbouwproject in Anderlecht. Ook dat gaf rust. “Er kwam weer licht in mijn bestaan,” zegt ze. “Ik weet dat het laat is, maar ik begin eindelijk te leven.” In de woning is er volop ruimte voor haar grote passie: planten. Ze staan in heel het huis, tot in de badkamer. Planten zijn een troostende metgezel voor Waldmann. Ook in de moeilijke jaren waren ze een constante.

De liefde voor de natuur stamt uit haar kindertijd. Haar Britse grootvader, afkomstig van een boerderij in Kent, inspireerde haar met zijn verhalen. Waldmann groeide op in Ukkel en Beersel, en bewaart goede herinneringen aan de grote tuin van haar ouderlijke huis, ook al had ze als kind een hekel aan het vele onkruid wieden.

Haar eerste eigen plant kocht ze toen ze zeventien was, een beaucarnea. “Ik kocht hem nota bene bij Ikea.” Het is vandaag nog steeds haar lievelingsplant en ook de favoriet van poes Bambou die zich uitleeft door de inmiddels forse stam te beklimmen. Haar volgende aanwinst was een ficus uit de Carrefour. “Al de rest heb ik gekregen, meestal van vrienden die naar het buitenland vertrokken. Deze paradijsvogelplant bijvoorbeeld komt van een vriendin die uitweek naar Spanje.”

Ze kreeg ook vele stekjes en ook een stuk van een bonsai, die ze nu samen met haar vriend probeert op te kweken.

In de zomer verhuist een deel van de jungle naar het terras. “Dan heb ik het meeste werk: aarde bijvullen, verpotten, begieten. Ik ben elke dag wel een uur bezig. Nu heb ik even drie maanden pauze.”
Hoewel haar leven in een veel rustiger vaarwater is terechtgekomen, zijn niet alle perikelen van de baan. Ze heeft gezondheidsproblemen en er zijn lekkages en andere mankementen opgedoken in haar nieuwbouwwoning. Met planten bezig zijn, geeft dan rust. “Het is mijn zenmoment,” zegt ze. En ze zuiveren de lucht in de woning. “Want ja, we roken nog.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?