Zelf fijn stof meten is beter weten

Dries Van Ransbeeck, initiatiefnemer InfluencAir, bij de zelf in elkaar geknutselde fijnstofmeter op zijn kantoor aan het Centraal Station© Bart Dewaele

Zowat honderd Brusselaars hebben in juni een eigen fijnstofmeter in elkaar geknutseld, ongerust als ze zijn over de luchtverontreiniging in de stad. De metingen zijn live te bekijken op de website InfluencAir. De groep achter de site roept nog meer burgers op om mee te doen en zo de informatie van de officiële Brusselse meetstations aan te vullen.

De mosterd haalde initiatiefnemer Dries Van Ransbeeck (27) in Duitsland, in Stuttgart meer bepaald. Het project Luftdaten deed daar twee jaar onderzoek naar lowcost-luchtkwaliteitssensoren, die mensen zelf betaalbaar in elkaar kunnen steken. De metertjes verspreidden zich snel in de autostad die Stuttgart is.

Op de OpenStreetMap-kaart van LuftDaten zag Van Ransbeeck meteen ook een paar metingen in Brussel: lokale whizzkids die op basis van het Duitse voorbeeld al hun eigen sensor in elkaar gestoken hadden. Toon Nelissen is een van hen. “Ik woon aan de Vlaamsepoort boven de Walvis. De ramen worden hier snel vuil, de planten zien zwart van alle verkeer. Sinds ze de Anspachlaan voor autoverkeer hebben gesloten, beginnen de files een uur eerder en duren ze ook een uur langer.”

In zijn zoektocht naar meer informatie stootte Nelissen, die een softwarebedrijf runt, op de Duitse doe-het-zelfsensoren. Hij priegelde er zelf een in elkaar. “Er zijn in Brussel acht (functionerende, red.) officiële meetstations. Die kosten elk 8.000 tot 50.000 euro. Onze sensoren zijn minder betrouwbaar, maar kosten maar een fractie daarvan,” zegt Nelissen. “Onze waarde zit in de complementariteit. Naarmate je meer lokale metingen verspreid over Brussel uitvoert, wordt de foutenmarge kleiner.”

Niet weg te branden

Luchtverontreiniging is al een tijdje niet uit de Brusselse actualiteit weg te branden. Een groep Brusselaars spande in 2016 een rechtszaak aan tegen het Gewest omdat dat onvoldoende zou doen om de luchtvervuiling te bestrijden. Actiegroepen als Schone Lucht BXL en Bruksel’air zagen het licht, en na een alarmerende Greenpeace-studie over de luchtkwaliteit sloten bekommerde ouders in het voorjaar van 2018 ’s ochtends de straten rond tientallen Brusselse schoolpoorten af.

Met die kennis in het achterhoofd zag Dries Van Ransbeeck, een passionele prediker van de opendatabeweging, in dat de Duitse meetmethode ook in Brussel kon worden gebruikt. Toen hij een thema-avond over het onderwerp opzette, kwamen daar veel geïnteresseerden op af.

In zijn kantoor toont hij zijn eigen zelfbouwsensor, op de buitengevel. “De lucht gaat door dit plastic buisje – gekocht in de doe-het-zelfzaak – naar een microchip die verbonden is met wifi en een elektriciteitskabel. Eén sensor meet de luchtverontreiniging, de andere de luchtvochtigheid en temperatuur, zodat we die kunnen controleren mocht er plots een hele rare uitschieter te zien zijn. Dan gaat er nog een plastic behuizing omheen, twee stukken regenpijp, om de sensor te beschermen tegen de regen.”

Het oorspronkelijke doel was om honderdvijftig sensoren in heel Brussel te hebben hangen, maar dat cijfer lijkt nu al achterhaald. Na een eerste informatiemeeting in juni (met een wachtlijst van zestig mensen) hangen er al een honderdtal sensoren verspreid over Brussel, en na een (nu al zowat uitverkochte) meeting in september moeten er daar nog eens tweehonderdvijftig bijkomen.
Die tweede meeting wordt georganiseerd door Beweging.Net, het vroegere ACW. “Maar wij willen politiek neutraal zijn,” benadrukt Van Ransbeeck. “InfluencAir werkt ook samen met stadsbeweging Bral bijvoorbeeld, en Schone Lucht Bxl, de VUB en het project BeCentral in het Centraal Station. We willen de data voor zich laten spreken, en ze open ter beschikking stellen.” Op de site van InfluencAir zijn daarom ook de concentraties fijn stof in de acht officiële meetstations te zien.

Dries Van Ransbeeck, initiatiefnemer InfluencAir
© Bart Dewaele
| Dries Van Ransbeeck, initiatiefnemer InfluencAir, bij de zelf in elkaar geknutselde fijnstofmeter van zijn kantoor aan het Centraal Station

35 euro voor doe-het-zelfwerk

Het snelle succes is een maatstaf van de bezorgdheid die momenteel leeft over de Brusselse luchtkwaliteit. Per meetpunt moeten mensen immers 35 euro neertellen, voor de kosten van de onderdelen. En dan moet de sensor nog in elkaar worden gezet. Op de website kunnen geïnteresseerden zien hoe dat moet, of ze kunnen ook langskomen op de tweewekelijkse meetings (Civic Labs) die Van Ransbeeck op zijn kantoor vlak bij Brussel-Centraal organiseert. Luchtkwaliteit-meetcollectieven zijn er inmiddels ook in Gent, Leuven en Brugge.

InfluencAir wil luchtkwaliteit hoog op de Brusselse politieke agenda houden. “De meeste burgers doen mee omdat ze hun stem willen laten horen,” zegt Van Ransbeeck. “Ze willen participeren, een invloed op het beleid hebben. De data zullen voor hen spreken. Daarnaast zijn ze ook nieuwsgierig, ze willen weten hoe het zit in hun eigen straat.” De data zijn open en beschikbaar voor iedereen, en ook te raadplegen door de tijd heen.

Een volgende stap zijn data stories, waarmee de programmeurs achter InfluencAir de ruwe data willen vertalen in mensentaal, zodat ook leken die niet voortdurend met technologie bezig zijn de cijfers makkelijker zullen snappen.

De voortdurende fijnstofmetingen kun je live op de website van InfluencAir bekijken.

luchtpijpmeter BRUZZ ACTUA 126
© CIVIC LAB
| Voor enkele tientallen euro's kan je zelf een fijnstofmeter maken.

Hoe betrouwbaar zijn de metingen van InfluencAir?

De Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu Ircel bewaakt de luchtkwaliteit in België, en publiceert er online permanent metingen over. “Meestal zijn de metingen van de doe-het-zelfsensoren redelijk betrouwbaar,” zegt luchtkwaliteitsexpert Frans Fierens van Ircel, die sinds begin dit jaar zelf een meetkastje heeft hangen in zijn tuin.

“De zelfgebouwde sensoren meten fijn stof PM10 (deeltjes met een diameter kleiner dan 10 µm, red.), maar zijn vooral accuraat wat het nog veel kleinere PM2,5 betreft, dat ver kan doordringen in de longen van mens en dier.”

Frans Fierens, luchtkwaliteitsexpert IRCEL

“Bij een hoge luchtvochtigheid hebben deze sensoren de neiging de concentraties fijn stof gevoelig te overschatten, bij een lage luchtvochtigheid is het omgekeerd en worden ze onderschat. Maar dit kan zeker een meerwaarde bieden boven op de officiële, reguliere metingen. Dit is een initiatief van goed geïnformeerde, professionele burgers. Zo is de initiatiefnemer van LeuvenAir een KMI-medewerker.”

“De metingen zijn interessant om de ruimtelijke variabiliteit in luchtvervuiling na te gaan. Je kunt hierdoor vergelijken met onze kaarten op straatniveau, om die eventueel te corrigeren.”

Brusselse politieke partijen voerden de afgelopen jaren ook metingen uit, met meetbuisjes die je voor een paar euro in de handel kan vinden. Maar die meten het gehalte aan NO2 (stikstofdioxide) in de lucht, in plaats van fijn stof. “Uit cijfers van het Europees Milieu­agentschap blijkt dat er veel meer vroegtijdige sterftes aan fijn stof worden toegeschreven dan aan stikstofdioxide of ozon,” klinkt het bij Ircel. “Deze nieuwe meetpunten hebben dus zeker een nut.”

Fierens begon bij Ircel te werken in 1997, toen de instelling één smogbericht per dag online publiceerde. “Daar werd toen nauwelijks naar gekeken. Terwijl de luchtkwaliteit intussen verbeterd is, wordt er meer en meer aandacht aan besteed. De meeste mensen zijn ook veel beter geïnformeerd dan vroeger. En als de publieke opinie er meer mee bezig is, dan volgen de beleidsmakers.”

Luchtkwaliteit

De Brusselse luchtkwaliteit is niet meer uit de actualiteit weg te branden. Het Gewest is al meermaals door Europa op het matje geroepen, maar de concentratie stikstofdioxide is recent weer gestegen.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?