reportage

Fietstocht: industrieel erfgoed en natuur langs het water

Sara op twee wielen door de achtertuin van Brussel.© Saskia Vanderstichele

Wie kanaal en Zenne richting Mechelen volgt, ziet industrieel erfgoed geleidelijk baan ruimen voor natuur. Met water voortdurend in het vizier is de gevarieerde route niet alleen ontspannend, maar ook perfect doenbaar met kinderen of beginnende wielertoeristen.

Een makkelijk haalbare tocht is dit, ook voor wie niet over de beste fiets beschikt of zich in coronatijden voor het eerst aan een uitstap op twee wielen wil wagen. Omdat we de hele tijd langs de waterkant rijden, is de rit immers volledig plat. Wij deden de tocht met zo'n weifelende beginner. Die was na afloop erg enthousiast – “helemaal niet zo moeilijk als ik dacht” – en heeft sindsdien al moeilijkere dagtochten achter de kiezen.

Starten doen we op de hoek van de Van Praetbrug en de Vilvoordsesteenweg, waar een tweerichtingsfietspad langs het kanaal doorloopt richting Vilvoorde. Wie de eerste kilometers door de voorhaven, langs verbrandingsoven, hopen schroot en zand, en de indrukwekkende silo's van de Meunerie Bruxelloise liever overslaat, kan aan Sainctelette of Van Praet ook op de Waterbus stappen. Die pendelboot – waarop fietsen gratis meemogen – vaart precies dezelfde route, maar meedeinen op het klotsende water geeft alle industriële activiteit meteen een rustgevend vakantietintje. De Waterbus doet op aanvraag het park Drie Fonteinen aan, alvorens aan te meren aan de Steenkaai in Vilvoorde.

Wie liever vaste grond onder de voeten houdt, rijdt tot aan de Budabrug in Heembeek, een sierlijke industriële hefbrug uit 1955 met een heel herkenbare metalen structuur. Met wat geluk kun je observeren hoe het brugdek tot wel 35 meter omhooggaat voor een eronderdoor varende boot, en daarna tot op de millimeter naar zijn oorspronkelijke positie terugkeert.

Zodra we de overkant bereikt hebben, denderen vrachtwagens ons voorbij voor ze aan café Charlie's Angels afslaan richting de N1. We slalommen nog even langs de trucks van een laatste afvalverwerkingsbedrijf aan de waterkant, en de sfeer aan de Vaartdijk slaat om. We fietsen door een laatste deel van het havendomein, een smalle landtong geprangd tussen het kanaal en de Zenne met veel vergane industriële glorie.

Route via Vilvoordsesteenweg naar Budabrug. Steek het kanaal daar over en baan je via Vaartdijk en Steenkaai en open terrein achter houtloods in Vilvoorde een weg naar de Zenne. Vervolgens knooppunten 14, 13, 18, 16, 75, 10, 59, 92 en 93. Via het Vrijbroekpark in Mechelen terug naar nummer 59. 

Weg bewoonde wereld

Nadat we onder het razende verkeer op het viaduct van Vilvoorde zijn gereden en onder een stalen hijskraan zijn gefietst, passeren we langs de nieuwe woonwijk Waterzicht, met lofts en appartementen aan het kanaal, nog half in aanbouw. We fietsen langs de Kruitfabriek, op de plek waar honderd jaar geleden de echte kruitfabriek 't Poeierke ontplofte. In het gebouw zit een bar/restaurant, buiten coronatijd wordt er maandelijks een brocantemarkt gehouden. Na een laatste kans om de inwendige mens te versterken in brasserie Canal even verderop, verlaten we de bewoonde wereld.

We blijven langs het water rijden op de Houtkaai, en al snel doemt de hangar voor ons op die de straatnaam eer aandoet. De voormalige houtopslagplaats Parmentier, de bekendste loods van Vilvoorde, is een monumentaal stuk industrieel erfgoed dat er verlaten bijligt. (Lees verder onder de fotogalerij)

Tussen de sierlijke art-decopijlers fietsen, skaten, steppen of picknicken gebeurt op eigen risico, want de hangar is privéterrein. Maar je kunt er ook langs rijden, en vlak daarachter hetzelfde wegeltje terugvinden dat ons iets verderop via een houten brug over de opnieuw boven water gekomen Zenne leidt.

De paadjes aan de overkant van de rivier voeren ons over een braakliggend terrein van ruim elf hectare. Het lijkt een ongerept natuurgebied intussen, maar is eigenlijk de oudste indus­triële site van Vilvoorde. Tot midden jaren tachtig stond hier de cokes­fabriek van steenkoolbedrijf Forges de Clabecq. De grond is intussen gesaneerd, en ingepalmd door de natuur. Even lijkt het alsof we ons op de heide bevinden, in plaats van in het centrum van Vilvoorde.

Eindigen doet het weggetje op de parking van een school, waarna het in een paar snelle bochten richting de Radiatorenstraat gaat. Recht tegenover de indrukwekkende koeltorens van de gascentrale die binnenkort vervangen wordt door een nog groter exemplaar, fietsen we langs de Asiat-site.

Dit voormalige militaire domein stelde de stad vorig jaar ter beschikking aan kunsten­iniatief Horst. Of het jaarlijkse elektronische festival begin september zal kunnen plaatsvinden, is nog altijd een vraagteken, maar in de zomer is er alvast een pop-upzomerbar. Er zijn ook restaurant-­clubavonden gepland – iets voor op de terugweg misschien – en twee sleeping concerts.

Weidse velden

Vanaf hier maakt industrie geleidelijk plaats voor natuur. Langs weidse velden blijven we trouw het water volgen richting Eppegem, Weerde en Zemst, waar een deel van de Zenne meanderend afsplitst en wij de stroomgeul met de verharde bedding blijven volgen. Na een paar kilometer komen de twee armen van de Zenne weer bij elkaar, en doemen wuivend riet en watervogels op. De grote Eglegemvijver in Hombeek geeft prachtige uitzichten, vooraleer we via een smalle tunnel onder de spoorweg duiken. Even opletten hier voor tegenliggers.

Verder fietsen naar fietsknooppunt 92, het verste punt op de route, kan op beide oevers. Aan het knooppunt slaan we rechts af naar de Stuivenbergbaan, om met een snelle blik op het kanaal Leuven-­Dijle via het lieflijke Vrijbroekpark terug te keren naar de Zenne. Wij maakten hier rechtsomkeert, maar er zijn veel alternatieven mogelijk.

De tocht is via het knooppuntennetwerk bijvoorbeeld makkelijk te verlengen tot het Zennegat. Op die plek vloeien de Zenne en de Leuvense vaart samen in de Dijle, om enkele honderden meter verder met de Nete te versmelten, en zo de Rupel te vormen.

Wie na al dat water aan iets verkwikkends toe is, kan in het centrum van Mechelen in plaats daarvan de Dijle volgen en naar provinciaal domein De Nekker fietsen, of al in Zemst afslaan voor een bezoek aan het domein van Hofstade.

Liever een lusvormige route met een andere heen- als terugweg? Dan kun je in Hombeek afscheid nemen van de Zenne en via knooppunten naar Kapelle-op-den-Bos fietsen, waar het kanaal weer op je wacht.

Een pitstop op de terugweg houden wij in Eppegem, waar een gewiekste ondernemer een reclamepaneel naast het jaagpad heeft geplaatst om zijn ijsjesbar in het honderd meter verderop gelegen stationsgebouw te promoten. De 45 kilometer zitten er bijna op, en het uitstekende artisanale ijs is het aanschuiven meer dan waard.

Dit is de derde en laatste aflevering van deze reeks. U kunt ze nalezen via www.bruzz.be/fietsen

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?