Stad van de Toekomst

Mobiliteit: auto’s temmen in Brussel en Amsterdam

Een fietser deelt het verkeer met auto's in Brussel.© Bart Dewaele
Bekijk ook de afspeellijst: dinsdag 27 april 2021

Zijn lachende fietsers, zijn strenge parkeerbeleid. Wereldwijd geldt Amsterdam als lichtend voorbeeld voor de mobiliteit van morgen. Brussel had dan weer lang de reputatie van een autohel waar het moeilijk erger kon. Toch kunnen beide steden van elkaar leren op weg naar 2040. “De metro en de zone 30 in Brussel, die komen we eens bekijken.”

Een stedelijke idylle. Als we op een zonnige coronadag begin maart door de Oude Pijp wandelen, trekken we grote ogen. Met haar grote bomen, karaktervolle huisjes en gevarieerde winkelaanbod combineert de wijk rond de Frans Halsstraat enkele troeven die wel meer Amsterdamse wijken hebben.

Maar hier is meer aan de hand: de auto’s zijn nagenoeg helemaal uit het straatbeeld verdwenen. Op een paar laad- en losplaatsen na zijn de parkeerplaatsen vervangen door geïmproviseerde, maar weelderige straattuintjes, heel veel fietsenrekken en enkele speelplekken voor kinderen. Op een straathoek kletsen twee voorbijgangers op een bank, een beetje zoals je dat in het park zou doen. Zo voelt de wijk ook, als een park in de stad.

Een wijk zonder auto’s? Niet echt, want de parkeerplaatsen verdwenen pas nadat het stadsbestuur een parkeergarage voor zeshonderd auto’s had aangelegd onder de Boerenwetering, de waterloop die de Oude Pijp begrenst aan de westzijde. Wie vroeger een plek op straat had, heeft er nu gewoon een in de garage, tegen dezelfde prijs. Prijskaartje voor die parking onder het water: 35 miljoen euro. Een circulatieplan dat doorgaand verkeer weert, doet de rest.

“De straten zijn nu zoals ze horen te zijn, het zijn opnieuw plekken voor mensen,” vindt buurtbewoner Jeroen, die net zijn oldtimer Saab heeft geparkeerd in de Albert Cuypgarage. “Mensen zitten ook opnieuw aan de kade, in Amsterdam is er vandaag amper een plek waar dat kan aan de grachten, net door de parkeerplaatsen.”

Ook bovengronds oogsten we enthousiaste reacties. Van Anouschka bijvoorbeeld, die net met twee kleine dochters de deur uit stapt. “Dit is een echte verademing en ook veiliger voor de kinderen. Voor mijn part mogen ze dit in heel Amsterdam doen.”

Luchtbombardement

Het contrast met Brussel is zowat overal in Amsterdam groot, maar in de Oude Pijp is het verschil toch wel erg markant. Met vierhonderd wagens per duizend inwoners hebben de Brusselaars dan ook de helft meer personenwagens dan Amsterdammers. En dat is nog buiten de omvangrijke stroom pendelaars gerekend die dagelijks de Belgische hoofdstad binnenrijden.

Stephan van Dijk, directeur innovatie van het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions

Brussel is dan ook een stad waar de auto in de jaren 1960 en 1970 is ingeslagen als een luchtbombardement. De stad werd in die decennia zodanig op maat van de auto hertekend dat het stadscentrum tot op vandaag ingekneld ligt door de kleine Ring, een stadssnelweg die het traject van de oude omwalling volgt. Voor onze Amsterdamse lezers: dat is zo’n beetje alsof je de Prinsengracht zou vervangen door een autoas met tunnels, die op veel plaatsen tien rijstroken telt.

stad vd toekomst openingsbeeld pui geen autos
Anouschka in de Oude Pijp, waar de auto’s ondergronds geparkeerd staan: “Voor mijn part mogen ze dit in heel Amsterdam doen.”

Het kunstje dat Amsterdam in de Oude Pijp fixte, werd de voorbije jaren ook in verschillende nieuwe stadsdelen geïntegreerd. Ook de bewoners van de wijk Houthavens aan het IJ, die nog deels nog in aanbouw is, kunnen hun personenwagen bijvoorbeeld kwijt in een parkeergarage onder of nabij een straat die van meet af aan als autovrij is bedacht.

Zijn de Oude Pijp en Houthavens dan de ultieme voorbeelden voor de mobiliteit van morgen? Het antwoord luidt neen, toch wat het aspect parkeergarage betreft. En wel om verschillende redenen. “Daarvoor zijn die ondergrondse parkings véél te duur,” weet professor Zef Hemel van de Universiteit van Amsterdam (UvA). “Het exemplaar onder de Boerenwetering kon er alleen komen omdat er heel veel belastinggeld naar dat project vloeide, zo’n 60.000 euro per bewonersparkeerplaats die er onder de grond ging.” Hemel wijst erop dat de ingreep niet alleen duur was, maar ook de vastgoedprijzen in de buurt de hoogte in joeg. “Zo jaag je alleen maar de gentrificatie aan.”

Wethouder van Verkeer en Vervoer Egbert de Vries (PvdA) stelt het minder fors, maar ook hij wijst op de kosten van parkeergarages. “Een veralgemening van dat scenario is op korte termijn niet zo waarschijnlijk, zeker niet met de impact van de coronacrisis.”

Het is een vaststelling die ook Brusselse politici de voorbije jaren moesten maken. Groots aangekondigde parkingplannen voor het centrum draaiden op niets uit, omdat de overheid niet wou betalen, privé-investeerders er geen winst in zagen én omdat tienduizenden bewoners nog meer centrumparkings niet zagen zitten.

Egbert de Vries (PvdA), Amsterdams wethouder van Verkeer en Vervoer

Een tweede argument tegen het scenario met parkeergarages: de ingreep kan het autoverkeer gewoon verplaatsen in plaats van het autogebruik te ontraden. En net die verlaging van de autodruk is een kerndoelstelling van zowel het Amsterdamse als het Brusselse beleid. De redenen daarvoor zijn legio: een autoluwere stad is niet alleen een pak aangenamer, gezonder en veiliger. Vooral in het razendsnel groeiende Amsterdam, dat bijna 300.000 extra inwoners verwacht tegen 2040, speelt nog een ander besef: er is gewoon geen plaats voor zoveel nieuwe bewoners én al die ruimteslorpende personenwagens.

Wat is dan wel een toekomstgerichte aanpak? “Gewoon de auto’s van de straat halen zonder die parkeergarages,” zegt Hemel. “Amsterdam wil er nu bijvoorbeeld tienduizend schrappen in de binnenstad.” De professor doelt daarmee op de doelstelling van het stadsbestuur om binnen de ring en vooral in de grachtengordel te wieden in het aantal parkeerplaatsen. Die maatregel moet niet alleen een aangenamere openbare ruimte opleveren, maar ook de kwetsbare grachtenkades beschermen die op veel plaatsen verzakken.

Professor Zef Hemel van de Universiteit van Amsterdam (UvA)

Parkeren voor een prikje

Hemel raakt daarmee aan een van de belangrijkste factoren die het mobiliteitsbeleid in Amsterdam ook de voorbije decennia al vormgaf: een sturend parkeerbeleid. De kern daarvan: maak parkeren duurder naarmate je het centrum nadert en beperk het aantal parkeerplaatsen en -vergunningen.

Hoe verschillend Brussel en Amsterdam dat parkeerbeleid opvatten, illustreert een eenvoudige vergelijking. Wie in het centrum van Amsterdam zijn auto op straat parkeert, betaalt daar 7,50 euro per uur voor. In hartje Brussel is dat ... één schamele euro.

Of neem nu het principe van de parkeervergunningen (Amsterdam) of parkeerkaarten (Brussel). In Amsterdam kosten die tot 500 euro per jaar per voertuig en is het aantal beperkt, met wachtlijsten tot twee jaar tot gevolg. In het Brusselse centrum kost zo’n kaart voor de eerste wagen tien (10!) euro en is het aantal onbeperkt. De Brusselse autobestuurder wacht dan ook niet op een lijst, maar draait geregeld rondjes om een plek te vinden, soms tot een halfuur lang. En als hij daarbij in een andere gemeente verzeild raakt, is zijn parkeerkaart vaak niet meer geldig of geldt weer een ander parkeerreglement.

Nog één cijfer: in de vele nieuwe woon- en werkwijken die Amsterdam plant, daalt de parkeernorm soms al tot 0,2 parkeerplaatsen per woning, zoals in Haven-Stad. In Brussel bedraagt de minimumnorm vandaag nog steeds één parkeerplaats per woning, het maximum twee, al overweegt de Brusselse regering vandaag een serieuze verlaging.

Ooit, ondertussen al ruim zeventien jaar geleden wou het Brussels Gewest het Amsterdamse parkeerbeleid achterna. De voornemens van toen stuitten echter op de weerstand van de gemeenten en een groot deel van het Brusselse politieke spectrum.

Ondergrondse weelde

Brussels mobiliteitsminister Elke Van den Brandt (Groen) wil het parkeerbeleid vandaag over een andere boeg gooien en rekent daarbij op ... parkeergarages. Dan toch een Oude Pijpscenario voor Brussel? Neen. Want anders dan in Amsterdam wil Van den Brandt niet bijbouwen, maar kijkt ze vooral naar het enorme reservoir aan ongebruikte parkeerplaatsen in bestaande parkings.

Brussel beschikt immers over een weelde van 550.000 parkeerplaatsen in – meestal ondergrondse – parkings, een neveneffect van de autoinvasie waarover we het eerder al hadden. Het is een cijfer waar Amsterdamse beleidsmakers alleen maar kunnen van dromen. Die plaatsen zijn voor een groot deel onbenut. De Belgische hoofdstad heeft immers nog eens 250.000 plaatsen op de openbare weg. En aangezien die spotgoedkoop zijn, probeert vrijwel elke automobilist eerst daar een plek te veroveren, ook als hij of zij daar eerst een halfuurtje rondjes moet rijden door de buurt.

Het Brusselse plan ziet er als volgt uit: de bovengrondse parkeerzones rond parkeergarages met overschot moeten duurder worden dan die garages zelf. Als de auto’s vervolgens de weg vinden naar de parkings, worden de overtollige parkeerplaatsen bovengronds geschrapt en omgevormd tot kwaliteitsvolle openbare ruimte. De hoop is om daarbij meer te schrappen bovengronds dan er ondergronds vrij zijn, waardoor het netto aantal parkeerplaatsen naar beneden kan.

Tot zover de theorie. Want het ondergrondse parkeeroverschot is erg ongelijk verdeeld in het gewest, waardoor de formule niet overal werkt. En voor het zover is, moet Brussel overeenkomsten sluiten met een rits van parkinguitbaters, en dan is het nog maar de vraag of het wel lukt om meer bovengronds te schrappen dan er ondergronds ‘vrij’ komt.

Om de autodruk echt te verlagen kijkt Brussel dan ook naar andere instrumenten. Het belangrijkste daarvan is de invoering van autoluwe wijken via circulatieplannen. Tegen 2030 wil het hoofdstedelijk Gewest in vijftig verschillende wijken zo’n plan invoeren. De rijrichting zal er zo aangepast worden, dat doorgaand verkeer automatisch op de grote assen terechtkomt en niets meer te zoeken heeft in de woonwijken. “De straat wordt op die manier opnieuw van de buurtbewoners,” voorspelt Van den Brandt. De circulatieplannen zijn de kern van het gewestelijke mobiliteitsplan Good Move, dat tot stand kwam na een jarenlang overlegtraject tussen erg veel Brusselse mobiliteitsactoren.

Het water is alomtegenwoordig in Amsterdam
© BRUZZ
| Water en fietsen zijn alomtegenwoordig in Amsterdam.

In principe komt daar straks nog een slimme kilometerheffing bij, waarbij belastingen verschuiven van het bezit van een auto naar het gebruik ervan. De invoering daarvan slabakt echter. De weerstand komt deze keer niet van de gemeenten, maar van Vlaanderen en Wallonië, die de bui van een dubbele belasting al zien hangen. Weerstand, daar is er eigenlijk nooit gebrek aan in en rond een stadsgewest als Brussel, met zijn eindeloos ingewikkelde bevoegdheidsverdelingen. De enige oplossing blijkt doorgaans een brede overlegronde vooraf, die al snel langer dan een jaar in beslag neemt. Dat was zo voor de invoering van de algemene zone 30 (zie kader), maar ook voor het net vermelde mobiliteitsplan Good Move.

Sexy trapauto

We hadden het over manieren om het autoverkeer terug te dringen, maar krijgen we ook nieuwe vervoervormen tegen 2040? Als het aan Luc Schuiten ligt wel. We ontmoeten de architect, die ook lichte stadsvoertuigen ontwerpt, in het park voor zijn huis in de Brusselse gemeente Schaarbeek. Schuiten doet er een demonstratieronde met zijn Twike, een elektrisch aangedreven trapauto, waarmee hij al een twaalftal jaar door Brussel rijdt. “Ik zie hoe de gezichten van mensen oplichten als ze me hiermee zien passeren. En voor wie me niet opmerkt, heb ik ook iets toegevoegd.” Het schallende geluid van een hinnikend paard weerklinkt over het plein, gevolgd door dat van een luide stoomlocomotief. In de ogen van de 77-jarige architect verschijnen pretlichtjes.

Architect Luc Schuiten ontwierp zelf de Twike, een elektrisch aangedreven trapauto, waarmee hij al een twaalftal jaar door Brussel rijdt
© BRUZZ
| Architect Luc Schuiten rijdt al twaalf jaar met een elektrisch aangedreven trapauto door Brussel. Hij ontwerpt ook zelf lichte stadsvoertuigen.

Schuiten ontwierp zijn voertuig niet zelf, maar heeft wel al een prototype voor een nieuw soort stadsvoertuig op zijn naam staan en werkt momenteel ook aan een lichte vierzitter. “Auto’s die anderhalve ton wegen om gemiddeld anderhalve persoon te vervoeren, dat is idioot,” vindt Schuiten. “De toekomst is aan de fiets en waar die op zijn grenzen stuit aan lichte, elektrische voertuigen, waarin je ook kan trappen. Het is duurzamer, ik blijf in vorm, neem minder plaats in en het contact met de andere weggebruikers is ook veel aangenamer. Dat laatste is belangrijk, in een grote auto gaat het al snel over wie de snelste en de sterkste is.”

De utopische architect, zoals Schuiten zichzelf noemt, benadrukt nog een ander aspect dat voor hem cruciaal is bij onze toekomstige voertuigen. “Ze moeten er goed uitzien. Het eerste prototype van een elektrische trapauto die ik zelf ontwierp, heeft bijvoorbeeld een elegant houten frame. Alleen zo bied je een alternatief voor de auto’s, waarvan sommige er erg sexy kunnen uitzien.”

Terug naar Amsterdam. Daar gelooft ook Stephan van Dijk in een andere soort van toekomstvoertuig. De directeur innovatie van het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions denkt net als Schuiten vooral aan lichte stadsvoertuigen. “Ik zie die innovatie ook eerder uit de fietsindustrie komen dan uit de autoindustrie.”

Een woonwijk op mensenmaat in Amsterdam
© BRUZZ
| Ondergrondse parkeergarage en autovrije straat in de wijk Houthavens.
Een kleine elektrische wagen in Amsterdam
© BRUZZ
| Een kleine elektrische wagen in Amsterdam.

Behalve lichtere voertuigen gelooft Van Dijk vooral in een overschakeling op deelmobiliteit. “We moeten het aantal eigen voertuigen terugbrengen, omdat we ze gewoon niet meer kwijt kunnen.” De directeur gelooft in dat verband sterk in mobiliteitshubs of -knooppunten.

“Veel openbaarvervoerknooppunten zijn nu al een soort hub, maar je kan dat principe nog uitbreiden, zelfs tot op wijkniveau. Zo’n hub wordt dan een plek op wandel- of fietsafstand waar je het vervoermiddel haalt dat je net hebt gereserveerd. Dat kan een deelauto zijn, zoals die nu al bestaat, maar ook een bakfiets, een snelle elektrische fiets of misschien zelfs een deelboot. De aanbieder kan de mobiliteitsdata van zijn gebruikers dan ook gebruiken om het voertuigaanbod snel aan te passen.” Zo’n mobiliteitshub maakt deel uit van een grotere beweging, die niet enkel in Amsterdam plaatsvindt, naar Mobility as a Service: we zijn steeds minder vaak eigenaar van vervoermiddelen, maar maken gebruik van een gevarieerd aanbod aan mobiliteitsdiensten, die we via onze smartphone reserveren.

En wat met de zelfrijdende auto, waar nu al een paar jaar veel over te doen is? Bij de mobiliteitsexperts die we spreken, speelt die niet meteen een prominente rol, toch niet in de binnenstad. “Autonome voertuigen hebben alleen een plaats op plekken waar de complexiteit van het wegverkeer niet te groot is,” zegt Van Dijk, die zelf meewerkt aan de ontwikkeling van een autonoom vaartuig genaamd ‘Roboat’, en participeert in een beoogde pilot met een zelfrijdend busje voor verkeersarme plekken. “Als je dat bij het Centraal Station zou willen doen, dan staat het voertuig daar alleen maar stil.”

Een fietsend kind met fluohesje en  fietshelm in een Brusselse Zone 30
© PhotoNews
| Een fietsend kind met fluohesje en fietshelm in een Brusselse Zone 30.

Amsterdamize

Een groot deel van onze toekomstmobiliteit, zo weet Van Dijk, zal bestaan uit de recepten die vandaag al hun strepen hebben verdiend, performant openbaar vervoer en een unieke fietscultuur voorop. Vooral in de binnenstad is die fiets in de Nederlandse hoofdstad dé dominante mobiliteitsspeler geworden, in die mate dat de laatste jaren het werkwoord amsterdamize ingang vond. De term verwijst naar de transformatie van een stad tot een fietswalhalla, onder meer door de aanleg van een royaal bemeten netwerk van fietspaden, dat meteen ook de plaats van de auto inperkt.

Bij die fietscultuur hoort ook een ontspannen straatbeeld, toch voor de gebruikers van die fietsen. Helmen zie je in Amsterdam amper, een babbel terwijl je naast elkaar rijdt is geen uitzondering en op onze tocht door de stad ontmoeten we zelfs een fietser die al rijdend zijn boterhammen nuttigt.

Qua fietsgebruik wil Amsterdam alvast niet op zijn lauweren rusten, temeer omdat de auto buiten het drukke centrum vaak wél erg vaak wordt gebruikt. In wijken als Nieuw-West, waar veel meer plaats is, kregen de fiets én de auto veel ruimte. Het stadsdeel oogt dan ook veel minder als het fietsparadijs dat de doorsneetoerist kent van het gebied rond de grachten. Tegen 2030 moeten er dan ook bredere fietspaden en nieuwe, ook ondergrondse fietsenstallingen bijkomen.

Op het vlak van openbaar vervoer kijkt Amsterdam, dat net zijn nieuwe Noord-Zuidlijn heeft ingehuldigd, dan weer jaloers naar Brussel. “Daar ligt een mooie ringlijn, die om de hele stad loopt,” zegt bevoegd wethouder Egbert de Vries. “Dat willen we hier nog steeds realiseren.”

De metro is niet het enige aspect waar Amsterdam van Brussel wil leren. Het stadsbestuur kijkt vandaag met grote ogen naar de invoering van de algemene zone 30 in Brussel (zie kader) begin dit jaar. En het moet gezegd, als we met de auto door Amsterdam rijden, valt ons als Brusselaar meteen op hoe snel die 50 km/u in de binnenstad wel is. Wethouder De Vries wil wat graag Brussel achterna. “We zullen snel naar Brussel komen om te kijken hoe jullie dat voor elkaar hebben gekregen.”

Sinds 1 januari 2021 is het hele Brusselse gewest een zone 30, behalve wanneer het specifiek anders vermeld staat
© PhotoNews
| Sinds 1 januari 2021 is het hele Brusselse gewest een zone 30, behalve wanneer het specifiek anders vermeld staat.

Zone 30: Amsterdam is ‘zeer jaloers’ op Brusselse Stad 30

Het Amsterdamse stadsbestuur overweegt om net als Brussel een algemene zone 30 in te voeren. “We zullen snel naar Brussel komen om te kijken hoe jullie dat voor elkaar kregen.”

Amsterdam mag dan als voorbeeldstad gelden inzake mobiliteit, de Nederlandse stad is ook jaloers op een aantal verwezenlijkingen van Brussel. Zo wil de Nederlandse hoofdstad graag een voorbeeld nemen aan de algemene zone 30, die Brussel begin dit jaar invoerde in het hele gewest, onder de noemer ‘Stad 30’.

Sinds 1 januari is een snelheidsbeperking van 30 km/uur de regel over het hele Brusselse grondgebied. Alleen op grote assen mag nog sneller gereden worden (meestal 50 km/u). Met de invoering van de Stad 30 steeg het aandeel van het wegennet waar 30 de maximumsnelheid is van 60 naar 85 procent.

“Wij zijn daar zeer jaloers op,” zegt wethouder voor Verkeer en Vervoer Egbert de Vries (PvdA). “Die maatregel is zo belangrijk voor de verkeersveiligheid dat wij dat ook willen. Wij zullen snel naar Brussel komen om te kijken hoe jullie dat voor mekaar gekregen hebben en wat wij daarvan kunnen leren voor onze stap van 50 naar 30.”

Brussels minister Elke Van den Brandt (Groen) licht maar wat graag een tip van die sluier. “Aan de invoering is anderhalf jaar overleg voorafgegaan met de politie en de gemeenten om af te stemmen waar er nog uitzonderingen zouden komen. Daarnaast hebben we mensen voor die maatregel proberen warm te maken via onder meer een roadshow.”

Brussel breidde ook de handhaving van de snelheidsnorm uit, met extra snelheidscamera’s en een automatisch boeteverwerkingscentrum. En zowel de gemeenten als het Gewest voeren ook aanpassingen aan op de wegen om het wegbeeld aan te passen aan de nieuwe norm.

De eerste metingen na twee maanden geven aan dat de snelheid in Brussel gevoelig daalde na de invoering, zelfs op plaatsen waar de maximumsnelheid dezelfde bleef.

Logo_journalismfund.eu
© Journalismfund.eu


Deze productie kwam tot stand met steun van Journalismfund.eu

Stad van de Toekomst

Steeds meer mensen gaan in de stad wonen, maar hoe ziet de toekomst van die steden eruit? Hoe gaan de steden om met cruciale uitdagingen rond mobiliteit, wonen, afval, toerisme en taal?

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?