interview

Bram Weijters en co. duiken in de vaderlandse fusionjazz: 'Klinkt nog altijd fris'

© Thomas Geuens
| Bram Weijters' (midden) Crazy Men.

Getriggerd door het cultalbum Here comes the crazy man! van pianist Koen De Bruyne duikt een nieuwe generatie jazzmuzikanten in het verrassend rijke Belgische fusionjazz­verleden. 'Het was voor ons allemaal erg boeiend om te ontdekken hoe fris deze muziek uit de jaren 1970 vandaag nog altijd klinkt,' zegt bandleider Bram Weijters.

Door op het album Miles in the sky (1968) met elektrische instrumenten te experimenteren, zette de visionaire trompettist Miles Davis een hele scene in beweging. Jazz zou vanaf 1968 steeds vaker versneden worden met rock en funk. Vooral de sidemen van Davis zouden in de jaren 1970 met Weather Report, Return to Forever en Herbie Hancock’s Headhunters die fusiongeluiden op de kaart zetten.

In hun zog werd er ook buiten de VS duchtig geëxperimenteerd op de raakvlakken van jazz, rock, funk, avant-garde en zelfs klassiek – ook in België. Veel van de toen gemaakte opnames raakten echter in de vergetelheid, deels omdat er lang werd neergekeken op het ‘bastaardgenre’. Ten onrechte, zo bewees de vinylheruitgave van Here comes the crazy man! een dikke twee jaar geleden.

Dat was ook Bram Weijters opgevallen. De Antwerpse pianist, momenteel bezig aan een nieuwe duoplaat met de Amerikaanse trompettist Chad McCullough, werd van zijn sokken geblazen door het fusionalbum dat pianist Koen De Bruyne in 1974 had opgenomen met muzikanten van de Brusselse jazzrockgroep Placebo.

Tijd om de bij het grote publiek nog steeds onbekende plaat nieuw leven in te blazen, dacht Weijters, want staat daar immers geen verse lichting montere Belgische jazzmuzikanten klaar? Bruggen bouwen tussen genres is vanzelfsprekend voor deze gevierde generatie van twintigers en dertigers, die hun strepen ondertussen ruimschoots verdiend hebben bij pakweg STUFF. (ooit genoemd naar ‘Stuff’, het openingsnummer van Miles in the sky), BRZZVLL en Dans Dans.

1601 Bram Weijters Crazy Men
© Thomas Geuens
| Bram Weijters' Crazy Men.

We zijn uitgenodigd in de muziekstudio van deSingel, waar we zes enthousiastelingen een vergeten jazzrockgroove van Philip Catherine horen oprakelen. Weijters was na zijn ontdekking van Here comes the crazy man! immers de archieven ingedoken op zoek naar meer lekkers uit de seventies.

‘Transvested Express’, een nummer dat Catherine ooit opnam met collega-gitarist en fusionpionier Larry Coryell, noemt hij explosief. Drummer Steven Cassiers (Dans Dans) is onder de indruk van de “heavy energie” wanneer Weijters de originele versie laat horen. Basgitarist Dries Laheye (STUFF.) haakt in op het aanstekelijke ritme om zich daarna op de melodielijn te focussen en het ritme over te laten aan trompettist Sam Vloemans en baritonsaxofonist Vincent Brijs (BRZZVLL), die ook mogen soleren.

Onder het goedkeurende oor van de pianist en bandleider neemt Andrew Claes (STUFF.), die de elektronica bedient, de track vervolgens mee naar de eenentwintigste eeuw. “Dat is de essentie,” zegt Weijters. “We spelen dit oude materiaal alsof het pas geschreven is. Het avontuur dat er toen in zat, moet overeind blijven.”

Waarom is Here comes the crazy man! zo’n mijlpaal in de Belgische jazzgeschiedenis én waarom wist niemand dat tot voor kort?
Bram Weijters
: Het is vooral de avontuurlijke instelling die intrigeert en de unieke blend van Koen De Bruyne typeert. Die was vanuit de klassieke muziek via zijn jongere broer Kris en Johan Verminnen in de pop en de kleinkunst verzeild. Maar na een tramongeluk lag hij even in coma, en daarna wilde hij alleen nog maar jazz spelen. Dat zorgt voor een heel rijke fusie, waarin je nog steeds verwijzingen naar klassieke muziek en avant-garde aantreft, maar dan zonder het academische kantje.

Zijn repertoire is ook uniek omdat hij veel te jong is gestorven, op zijn 31e al, amper drie jaar na de release van Here comes the crazy man! Hij heeft dus nooit een opvolger kunnen maken, en zou in het collectieve geheugen vooral herinnerd worden als de pianist van klassiekers als ‘Amsterdam’ en ‘Laat me nu toch niet alleen’. Dat open einde geeft ons natuurlijk extra zuurstof: het materiaal is nog nooit live gespeeld.

Wat is het verhaal achter de psychedelische hoes van de plaat?
Weijters
: Kris De Bruyne vertelde me dat die gemaakt is door zijn andere broer, de eveneens te vroeg overleden schilder Joost De Bruyne. De fantasiefiguur (een vreemdsoortig wezen dat door een ufo wordt gekidnapt, tp) verbeeldde kennelijk hoe Joost zijn broer Koen zag. Dezelfde figuur duikt ook op andere platen op, zoals die met Koens solo-improvisaties op piano.

Kris was trouwens van in het begin heel enthousiast over het project en een grote hulp. De originele partituren waren wel allemaal verloren gegaan, uitgezonderd één bladzijde, die trouwens nog is afgedrukt op het doods­prentje van Koen. Ik heb dus alles moeten transcriberen. Tijdrovend, maar wel uitdagend.

Het originele album van Koen De Bruyne duurt slechts 36 minuten, te weinig voor een volwaardige liveset. Hoe groot was de uitdaging om aanvullend materiaal te vinden?
Weijters
: Het was vooral een ontdekkingstocht. Ik ben aan de slag gegaan met een van de extra tracks die op de heruitgave van Here comes the crazy man! staan, en waarin Koens klassieke invloed nog meer doorschemert.

Maar daarnaast ben ik op zoek gegaan naar avontuurlijke muziek uit hetzelfde tijdsframe en genre. Zo kun je naast Philip Catherine ook werk horen van onder meer Placebo (‘Only nineteen’ en ‘Planes’, tp), Mauve Traffic, de seventiesband van Steve Houben en Bill Frisell, en Solis Lacus, de eerste groep van pianist Michel Herr. Daarmee tonen we aan hoe veelzijdig de fusionbeweging in België was.

Om af te sluiten: hoe komt het dat een genre dat lange tijd scheef werd bekeken anno 2018 nog zo fris klinkt?
Weijters
: Destijds werd fusionjazz door sommige muzikanten als een modeverschijnsel bestempeld, als iets van voorbijgaande aard. Voor mij klinkt het materiaal uit de vroege jaren 1970 vooral tijdloos. Dat heeft te maken met de avontuurlijke instelling van de muzikanten en de kleur van het instrumentarium: vintage Fender Rhodes en Wurlitzers, primitief klinkende synthesizers en Moogs. De belangrijkste reden waarom de muziek me aansprak was dat ze ook nu geschreven zou kunnen zijn.

De ontdekkingen die ik deed in het VRT-­archief, waar veel liveopnames van Jazz Middelheim stof liggen te vergaren, deden me beseffen dat ik heel goed op de hoogte was van het repertoire dat pakweg Herbie Hancock in New York had opgenomen, maar dat ik geen idee had van de straffe kruisbestuivingen die hier om de hoek plaatsgevonden hadden. Het was hoog tijd om daar verandering in te brengen.

> Bram Weijters’ Crazy Men. 2/2, 20.15, Flagey, Elsene

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?