Crevits: ‘Nederlandstalige leerlingen geen slachtoffer van GOK-beleid’

© PhotoNews
| Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) ziet in een absolute voorrang voor Nederlandstaligen geen oplossing voor het scholentekort.

In de commissie Onderwijs van het Vlaams parlement beantwoordde bevoegd minister Hilde Crevits (CD&V) vandaag parlementaire vragen over haar beleid voor Brussel. Ze ging daarbij onder meer in op het tekort aan Brusselse Nederlandstalige scholen. “Absolute voorrang voor Nederlandstalige leerlingen is geen oplossing voor het probleem.”

In het Vlaams parlement vond deze ochtend de commissie Onderwijs plaats. Parlementsleden Elke Van den Brandt (Groen) en collega Chris Janssens (Vlaams Belang) vroegen aan onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) hoe het gesteld is met de achterstand in de Brusselse scholenbouw en hoeveel Nederlandstalige leerlingen er zich het voorbije jaar in onze hoofdstad inschreven in een school die niet hun voorkeur bedroeg.

Verder maakte de Vlaams Belanger van de gelegenheid gebruik om te pleiten voor een absolute voorrang voor Nederlandstalige leerlingen. Van den Brandt legde dan weer de nadruk op het nijpende scholentekort in onze hoofdstad.

‘Extra inspanningen niet voldoende’

Samen met het Vlaamse Gemeenschapscollege (VGC) investeerde de Vlaamse regering de afgelopen acht jaar 71,2 miljoen euro om de leerlingencapaciteit in Brussel uit te breiden. Theoretisch welteverstaan, want voor 18,5 miljoen euro van dat bedrag, ofwel zo’n 1.739 plaatsen, zijn de werken nog bezig. Aan de creatie van 1.863 extra plaatsen voor in totaal 26,7 miljoen euro is er zelfs nog niet begonnen.

Investeringen Brusselse scholen
© Kabinet Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V)
| Voor 26,7 miljoen euro aan investeringen in nieuwe schoolgebouwen moeten de werken nog beginnen.

Toch kondigt de Vlaamse regering in het najaar 2018 een nieuwe investeringsronde aan van opnieuw 150 miljoen euro voor de periode 2019-2021. Hoeveel daarvan naar Brussel zal vloeien hangt af van de capaciteitsmonitor die de verwachte bevolkingsevolutie tegenover het aantal beschikbare plaatsen zet. Een update van die berekening komt er begin deze zomer.

Voor Van den Brandt zijn deze extra inspanningen lang niet voldoende. “Er zullen dan nog altijd scholen te weinig zijn. Er waren dit schooljaar nog 580 kinderen in het basisonderwijs waarvan na een ongunstige plaatsing geen inschrijving meer is teruggevonden. Dat is bijzonder jammer, want iedereen weet hoe belangrijk het is voor een kind om naar school te kunnen gaan.”

Gelijktijdige inschrijvingsperiodes

De inschrijvingsprocedure kwam als tweede punt aan bod. Crevits benadrukte dat een absolute voorrangsregel voor Nederlandstalige leerlingen geen oplossing is voor het probleem. “Heel veel ouders willen hun kind naar een specifieke school sturen. Zelfs als er een absolute voorrangsregel geldt, zullen er nog steeds heel wat scholen zijn die snel aan hun limiet zullen zitten.”

Het is daarom volgens de minister noodzakelijk om zo snel mogelijk te gaan naar een uniforme inschrijvingsprocedure. “Alleen zo kunnen we het fenomeen van de dubbele inschrijvingen in de verschillende scholen tegengaan. Nog beter zou het zijn om de periodes af te stemmen met de Franstalige gemeenschap. Het parlementair overleg en debat hierover is momenteel volop bezig.”

‘GOK-beleid niet noodzakelijk nadelig voor Nederlandstaligen’

Tot slot besteedde Crevits nog aandacht aan het GOK-beleid. Dat moet kansarme jongeren een optimale kans bieden op onderwijs, maar zou in het nadeel spelen van Nederlandstalige leerlingen. Dergelijke uitspraken missen volgens de minister de nodige nuance.

“Als we kijken naar het aantal leerlingen dat voor de aanmeldingsperiode januari 2018 een ongunstige plaatsing kregen, dan zien we dat de Nederlandstaligen daar niet automatisch het slachtoffer van zijn. Van de 3.302 ongunstige plaatsingen in het basisonderwijs waren er maar 487 Nederlandstaligen, waarvan 88 die tot de GOK-categorie behoren. Voor de niet-Nederlandstaligen ligt dat getal met 2.815 en 1.152 leerlingen een pak hoger."

Op het secundair niveau waren er wel 211 Nederlandstalige leerlingen die geen plaats vonden op hun voorkeursschool, wat juist iets minder is dan de helft. Opvallend is wel dat daar geen enkele GOK-student bij is. Daar tegenover staan 253 anderstalige scholieren die tevreden moesten zijn met een andere keuze, waarvan er 148 tot de GOK-categorie behoren.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?