‘Jetse scholen zijn pioniers in Brussel’

Updated: 12-01-2018 - 14:42
simulatiebeeld_nederlandstalige_school_van_oostsite_schaarbeek_c_kabinet_adelheid_byttebier.jpg
© Kabinet Adelheid Byttebier
| De ingang aan de Navezstraat van de nieuwe Nederlandstalige school op de Van Oostsite (simulatiebeeld).

Schepen voor Nederlandstalig onderwijs in Schaarbeek Adelheid Byttebier (Groen) legt uit waarom het geen evidentie is om een gemeenschappelijke school te bouwen. “Naast de ‘macht der gewoonte’, speelt ook de verschillende subsidiestructuur langs beide kanten van de taalgrens een grote rol.”

De Van Oostsite in Schaarbeek telt vanaf september twee scholen meer. Eén Franstalige, van 600 leerlingen, en één Nederlandstalige, met een capaciteit van 250 leerlingen. Gemeenteraadslid Axel Bernard (PVDA) vindt de keuze om twee aparte scholen te bouwen een gemiste kans om een brug te slaan tussen het Nederlandstalig en Franstalig onderwijs. Vooral de muur tussen beide speelplaatsen vindt hij onnodig.

Geen muur, maar wand

Schepen voor Nederlandstalig onderwijs Adelheid Byttebier (Groen) weerlegt dat argument. “In de eerste plaats gaat het niet om een muur, maar om een afbakening van de twee speelplaatsen door een hek van een meter hoog. Het is bovendien half doorzichtig en met verschillende poortjes om bij gemeenschappelijke activiteiten ook contact te hebben.”

Byttebier benadrukt aan BRUZZ  ook de noodzaak van de afscheiding. “Kleuters kunnen zich lang niet altijd verstaanbaar maken in beide landstalen. Dat kan voor problemen zorgen als een kleuter bijvoorbeeld een waarschuwing niet verstaat. De ouders van de betrokkene kunnen dan een leerkracht verantwoordelijk stellen. Dat moet te allen tijde vermeden worden.”

Dat argument haalde ze in een eerder gesprek met BRUZZ ook al aan: “We wilden graag één grote speelplaats, maar in verband met de verzekering kan dat niet. Elke leerkracht en toezichter zou dan perfect tweetalig moeten zijn om alle kinderen aan te kunnen spreken bij gevaar.”

‘Macht der gewoonte’

De schepen stelt verder dat het wel degelijk de bedoeling is om gemeenschappelijke activiteiten te organiseren. De Nederlandstalige en Franstalige krachten bundelen en samen een instituut bouwen, leek evenwel nog niet tot de mogelijkheden te behoren.

Adelheid Byttebier

“Wij zijn met Groen zeker voorstander van het bouwen van gemeenschappelijke scholen, maar de ‘macht der gewoonte’ veegt dergelijke plannen vaak snel van tafel. Daarnaast speelt de verschillende subsidiestructuur langs beide kanten van de taalgrens een grote rol”, zo vertelt Byttebier.

“Zo krijgt de Nederlandstalige gemeenschap via AGION (Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs, red.) voor 70 procent ondersteuning, terwijl dat langs Franstalige kant maar 60 procent is. Dat scheelt toch al snel een slok op de borrel.”

Jette doet het wel

In Jette zijn ze er wel in geslaagd om samen met de scholen Poelbos en Arbre Ballon een gemeenschappelijke infrastructuur te ontwikkelen. De sportzaal en de refter zijn daar een voorbeeld van.

“De Jetse scholen zijn pioniers in Brussel, dat mag je niet vergeten. Wij kijken vol bewondering naar deze initiatieven en hopen in de toekomst in Schaarbeek gelijkaardige projecten te kunnen opstarten.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook