bijgedachte

'Maak school weer boeiend'

Zeven uur stilzitten en daarna nog huiswerk, dat kan anders.

Vier op de tien ASO-leerlingen vinden school saai. En in Brussel verlaat twee van de tien de school zonder diploma. Het is hoog tijd om wat grondiger aan ons onderwijssysteem te sleutelen.

Het is weer zover. Zo’n 50.000 Brusselse kinderen starten opnieuw in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, goed voor bijna een vijfde van alle schoolplaatsen in het gewest. Samen met hen hervatten ook enkele duizenden leerkrachten het werk.

In principe zou de rest van de volwassen bevolking nu stikjaloers moeten zijn op die leerkrachten. Want wat is er nu mooier en relevanter als job, dan kinderen en jongeren te helpen groeien, ze te boeien en te begeleiden naar volwassenheid? In Brussel kan je dat als leraar bovendien terwijl je zelf voortdurend je horizon verruimt. Saai is het er zelden.

De schoolgangers van hun kant zouden dan weer al weken moeten toeleven naar 1 september. Eindelijk weer bijleren over de wereld, zeg! Eindelijk weer al die boeiende uitdagingen aangaan die dat fantastische leraarskorps heeft bedacht, en dat dan nog samen met leeftijdsgenoten. Waw, toch?

De praktijk ziet er vaak anders uit. Leraar geldt vandaag niet meteen als een aantrekkelijk beroep. Dat leidt tot een tekort aan manschappen in heel het land, een probleem dat in Brussel nog eens extra nijpend is.

De leerlingen? Vier op de tien Vlaamse ASO-leerlingen vinden de lessen niet interessant. Dat bleek dit jaar nog uit een studie die werd bekrachtigd door het panel aan de eettafel thuis.

Of neem de cijfers over schooluitval. Twaalf procent van de leerlingen in het middelbaar onderwijs verlaten de school vroegtijdig in Vlaanderen, in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is dat ruim twintig procent. Twin-tig procent, laat dat gerust eens bezinken. De groep schoolverlaters kleurt bovendien opvallend mannelijk.

De twee fenomenen zijn gelinkt. Probeer maar eens leerkrachten te vinden als een aanzienlijk deel van de leerlingen tegen zijn zin komt. En blijf maar eens gemotiveerd als blijkbaar niemand zin heeft om je die les Frans te geven.

Verbreed de zijstroom

Aan de oppervlakte is het lerarentekort vandaag het meest prangende probleem in Brussel, meer daarover verder in dit magazine. Om dat te verhelpen, dringen zich slagkrachtigere maatregelen op dan wat er nu al is. Aan een hogere Brusselse instroom werken, zoals Sven Gatz (Open VLD) doet, is een prima begin, maar het onzekere resultaat laat nog wel even op zich wachten.

Meer zij-instromers aantrekken? Die piste vist al in een grotere vijver. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) zette al eerste stappen, maar die mogen wat minder voorzichtig. Maximaal acht jaar anciënniteit meenemen en enkel voor een knelpuntvak, dat is te mager.

Onder de oppervlakte wordt het ook hoog tijd om de filosofie te herbekijken waarop ons schoolsysteem is geschoeid. Als bijna de helft van de leerlingen de les saai vindt, is dat niét het probleem van enkele luie leerlingen. Onderwijs moet een school voor het leven worden, waar leerlingen naar snakken. Hoe doe je dat? We hebben niet de pretentie om die vraag helemaal te beantwoorden, maar hier zijn toch al wat aanzetten:

Verkort de schooldagen, schaf huiswerk af. Het huidige systeem bestaat er voor veel leerlingen in dat ze zeven zittende lesuren volgen én zich nadien nog eens zittend over hun huiswerk mogen buigen. Zelfs bij fascinerend lesmateriaal is dat gewoon te veel. Kortere schooldagen, waarna er plaats is voor sport, cultuur en andere vrijetijdsactiviteiten zijn evenwichtiger en zelfmotiverender. Zeker voor jongens, die een fysieke uitlaatklep harder nodig lijken te hebben dan meisjes.

De zogenaamd verloren lestijden kunnen gecompenseerd worden door die ellendig lange zomervakantie in te korten. Vijf of zes weken is ruim voldoende, bewijst bijvoorbeeld Duitsland, waar lesdagen ook korter zijn. Voorzie tijdens die kortere lesdagen wél in veel tijd voor begeleiding op maat bij leerlingen die het moeilijk hebben. Zeker in een stad als Brussel, met zijn uiteenlopende thuissituaties en achtergronden is dat cruciaal.

Stap vervolgens af van die eeuwige focus op examens en punten. Focus meer individueel op hoe leerlingen evolueren. Dat is alvast de essentie van het Finse onderwijssysteem, dat sinds de vroege jaren 2000 als lichtend voorbeeld wordt gezien in de wereld. Punten geven is er in de eerste jaren van het basisonderwijs zelfs bij wet verboden.

Probeer leerlingen ten slotte meer intrinsiek te motiveren. Laat die vijfdejaars een hele week een voettocht met de tent doen door België en verschillende taalgebieden, laat ze die reis zelf voorbereiden en er een geschreven en berekend verslag over maken. Laat ze veel vaker de stad intrekken om met eigen ogen te ontdekken hoe het daar is: allesbehalve saai.

Correctie: Het Nederlandstalige kleuter-, lager en secundair onderwijs telt ondertussen ruim 50.000 leerlingen en niet 40.000 zoals eerst vermeld.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?