Nederlandstalig onderwijs slaakt noodkreet wegens 'aanhoudende besparingen'

© Saskia Vanderstichele
| Basisschool De Mozaïek in de Helmetwijk in Schaarbeek.

In de periode 2008-2022 hebben scholen hun financiële middelen drastisch zien slinken met 20 tot 40 procent. Voor 2022 gaat het in totaal om een bedrag van ongeveer 300 miljoen euro. Dat melden verschillende onderwijskoepels van het Nederlandstalig onderwijs dinsdag in een gezamenlijke nota. Samen slaken ze een noodkreet, want de uitdagingen in het onderwijs zijn nog nooit zo groot geweest.

Scholen krijgen een werkingsbudget toegekend op basis van het aantal leerlingen en hun kenmerken, bijvoorbeeld extra zorgnoden. Sinds het schooljaar 2008-2009 wordt slechts 40 procent van de werkingsmiddelen per extra leerling voorzien (de 40 procentregel). Elke regering heeft sindsdien deze besparingsmethode aangehouden, luidt het.

Niet- en onvolledige indexeringen van de werkingsmiddelen versterken het effect van de 40 procentregel, klinkt het verder. Door de inflatie stijgen de kosten van scholen, maar de inkomsten zijn niet gevolgd. In de veertien jaar binnen het huidige financieringssysteem heeft het basisonderwijs slechts gedurende zeven jaar een volledige indexering van de werkingsmiddelen gezien. In vier jaar is er helemaal niet geïndexeerd en in drie jaar zijn de werkingsmiddelen voor 60 procent geïndexeerd.

Het secundair onderwijs heeft gedurende drie jaar de wettelijk vooropgestelde volledige index gekregen. Drie jaar is er niet geïndexeerd en acht jaar is de index voor 60 procent toegekend. De Vlaamse regering heeft bovendien voorzien dat de werkingsmiddelen van het secundair onderwijs ook in de twee resterende jaren van deze legislatuur maar voor 60 procent zullen worden geïndexeerd. In zestien jaar zal de wettelijke regeling dus gedurende slechts drie jaar worden toegepast, hekelen de onderwijsverstrekkers.

'Noodkreten blijven toenemen'

In de indexering van de werkingssubsidies zit bovendien een vertragingseffect: de subsidies van schooljaar 2021-2022 worden geïndexeerd met de gezondheidsindex van het coronajaar 2020 (0,57 procent), terwijl de inflatie dit jaar ongeveer 7 à 8 procent bedraagt. De onderwijsverstrekkers wijzen erop dat voor scholen de kostenstijging echter groter is dan de gezondheidsindex: het aandeel van de stijgende en niet-gecompenseerde energiekosten in de totale kosten is in scholen groter dan in een gemiddeld gezin.

"Het blijft vaak onder de waterlijn, maar door een combinatie van externe factoren en beslissingen van de overheid krijgen scholen het elk jaar moeilijker om hun begroting rond te krijgen. Dat is nefast voor de onderwijskwaliteit," stelt Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. "De noodkreten over de financiële leefbaarheid van scholen blijven toenemen."

De leerlingen zijn de dupe, vult Koen Pelleriaux, afgevaardigd bestuurder van het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, aan. "Het is contradictorisch dat men 'het beste onderwijs ooit' ambieert maar tegelijkertijd scholen in een situatie dwingt waarbij schoolbesturen over steeds minder middelen beschikken. Zo wordt het voor hen wel heel moeilijk om hun onderwijs op een kwaliteitsvolle manier te organiseren," zegt hij.

Digisprong

Alle scholen krijgen klappen. Zo heeft het gewoon lager onderwijs nog iets meer dan 70 procent van de koopkracht die het had in schooljaar 2008-2009, maar het secundair onderwijs wordt nog harder getroffen.

De impact is onder meer afhankelijk van de mate waarin secundaire scholen extra moeten investeren om voor alle leerlingen laptops te voorzien in de Digisprong-operatie. "Als de Vlaamse overheid geen degelijk vervolg breit aan de eenmalige Digisprong-subsidies, de gedeeltelijke desindexering van het werkingsbudget niet stopzet en de 40 procentregel laat voortbestaan, dreigt er voor het secundair onderwijs een financieel drama," klinkt het.

De overheid kondigt regelmatig nieuwe onderwijsinvesteringen aan. Dat zijn volgens de onderwijsverstrekkers echter geen compenserende middelen voor de structurele besparingen, maar specifieke initiatieven waarbij scholen deze middelen slechts voor goedgekeurde doeleinden en onder strikte voorwaarden mogen gebruiken.

'Hanteer kliksysteem'

Katholiek Onderwijs Vlaanderen, het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap GO!, de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG) en het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO) vragen de regering daarom om structurele oplossingen. Ze stellen voor om extra werkingsmiddelen toe te kennen om de historische besparingen te compenseren, en vervolgens een kliksysteem te gebruiken, zoals in het hoger onderwijs. Daarbij wordt elke stijging of daling van leerlingenaantallen vanaf een vooraf bepaalde grens vertaald in een even grote stijging of daling van de werkingssubsidies.

"Er is een financiële grens aan de veerkracht van scholen," verklaart Paul Buyck namens OKO. "Onze scholen worden uitgedaagd om kwalitatief en kosteloos onderwijs aan te bieden aan kinderen binnen een diverse samenleving. Dat is vandaag niet evident. Naast het structureel probleem van het lerarentekort, krijgen we te maken met hoge facturen die een negatief effect hebben op onze pedagogische reikwijdte. De druk op de scholen is groot. We vragen een duurzaam beleid op vlak van personeel alsook op financieel vlak."

OVSG wijst erop dat iedereen toegang moet kunnen krijgen tot kwaliteitsvol onderwijs, "dat is een basisrecht". De onderwijsvereniging wil daarom vermijden "dat de stijgende kosten worden afgewenteld op ouders en leerlingen".

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?