analyse

Nieuwe vakantieregeling voor Franstalige scholen verdeelt Brussel

De schoolvakanties in het onderwijs van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap voor het schooljaar 2022-2023 zullen mogelijk voor het eerst verschillen.© BRUZZ

Veel Brusselse ouders en scholen, maar ook sport- en andere clubs en verenigingen zitten met de handen in het haar. Doordat de schoolkalenders van de Vlaamse en Franse Gemeenschap vanaf volgend schooljaar dreigen te verschillen, doemen veel organisatorische problemen op. Of slagen de gemeenschappen er op de valreep in tot een akkoord te komen?

De Franse Gemeenschapsregering wil het schooljaar vanaf september 2022 opknippen in blokken van telkens zeven weken les, en twee weken vakantie. Daarvoor wordt de zomervakantie ingekort, en krijgen leerlingen er in ruil een week bij in de herfst- en de krokusvakantie.

De vakantiespreiding wordt voortaan puur wiskundig bekeken. Zo wordt de 'lentevakantie' losgekoppeld van het katholieke paasfeest. Oorspronkelijk zou ook de carnavalvakantie niet meer rond Aswoensdag vallen. Maar “gezien de organisatorische moeilijkheden die deze verschuivingen in zeer specifieke gevallen kunnen veroorzaken”, is ze een week vervroegd.

Daardoor zullen Franstalige leerkrachten met kinderen in de twee andere taalnetten tussen begin januari en begin juli toch één week vakantie samen met hun kroost hebben. (Voor een vergelijking, zie onderstaande infografiek, tekst loopt daaronder verder)

Het voorontwerp van decreet wordt de komende weken bekeken en besproken door de onderwijsactoren. De Franse Gemeenschapsregering wil het plan begin 2022 laten goedkeuren door het parlement.

Over het nut van de herschikking van de schoolkalender zijn experts het al jaren eens. Een zomervakantie van negen weken is te lang voor sommige kinderen, die zo een deel van de leerstof kwijtraken. De herfst- en krokusvakanties zouden dan weer te kort zijn om leerlingen voldoende bij te laten tanken. Toen VUB-socioloog Ignace Glorieux in 1997 voor de wijziging pleitte, was er politiek al een groot draagvlak voor, maar toch werd het niet ingevoerd. Franstalig onderwijsminister Caroline Désir (PS) is de eerste die de concrete stap zet.

Autonomie

De Vlaamse minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) zegt niet principieel tegen de herschikking te zijn, maar wilde het debat vorig schooljaar, midden in de coronacrisis, niet opnieuw voeren. Het debat kan voor hem ook niet tot het onderwijsveld beperkt blijven. Weyts vroeg daarom advies aan de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) en het overlegorgaan van de sociale partners (SERV). Die adviezen worden pas volgend jaar verwacht.

“In Brussel zullen we moeten bekijken bij hoeveel mensen dit tot problemen leidt,” zegt Weyts' woordvoerder Michaël Devoldere. “Maar dit is een gevolg van de autonomie van de twee gemeenschappen. Het zou raar zijn dat een Vlaams-nationalistische minister, die bij uitstek voorstander is van die autonomie, daar nu plots zou over klagen.”

Eenzelfde soort geluid bij Désirs woordvoerder Jean-François Mahieu. “Wij gaan vooruit voor de Franstalige leerlingen, anders heeft het toch geen zin het onderwijs te communautariseren? We kunnen toch niet elke hervorming tegenhouden voor een kleine minderheid. De twee systemen zullen trouwens tien of elf van de vijftien weken schoolvakantie per jaar gemeen blijven hebben.”

De kwestie legt een inherent probleem van het Belgische staatsbestel bloot. Beide ministers nemen beslissingen voor hun eigen gemeenschap, maar houden daarbij geen rekening met de mensen die over de schotten heen met beide schoolnetten te maken hebben. Dat gebeurt overal langs de taalgrens, maar bij uitstek in Brussel, waar het Nederlands- en Franstalige onderwijs vaak letterlijk school­gebouwen delen.

Immersiescholen en sportclubs

Hoeveel mensen dat precies zijn, is onbekend. Désirs woordvoerder Mahieu vindt dat de media inzoomen “op een zeer klein percentage uitzonderingen”.

“Het gaat vooral om mensen die zelf gekozen hebben om hun kinderen, of een deel ervan, naar het Nederlandstalige onderwijs te sturen. Op basis van de leerlingenaantallen in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel (ongeveer 50.000 leerlingen, red.) ga ik ervan uit dat het om ongeveer 20.000 kinderen gaat, want daar volgen toch ook Nederlands- en anderstaligen les en niet voor elke Franstalige is het een probleem. Dat is dus zowat 2 à 3 procent van de Frans­talige kinderen.”

Maar ook op veel andere vlakken hebben de niet langer gelijklopende schoolvakanties ongewenste neveneffecten. Zo vrezen de populaire Franstalige immersiescholen in Brussel dat de nieuwe schoolkalender de druppel te veel zal zijn voor hun Nederlandstalige leerkrachten.

“Moedertaalsprekers zijn sowieso al moeilijk te vinden, omdat de lonen aan Franstalige kant lager liggen,” legt Paul Leblanc, directeur van Saint-Boniface in Elsene, uit. “Onze Nederlandstalige leerkrachten doen al een financiële inspanning om hier les te geven, en zullen nu ook problemen krijgen met de opvang van hun kinderen. Ze hebben me al laten weten dat ze twijfelen om over te stappen. Ook sommige van mijn Franstalige leerkrachten met kinderen in het Nederlandstalige onderwijs zullen voor een andere carrière kiezen.”

1773 Vakantieregeling Paul Leblanc Saint Boniface 2

Valérie Van Avermaet ligt aan de basis van een petitie die voor een synchrone schoolkalender in heel België pleit en die na een paar weken al 5.000 handtekeningen telt. “Wij gaan al jaren in de paasvakantie naar zee samen met mijn zus en haar kinderen, die in het Franstalige onderwijs zitten. Voortaan zullen de nichtjes en neefjes dus niet meer samen op vakantie kunnen.”

“Je kunt dat uiteraard een luxeprobleem noemen, maar deze opsplitsing van de vakanties heeft een invloed op veel meer situaties dan mensen denken. Niet alleen voor gezinnen met kinderen en/of ouders in de twee taalnetten, ook voor Franstalige docenten die zowel in het secundair als hoger onderwijs lesgeven, want de vakanties in het hoger onderwijs blijven bij het oude. Die docenten hebben dan grote delen van het jaar geen vakantie meer.”

Ook Brusselse sportclubs, kunstacademies en jeugdbewegingen zullen de gevolgen merken, zegt Van Avermaet. “De wedstrijdkalender voor jeugdsportclubs opstellen zal organisatoren veel hoofdbrekens bezorgen. En niet alleen tussen clubs zal de vakantie verschillen, ook binnen clubs intern. Mijn zoon zit in een tafeltennisclub bijvoorbeeld waar de helft van de leden in een Nederlands-, en de andere helft in een Franstalige school zit. Wanneer zou die club voortaan vakantiestages organiseren? Als ze al studenten vinden om een stage te begeleiden.”

Ook de MIVB bekijkt de gevolgen voor haar werking tijdens schoolvakanties. “Het is natuurlijk geen geheim dat het zwaartepunt van het vervoer in Brussel bij de Franstalige scholen ligt (220.000 leerlingen versus 50.000 in het Nederlandstalig onderwijs, red.),” zegt woordvoerder Guy Sablon. “Op momenten dat de Nederlandstaligen toch les hebben en de Franstaligen niet, zullen we overschakelen naar een soort light vakantiemodus en op de plekken waar er nood is de frequentie niet verminderen.”

Doet Vlaanderen mee?

Of hoeft dit allemaal niet, als Vlaanderen op de valreep mee instapt, zoals veel Brusselaars met banden met beide netten nu hopen? De socialistische onderwijsbond ACOD heeft in het kader van Weyts' brede consultatieronde zijn leden alvast bevraagd. “57 procent was tegen een hervorming van de schoolvakanties, 43 procent voor,” vertelt algemeen secretaris Nancy Libert.

“Wat er wel uitsprong: bij onze leden in Brussel was het precies andersom. 56 procent was pro, en 44 procent wou de huidige regeling liever behouden. Daar speelt waarschijnlijk in mee dat leerkrachten in Brussel vaker kinderen in een ander of beide taalnetten hebben.”

VGC-collegelid voor onderwijs Sven Gatz – zijn partij Open VLD zit mee in de Vlaamse regering – sprak zich eerder bij BRUZZ al uit vóór een herverdeling van de vakanties naar Franstalig voorbeeld, “hopelijk nog tegen september 2022”.
“De hele tendens om schoolvakanties los te koppelen van de katholieke feestdagen begrijp ik niet goed,” zegt Brussels CD&V-parlementslid Bianca Debaets, die de hervorming “een interessante denkoefening” noemt. “Ik betreur het dat vakanties niet meer verbonden zouden zijn met feestdagen die toch nog betekenis hebben voor heel veel gezinnen.”

Kalvin Soiresse Njall, leraar en oprichter van het collectief Mémoire Coloniale

CDH, Ecolo, Groen, Défi, One.Brussels-Vooruit en MR zijn net als Gatz voorstander van de hervorming. De PVDA-PTB heeft zich nog geen mening gevormd. Ze pleiten wel allemaal voor een akkoord tussen de gemeenschappen.

“Maar er beweegt wat in Vlaanderen,” zegt Kalvin Soiresse Njall (Ecolo), Brussels parlements­lid en vicevoorzitter van de commissie Onderwijs in het parlement van de Franse Gemeenschap. “Eerst zei minister Weyts dat hij het er niet wou over hebben, intussen heeft hij adviesraden om hun mening gevraagd en leeft het debat ook in de media. De Franse Gemeenschapsregering heeft minister Désir gevraagd om de dialoog voort te zetten. Zij kan de invoering ook eventueel een jaar uitstellen áls de andere gemeenschappen onder die voorwaarde een akkoord ondertekenen.”

GEZINNEN MET FAMILIELEDEN IN BEIDE TAALNETTEN STAAN VOOR HET BLOK

Céline Simons (38), lerares in het Franstalige lager onderwijs: “Ik heb er een tijd niet van geslapen: voor ons gezin is het een ramp”

1773 Vakantieregeling Celine Simons uit Tervuren 4
© Ivan Put
| Céline Simons en haar gezin uit Tervuren.

De Franstalige lerares lager onderwijs Céline Simons (38) woont met haar man en twee dochters van 5 en 8 in Tervuren. “Wij geven allebei les in Franstalige scholen in het Brusselse, onze kinderen gaan naar de Nederlandstalige school hier. Mijn man en ik kunnen ons beredderen in het Nederlands, maar we zijn niet tweetalig. Wij vonden het heel belangrijk dat onze kinderen goed beide talen leren. Veel kinderen in de buurt gaan naar de lagere school in de ene taal en de middelbare school in de andere.”

“Toen we eenmaal doorhadden wat de gevolgen van deze hervorming zullen zijn, heb ik er een tijd niet van geslapen. Wij hebben als leerkrachten geen keuze wat de vakantie betreft, en dus zullen we als gezin twee maanden per jaar apart verlof hebben. Bovendien zullen we opvang moeten vinden voor de weken dat wij aan het werk zijn en onze dochters vrij zijn. Stages vinden net in die weken zal in onze omgeving erg moeilijk worden, en het kost ook veel. Ik doe mijn job met passie, maar ik heb er destijds ook voor gekozen omdat ik dol ben op reizen en graag samen met mijn kinderen vakantie wil.”

“Dit is een ramp voor ons gezin. Een maand geleden ben ik een Facebookgroep gestart, uit frustratie. Veel mensen beseffen nog niet dat dit staat te gebeuren, maar ik hoop dat we er als burgers in slagen om de politiek van koers te doen wijzigen. Het plan geeft ook een negatief signaal af, van ‘ieder voor zich’. Het lijkt bijna een kleine communautaire oorlog, maar dit heeft veel te veel zware gevolgen.”

Isaline Desclée (40) heeft drie kinderen in het Nederlandstalige en één dochter in het Franstalige onderwijs: 'Onze oudste dochter zal twee maanden per jaar andere vakanties hebben'

1773 Vakantieregeling Isaline Declee en gezin 3
© Ivan Put
| Isaline Declée met haar gezin.

Drie van de vier kinderen van consulente in duurzame ontwikkeling Isaline Desclée (40) uit Sint-Pieters-Woluwe gaan naar het Nederlandstalige onderwijs. De oudste van 14 volgt sinds september Nederlandstalig immersieonderwijs in een Franstalige school. “We wilden dat ze bicultureel zouden opgroeien.”

Desclée is niet tegen de hervorming an sich gekant. “Ik zie bij mijn kinderen ook dat ze na zes-zeven weken les sneller ziek worden, van vermoeidheid. Waar ik een enorm probleem mee heb, is hoe deze hervorming tot stand komt. Ik ben gechoqueerd dat één minister dit zonder overleg kan doordrukken. Dat is een gebrek aan visie. Zeker in Brussel is het nodig dat de twee taalgemeenschappen de invoering synchroniseren.”

Als de Franse Gemeenschap de nieuwe schoolkalender finaal goedkeurt, zal Desclées oudste dochter volgend schooljaar heel wat andere vakanties hebben dan haar broer en zussen. “Gedurende acht weken stemt de vakantie niet overeen. Ons gezin zal veel minder tijd gezamenlijk kunnen doorbrengen.”

Behalve de persoonlijke consequenties voorziet Desclée ook gevolgen binnen het Belgische bedrijfsleven. “Frans- en Nederlandstalige collega’s zullen elkaar minder vaak zien. Wat ook je visie is op communautair vlak, we zijn elkaars eerste handelspartner. De banden doorknippen die ons verenigen, is een stommiteit.”

"De meeste mensen lijken zich momenteel bij de beslissing neer te leggen, omdat de minister het ook voorstelt als een ‘fait accompli’, terwijl de stemming pas in maart volgt, en het eind augustus al in praktijk moet worden gebracht. Als de hervorming niet een of twee schooljaren kan worden uitgesteld, zou het geweldig zijn dat de Vlaamse Gemeenschap mee instapt, om te voorkomen dat deze situatie jaren aansleept.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?