De Wetstraat blijft een sukkelstraat voor Bral

© Brussel Deze Week
03/05/2013
Het openbaar onderzoek over het nieuwe Stadsproject Wet is net afgelopen. Het gaat, kortweg, om een gedurfde poging om langs de Wetstraat meer kantoren te geven aan de Europese Commissie en om er ondertussen meer woningen en publieke voorzieningen te creëren. Maar zal het allemaal zo mooi worden als de promobeeldjes ons tonen, vraagt Hilde Geens van Bral zich af.

De geschiedenis van de EU-wijk heeft ons geleerd dat we niet te veel vertrouwen op de goodwill van privé-investeerders en op de fragmentarische beoordeling van de overheid.

Europa is belangrijk voor Brussel, maar het moet zich ook gedragen als een stedelijke partner: in overleg met andere partners een bijdrage leveren aan een geïntegreerde ontwikkeling.

Vanaf de jaren vijftig heeft Europa ervoor gekozen om zich in het hart van de stad te vestigen. Maar Europa is geen geheel. Er zijn drie of zelfs vier zelfstandige delen: de Ministerraad, het Parlement en de Commissie en daarnaast ook het Comité der Regio's. Al decennialang voert elk van hen een eigen immobiliënbeleid, zonder enig overleg met mekaar. Elke instelling bemachtigde los van elkaar een eigen stek in wat we vandaag de Europawijk noemen. In 2007 werd er nog een belangrijk hoofdstuk toegevoegd aan deze ongecoördineerde invasie. De Commissie kondigde aan haar kantoren te willen rationaliseren: geen uitbreiding, zo wordt geregeld benadrukt, wel een concentratie langs de Wetstraat. Die plannen betekenen zowat een verdubbeling van de huidige 490.000 m² in de Wetstraat tussen kleine ring en Etterbeeksesteenweg. Elders in de EU-wijk komen dus vele vierkante meters weer op de markt.

Het Gewest greep dit aan als aanleiding voor een volledige transformatie van de Wetstraat en omgeving: het zogenaamde Stadsproject Wet (Projet Urbain Loi - PUL) en schreef een wedstrijd uit, met Atelier De Portzamparc als laureaat (2009). Voor de Franse stedenbouwkundigen zouden er op het straatniveau geen gesloten bouwblokken meer mogen bestaan, maar eerder losstaande torens met kleine 'pocketparkjes', een bredere straat met globaal een hogere bouwhoogte en nieuwe torens van meer dan 100 meter hoog. De Wetstraat blijft in die visie in hoofdzaak een kantoorstraat, maar er moeten ook 12,5 procent woningen en bijhorende winkels en voorzieningen bij.

De Brusselse regering vertaalde die visie in een gezoneerde gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GGSV) die midden 2012 in openbaar onderzoek ging. Dus pas vijf (!) jaar na de eerste aankondiging van die geplande rationalisering was dit openbaar onderzoek de eerste gelegenheid waarbij bewoners en andere betrokkenen officieel hun mening konden geven over de nieuwe Wetstraat.

In die verordening staan maximale bouwhoogtes, volumes en andere bouwvoorschriften, maar niets over waar de kantoren, de beloofde voorzieningen en woningen zouden komen.

Bovendien is er geen mobiliteitsplan, staat er niets in over parkings en is er ook geen onderzoek van de mogelijke effecten op de omliggende wijken. Er staat zelfs geen woord in over het onvermijdelijke jarenlange werfleed. Vooral de bewoners van de zogeheten noordoostwijk reageerden massaal omdat ze letterlijk de schaduw van de Wetstraat in hun woonwijk vreesden.

Resultaat: het Gewest liet een impactstudie uitvoeren, die vooral oog had voor de gevolgen wat betreft bezonning, lichtinval, wind en ook de visuele impact. De conclusies van die studie waren vernietigend en zelfs beschamend voor een overheid. Er werd dus niet geaarzeld en een aangepast GGSV opgesteld (de GGSV2).

GGSV2 is alleszins een verbetering, maar enkele essentiële zaken blijven nog steeds onopgelost, zoals bijvoorbeeld garanties voor de beloofde woningen. Hun precieze lokalisatie ligt niet vast, laat staan wie ze zal bouwen.

Een ander groot knelpunt blijft, uiteraard, de mobiliteit. Niks daarover in de impactstudie. De bewoners vrezen terecht dat hun woonwijken zullen lijden onder het toenemend autoverkeer. Een recente verkeersstudie van Stratec (2012), bevestigt deze vrees. Tegelijk stelt Stratec dat een en ander zou geneutraliseerd worden eens de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan Iris II bereikt zijn. Alsof een vermindering van twintig procent autoverkeer er vanzelf zal komen omdat die doelstelling in een plan is opgenomen. Integendeel, zonder concrete mobiliteitsmaatregelen zal het Stadsproject Wet een extra obstakel vormen die de verwezenlijking van Iris II zwaar zal hypothekeren.

Voorlopig gedraagt de Commissie zich in dit hele verhaal als vragende partij, die weinig of geen verantwoordelijkheid opneemt voor haar dominante aanwezigheid. Ook al zegt ze zelf bezorgd te zijn om de bereikbaarheid van en de luchtkwaliteit in de Wetstraat. Nochtans zou het Europese beginsel 'de vervuiler betaalt' ook hier als leidraad moeten gelden.

Daarom stelt Bral voor dat de EU-Commissie zich laat inspireren door het Europees Parlement. Dat is zeer recent ingegaan op een uitnodiging van de 'coördination associative', een platform van verschillende organisaties waaronder Bral en de lokale comités, om een langetermijnoverleg te starten. De bedoeling is een betere integratie in en om het Leopoldpark met respect voor de andere betrokken, waaronder in de eerste plaats de buurt. De eerste politieke rondetafel die deze week plaatsvond is zeker een positief signaal. Misschien is het nuttig om ook de Europese Commissie eraan te herinneren dat ze iets kunnen leren uit de geschiedenis van onze én, ondertussen een beetje, hun EU-wijk.

Hilde Geens, Stafmedewerker stedenbouw Bral vzw

In de zomer van 2013 publiceert BRAL het boek 'Strategieën in de strijd: 'Bewonersactie in de Brusselse EU-wijk van 1986 tot nu'

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Opinie

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni