An Pierlé en haar Quartet maken soundtrack voor Sylvia

© Hubert Amiel

55 jaar na haar dood is Sylvia Plath meer personage dan auteur. Voor theatermaker Fabrice Murgia is ze niet dé feministe of dé getormenteerde schrijfster, maar veel vrouwen tegelijk. Haar innerlijke stem geeft hij aan An Pierlé en haar Quartet. 

"Dying / Is an art, like everything else. / I do it exceptionally well,” schreef Sylvia Plath in haar bekende gedicht ‘Lady Lazarus’. We weten allemaal dat ze niet zat te pochen: in de vroege ochtend van 11 februari 1963 legde de Amerikaanse schrijfster haar hoofd op een doekje in de oven van haar Londense flat en draaide de gaskraan open. Het was de tigste keer dat ze er een einde aan probeerde te maken, maar deze keer bleef het niet bij een poging. Een dertigjarige schrijfster was dood, een mythe geboren.

Vandaag verrijst Plath andermaal uit de dood dankzij Théâtre National-directeur en -regisseur Fabrice Murgia. Het Brusselse wonderkind van het Franstalige theater had voor Sylvia wel vijftien vrouwen nodig én het An Pierlé Quartet, waarin buiten de zangeres-pianiste dan weer drie mannen zitten. “Eigenlijk zijn de mannen slechts figuranten in dit stuk,” zegt Pierlés wederhelft Koen Gisen net voor de repetities beginnen. Gisen speelt gitaar, saxofoon en basklarinet in wat Murgia zelf een “popopera” noemt. De andere twee mannelijke sujetten zijn toetsenist Hendrik Lasure en drummer Casper Van de Velde, jong geweld dat samen het Brusselse jazzduo SCHNTZL vormt en daarnaast zijn muzikale kunde botviert in elfendertig andere projecten die zich verder van of dichter bij de jazz bevinden.
“We zijn allemaal een beetje Ted Hughes,” gaat Gisen verder, verwijzend naar de gecontesteerde Britse dichter met wie Plath huwde in 1956. Dat was een van Plaths grote conflicten: Hughes was de ridder op het witte paard voor wie ze de perfecte echtgenoot wilde zijn, maar tegelijk wilde ze ook vrijgevochten en succesvol zijn. Toen Hughes een relatie begon met een gemeenschappelijke vriendin, liep hun stormachtige huwelijk finaal op de klippen. Zes maanden later was Plath dood.

 

1630 Sylvie Koen-Gisen An Pierle SCHNTZL
© Heleen Rodiers
| An Pierlé en de leguanen van haar Quartet: Koen Gisen, Casper Van de Velde en Hendrik Lasure

 

Er zitten biografische kapstokken in Sylvia, maar Murgia vertrekt vanuit de dagboeken van de confessionele dichteres die hij vervolgens ‘fictionaliseert’. “Sylvia onderzoekt de vele vrouwen die Sylvia Plath was,” legt An Pierlé uit. “Via de actrices, maar ook via de vrouwen van de technische ploeg van het stuk en cameravrouw Juliette Van Dormael. Het is interessant om Plaths leven vanuit verschillende standpunten te bekijken. Zo zijn we ook uitgekomen bij The silent woman: Sylvia Plath and Ted Hughes, een boek van Janet Malcolm dat de verschillende biografenkampen van Sylvia Plath belicht. Voor de ene is ze het icoon van het feminisme en is Ted Hughes de baarlijke duivel. Anderen vinden Plath dan weer een manisch-depressieve bitch.”

Het is dat ambigue, die dualiteit die maakt dat we maar niet over Plath uitgepraat raken. “De vragen die zij zich stelde, zijn nog steeds herkenbaar voor jonge vrouwen vandaag. Over hoe je moeder wilt zijn en ook creatief blijven, en de schuldgevoelens die je daarbij kan hebben.” Pierlé weet waarover ze spreekt als moeder en helft van een kunstenaarskoppel. “Fabrice heeft ons ook daarom gevraagd, hij speelt dat graag uit,” lacht Gisen. “Plath wás ambitieus, en dat botste met een hele hoop sociale conventies van toen. Voor Fabrice gaat dit stuk vooral daarover: de verwachtingen en ambities die je kon hebben als vrouw en moeder in de jaren 1950. Vandaag moet en kan iedereen ingeschakeld zijn. Is dat feminisme? Ik weet het niet. Thuisblijven is dat evengoed.”

 


Elektroshocking
Wat Plath ook zo fascinerend maakt, is dat ze vroeg gestorven is, zegt Pierlé. “Ze was de Kurt Cobain van haar generatie,” knikt Gisen glimlachend. “De belofte blijft, maar haar werk is ook écht de moeite om te lezen,” vindt Pierlé. Pierlé spijkerde haar kennis bij en las Plaths dagboeken en haar semi-autobiografische roman The bell jar, waarin de protagonist wegglijdt in een depressie en een zelfmoordpoging onderneemt. “Maar ik heb ook Jij zegt het van Connie Palmen gelezen, waarin Palmen Plaths tragische levensverhaal door de ogen van Ted Hughes probeert te bekijken.”Van de Velde en Lasure lazen het werk van Plath ook nu, Gisen verslond The bell jar als puber. “Dat boek heeft een enorme indruk op mij gemaakt. Vooral ook de witty manier waarop het hoofdpersonage vertelt over de gitzwarte passages in haar leven en over de elektroshocktherapie die ze krijgt om haar depressie te bestrijden. Haar identiteitscrisis, het moeten beantwoorden aan een bepaald maatschappijbeeld, vond ik als jonge gast heel herkenbaar. De mogelijkheden die destijds voor mij uitgetekend lagen in het milieu waarin ik opgroeide, vond ik oersaai en deprimerend.”
Die scheefgetrokken illusies ombuigen was voor Plath een grote worsteling. Nochtans ontbrak het haar niet aan succes. Op haar negentiende al mocht ze in New York aan de slag bij het vrouwenblad Mademoiselle, waarvoor door haar bewonderde dichters als Dylan Thomas bijdragen leverden. “Dat idee van vroeg ontdekt worden en dat blijvend waarmaken, vind ik heel herkenbaar,” zegt Pierlé, die in 1996 doorbrak dankzij haar finaleplaats in de Rock Rally. “Ik werd toen ook naar New York gestuurd om te gaan leren songwriten.”



Griekse goden
Fabrice Murgia kwam bij An Pierlé aankloppen nadat hij haar aan het werk had gezien met haar orgelproject. En hij was onder de indruk van haar soundtrack voor de Jaco Van Dormael-film Le tout Nouveau Testament. De theatermaker zit met Sylvia op het kruispunt van theater, film en concert. In zijn typische multimediale beeldtaal bouwt hij laagjes op: zijn scène is een filmset, de beelden die hij filmt, tot in de coulissen toe, projecteert hij op een scherm boven de spelers. Pierlé en co overschouwen de actrices van op twee torens, vanwaar ze als Griekse goden de tragedie becommentariëren. Pierlé aan de ene kant, als voix intérieur van Plath, Gisen, Lasure en Van de Velde tegenover haar. Soms staan de torens dicht bij elkaar, dan weer worden ze uit elkaar gerukt. “Eigenlijk wilden we allemaal graag bij Casper zitten,” lacht Gisen. “Dat is de warmte die ik uitstraal,” glimlacht die.

“Ik wilde graag eens uit het popjargon breken,” vertelt Gisen. “En samenwerken met jazzmuzikanten, of muzikanten die van alle markten thuis zijn.” Van de Velde knikt. “Wij zijn leguanen, hé.” Pierlé giert. “Haha, een kameleon, bedoel je?” Het klikt duidelijk tussen Pierlé en Gisen en het enthousiaste Brusselse duo. SCHNTZL nam zijn debuut op in de studio van Gisen. En Pierlé werkte met hen samen als artist in residence van het Gentse MSK.

Voor Sylvia vertrekken de vier muzikanten van een paar melodische elementen. Voor de rest laten ze zich leiden door de sfeer van elke scène. “Wij proberen daar zo open mogelijk mee om te gaan,” glundert Lasure. Is het moeilijk om bij een dramatisch leven als dat van Sylvia Plath de muziek ‘klein’ te houden? “Soms kies je ervoor om een scène echt te onderstrepen, maar je kan ook tegenkleuren,” zegt Pierlé. Gisen noemt net de stiltes heel betekenisvol. Van de Velde knikt: “Wanneer er de hele tijd geluid is, en dan plots niets, spits je je oren. Spelen met donkerte én lichtheid is essentieel. Dat deed Sylvia Plath zelf ook.”

> Sylvia. 25/9 > 12/10, Théâtre National

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?