© Défi | François De Smet, voorzitter van Défi.

Défi wil taalgemengde lijsten en minder garanties voor Nederlandstaligen

Steven Van Garsse
© BRUZZ
05/09/2023

Politieke partij Défi heeft dinsdag haar plannen voorgesteld voor de toekomst van Brussel. Als het aan de Franstalige partij ligt, komt het communautaire helemaal terug. Zo wil de partij taalgemengde lijsten, wil ze de vastgelegde gelijkwaardigheid van Nederlands- en Franstalige ministers in de Brusselse regering omgooien en wenst de partij een versterkte samenwerking met Wallonië. “De Franse taal moet herbevestigd worden als eerste taal van het gewest”, zo klinkt het.

Voorzitter François De Smet benadrukte aan het begin van de persconferentie dinsdag dat zijn partij is voortgekomen uit het FDF (tot 2010 het Front démocratique des francophones, SVG). Dat de belangen van de Franstaligen in ons land voor Défi een speerpunt blijven, blijkt ook uit het programma dat De Smet samen met Cécile Jodogne, Fabian Maingain en Emmanuel Debock voorstelde.

Wallonië en Brussel moeten nog meer naar elkaar toegroeien in een versterkte federatie, vindt de partij. En voor Défi is Brussel hoofdzakelijk een Franstalige stad, weliswaar met administratieve rechten voor de Nederlandstaligen.

Meer autonomie

Institutioneel zou Défi aan Brussel constitutionele autonomie willen geven, zodat de Brusselaars zelf de instellingen kunnen hervormen en niet afhankelijk zijn van het federale niveau. Défi wil namelijk het gewestelijk niveau hervormen door Gewest, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Nederlandstalige en Franstalige gemeenschapscommissie bij elkaar te voegen. Eerder deed minister Sven Gatz (Open VLD) een gelijkaardig voorstel.

In de hervormingsplannen voor Brussel raakt Défi niet aan de gemeenten – “wij zijn altijd communalisten geweest”, zei De Smet.

Geen aparte taalgroepen

De garanties voor Nederlandstaligen die momenteel bestaan, zouden volgens de plannen van Défi grotendeels worden opgeheven. De partij inspireert zich hiervoor op het gemeentelijk model, met taalgemengde lijsten en één Nederlandstalige schepen per college.

Dat zou voor het Brussels parlement betekenen dat er geen aparte Nederlandstalige en Franstalige taalgroepen meer zouden bestaan. De Brusselse regering krimpt van acht naar vijf leden, waarvan één gegarandeerde Nederlandstalige. Momenteel zijn dat er drie. Ook het parlement moet het met minder doen. Van de 89 parlementsleden zouden er nog maar zestig overblijven.

Défi beseft dat deze plannen alleen maar mogelijk zijn door een goedkeuring in het federaal parlement met een tweederde meerderheid en een meerderheid in elke taalgroep. Tegelijk opent Défi daarmee ook de mogelijkheid tot onderhandelingen over een verdere staatshervorming. “We zetten onze bakens”, zegt Cécile Jodogne hierover. “We zijn geen vragende partij voor een staatshervorming. Die vraag komt van andere (Nederlandstalige) partijen. Maar hiermee maken we duidelijk waar we voor staan.”

Zowel een confederalisme met twee, als een federale overheid die de voogdij krijgt over Brussel, als een België met vier deelstaten wijst Défi resoluut af. De partij pleit voor een sterke federale staat met veel autonomie voor Brussel, maar zonder de band door te knippen met Wallonië.

Extra federale middelen

Défi wil een slankere overheid in Brussel. “Brussel is ondergefinancierd”, zegt Emmanuel De Bock. “Als we extra federale middelen vragen, kunnen we dat alleen als we zelf ook ons huiswerk maken voor een gezond financieel gewest.”

De institutionele hervorming (slanker parlement, kleinere kabinetten) kan op zich al 25 miljoen euro opleveren, zo berekende de partij. Daarnaast wil Défi een aantal agentschappen, zoals Leefmilieu Brussel of Brussel Fiscaliteit, in de gewone administratie laten opgaan. Een rationalisatie in de administratie kan 200 miljoen euro opleveren.

Daarnaast kan worden ingezet op minder personeel door niet iedereen die met pensioen gaat te vervangen. “Die operatie is al bezig, maar als puntje bij paaltje komt, zien we dat in sommige personeelsplannen van de administratie het aantal voltijdsen toch stijgt”, aldus Défi. “Hierover moeten we blijven waken.”

“De federale regering houdt niet van Brussel, ze maakt er liever haar strijdveld van”

Cécile Jodogne, dienstdoend burgemeester van Schaarbeek

Maar Défi kijkt toch vooral naar het federale niveau voor extra inkomsten. Volgens Emmanuel De Bock worden de gewesten niet beloond voor hun strijd tegen de werkloosheid. “Tussen 2014 en 2023 is de werkzaamheidsgraad in Brussel gestegen van 56,8 naar 66 procent. Dat betekent minder werkloosheidsuitkeringen en een bonus voor het federale niveau. De gewesten zouden daar hun deel van moeten krijgen.”

Ook door een deel van de personenbelasting te innen op de plaats van het werk, in plaats van in de woonplaats, moet er extra geld in kas komen. Défi wil bovendien een deel van de vennootschapbelastingen naar het Brussels gewest laten vloeien. In totaal moet dit 1 miljard euro kunnen opleveren.

Het Belirisfonds tot slot, het federale fonds voor de financiering van projecten met nationale uitstraling, zou volgens Défi moeten worden opgetrokken van 125 miljoen euro naar 200 miljoen euro, zodat een aanzienlijk deel kan gaan naar het openbaar vervoer. “In geen enkel ander land wordt de hoofdstad zo aan haar lot overgelaten als in België, bijvoorbeeld voor investeringen in de metro.”

Straffeloosheid

Tot slot was er ook aandacht voor de veiligheid. Voor Défi is het duidelijk dat veiligheid pas mogelijk is met een goedwerkende justitie. En daar knelt het schoentje. “De politie raakt gedemotiveerd als ze personen oppakt die nadien weer vrij rond lopen”, zegt Cécile Jodogne, dienstdoend burgemeester van Schaarbeek. “Er heerst een gevoel van straffeloosheid.” De onderbemanning bij parket en politie moet dus dringend aangepakt worden.

Vandaag is de aandacht voor Brussel ondermaats, vindt Défi. “De federale regering houdt niet van Brussel, ze maakt er liever haar strijdveld van”, zegt Jodogne nog.

Ze wijst er ook op dat de grote acties in de stations van de afgelopen weken geen zoden aan de dijk zullen brengen. “Dat is een goeie communicatiestunt, maar het zal fundamenteel niet veel veranderen.” Een goede samenwerking tussen Brussel en het federale niveau, en een goeie preventie zijn wél de sleutels tot succes, vindt de partij.

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie