Drie specialisten ontleden succes van PVDA: ‘PS is het noorden kwijt’

© Brecht Van Maele

Oppositie voeren ligt de PS niet en ondertussen stijgt de radicaal-linkse PVDA in de peilingen. Waar loopt het mis voor de Franstalige socialisten? De sociaaldemocratie heeft het in heel West-Europa moeilijk, zegt ULB-politoloog Pascal Delwit.

PS-coryfee Laurette Onkelinx is in paniek: de peilingen zijn in Wallonië niet goed, en in Brussel zelfs barslecht. Vooral het succes van de radicaal-linkse PTB baart haar zorgen, maar introspectie blijkt moeilijk voor de Franstalige socialisten. De Walen en de Brusselaars kiezen volgens Onkelinx voor de PTB uit woede voor het beleid van de federale regering. De PTB maakt in Onkelinx’ ogen beloftes die de partij in een Europese context niet kan waarmaken en streeft naar revolutie. Is dat niet kort door de bocht? Moet Onkelinx niet in eigen boezem kijken?

Wij vroegen een politiek filosoof, Thomas Decreus (KU Leuven), en twee politologen, Dave Sinardet (VUB) en Pascal Delwit (ULB) om hun mening. Hoe verklaren zij de spectaculaire stijging van de PTB en is de PVDA-PTB in het diepst van haar gedachten nog altijd even maoïstisch als haar voorganger Alle Macht aan de Arbeiders (Amada)?

Voor Thomas Decreus dringt een bredere duiding dan alleen Franstalig België zich op: “De opkomst van de PVDA-PTB is deels een internationaal fenomeen: er komen aan de linkerzijde van de sociaaldemocratische partijen of de voormalige sociaaldemocratische partijen nieuwe linkse partijen. Vanuit die invalshoek past de PVDA-PTB in het rijtje van Podemos in Spanje, Syriza in Griekenland, Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië en zelfs Bernie Sanders in de Verenigde Staten. De bestaande sociaaldemocratische partijen zijn kapot geregeerd, ze worden gepercipieerd als establishment en hebben op die manier ruimte gecreëerd voor een nieuwe partij op links.”

Uit de contacten die Decreus heeft met de PVDA blijkt niet dat ze nog altijd maoïstisch zou zijn. “Maar”, zo onderstreept Decreus, “ik ken de interne partijwerking en de interne debatten niet. Mij komt die partij over als een traditionele sociaaldemocratische partij uit de jaren 1960-1970. Ik zie in hun opvattingen geen communisme, maar consequent socialisme. Hun standpunten zijn klassieke sociaaldemocratische standpunten. Het zijn bijvoorbeeld ook de opinies van Bernie Sanders.”

Decreus vindt het geen slechte evolutie dat er aan de linkerzijde van het politieke spectrum een nieuwe partij komt. “Het verplicht de bestaande sociaaldemocratische partijen tot een kritisch zelfonderzoek: zijn ze niet te veel geëvolueerd in een bepaalde richting? De PTB dwingt de PS om opnieuw meer aan te leunen bij de klassieke socialistische standpunten.” Dat Onkelinx de PTB beschuldigt van valse beloftes of de kiezers waarschuwt voor de revolutie is volgens Decreus onderdeel van het politieke spel: “Alle partijen maken de kiezers bang voor de andere partijen.”

In Vlaanderen scoort de PVDA minder dan in Wallonië en Brussel. “Als je op stedelijk niveau kijkt, scoorden ze in Antwerpen en Gent wel goed,” zegt Decreus: “Op dit ogenblik voert PVDA-PTB goed oppositie. De partij heeft ook een goede studiedienst. Dat is bij sociaaldemocratische partijen zoals de SP.A niet langer het geval. Toch acht ik de kans dat de PVDA of de PTB binnen afzienbare tijd meeregeert op Vlaams en federaal niveau gering. Andere partijen zullen dat weigeren. In de grote steden is dat anders, misschien kunnen ze daar wel meebesturen, maar ook dat valt af te wachten.”

Anti-establishment
Volgens Dave Sinardet hebben de anti-establishmentpartijen, aan de linker- en de rechterzijde succes bij de verliezers van de globalisering. “De flexibilisering van de arbeidsmarkt is niet per se positief voor laaggeschoolden. Daar speelt de PTB op in. In tegenstelling tot Vlaanderen was het politieke landschap in Franstalig België sinds de jaren 1980 met PS, MR, CDH en Ecolo vrij stabiel.

Nu hebben ze met de PTB ook hun uitdager,” zegt Sinardet. “Franstalig België heeft bij wijze van spreken zijn ‘achterstand’ ten opzichte van de rest van Europa ingehaald. Maar er is ook de lokale context: zeker in Brussel is de PS niet zichtbaar als bestuurspartij. Het is helemaal niet duidelijk waar de PS als grootste regeerpartij voor staat. En natuurlijk helpt de figuur van minister-president Rudi Vervoort hier niet bij, een populaire PS’er aan het hoofd van de regering zou wellicht wat meer verschil maken.”

Is de PTB nog altijd een maoïstische partij? De bredere leiding van de PTB komt uit de maoïstische traditie, zegt Sinardet. “Er is geen putsch geweest, maar het programma is breder ingevuld. Natuurlijk mag je de vraag stellen of het pure marketing is, maar intentieprocessen mag je niet maken. Je moet kijken naar de programma’s.

De PTB heeft ook geluk met een charismatisch figuur als Raoul Hedebouw. Mocht de partij al eerder een charismatisch figuur gehad hebben, was ze misschien vroeger doorgebroken. Hedebouw mag dan niet opkomen in Brussel, ik kan me voorstellen dat er wel veel Brusselse, linkse kiezers opkijken naar hem als gezicht van de partij.”

Volgens Pascal Delwit is de PS al sinds oktober 2012 ongerust over de opgang van de PTB die met de gemeenteraadsverkiezingen zetels veroverde in zes Waalse ‘PS-gemeenten’, net als in twee Brusselse gemeenten: Schaarbeek en Molenbeek. In 2014 heeft de PTB bovendien zetels behaald op federaal en op gewestelijk niveau. Met de laatste peiling overschreed de PTB in Brussel voor de eerste keer de kaap van de tien procent, vandaar allicht de felle reactie van Onkelinx. Delwit: “De PS weet gewoon niet hoe zich te positioneren ten opzichte van de PTB, nu eens kiest de partij ervoor om niet over de PTB te communiceren, de andere keer doet ze dat wel.”

Marxistisch-leninistisch
“De PS wordt geconfronteerd met een aantal problemen waar de PTB van profiteert. De PS heeft een kwarteeuw, bijna twee generaties lang, geregeerd. Vervellen tot oppositiepartij is niet evident, zeker niet als voormalig eerste minister Elio Di Rupo oppositie voert als partijvoorzitter en Laurette Onkelinx, die 22 jaar minister geweest is, dat doet als fractievoorzitter in de Kamer. In het Waals Gewest, het Brussels Gewest en de Franse Gemeenschap is de PS wel aan de macht. Daardoor is het zeer moeilijk om een coherent discours te voeren.”

Politiek is de PTB geen maoïstische partij meer: “Ze verdedigen de culturele revolutie niet meer die Mao in de jaren 1960 en 1970 predikte. In zeker opzicht zijn ze wel marxistisch-leninistisch. Ze hebben het moeilijk om zich te definiëren. Er zijn nog historische figuren in de leiding en de jongeren zijn vaak de zonen en dochters van. Ze hebben het radicale marxisme-leninisme nog meegemaakt.”

Cultureel blijven ze wel maoïsten: “Eén van de grote ideeën van het maoïsme was dat de leiders naar het volk moesten trekken. Ze moesten weten hoe de boeren en de arbeiders leefden en luisteren naar de gewone mensen. Ook de PTB’ers gaan van deur tot deur, trekken naar de sociale woningen en richten met de dokters van Geneeskunde voor het Volk Maisons Médicales op, waar ze met gewone mensen in contact komen.”

De vraag rijst of de sociaaldemocratie niet de prijs betaalt voor het omarmen van het neoliberalisme. Delwit: “In de jaren 1990 heeft de sociaaldemocratie ideologisch niet gereageerd op het neoliberalisme, integendeel, de partijen hebben punten van het neoliberalisme in hun programma opgenomen. Het duidelijkste voorbeeld is Groot-Brittannië met Tony Blair, maar het was ook het geval met de leider van de SPD (Gerhard Schröder, DV) in Duitsland.

In België was de weerslag door de stemplicht veel minder. De PS is nog altijd de partij van het gewone volk. Zij heeft ideologisch niet tegen het neoliberalisme gevochten, maar de PS is zich met de verdediging van de sociale zekerheid en de index wel blijven inzetten voor het gewone volk.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?