N-VA wil maatregelen tegen taaldiscriminatie bij OCMW’s

© Saskia Vanderstichele
| Gilles Verstraeten (N-VA) voor het gemeentehuis in Anderlecht.

Een resolutie in die zin is in het parlement besproken. Meerderheidspartijen zijn voorstander van een modernere taalwet, maar vinden de N-VA-resolutie een brug te ver. “Als we dit doorvoeren kunnen we het OCMW sluiten.”

Taaldiscriminatie door OCMW’s blijft een teer punt. Ook Franstalige partijen vinden het niet kunnen dat Nederlandstaligen in de sociale dienstverlening in Brussel achtergesteld worden.

Dat laatste was het uitgangspunt van een resolutie van parlementslid Gilles Verstraeten (N-VA).

Hij vertelde hoe hij enkele jaren geleden een dakloze Russische vrouw heeft geholpen die wel Nederlands sprak maar geen Frans, en die bij het OCMW van Anderlecht, waar Verstraeten woont, geen gehoor kreeg. Verstraeten heeft haar toen geholpen door contact op te nemen met het OCMW. In het Frans.

Casuïstiek of bittere realiteit? Voor de parlementsleden van de commissie Gezondheid, Franstalig én Nederlandstalig, was dergelijk geval alvast onaanvaardbaar. Mensen in precariteit moeten geholpen worden, welke taal ze ook spreken. Maar om dan de N-VA-resolutie over taaldiscriminatie te gaan goedkeuren, dat zat er niet meteen in.

Marshallplan

Gilles Verstraeten (N-VA) legde nog eens goed het verschil uit tussen de tweetaligheid van dienst, die de regel is bij het gewestelijk bestuur, en de tweetaligheid van ambtenaar, die de regel is bij gemeenten en OCMW’s.

Vooral bij die lokale besturen stelt zich een probleem. Een attest van de kennis van de andere landstaal is wettelijk vereist voor aanwervingen en bevorderingen, maar die wet is dode letter. Dat blijkt althans uit de jaarlijkse taalrapporten van de Vicegouverneur. En dus botsen de Nederlandstaligen in hun eigen gemeente vaak op een eentalig Franstalige aan het loket. Dat kan niet, vindt de N-VA.

Verstraeten pleit voor een marshallplan om de taaldiscriminatie aan te pakken. Verstraeten: “Het taalrapport van de vicegouverneur moet (jaarlijks) besproken worden binnen de regering, vervolgens besproken met het parlement en daarna moeten maatregelen worden uitgewerkt om de tweetalige dienstverlening tot een realiteit te maken. Het kan niet dat Nederlandstaligen telkens achteraan in de rij belanden.”

Als die maatregelen niet succesvol zijn, zo vindt Verstraeten, dan moeten onwettige benoemingen in de lokale besturen (dus aanwervingen zonder taalattest) vernietigd worden door de Brusselse regering.

Gilles Verstraeten 2 N-VA installatie Brussels Parlement

Hoezeer de Franstaligen, meerderheid en oppositie, ook begrip toonden voor de bezorgdheden van Nederlandstaligen, ze kunnen zich niet achter de resolutie scharen. “Als we dit stemmen, dan kunnen we meteen het OCMW sluiten,” zei David Leisther voor de MR. Hij is parlementslid en ook OCMW-voorzitter in een Brusselse gemeente. “We doen er alles aan om Nederlandstaligen te houden, om de wettelijke tweetaligheid te garanderen, ik heb er bij mijn aantreden een punt van gemaakt. Maar van zodra een tweetalige een andere opportuniteit vindt vertrekt die. We vinden voor sommige jobs binnen het OCMW zelfs geen perfect ééntalige (Franstalige) personeelsleden,” voegde hij daar nog schamper aan toe.

Ook bij de Nederlandstalige meerderheidspartijen staat de continuïteit van de dienstverlening voorop. Als de taalwet strikt wordt toegepast, dan dreigt er een groot personeelstekort. “En eerlijk? Ik zie geen boosaardige intentie bij de Franstaligen,” zei parlementslid Khadija Zamouri (Open VLD). “De hoogdagen van de communautaire spanningen en het bewust anti-Vlaams beleid in Brussel zijn voorbij.” Ze bewistte ook dat de Brusselse regering geen inspanningen zou doen de kennis van het Nederlands bij het personeel op te krikken.

Zamouri maakte wel een opening naar een herziening van de taalwet in bestuurszaken. Die dateert van 1966 en lijkt niet meer aangepast aan onze tijd. “Een tweetaligheid van dienst (zoals in de gewestelijke instellingen, SVG) kan een piste zijn, in combinatie met taalcursussen.” Zamouri vindt wel dat er eerst een academische evaluatie moet komen van die taalwet.

Khadija Zamouri (Open VLD)

Ook parlementslid Juan Benjumea (Groen) vindt dat de taalwet van 1966 een update mag krijgen, en pleitte eveneens, voorzichtig, voor een tweetaligheid van dienst in de lokale besturen. In ieder geval is dat iets dat het federaal parlement zou moeten aanpakken.

Ook parlementslid Farida Tahar (Ecolo) vindt dat die taalwet gemoderniseerd mag worden. Ze stak tegelijk ook een hand in eigen boezem. “Hoe komt het dat er zo weinig tweetaligen zijn in Brussel? Dat de kennis van het Nederlands niet goed is? Zelfs bij ons, parlementariërs?” “Maar deze resolutie gaat zoiets niet oplossen.”

Voor Gilles Verstraeten was dat een zwaktebod. “Die eeuwige gijzeling: de continuïteit van de dienstverlening, we betalen slecht, we vinden geen tweetaligen.” Verstraeten gelooft ook niet dat een aanpassing van de taalwet door de invoering van een tweetaligheid van dienst (in plaats van tweetalige ambtenaren), een echte oplossing is. “Want dan nog zullen er te weinig tweetaligen zijn op de arbeidsmarkt.”

Geen meerderheid

De resolutie van de N-VA over taaldiscriminatie werd na het debat met negentien tegen één weggestemd.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?