Van Quickenborne onderzoekt wet tegen relschoppers bij betogingen

© Belgaimage
| Vincent Van Quickenborne (Open VLD), minister van Justitie in de ferderale regering.

De federale minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) bekijkt of een ‘relschopperswet’ mogelijk is naar analogie met de voetbalwet, die voorziet in stadionverboden. Dat heeft hij woensdag gezegd in de commissie Justitie in een antwoord op een parlementaire vraag. “We bekijken of een administratief of gerechtelijk manifestatieverbod mogelijk is,” klinkt het. Eerder pleitte Brussels burgemeester Philippe Close (PS) al voor zo'n wet.

Na het geweld tijdens de coronabetoging van 23 januari brak Brussels burgemeester Philippe Close een lans voor een wet tegen relschoppers. Hij is het geweld dat regelmatig na betogingen in zijn stad plaatsvindt grondig beu.

Van Quickenborne noemde het geweld in de commissie Justitie “onaanvaardbaar”. Hij bevestigt dat er concrete gesprekken lopen met de burgemeester in verband met een dergelijke “loi casseurs”, of relschopperswet, en dat de voorstellen worden bestudeerd met de minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V).

Voor preventieve maatregelen kijkt de minister alvast naar het plaatsverbod, een bevoegdheid van de burgemeesters om iemand voor een periode van een maand uit het gebied te weren, dat overigens tot twee keer kan worden verlengd. Maar die wet gaat voor Close niet ver genoeg, zei hij eind januari.

Voetbalwet

Close verwees in zijn voorstel voor de relschopperswet ook naar de voetbalwet, die hooligans een stadionverbod kan opleggen. “We bekijken of naar analogie met dat stadionverbod, een administratief en/of gerechtelijk manifestatieverbod mogelijk is,” bevestigt de minister.

In dat geval wil de minister vier voorwaarden opstellen. Naast de mogelijkheid tot beroep, moet er een duidelijke definitie zijn van personen die geweerd kunnen worden. Van Quickenborne benadrukt daarbij het recht op betoging, waar hij "niet licht over gaat".

Bovendien moeten de personen in kwestie ook goed in het oog worden gehouden door de veiligheidsdiensten, meer bepaald “door de politie in het kader van de openbare orde, maar ook door de inlichtingendiensten en OCAM in het kader van hun toezicht op extremisme en gewelddadig extremisme”, aldus de minister.

Nu rest de vraag hoe een dergelijk verbod gecontroleerd kan worden. “Een stad als Brussel kan natuurlijk niet vergeleken worden met een voetbalstadion.” De minister denkt daarom een een meldingsplicht. “Personen met een verbod moeten zich tijdens een evenement melden bij hun plaatselijk politiekantoor.”

Terugdringen van vandalisme

“De voetbalwet bewijst dat dergelijke maatregelen mogelijk zijn in een rechtsstaat en dat ze ook effect hebben. Niemand zal ontkennen dat de voetbalwet en de uitvoering ervan een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan het terugdringen van voetbalhooliganisme en vandalisme in ons land,” maakt de minister zich sterk.

Van Quickenborne heeft al samengezeten met het openbaar ministerie en de politie om te bekijken hoe het onderzoek en de vervolging van relschoppers doeltreffender kan verlopen. Van alle gearresteerde personen op de betoging van 23 januari waren er namelijk maar weinig personen gekend bij de politie.

De minister verklaart dat er veel relschoppers uit Frankrijk (extreemlinkse en anarchistische groepen) en Nederland (hooligans) kwamen. “De namen van de relschoppers uit het buitenland worden afgetoetst bij onze buurlanden,” aldus de minister nog.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?