Interview

50 jaar Brusselse jeugdhuizen: ‘We zijn niet langer les petits Flamands’

Eva Christiaens, Steven Van Garsse
© BRUZZ
19/05/2023
© Agneskena | De Brusselse jeugdhuizen bestaat 50 jaar: Stefaan Kaberuka (links) is sinds februari 2022 coördinator van Entree en Yannouk Van Dyck (rechts) is er sinds december 2020 communicatieverantwoordelijke.

De Brusselse jeugdhuizen bestaan vijftig jaar. Sommige zelfs wat langer. Reden om te feesten, al zijn er ook wel uitdagingen. “Feesten organiseren wordt steeds moeilijker. Ik noem het 'de macht van de klacht'.”

Wie zijn Stefaan Kaberuka en Yannouk Van Dyck?

Stefaan Kaberuka

  • 28 jaar, groeide op in Dilbeek
  • Studeerde communicatiemanagement en antropologie
  • Werkte voor muziekproductiehuis MetX, Zwangere Guy en hiphopplatform Niveau 4
  • Sinds februari 2022 coördinator van Entree

Yannouk Van Dyck

  • 26 jaar, groeide op in Oudergem
  • Studeerde fotografie, communicatie en audiovisuele technieken
  • Werkt als digital creative en ondernemer bij Ambriosound
  • Sinds december 2020 communicatieverantwoordelijke bij Entree

Eerst de verjaardag: bij jeugdhuis Alleman in Oudergem is die al gevierd, in het najaar halen ook 't Uilekot in Ukkel en 't Mutske in Laken de confetti boven. En dan komt Entree, de koepel van de Brusselse jeugdhuizen, in november nog met een eigen tweedaags festival. Bx.Live verwijst meteen naar zijn bekende voorganger Bruksellive, het vroegere zomerfestival van de jeugdhuizen dat op z'n hoogdagen wel 20.000 jongeren trok. “Ik ben soms jaloers op het engagement van vroeger,” geeft Stefaan Kaberuka toe. Hij staat sinds een jaar aan het hoofd van Entree, het vroegere JHOB.

Hij vertelt hoe de anciens van de jeugdhuizen trucjes hadden om 'de Sabam' te omzeilen, de belasting op auteursrechten voor de muziek. Ze strooiden flyers rond waarop de fuif een dag eerder geprogrammeerd stond dan de echte datum. Het waren de spannende beginjaren. Een rave avant la lettre, zeg maar.

Vijftig jaar later hebben de jeugdhuizen een stevige transformatie doorgemaakt. “Vroeger was een jeugdhuis vooral een jongerencafé,” vertelt communicatieverantwoordelijke Yannouk Van Dyck (Entree). “Maar de cafécultuur is grotendeels weg bij jongeren. Jeugdhuizen zijn nu een plek om te chillen of creatief aan de slag te gaan. Jongeren komen er omdat er iets staat te gebeuren, minder om pintjes te gaan drinken. Het Brusselse jeugdhuis is een plek om te experimenteren, in alle vrijheid.”

Is die vrijheid belangrijk voor jongeren?
Stefaan Kaberuka: Die is essentieel. We geven hen een plek die heel laagdrempelig is. Ze kunnen er zichzelf zijn. Dat is belangrijk voor de vorming van hun identiteit. En het is een leerschool: in samenwerken, groepsdynamiek aanvoelen, events organiseren. Ze kunnen er fouten maken, maar ook verantwoordelijkheid nemen.

Yannouk Van Dyck en Stefaan Kaberuka.
© Agneskena | Yannouk Van Dyck en Stefaan Kaberuka.

Jullie willen de jeugdhuizen ook meer openstellen. Is dat om de band met de buurt te versterken?
Kaberuka: We hebben een analyse gemaakt van de sterktes en zwaktes van de jeugdhuizen. En we kwamen tot de vaststelling dat we met die acht jeugdhuizen enorm veel plek hebben in de stad, waar jongeren kunnen experimenteren zonder financiële verplichtingen. Dat is een enorme luxe. Tegelijk zien we dat niet iedereen de weg ernaartoe vindt. Vandaag bestaat het publiek toch vooral uit de witte middenklasse. Daarom moedigen we de jeugdhuizen aan om nog meer die open plek te zijn, waar iedereen terechtkan.

De jeugdhuizen zijn geografisch ongelijk verdeeld, met vooral in de rijkere gemeentes een locatie. Anderlecht, Molenbeek, Schaarbeek, Sint-Joost, Sint-Gillis vallen uit de boot. Moet er geen werk worden gemaakt van een dekkend aanbod?
Kaberuka: Er zijn inderdaad blinde vlekken in ons aanbod. We zien in die centrumgemeenten op de lange termijn wel een potentieel voor het jeugdhuismodel, maar de middelen ontbreken hier momenteel voor.

Vaak is D'Broej, dat zich meer richt op maatschappelijk kwetsbare jongeren, in die wijken wél actief. Is het nog van deze tijd dat jullie naast elkaar werken? Het zijn bijna twee gescheiden werelden.
Yannouck Van Dyck: Op zich hebben we daar niet veel vat op. Onze jeugdhuizen bepalen zelf hun beleid. Wij moedigen hen wel aan om hun ruimtes ook open te stellen voor andere jongerengroepen. Sommige doen dat ook. 't Schab in Evere heeft een uitwisselingsreis naar Palestina georganiseerd en workshops daarrond. De Kuub in Sint-Agatha-Berchem is erg gericht op dans. Daar komen ook kwetsbare jongeren naartoe.
Kaberuka: Op zich is het niet erg dat D'Broej naast ons bestaat. We zijn complementair. Onze doelgroep is bijvoorbeeld wat ouder en bepaalt grotendeels zelf het vrijetijdsaanbod, terwijl D'Broej met jongeren werkt die misschien wat meer begeleiding vragen. We willen juist veel autonomie geven aan de jongeren.

“De Brusselse jeugdhuizen zijn geen puur Nederlandstalige bastions, ze zijn heel gemengd en dus heel Brussels”

Yannouk Van Dyck, communicatieverantwoordelijke Entree

Brusselse jeugdhuizen: Yannouk Van Dyck, communicatieverantwoordelijke Entree

Is er een link met de Franstalige jeugdhuizen?
Kaberuka: Die zijn er eigenlijk niet. Jeugdhuizen, zoals wij die kennen, zijn een heel Vlaams gegeven. Franstaligen hebben wel 'des maisons des jeunes', maar dat is iets heel anders. Daar worden huiswerkklassen gegeven en er zijn animatoren. Het is meer van bovenaf georganiseerd.
Van Dyck: ​​​​​​​Wat niet wil zeggen dat de Brusselse jeugdhuizen puur Nederlandstalige bastions zijn. Die zijn heel gemengd. Er wordt ook Frans gesproken en andere talen. Het is heel Brussels.

Gelooft u dat er een soort van Brusselse jongerencultuur aan het ontstaan is?
Kaberuka: Zeker.

Hoe zou u die omschrijven?
Kaberuka: Inclusief, rebels, alternatief, maar ook een beetje débrouillard. Tegelijk worden we als Nederlandstalige jongeren ook meer aanvaard. We zijn niet langer les petits Flamands, een fenomeen dat ik kende van toen ik opgroeide.
We zijn ook een aantrekkingspool voor jongeren uit de Rand, die in onze huizen hun eerste stappen zetten en zo de hoofdstad ontdekken. Ze gaan er zich thuis voelen, verliezen na een tijd de status van 'nieuwkomer'. Ze voelen zich nu echt Brusselaar.

De jeugdhuizen draaien vooral op vrijwilligers. Lukt dat nog om die vandaag vinden?
Kaberuka: Corona heeft veel bestaande jeugdhuisbesturen doen stilvallen. Dat merken we nu nog: de fakkel is niet vanzelf doorgegeven aan een nieuwe generatie. Het is ook de tijdgeest. Als ik de verhalen hoor van de oudere jeugdhuisverantwoordelijken, dan kan ik alleen maar jaloers zijn op het engagement van toen. Er werden beachparty's georganiseerd, waar ze bulldozers met zand voor lieten aanrukken. Of de jeugdhuizen hadden hun eigen magazine. Ze gingen er honderd procent voor. Dat is vandaag veel moeilijker. Dat is geen kritiek op de jeugd, want zo'n honderdprocentengagement hoeft niet voor mij. Het is een vaststelling.

Is daar een verklaring voor?
Kaberuka: Alle jeugdorganisaties worstelen daarmee. Het heeft met neoliberalisering te maken, met individualisering. Zich inzetten voor the greater good is niet meer evident.
Van Dyck: Veel heeft met virtualisering te maken. Jongeren videochatten veel, en voelen minder de nood om altijd fysiek bij elkaar te zijn. Het kan ook via een scherm.

We merken na corona net een grote knaldrang bij jongeren, met zin om te feesten. Onlangs was er een illegale rave in Sint-Truiden. Hoe kijken jullie daarnaar?
Kaberuka: ​​​​​​​Het fascineert me. Feesten en uitgaan blijven een belangrijke uitlaatklep. Dat is tijdens en na corona erg duidelijk geworden. De immense populariteit van die rave bewijst hoeveel nood eraan is. Die nood wordt niet altijd erkend. En wat niet erkend wordt, zal geclaimd worden. Dat is wat we in Sint-Truiden gezien hebben.

“De bestaande feestplekken moeten beschermd kunnen worden, zodat de minste klacht niet leidt tot een sluiting”

Stefaan Kaberuka, coördinator Entree

Brusselse jeugdhuizen: Stefaan Kaberuka, coördinator Entree

Je hoort weleens dat er vandaag zoveel regeltjes zijn dat feesten bijna onmogelijk wordt, zeker in een stad. Merken jullie dat?
Kaberuka: Zeker. Ik noem het de 'macht van de klacht'. Het wordt steeds moeilijker om vrij feesten te organiseren. Zelfs jeugdhuis Tongeluk in Ganshoren, in een buurt met weinig woningen, moet op zijn tellen passen. De gemeente zet veel druk. Het is soms een beetje als het verhaal van de Fuse. Nieuwe buren komen er wonen, maar aanvaarden niet dat er lawaai gemaakt wordt.

Hoe los je zoiets maatschappelijk op?
Van Dyck: Er bestaan woonwijken, kantoorwijken, wijken met veel horeca of winkels, maar er bestaan geen wijken waar gefeest kan worden. Misschien kan daar een oplossing voor gevonden worden.
Kaberuka: Je hebt plekken nodig die zich er meer toe lenen om lawaai te maken. Buda Bxl is daar een voorbeeld van. Die club ligt aan de rand van de stad aan het kanaal.

Kan je vijftienjarigen naar die plek sturen?
Kaberuka:
Misschien niet, dus moeten de bestaande feestplekken beschermd kunnen worden. Ook de jeugdhuizen, zodat de minste klacht niet leidt tot een sluiting.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) zou drie fuiflocaties openen in Brussel. Hoe staat het daarmee?
Kaberuka: Er is een fuifloket van de VGC. Dat is een stap in de goede richting. Het is een platform voor jongeren als ze een feest willen organiseren. Ze kunnen dan in de bestaande VGC-infrastructuur terecht voor een zacht prijsje. Maar dat betekent ook dat er geen nieuwe zalen zijn bijgekomen. Daar is de VGC voorlopig niet in geslaagd.

Hoe zit het met het Dar, het jeugdhuis voor de Vijfhoek?
Kaberuka: Dar kreeg in april 2021 dan toch geen plek in De Ambrassade (jeugdcentrum van de Vlaamse gemeenschap aan het Muntplein, red.), ondanks eerdere beloftes. Sinds dan kent het jeugdhuis een nomadisch bestaan. In juni verhuist het voor een jaar naar een voormalig Axa-kantoor aan het Koninginneplein in Schaarbeek. Dat is een tijdelijke oplossing. De zoektocht naar een plek in de Vijfhoek blijft aartsmoeilijk.

Gaat De Schakel in Sint-Lambrechts-Woluwe nog open, na de recente explosie?
Kaberuka: Absoluut. Er moet nog een veiligheidsanalyse gebeuren, maar dat zou geen jaar mogen duren. Er waren wel al langer infrastructuurwerken nodig. Wij hopen dat de ontploffing een wake-upcall is voor de gemeente, die niet te veel omkijkt naar het jeugdhuis. Misschien omdat het een Nederlandstalig bastion is, waar weinig stemmen mee te rapen vallen? De Schakel heeft ook nood aan een nieuwe injectie jongeren, die het heft in handen nemen

Op 17 en 18 november 2023 organiseert Entree Bx.Live, een multidisciplinair festival in La Vallée

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel, Samenleving, Brusselse jeugdhuizen, entree, stefaan kaberuka, Yannouk Van Dyck, brusselse jongeren

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie