Alain Deneef: ‘Molenbeek zal ons nog met verstomming slaan’

De aanslagen hebben Brussel getekend in 2016, maar geven ook voor nieuwe kansen, zegt Alain Deneef van werkgeverscoalitie Brussels Metropolitan. “De negatieve aandacht voor Molenbeek heeft het potentieel van een ongelooflijke reclamecampagne die niemand ooit had kunnen betalen.”

Alain Deneef (56) verdiende zijn sporen in het bedrijfsleven en is intendant van Brussels Metropolitan, de coalitie van de regionale en federale werkgeversorganisaties. Daarnaast is hij heel actief in tal van verenigingen, waaronder het Fonds Europese Wijk. Met Aula Magna stimuleerde hij het debat over de toekomst en de identiteit van Brussel.

Hebben de aanslagen het idee van de Brusselse identiteit niet onderuit gehaald?
ALAIN DENEEF:
Door de angst hebben mensen zich tijdelijk teruggeplooid op de eigen groep. Maar er is ook iets positiefs. Er is meer begrip van de verschillende realiteiten in onze stad. De Brusselse identiteit bestaat, alleen wordt ze door verschillende groepen anders ervaren. Mensen in Molenbeek voelen zich ongetwijfeld Brusselaar. Veel Europeanen ook, en rijke mensen in Ukkel evenzeer. Maar niet op dezelfde manier. Dat is onze charme en onze rijkdom, maar ook onze moeilijkheid.

Hoe kunnen we de cohesie en het wederzijds begrip versterken?
DENEEF:
Er is maar één manier: mensen bij elkaar brengen. Daarvoor moeten we de initiatieven vermenigvuldigen. Jammer dat we daarvoor zoiets extreems hebben moeten meemaken, maar mensen weten nu dat er ernstige sociale en cultuurgebonden problemen zijn in Molenbeek en gelijkaardige wijken. Tegelijk ontdekken meer mensen dat Molenbeek ook een ongelooflijke bron van innovatie is. En dat zal nog groeien, want daar zit de jeugd. Natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat die begeleid wordt, zodat de creatie positief is. En uiteraard moeten we ook de problemen aanpakken. Het kan niet dat een gemeente duizenden van haar inwoners niet kent. Maar Molenbeek is naast een probleem ook een opportuniteit. Door de aandacht is het aantal positieve initiatieven niet meer te tellen. Molenbeek zal verrijzen en ons met verstomming slaan.

De naam Molenbeek duikt steeds meer op in het straatbeeld. Het wordt een bron van fierheid.
DENEEF:
Absoluut en daar moeten we op inspelen. Voor het imago van Brussel moeten we uitspelen dat we de meest multiculturele én kosmopolitische stad van Europa zijn. Wij zijn tegelijk Marseille én Genève. De aandacht voor Molenbeek is nog vaak negatief, maar heeft het potentieel van een ongelooflijke reclamecampagne die niemand ooit had kunnen betalen. Het komt erop aan dat positief te draaien. Hetzelfde met de wereldfaam die we hebben als centrum van de Europese beslissingsmacht. We moeten duidelijk maken dat de wereld van morgen en het Europa van nu hier tot stand komen.

De Europese instellingen zijn cruciaal voor kosmopolitisch Brussel. Dreigt een Brexit de positie van internationaal Brussel te ondermijnen?
DENEEF:
We’d better not take anything for granted. Weinig mensen hadden een jaar geleden hun geld ingezet op een Brexit, of zes maanden geleden op een overwinning van Trump. Europa verkeert in een staat van verwarring. Het is onduidelijk of we naar meer of minder eenheid gaan. We mogen dus niet uitsluiten dat er een grote heronderhandeling van de EU komt. Een van de uitkomsten zou kunnen zijn dat het parlement voltijds naar Straatsburg gaat. Let’s hope for the best, but prepare for the worst.

Wat kan Brussel hieraan doen?
DENEEF:
We moeten het idee van Europa laten leven en bloeien. En waar kan dat beter dan in de Europese hoofdstad? Er zijn proportioneel nergens zoveel Europeanen samen als hier. Vandaag is hun relatie tot de rest van de stad niet optimaal. En dan druk ik mij zacht uit. Ik zie een parallel met de kloof tussen de Europese instellingen en de meerderheid van de Europeanen. Het is mijn diepe overtuiging dat we met een betere relatie tussen Europa en de stad ook het Europese idee opnieuw een plek kunnen geven in de harten van veel mensen.

Hoe ziet u dat concreet?
DENEEF:
Het sociale leven in de Europese wijk moet beter. Met de vzw Equama proberen we daartoe bij te dragen. Initiatieven zoals European Canteen en European Winter Market brengen mensen van allerlei pluimage bij elkaar. Het Jean Reyplein evolueert van een minerale vlakte naar het epicentrum van de wijk. Met dank ook aan café Grand Central van Frédéric Nicolay. Maar goed ook, want het Huis van de Europese Geschiedenis zal straks een pak mensen naar de buurt brengen. We moeten de publieke ruimte verder animeren. Door dergelijke initiatieven zullen Europeanen zich Brussel toe-eigenen en omgekeerd de Brusselaars Europa.

Alain Deneef klein BRUZZ 1552
© Saskia Vanderstichele
Ander belangrijk thema van 2016 was de mobiliteit. Met Brussels Metropolitan pleit u voor een kilometerheffing. Waarom?
DENEEF:
Het is veel intelligenter om het gebruik van een wagen te belasten dan het bezit. Zo zullen mensen hun verplaatsingen in vraag stellen. Anders gaan we er niet komen. Er is een mental shift nodig, voor we kunnen komen tot een modal shift en een mobility shift. Daarnaast moeten we ons afvragen of we nog zoveel moeten investeren in infrastructuur. Met een kilometerheffing kunnen we het verkeer een beetje verminderen. Bovendien krijgen we binnen 15 tot 20 jaar zelfrijdende en onderling communicerende auto’s. Die kunnen veel dichter op elkaar rijden, dus hebben we minder wegcapaciteit nodig. Is het dan nog zinvol om zoveel miljoenen te investeren in de verbreding van de Ring? Dezelfde vraag kunnen we stellen voor verdere uitbreidingen van de metro. Met minder auto’s kunnen we meer eigen beddingen maken voor bus en tram. De elektrische fiets zal ook een verschil maken in onze heuvelachtige stad. Ondertussen groeit ook de S-trein langzaam maar zeker uit tot een tweede metronet.

Elk gewest voert wel nog altijd een eigen mobiliteitsbeleid. De metropolitane gemeenschap moest een coördinerende rol spelen, maar die komt maar niet van de grond…
DENEEF:
Het blijft voorlopig een lege doos omdat de politiek, vooral aan Vlaamse kant, niet overtuigd is. Het enige wat we kunnen doen, is rond de tafel gaan zitten rond concrete projecten, zodat alle partijen tot de conclusie komen dat er vooruitgang is. Op termijn kunnen we dan evolueren naar een permanent overlegorgaan, en, nog later, een operationele entiteit. Bijvoorbeeld een agentschap om het openbaar vervoer in de hele metropool te beheren. In veel Europese steden bestaat dat al lang. Wij gaan er komen, maar het vergt tijd en inspanningen door onze institutionele complexiteit. Ons federalisme is nog een beetje onvolwassen.

De luchthaven is nog zo’n gevoelig dossier. De Brusselse regering minimaliseerde het belang voor de economie naar aanleiding van het belangenconflict over geluidsboetes.
DENEEF:
De sluiting van de luchthaven na de aanslagen was een ramp voor Brussel. Wie zegt dat Zaventem losstaat van het Brusselse weefsel maakt een foute analyse. De nabijheid van de luchthaven is een troef voor de Europese functie van Brussel, voor onze logistiek en voor het toerisme. Tegelijk is het ook een nadeel, maar de problemen kunnen opgelost worden met goede wil van alle partijen. Laten we ook niet vergeten dat vliegtuigen steeds stiller worden. Het lawaai is veel minder dan tien jaar geleden. We moeten absoluut werk maken van een vliegwet. Voor de bedrijven op de luchthaven is juridische onzekerheid erger dan geluidsboetes.

Het klopt dat slechts tien procent van het luchthavenpersoneel uit Brussel komt. Aan het Gewest om ervoor te zorgen dat onze werklozen klaar zijn voor de vacatures. De luchthaven wil het aantal jobs verdubbelen tegen 2040. Daar heeft de Brusselse overheid een kans om het aandeel aanzienlijk op te trekken.

Het inzicht van 2016

“De aanslagen en de problemen met de mobiliteit sterken mij in de overtuiging dat zowel de politiek, de bedrijven als het middenveld een tandje moeten bijsteken. We moeten het provincialisme en het parochialisme achter ons laten. De uitdagingen zijn immers groter dan ooit. We moeten worden wat we zijn: een kleine wereldstad. Laten we dus openstaan voor de wereld en kijken naar hoe andere steden problemen oplossen. Wie zegt dat Brussel door de institutionele complexiteit en andere specificiteiten niet te vergelijken is, vertoont eigenlijk een verdoken hoogmoedigheid. Laten we onze bescheidenheid koesteren en leren van anderen.”

De eindejaarsinterviews van 2016

Naar goede gewoonte vraagt BRUZZ aan verschillende stemmen uit de stad om terug te blikken om 2016, dat op veel vlakken een bewogen jaar was. Blikten voor ons terug: actrice en regisseur Carly Wijs, professor Wijsbegeerte en cultuurfilosoof Lieven De Cauter, drijvende kracht achter Au Bord de l'eau Lotte Stoops, schrijver, regisseur en acteur Ismaël Saidi, magistraat bij het Brussels parket Ine Van Wymersch, intendant van Brussels Metropolitan Alain Deneef en directeur Europalia Kristine De Mulder.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook