Antropoloog Filip De Boeck: 'Koloniaal museum was teletijdsmachine'

© Creative Commons
| In het "Palais des Colonies" was in 1897 een Congolees dorp nagebouwd.

Het Museum voor Midden-Afrika dat in 1910 de deuren opende zei meer over de Belgen dan over de Congolezen. Dat zegt professor antropologie Filip De Boeck.

Het museum is in twee etappes ontstaan, de eerste etappe was de Wereldtentoonstelling van 1897, toen Congo nog eigendom was van Leopold II en Congo-Vrijstaat heette. “De tweede was de officiële opening in 1910 na de dood van Leopold II, die een jaar eerder gestorven was. Congo was toen al twee jaar een Belgische kolonie,” zegt De Boeck (KU Leuven).

“In het Palais des Colonies was in 1897 een heus dorp nagebouwd waar de bezoekers konden zien ‘hoe de Congolezen leefden’. In heel Europa en Amerika waren dergelijke zoos humains te zien. Er werden ook 270 Congolezen uit Congo-Vrijstaat overgevaren. De opstelling in het Palais des Colonies was een ongelooflijk succes en trok miljoenen bezoekers aan in een tijd waarin er nog geen sociale media waren die de massa konden mobiliseren,” aldus De Boeck.

De site van het Museum voor Midden-Afrika en het Jubelpark - de Cinquantenaire - moeten samen gelezen worden, zegt De Boeck: “Ze toonden twee zijden van éénzelfde project: de consolidatie van de jonge Belgische natiestaat. Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van België werden er in het Jubelpark grote feestelijkheden georganiseerd. België was immers op het hoogtepunt van zijn wetenschappelijke, industriële en artistieke kunnen. De site van het Jubelpark toonde fier dit moderne België dat mee opgestuwd werd in de vaart der volkeren.

Tervuren Museum Jubelpark BRUZZ ACTUA 1641
© Commons
| Het Museum voor Midden-Afrika.

Brussel was op dat moment een intellectueel centrum waar de avant-garde thuis was: Karl Marx, Eduard Douwes Dekker, Victor Hugo, Rimbaud en Baudelaire, ze zijn hier allemaal gepasseerd.”
Het trammetje dat nog steeds het Jubelpark met de koloniale site in Tervuren verbindt, werd in die periode aangelegd. Dat trammetje dat dwars door het Zoniënwoud rijdt, leidde dus van de Belgische moderniteit naar het premoderne, naar het verleden, naar hoe we zelf ooit waren. “Het museum van Tervuren werd zo een altaar voor het premoderne, en het tram-traject een reis terug in de tijd naar de menselijke oorsprong. Afrikanen werden op die manier voorgesteld als onze nog levende verre voorouders, en aan hun ‘wildheid’ kon onze vooruitgang en beschaving worden afgemeten.

20181205 TERVUREN Tram BRUZZ ACTUA 1641
© Photonews
| De tram die het Jubelpark met de site in Tervuren verbond, rijdt nog altijd.

De industriële omwentelingen die de negentiende eeuw met zich meebracht, gingen in die tijd ook vaak gepaard met een gevoel van verlies. Al die veranderingen creëerden tegelijkertijd een onbestemde nostalgie naar de vertrouwde wereld van vroeger en van het ancien régime. Het koloniale museum als teletijdmachine, ‘à la recherche du temps perdu’ als het ware, gaf mee uitdrukking aan dat verlangen naar wat onherroepelijk voorbij was.

20181205 Tervuren oud Beeld BRUZ ACTUA 1641
© Photonews
| Afrikaanse "wilden" werden voorgesteld als een soort nog levende fossielen.

Het wetenschappelijke kader voor de opbouw van het Musée du Congo Belge was het evolutionisme dat bij de opening in 1910 al wetenschappelijk voorbijgestreefd was, maar nog lang de populaire verbeelding zou voeden. “In dat evolutionistisch verhaal werden alle stadia van het leven getoond,” zegt De Boeck: “Van de stenen, de flora en de fauna, over de mens van de prehistorie en de Afrikaanse ‘wilden’ als een soort van overgebleven, nog levende fossielen, tot aan de aanvang van de kolonisatie als consecratie van het Belgische beschavingsverhaal. Op die tijdslijn die het narratief van de museum-voorstelling onderbouwde, stonden de blanken helemaal bovenaan de evolutionaire ladder, de Afrikanen onderaan, en andere ‘rassen’ tussen beide in.”

En om dit evolutionisme wetenschappelijk te schragen, werd onder meer een beroep gedaan op de fysieke antropologie. Schedels en skeletten werden gemeten om aan te tonen dat de blanken de meest ontwikkelde mensen waren, terwijl de Afrikanen, in de toen gangbare visie, het dichtst bij de primaten stonden. “Dezelfde schedelmetingen werden trouwens ook toegepast op Vlamingen en Franstaligen om de stelling te staven dat de Romaanse volkeren verder stonden in de evolutie dan de Germaanse.”

“Om maar te zeggen dat de museale uitvinding van Afrika meer vertelt over onszelf dan over de Afrikanen. Afrika was een onderdeeltje van een heel ideologisch construct dat tot doel had om het bestaan van de Belgische natiestaat te legitimeren,” aldus De Boeck.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?