beurs duo BRUZZ 1539

Bij de drugsverslaafden van premetro Beurs: ‘Ga hier weg’

Jasmijn Post, Peter Detailleur
© BRUZZ
21/09/2016

Station Beurs is een van de drukste haltes van Brussel. Tegelijk is het de plek waar voor een handvol mensen de tijd stil blijft staan. Ze gebruiken drugs. Veel drugs. “Na een week gebruik je heroïne niet meer om high te worden, maar om je normaal te voelen.” Een reportage uit het hart van de stad.

Aan de ene kant van het premetrostation Beurs proberen pendelaars en toeristen de doordringende pislucht en aanwezige junks te negeren terwijl ze zich van de roltrappen naar de toegangspoortjes van de metro haasten. Dit is het functionele deel van het station, het deel dat wordt gebruikt waarvoor het is gemaakt.

Aan de andere kant, in het gedeelte dat gaat van de roltrappen die uitgeven op het Beursplein tot aan de roltrappen die nooit werken en uitgeven op de Carrefour op de Anspachlaan, voeden anonieme personages hun drugsverslaving. “Dode ruimtes,” volgens minister Pascal Smet (SP.A), die er grote kuis wil houden. Hij zegt dat er vanaf nu strenger zal worden opgetreden tegen die “mensen die hier niet moeten zijn.” Maar wie zijn ze, en hoe beleven zij het premetrostation?

“Maak dat je hier wegkomt!” Yassin wil het dreigend laten overkomen, maar slaagt daar niet helemaal in. “Je wil hier niet blijven. Kijk hoe wij leven!” Hij is een van de drugsverslaafden van station Beurs. Samen met wat anderen zit hij tegen de muur tussen de kapotte roltrappen. “Ik kom hier al lang. Al heel lang. En ik heb hier al veel mensen mee naartoe gebracht. Ze zijn allemaal gebleven. Je kan je niet voorstellen hoeveel spijt ik daarvan heb. Trap er niet in. Voor je het weet, zit je hier vast. Geloof me, ga weg.”

Yassin is rond de veertig, stevig gebouwd, heeft een rond gezicht en een flinke buik die goed zichtbaar is omdat hij geen T-shirt draagt. Gehurkt neemt hij een velletje aluminiumfolie. Hij strooit er wat wit poeder op, en daarnaast wat bruin spul. ‘La blanche’ en ‘la brune’, zoals hij ze noemt. Cocaïne en heroïne.

Hij rolt een stukje papier op tot een buisje, en rolt daar ook wat aluminiumfolie rond. Met een aansteker verwarmt hij de onderkant van het velletje folie ter hoogte van de coke. De dampen die eraf komen, zuigt hij op met het buisje. Daarna doet hij hetzelfde met de heroïne. Wanneer hij klaar is, geeft hij het pijpje aan een man die voor hem zit, en houdt voor hem de vlam onder de folie.

Het wordt drukker in de dode ruimte. Léo is een vriendelijke jongen van een jaar of negentien. Zijn kleren zijn netjes en zijn glimlach charmant. Terwijl we tegen de barricade in het midden van het premetrostation zitten, vertelt hij dat hij uit Congo komt. Op zijn tiende is hij naar België verhuisd. “Iedereen hier heeft zijn eigen problemen. Op deze plek ontsnappen we daaraan. We zijn heel arm, we hebben niets. Maar toch willen we het leven omarmen.”

Een duidelijk ondervoed meisje komt erbij zitten. Haar kleren hangen los om haar lichaam. Ze zou mooi kunnen zijn, maar nu is ze vooral verslaafd. Lise is amper twintig jaar. Ze bindt twee schoenveters aan elkaar en geeft ze aan een kompaan. “Hier, gebruik dit als riem voor je broek.”
Lise ligt goed in de groep, de rest begroet haar hartelijk. Ze opent haar rugzak en neemt er naalden en een veter uit. Ze staat recht en trekt haar T-shirt wat omhoog om iets uit haar ondergoed te halen. Haar bekken steekt ongezond ver uit. Haar armen zijn een verzameling van wonden en littekens. Ze grabbelt in haar broek en neemt er een wit zakje uit. Op het gevoel strooit ze wat coke in een flessendopje en giet er wat water bij.

Terwijl ze de naald gebruikt om het poeder met het water te vermengen, met dezelfde nonchalance waarmee iemand in koffie roert, vraag ik naar een ontstoken wonde op haar arm. “Ik ben ermee naar het ziekenhuis geweest. Ze hebben het behandeld en zeggen dat het nu vanzelf zal genezen.” Zo ziet het er niet uit.

beurs BRUZZ 1539
De man naast haar heet Dawid en rookt een joint. Verder zegt hij dat hij vaak coke rookt. Hij heeft een vriendelijke blik in zijn ogen en praat rustig. Hij zit in met Lise. “Ik heb nog nooit iemand zo veel zien gebruiken als zij. Ze doet zowel het witte als het bruine spul. Ze rookt het niet eens, ze spuit enkel. Het doet me pijn aan het hart om haar zo te zien.” Lise laat de woorden aan zich voorbijgaan. De coke blijkt voldoende vermengd met het water. Ze trekt het goedje in de spuit. Ik vraag haar of ze hier graag komt. Ze antwoordt zonder op te kijken, op een resolute maar vriendelijke toon: “Neen, je moet hier altijd op je hoede zijn. De mensen zijn hier niet eerlijk.” Of ze niet wil stoppen? “Denk je dat het makkelijk is?”

Ze kiest een ader uit en laat de spuit haar huid binnendringen. Haar gezichtsuitdrukking verandert niet. Dawid schudt zijn hoofd: “Wat doe je toch?”

Duurzame methodes
Het is tien uur ‘s avonds. In het functionele deel van het station lopen nog steeds pendelaars voorbij. Het is verbazingwekkend hoe snel je de buitenwereld hier vergeet.
Een man van middelbare leeftijd met een baard, sjofele kleren en twee grote, afgetrainde honden stelt zichzelf voor als Mathieu. “Ik kom hier al bijna twintig jaar.” Ik vraag hem waarom hij net naar deze plek komt. “Dit is het centrum. Je kan hier alles vinden. Drugs, mensen om geld aan te vragen, en de politie laat ons hier meestal met rust. Ze hebben geen zin om ons telkens in de cel te stoppen.”

Mathieu lijkt ondanks zijn situatie een zelfzekere man. Hij is heroïneverslaafd, maar probeert te stoppen. Hij wil werk zoeken en weet dat die twee niet samen gaan. “De eerste week is heroïne lekker. Je neemt het en je voelt je beter dan ooit tevoren. Maar met elke dosis wordt het effect minder. Na een week word je wakker met pijn. Je moet braken, hebt buikkrampen en hebt het veel te warm. Het enige wat je op dat moment beter doet voelen, is heroïne. Dan neem je het niet meer om high te worden, maar om je normaal te voelen.”

Later op de avond wagen twee mannen die er niet uitzien als gebruikers zich in de dode ruimtes. Het zijn straathoekwerkers van vzw Dune. Ze delen er spuiten en aluminiumfolie uit. “Veel mensen vinden het niet oké wat we doen,” zegt Tommy Thiange. “Ze vinden dat we verslaafden aanmoedigen om te gebruiken. Maar die zullen sowieso gebruiken, of ze nu steriel materiaal hebben of niet. Spuiten doorgeven en aluminium hergebruiken tot het pikzwart ziet, brengt grote risico’s met zich mee. Zo’n 70 procent van de gebruikers die we kennen heeft hepatitis C. We proberen altijd een verpleger mee te nemen op onze rondes, maar we zijn onderbemand.”

“Hier werden volgens mij altijd al drugs gebruikt, maar de laatste tijd toch meer. Volgens mij zijn ze verhuisd van het deel van het station voor de ingang van de AB naar hier. Tweeënhalf jaar geleden zag ik daar gebruikers die nu altijd onder het Beursplein zitten. Ik neem aan dat de politie daar hard heeft opgetreden en ze zo heeft weggejaagd. Ze zijn gewoon enkele meters opgeschoven. Het wordt tijd dat de overheid snapt dat repressie geen oplossing is. Er zijn andere, meer duurzame methodes. België loopt nogal achter op dat vlak. Nadat dit deel van het station vernieuwd is, zullen de gebruikers weggaan. Ze zullen niet verdwijnen, maar gewoon wat verderop een andere plek kiezen.”

beurs vuil BRUZZ 1539

Wens
In het midden van het premetrostation zit Lise met een nieuwe vriend tegen de barricade. Ze gieten wat sauzen bij elkaar in een zakje, met de bedoeling die brij op te eten. Ze is in het gezelschap van Youssef, een dertigjarige man uit Brussel. Hij is goedlachs en ziet eruit alsof hij hier nog niet lang komt. Lise stelt hem voor als “een eerlijke man. Ik kan naast hem slapen met al mijn spullen, en wanneer ik wakker word, ligt alles er nog net zoals ik het heb achtergelaten.”

Youssef vertelt dat hij even zonder werk zit. Enkele maanden geleden werkte hij in de Beenhouwersstraat, als ronselaar. “Maar de schoonbroer van mijn baas had werk nodig, dus werd ik op straat gezet. Sindsdien ben ik op zoek naar werk, maar het is moeilijk.”
Voorbijgangers bekijken Lise scheef terwijl ze met Youssef over de Anspachlaan loopt. Ze koopt chocoladekoeken in de Carrefour, die ze op de Grote Markt wil opeten. Onderweg komen we voorbij de videospellenwinkel in de Steenstraat. Ze blijft staan en kijkt in de etalage. “Oh, Assassin’s creed, j’adore! Maar dit is mijn favoriet: Counter strike. Als je me de keuze geeft tussen een dag Counter strike spelen, of een beetje heroïne, kies ik voor Counter strike. Het is erg verslavend.”

Als ze eenmaal naast Youssef zit op de Grote markt, is ze heel wat minder levendig. Haar ogen vallen dicht en ze knikkebolt. Youssef zegt dat ze haar chocoladekoek niet moet vergeten. “Sorry,” zegt ze, “ik ben uitgeput.” Op de terugweg naar het station zegt Lise: “Ik mag een wens doen, ik loop tussen twee jongens!” Ze droomt van een eigen plek: “Een eigen appartement. En een goede, eerlijke man. En een kind. Ik heb al een kind, weet je.”

Ze vertelt verder:“Toen ik veertien was, ging ik een avond drinken met een vriend. We hadden seks. De volgende maand kreeg ik mijn regels niet, net als de maanden daarna. De dokter zei dat ik zwanger was. Aborteren ging niet meer, ik was al vier maanden zwanger. Ze leeft nu bij adoptieouders. Ik heb haar nooit meer gezien.” En haar eigen ouders? “Die wonen zelf op straat, ik heb ze al lang niet meer gezien.”

Een doordeweekse dag, rond half negen ’s morgens. Er zit niet veel volk in de dode ruimtes van het premetrostation. Een enkeling zit tegen de muur, drie anderen roken wat verderop coke. Tussen de barricade en de muur ligt een zwarte jongen op zijn buik op de grond te slapen. Het is Léo, de charmante jongen uit Congo. Een schoonmaker die een poetsmachine voortduwt gaat langzaam zijn richting uit. In een grote boog gaat hij eromheen. Iets later stappen twee politieagenten langs Léo. Ze twijfelen even, en proberen hem dan toch wakker te maken. Léo reageert, maar hij wil nog wat slapen. De politieagenten stappen voort. In het functionele deel van het station gaat het leven verder.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Samenleving

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni