Brand Innovation: ‘Zoveel mensen verloren gelopen, in de rook’

© Belga

Trauma’s als de onfortuinlijke brand van l’Innovation in 1967 staan gegrift in het collectieve geheugen. Oud-brandweerbevelhebber van het Brussels Gewest Hugo Van Gompel waarschuwt echter voor het makkelijk vergeten van veiligheidsregels. “Wanneer er minder incidenten plaatsvinden wordt de burger laks.” Gelukkig blijft de brandweer alert.

Brandweerkolonel-op-rust Hugo Van Gompel (83) tekende mee de strengere brandveiligheidsnormen uit na de grote Innovation-brand van 22 mei 1967, een prestigewinkel in glas en staal, van de hand van Victor Horta (1903). Van Gompel herinnert zich de dag nog helder. “De ochtend van de brand liep ik nog in het gebouw. Mijn dochter was pas geboren, en ik had in de Innovation doopkaartjes laten drukken. Die ging ik afhalen. Ik verloor er mijn weg, en vroeg me nog af: ‘Hoe raakt men hier toch uit?’ Achteraf besefte ik maar al te goed hoeveel mensen er verloren moeten gelopen zijn, in de rook op zoek naar de uitgang (het precieze aantal slachtoffers blijft tot nu toe onbekend, red.). In die tijd was ik in de Militaire School, maar vanaf 1968 bij de brandweer, en toen hoorde ik vaak over het drama vertellen door heel wat betrokken brandweerlui.” 

Kende u brandweercollega’s die getraumatiseerd waren?
HUGO VAN GOMPEL:
In die tijd - en eigenlijk is dat nog zo onder brandweermannen - waren het allemaal taaie kerels, die veel gewoon zijn. Zij klopten toen 72 tot 73 uur per week, met bijgevolg heel veel noodinterventies. De brandweer vandaag voert, sinds de 36-urige werkweek, minder tussenkomsten uit. In 1967 was de brandweer meer getraind om dramatische toestanden te zien. Al is elke brand verschillend, qua gebouw, situaties, mensen die je tegenkomt: hoe meer ervaring, hoe meer je ertegen bestand bent. 

Wat maakte de Inno-brand anders dan andere branden?
VAN GOMPEL
: In de eerste plaats de afwezigheid van sprinklers. De automatische blusmethode is pas nadien verplicht geworden in dergelijke gebouwen. Ten tweede bestond er geen enkele controle op de ventilatie. Vermits het pand een grote open ruimte was, konden het vuur, de hitte en de rook zich in alle verbindingszones verspreiden. Na het Innovation-drama zijn de brandveiligheidsregels strenger geworden en verbeterd. Nadien werd de compartimentering van zones verplicht, met branddeuren die bij brand dicht kunnen. De enorme vuurzee op die dag bleek ongezien. Bovendien raakten heel wat versterkingen van de publieke bescherming niet bij de brand, door de onoverzichtelijke parkeerstraat die de Nieuwstraat was.

Parlement en regering hebben achteraf wel het debat aangewakkerd om de wetgeving aan te pakken.
VAN GOMPEL
: Het fameuze artikel 52 van het Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming is toen gepubliceerd (en achteraf nog met nieuwe KB’s verfijnd, red.). Voordien stonden daar drie regeltjes in, zo van: ‘De werkgever neemt alle maatregelen ter bescherming van het personeel tegen brand,...’.
Plots werd het een echt boekdeel, waarin alles werd gedetailleerd op het vlak van brandpreventie. In grote mate lag die regelgeving al wel klaar, maar die raakte voor 1967 niet gestemd. Reden: het werkgeversverbond schermde met: ‘Als de werkgever dat allemaal moet betalen.’ Zo bleef het dossier liggen. Al bij al is dankzij de brand van de Innovation de regelgeving inzake brandveiligheid bespoedigd.

Wat vermindert het risico op een dergelijke vuurzee?
VAN GOMPEL:
Er is veel verbeterd door meer detectie, scheidingsmuren en rookafzuiging, waardoor mensen veiliger buiten geraken. Bedoeling is dat de brandweer een brand beperkt kan houden tot één compartiment, zodat minstens een half uur beschikbare tijd vrijkomt om de andere compartimenten gemakkelijk te evacueren.

Sindsdien heeft Brussel geen dergelijk catastrofaal brandincident meer gehad.
VAN GOMPEL:
Niet met zoveel dodelijke slachtoffers, dat is zeker. Maar vergeet de brand van de Guldenvliesgalerijen niet, met enorme vernielingen. En veel geluk dat er geen doden vielen. Ook de grote brand van een doe-het-zelfzaak vergeet ik niet. Maar ja, als er geen slachtoffers zijn en alleen ‘vervangbare’ gebouwen en materialen, vervaagt de herinnering in het publieke geheugen.

Is ook de burger meer getraind in alertheid en evacuatie bij brand, dan vroeger?
VAN GOMPEL:
Daar durf ik me niet over uit te spreken. Het schommelt nogal. Mensen vergeten snel, net zoals bij de verkeersveiligheid. Men vecht tegen de overdreven snelheid. Dat lukt een tijdje, zeker als de straffen worden verhoogd of er maatregelen worden getroffen. Maar zodra bekendgemaakt wordt dat er minder incidenten voorkomen, denken de mensen dat het allemaal wel meevalt. En ze worden weer laks. Gelukkig is er op het vlak van brandveiligheid veel verbeterd.

Zijn er genoeg brandweerkorpsen om elke brand tijdig de baas te kunnen?
VAN GOMPEL:
De verhoging van de effectieven bij de brandweer is nooit gebeurd uit hoofde van de noden door groter gevaar. Ze zijn altijd gebeurd ten gevolge van de vermindering van arbeidsuren, omdat het (inter)nationale richtlijnen zijn. Het werkurenrooster heeft een limiet bereikt, maar vergeet de impact niet. Vergelijk het met het doktersberoep: je moet bepaalde zaken regelmatig eens kunnen doen, om als het uitzonderlijk eens dringend en zwaar wordt, alles goed in de vingers te hebben. Ik heb de jongste jaren regelmatig gepleit voor het verschuiven van de recuperatie van vrije uren naar het einde van de loopbaan. Zodat de actieve brandweerman continu scherp zou staan en kan oefenen. Dat viel meer dan eens niet in goede aarde. Als nadeel wordt dan geopperd dat brandweerlui dan minder nacht- en zondagsuren zouden betaald krijgen. 

HUGO VAN GOMPEL
Hugo Van Gompel (83 jaar) was van 1973 tot 1999 hoofd van de korpsen van de toenmalige agglomeratie Brussel (nu Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Hij woonde in Schaarbeek. “Ik ben begonnen als brandweercommandant van Schaarbeek, onder burgemeester Roger Nols (1922-2004), maar als gevolg van de brand van de Inno zijn de zes Brusselse korpsen gefusioneerd. Ik mocht dat plannen, uitvoeren en uiteindelijk de gefusioneerde korpsen leiden. Daar is na de Inno-brand vijf jaar over gegaan. Nols heeft me als eerste bevelhebber voorgedragen, want ondanks zijn partij (achtereenvolgens van FDF, PRL, FNB) bekende hij: ‘Eigenlijk mochten er meer Vlamingen in leidinggevende functies zitten, ‘t zou hier allemaal beter gaan.’”

Innovation: 50 jaar na de brand

Precies 50 jaar geleden brak er brand uit in het grootwarenhuis L'Innovation in de Nieuwstraat. De brand kostte het leven aan 251 mensen en 62 mensen raakten gewond. De ramp was de aanzet tot een reeks maatregelen om brand in publieke ruimtes te voorkomen.   

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?