Brussel heeft hoogste lonen en armste mensen

© PhotoNews
| De kloof tussen rijk en arm in Brussel is groot.

De hoogste lonen worden in Brussel betaald, zo blijkt uit de Salarisgids van rekruteringsbureau Robert Half. Tegelijkertijd loopt 39 procent van de Brusselaars risico op armoede. “Een typische grootstadkloof,” zegt armoede-expert Ive Marx (UA). Vooral de begeleiding van Brusselse werkzoekenden naar jobs in Vlaanderen blijft een werkpunt.

Dat er in Brussel een grote ongelijkheid heerst tussen rijk en arm, is op zich niets nieuws. De Salarisgids van rekruteringsbureau Robert Half toont vandaag dat je voor een mooi salaris beter in Brussel gaat werken, met lonen die gemiddeld 8 procent hoger liggen dan in de rest van België.

Aan de andere kant van de medaille: het armoederisico ligt nergens in België zo hoog als in het Brussels Gewest. Het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting ligt rond de 39 procent, becijferde de tweejaarlijkse Welzijnsbarometer in 2018. Het armoederisico is er vier keer zo hoog als in Vlaanderen (10 procent) en dubbel zo hoog als Wallonië (22 procent).

Upstairs, Downstairs

De grootstad Brussel met de regio’s Vlaanderen en Wallonië vergelijken, het is een appelen- en perenverhaal. “We zien inderdaad dat die ongelijkheid typisch is voor grootsteden,” zegt professor Ive Marx, armoede-expert aan de Universiteit Antwerpen.

Vooral de functie van Brussel als hoofdstad van de Europese Unie maakt dat een deel van de lonen erg hoog ligt, met een groot aantal diplomaten, organisaties en bedrijven die hooggeschoold personeel nodig hebben, enzovoort. “Wat je in steden als Brussel maar ook Londen of New York krijgt is een Upstairs, Downstairs-fenomeen (naar de Britse reeks over een adellijke familie en haar personeel, red.): hoogbetaalde mensen die mensen in dienst nemen voor laagbetaalde dienstenjobs,” aldus Marx.

Typisch Belgisch is wel de mismatch tussen het grote aandeel Brusselse werklozen en de schaarste op de Vlaamse arbeidsmarkt. “Het is schrijnend hoeveel Brusselaars op zoek zijn naar werk, maar de weg niet vinden naar de jobs in de Vlaamse Rand,” zegt Marx, die net op weg is naar de doctoraatsverdediging van Tobias Theys over dat thema.

“De Belgische staatsstructuur, met aparte bemiddelingsbureaus VDAB voor Vlaanderen en Actiris voor Brussel, is een eerste hinderpaal. Vacatures van de VDAB verschijnen in het Nederlands, ook als kennis van het Nederlands geen vereiste is voor de job, waardoor veel Brusselse werklozen er niet mee in aanraking komen.”

Geen quick fix

Actiris en VDAB willen daarvoor ondertussen meer samenwerken, maar dan resten nog mobiliteitshinderpalen. “Het openbaar vervoer is gericht op hooggeschoolden die vanuit Vlaanderen of Wallonië naar Brussel pendelen. Wie vanuit Brussel naar de Rand wil voor laaggeschoold werk, vaak ’s nachts of heel vroeg ’s morgens, heeft veel minder transportopties,” verduidelijkt Marx.

Verder zijn er nog talloze werkpunten te noemen om de armoedekloof te verkleinen, van de sociale zekerheidsstelsels over de leeflonen tot een hervorming van de arbeidsmarkt. “Een quick fix is er niet.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?