Cartografie wijst op groot tekort aan kinderopvang

© elke van oost

Het tekort aan betaalbare plaatsen in de Nederlandstalige kinderopvang in Brussel blijft erg groot, zeker in de gemeenten met grote kansarmoede. “Het tempo van uitbreiding moet maal twee en zelfs dat is nog niet genoeg,” zegt UGent-professor Michel Vandenbroeck.

Vandenbroeck is medeauteur van de nieuwe cartografie, een onderzoek naar de stand van zaken in de Vlaams-Brusselse kinderopvang, uitgevoerd in opdracht van VGC-collegelid Bianca Debaets (CD&V). De studie werd afgelopen week gepresenteerd.

In haar persbericht over de cartografie had Debaets vooral aandacht voor het goede nieuws: de dekkingsgraad voor Nederlandstalige kinderopvang in Brussel bedraagt 46,67 procent, bijna vijftig procent dus, het streefdoel van het nieuwe Vlaamse decreet kinderopvang.
Dat Vlaamse decreet belooft een opvangplaats voor de helft van de jonge kinderen. Rekening houdende met de Brusselnorm – Vlaanderen rekent dertig procent van de Brusselaars tot haar doelgroep – gaat het om 16.150 kinderen. In Brussel zijn er momenteel 7.044 Nederlandstalige opvangplaatsen, goed voor een dekkingsgraad van 46,67 procent.

In de cartografie staan echter nog andere cijfers die toch een flinke schaduw werpen op dat goede nieuws. Zo blijkt een belangrijk aandeel van de opvangplekken niet inkomensgerelateerd te zijn. “Brussel heeft in vergelijking met Vlaanderen veel meer niet-inkomensgerelateerde plaatsen,” zegt Vandenbroeck. “Voor de overheid zijn die goedkoop want ze zijn niet gesubsidieerd, maar voor de modale Brusselaar zijn ze niet betaalbaar. In Brussel liggen die prijzen immers ook veel hoger, tot zes- à achthonderd euro per maand.”
Tweede kanttekening is de ongelijke spreiding. Die is nog altijd onaanvaardbaar groot. Vandenbroeck: “De meest kansarme gemeenten, waar bovendien het hoogste aantal jonge kinderen woont, zijn het slechtst bedeeld. Anders gezegd: de meeste inkomensgerelateerde crèches bevinden zich in de gemeenten waar ze het minst nodig zijn.”

Lees verder onder de kaart.

Als je alleen met het inkomensgerelateerde aanbod rekening houdt, komen Sint-Joost-ten-Node en Vorst aan een dekkingsgraad van respectievelijk 7,56 en 8,94 procent terwijl Ukkel, Watermaal-Bosvoorde en Oudergem percentages van boven de veertig procent behalen. Sint-Agatha-Berchem komt zelfs aan 54,69 procent en overstijgt, als enige, de Vlaamse vijftig-procentsnorm.

De ongelijke geografische spreiding is volgens Vandenbroeck historisch en heeft er onder meer mee te maken dat kinderopvang vroeger alleen een economische functie had, namelijk ouders toelaten om te werken. Dat was minder het geval in kansarme gemeenten. Vandenbroeck: “Inmiddels is algemeen aanvaard dat kinderopvang ook anders functies heeft, sociale en pedagogische. Uit een grootschalige Britse studie blijkt dat kinderen die naar een kwalitatieve kinderopvang gingen het later beduidend beter doen.”

Debaets wil dit jaar 409 nieuwe opvangplaatsen creëren, waarvan een kleine helft niet-inkomensgerelateerd. Voor Vandenbroeck moet de snelheid van uitbreiding flink opgevoerd worden. “Er zijn in Brussel grote inspanningen geleverd voor uitbreiding van de kinderopvang en dat in budgettair krappe tijden. Probleem is dat het aantal geboorten net zo hard is gestegen. Zo blijf je natuurlijk ter Uit de studie blijkt namelijk dat als je enkel in betaalbare plaatsen rekent, er tegen 2020 maar liefst 4.182 extra plekjes nodig zijn om de Vlaamse norm in Brussel te halen. “Hallucinant,” zegt Vandenbroeck. “Er is niet minder dan een Marshallplan nodig.”
 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?