reportage

In de jachthaven van Brussel: 'Ik was niet op zoek, de boot vond mij'

"Het wordt een klein juweeltje," zegt de Noorse kunstenares Mia Melvær die de oude motorboot onlangs samen met partner Goedele De Caluwé kocht. Hun doel? "Leuke tochtjes maken op het kanaal."© Saskia Vanderstichele

Al meer dan honderd jaar leidt de Brusselse jachthaven een wat verborgen bestaan aan de voet van de Van Praetburg. Bij nader toezien blijkt de plek een levendige microkosmos, bevolkt door bootliefhebbers van allerlei pluimage die komen om te genieten maar vooral om te werken. Koop een boot, werk je dood, klinkt het badinerend.

De plezierhaven wordt beheerd door de Brussels Royal Yachting Club oftewel Bryc, een eerbiedwaardige vereniging opgericht in 1906. Voorzitter Michel Clouwaert wordt er aangesproken met ‘commodore’. In zijn blauwe blazer, blauwe polo en smetteloos witte broek heeft hij ook de allures van een gezagvoerder, zeker wanneer hij leunt over de houten reling van het clubhuis, dat ontworpen is als het voorsteven van een oude mailboot.

In het restaurant van de club, ingericht met delen van een echte pakketboot, heeft hij zijn vaste tafel. “Elke woensdag eet ik hier, leden die dat wensen kunnen aanschuiven, dat is traditie,” vertelt Clouwaert, die in het gewone leven zijn eigen bedrijf leidt.

Tot een jaar of twintig geleden was het restaurant alleen toegankelijk voor de leden, maar de Bryc moest noodgedwongen de deuren openzetten, omdat de rendabiliteit in het gedrang kwam. Nu kan iedereen er komen eten.

De club, jarenlang een Franstalig bastion, probeert ook op andere manieren te verbreden. Zo geeft de gereputeerde vaarschool, een van de pijlers van de club, sinds drie jaar de navigatiecursussen ook in het Nederlands. Op die manier hoopt de Bryc meer Vlamingen te lokken en het ledental, dat enkele jaren geleden naar beneden dook, op peil te houden.

Vandaag telt de Bryc vierhonderd leden. Ze betalen 270 euro lidgeld en als ze een boot in de haven hebben ook liggeld, gemiddeld zo’n vijf euro per dag.

1717 BRYC kinderen in opleiding
© Saskia Vanderstichele
| Kinderen in opleiding.

In de marina zijn tweehonderd ligplaatsen. Daarmee is Brussel een kleine jachthaven. In Nieuwpoort is plaats voor duizend jachten, in La Rochelle voor vier- à vijfduizend.

“Maar we zijn wel een zeehaven,” vertelt de commodore met gepaste trots. “Vanaf de zee kunnen zeilboten met masten van 25 meter ongehinderd tot hier varen. Dan stopt het. Vanaf Van Praet kunnen de bruggen niet meer omhoog.” Het bestuur van de Bryc was dan ook niet echt ongerust toen een bouwpromotor enkele jaren geleden plannen begon te maken voor een jachthaven verderop in Anderlecht. Daar zouden toch alleen wat motorboten kunnen aanmeren. Het project werd begin dit jaar geschrapt.

Hoe dan ook is de zee een heel eind weg. Daarom is Brussel een winterhaven. In de zomer liggen de meeste motorjachten en zeilboten in een Nederlandse of Franse haven. Clouwaert: “Vandaar is het maar een half uurtje tot je op volle zee bent. Vanaf Brussel moeten zeilers eerst twee dagen op de motor tot aan de zee varen. Pas dan kunnen ze de zeilen hijsen.” Elk jaar in april organiseert de club Le Grand Départ. In konvooi varen de boten feestelijk de haven uit. In oktober wordt de omgekeerde beweging gemaakt, Le Grand Retour. “De winter gebruiken de botenbezitters voor onderhoud en herstellingen. Dan is het handig als de boot dicht bij huis ligt.”

1717 BRYC Robin Ramaekers
© Saskia Vanderstichele
| Tv-journalist Robin Ramaekers klust met plezier aan zijn motorboot. “Het is ideaal in combinatie met mijn ander werk.”

Veel onderhoud nodig

Want een boot heeft onderhoud nodig, veel onderhoud, een zeilschip nog meer dan een motorbootje voor de binnenvaart. “Een boot die in zout water vaart, moet elk jaar uit het water gehaald worden voor een antifouling. Die behandeling voorkomt dat algen en kleine schelpjes zich aan de romp hechten, waardoor de boot minder soepel vaart,” legt havenmeester Alain Decock uit. Hij is in vaste dienst bij de club om alle havenactiviteiten in goede banen te leiden en helpt de schippers met het hijsen van hun boot en andere vragen. “Je moet of zelf willen werken of veel geld hebben,” lacht hij.

“De meesten doen het zelf,” zegt de commodore, waarmee hij ook de mythe tegenspreekt dat een jachthaven er alleen is voor mondaine, kapitaalkrachtige mensen. “We hebben hier boten van alle afmetingen en alle prijzen. Maar of ze nu een groot zeiljacht of een klein motorbootje hebben, alle eigenaren hebben hun hart verpand aan die boot. We hebben oudere leden, van ver in de tachtig, die maar geen afscheid kunnen nemen van hun vaartuig. Die affectieve band maakt dat de meeste mensen er goed zorg voor dragen.”

Het komt er wel op neer dat je relatief veel werkt in verhouding tot het varen, zegt Clouwaert. Om die reden heeft hij zelf bijvoorbeeld geen eigen boot. “Dat was de afspraak met mijn gezin, anders zagen ze me nooit meer. Ik huur regelmatig een zeilschip en ben ondertussen ook de Indische Oceaan al zeilend overgestoken.”

1717 BRYC Commodore

Hij neemt ons mee voor een rondleiding door de haven. Die ligt behoorlijk vol. Deze lente was er geen Grand Départ vanwege corona. Heel wat boten zijn niet of nog niet uitgevaren. De reparaties en het onderhoud zijn nog volop bezig. Op de kade ligt het oude, rode motorbootje dat Mia Melvær onlangs kocht en dat ze nu aan het opknappen is. De jonge Noorse kunstenares woont al een tijd in Brussel en had als kind altijd een boot. Toen ze onlangs iemand kwam helpen bij de Bryc, kreeg ze de smaak weer te pakken. De boot werd gebouwd in 1979. “Maar de structuur is stabiel,” zegt ze. “Een nieuwe motor en verfl aag volstaan. Het wordt een klein juweeltje.” Haar doel? “Leuke tochtjes maken op het kanaal. Ideaal tijdens deze staycation.”

Wat verderop een bekend gezicht. In een loods staat VTM-buitenlandjournalist Robin Ramaekers op een ladder zijn motorboot Rusty te schilderen in een prachtige kleur blauw. “De boot is 55 jaar oud. Ik kocht hem vorig jaar in Leuven. Ik was niet op zoek, de boot heeft mij gevonden. Ik zag hem en was verkocht.” Nochtans had Ramaekers geen enkele ervaring, noch met varen, noch met onderhoud. “Ik heb alles dus eigenlijk in omgekeerde volgorde gedaan.” Hij stationeerde het vaartuig in de Brusselse haven, zodat hij er met de fi ets vanuit zijn woonplaats Sint-Joost makkelijk naartoe kon. Hij volgde wat vaarlessen bij de Bryc en probeerde bij te leren van meer ervaren schippers. “Het gaat met vallen en opstaan. Een boot omvat heel veel. Er is het navigeren, het aanleggen, het onderhoud, er zijn de weersomstandigheden, de werking van de sluizen, de motor.”

Dat een boot veel zorg vraagt, vindt hij eigenlijk nog wel fijn. “Het is rudimentaire arbeid: schuren, gaten vullen, schilderen. Ideaal in combinatie met mijn andere werk. Het verzet je gedachten compleet.”

Een vaarbrevet heeft hij, gezien de beperkte afmetingen en snelheid van zijn boot, niet nodig. “Dit bootje gaat heel traag. Mijn actieradius is maar zo’n dertig kilometer per dag. Grote tochten maak ik er dan ook niet mee. Ik vaar op het kanaal, maar trek er soms ook voor een paar dagen op uit. Richting Gent en de Leie of naar de Kempen. Ik kan hier slapen. Eigenlijk is het mijn caravan. Als het thuis te lawaaierig is, kom ik naar hier.”

1717 BRYC 1
© Saskia Vanderstichele
| Sandrine en Simon hebben lang gewerkt aan het zeewaardig maken van hun zeilboot. Nog een laatst onderhoud van de kiel.

Wereldreizigers

Veel grootser zijn de ambities van de ‘jonge wereldreizigers’, zoals ze door de andere clubleden worden genoemd: twee Brusselse koppels die zich, onafhankelijk van elkaar, opmaken voor een trans-Atlantische zeilreis. Sandrine en Simon zijn dertigers, zij burgerlijk ingenieur, hij economist, beiden ervaren zeilers. Ze spaarden tien jaar om hun droom te kunnen realiseren. Vorig jaar kochten ze een tweedehandsboot.

Ze zegden hun banen op, verkochten hun hele hebben en houden en werkten het afgelopen half jaar onafgebroken aan het zeewaardig maken van hun jacht. Eerstdaags kiezen ze het ruime sop. Hoelang ze wegblijven? “Twee, drie jaar. Niets ligt vast.”

Zelfde verhaal bij twintigers Aline en Damien. Ook zij zetten hun job als architecte en elektromechanicien on hold voor een zeiltocht van anderhalf jaar. Hun reis heeft ook een ecologische insteek. “Wij gaan voor een Zwitserse ngo stalen nemen van microplastics die ronddrijven in de zee. ‘Sea the plastic’ heet ons project,” vertelt Aline, die druk in de weer is met de laatste voorbereidingen.

1717 BRYC koppel vertrekken op wereldreis
© Saskia Vanderstichele
| Aline en Damien zijn klaar voor hun trans-Atlantische zeilavontuur.

Te midden van de vele nijvere en bedrijvige schippers zijn er ook clubleden die gewoon genieten van zalig nietsdoen. Anna zit te zonnen op het dek van haar boot, een biertje binnen handbereik. Haar hondje Boomer keft luid naar elke voorbijganger. Anna houdt van het leven in de haven, ze kent de meeste andere botenbezitters. “We aperitieven samen of barbecueën hier op de steiger.” Met een paar mensen heeft ze de boot van de zojuist getrouwde overburen versierd. Just married. Straks gaat ze met de hele groep roeien. Ze kan makkelijk een hele dag op de boot doorbrengen zonder uit te varen. “Het is heerlijk bij het water. Je bent helemaal weg uit de stad.” Het geraas van het verkeer op de Vilvoordselaan en de Van Praetbrug hoort ze niet meer. Ook het zicht op de verbrandingsoven aan de overkant kan de pret niet bederven. “Ik kijk wel de andere kant op.”

Anna en haar partner wonen bijna constant op de boot. Dat kan, als je toestemming hebt van het bestuur. “Officieel mag het niet, want je kan in ons land je domicilie niet op een boot hebben,” zegt commodore Clouwaert. “Maar we hebben inderdaad een aantal residenten.”

1717 BRYC ean-Pierre
© Saskia Vanderstichele
| Jean-Pierre werkt, geniet en woont in de haven.

Onder hen ook Jean-Pierre, die alle nieuwtjes kent uit het ‘dorp’, zoals hij de jachthaven noemt. Jarenlang woonden hij en zijn vriend in hun appartement in het centrum. “Maar na negen inbraken kon ik daar niet meer slapen. Ook de poes werd er depressief.” Dus overnachten ze al een hele tijd op het prachtige oude jacht dat ze tien jaar geleden kochten en renoveerden.

Toen Jean-Pierre, als ervaren stoffeerder en gordijnenmaker, de matrassen en kussenovertrekken voor zijn eigen boot aan het maken was, kreeg hij van andere clubleden de vraag dat ook voor hen te doen. Inmiddels huurt hij een garagebox aan de kade waarin hij al zijn stoffen en materiaal heeft opgeslagen en een naaimachine heeft geïnstalleerd. Tussen het werken door vaart hij regelmatig uit. “Wij gebruiken de boot heel veel,” zegt hij. “Zelfs gewoon om in het centrum sigaretten te gaan kopen.”

Commodore Clouwaert leidt ons opnieuw naar het clubhuis. Vanaf het terras kijkt hij tevreden uit over de jachthaven. “Wat zo fascinerend is aan deze plek zijn al die verschillende activiteiten,” mijmert hij. “Er wordt hier gewerkt, geleerd, gewoond en ook genoten.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?