interview

Dekolonisering openbare ruimte: ‘Standbeelden weghalen is maar het begin’

Dieudonné Lakama en Sandrine Ekofo: “Het is telkens vernederend om personages te zien uit een tijdperk waarin onze waardigheid werd afgepakt.”© Ivan Put

Sandrine Ekofo en Dido Lakama waren allebei lid van de werkgroep rond 'dekolonisering' van de openbare ruimte in Brussel, die vorige week haar rapport voorstelde. Hun eigen persoonlijke ervaringen waren daarbij een drijfveer. Zo wandelde Ekofo jarenlang bijna dagelijks langs het ruiterstandbeeld van Leopold II, en lag die ervaring aan de basis van haar activisme. “Symbolisch is het belangrijk dat we Leopold II onttronen op het Troonplein.”

Noodgedwongen verloopt het gesprek met twee van de leden van de werkgroep rond dekolonisering van de openbare ruimte in Brussel via het internet. Dieudonné (Dido) Lakama (45) zit immers in Congo voor zijn vzw Change, ter voorbereiding van de zesde Europees-Afrikaanse top. Juriste Sandrine Ekofo (33), die als beleidsmedewerker Congo/Centraal-Afrika voor Broederlijk Delen werkt, belt in vanuit haar thuisbasis in Lede.

In 2020 lanceerde staatssecretaris voor Stedenbouw en Erfgoed Pascal Smet (One.brussels/Vooruit) een oproep voor een werkgroep rond de aanwezigheid van koloniale symbolen in de openbare ruimte. Op basis van de aanbevelingen wil de gewestregering beslissingen nemen. Jullie hebben zich kandidaat gesteld, waarom?
Sandrine Ekofo: Ik ben geen Brusselse, maar als Belgische van Congolese origine heb ik vijf jaar gewerkt voor de Brusselse energieregulator Brugel. Die is niet ver van Troon gevestigd, vlak bij het grote ruiterstandbeeld van Leopold II. Met de geschiedenis die Belgen en Congolezen delen in het achterhoofd vond ik dat telkens choquerend om te zien.

In 2017 heb ik daarover een opiniestuk geschreven. Voor mij is die man zoals Hitler, en de Duitsers hebben ook geen standbeeld van die massamoordenaar in de Berlijnse straten staan.

Het gaat me niet alleen om standbeelden van Leopold II natuurlijk. Daarna begon ik deel te nemen aan debatten en panelgesprekken om de stem van mensen van Afrikaanse origine te vertolken.

1788 Sandrine Ekofo en Dieudonne Lakama commissie dekolonisatie 15
© Ivan Put
| Dido Lakama (vzw Change): “Het is dankzij de standbeelden van Leopold II dat we nu over hem praten.”

Dido Lakama: Ik ben coördinator van de vzw Change, die al jaren strijdt tegen discriminatie, en met name op de openbare weg. Zoals Sandrine al zei, het is telkens vernederend om personages te zien uit een tijdperk waarin onze waardigheid werd afgepakt. Ik was heel blij dat ze me over deze werkgroep contacteerden, na de Black Lives Matter-betoging die we in juni 2020 organiseerden en die meer dan tienduizend mensen trok.

Bij die betoging heeft Change een aantal standbeelden aangepakt met verf, want het eerste symbool van de agressie tegenover de zwarte zijn standbeelden van Leopold II en koloniale bevelhebbers. Al in 2016 organiseerden we een betoging toen ze in de Stad Brussel en stoemelings een herdenking voor Leopold II wilden organiseren.

Het is belangrijk dat Brusselaars, en Belgen in het algemeen, de verschillende facetten van Leopold II leren kennen, niet alleen zijn imago van koning-bouwer. Dan zullen ze begrijpen waarom die standbeelden voor ons een belediging zijn.

Als de geschiedenis niet gekend is, zal er een kloof ontstaan tussen de Brusselaars die de beelden willen weghalen en zij die dat niet willen. Terwijl ik denk dat als mensen zich bewust zijn van wat er gebeurd is, de meerderheid mee zal willen gaan in die 'dekolonisering' van de openbare ruimte. Het gaat eigenlijk om een dekolonisering van de mentaliteit. Wat je ziet in de openbare ruimte, is daarin een eerste stap.

1788 Sandrine Ekofo en Dieudonne Lakama commissie dekolonisatie 13
© Ivan Put
| Sandrine Ekofon, beleidsmedewerkster Congo/Centraal-Afrika Broederlijk Delen: “Het Troonplein moet bij voorkeur gebruikt worden als herdenkingsplek van de slachtoffers van de kolonisatie in Congo, Rwanda en Burundi.”

Jullie hebben in het rapport ook aandacht voor de samenstelling van de werkgroep. Er was maar één zwarte man, dat was u.
Lakama: Onder de zestien leden zitten zowel academici als activisten, ook van Afrikaanse origine. Dat was een erkenning voor het werk dat we al gedaan hebben, om eens niet gezien te worden als vandalen die vernielen of bekladden, maar als mensen die een verandering willen teweegbrengen, zodat we in Brussel allemaal samen kunnen leven, in de beste harmonie.

In deze groep is een grote inspanning geleverd om iedereen te vertegenwoordigen. Er was een goed evenwicht van mannen en vrouwen, Nederlands- en Franstaligen, zwarten en blanken. Maar er is toch één kritiekpuntje: jammer genoeg was ik de enige zwarte man. Racisme is ouder dan kolonialisme, en de zwarte man merkt dat het meeste. Hij wordt nog gezien als gevaarlijk of 'wild'... ik weet niet wat anderen denken als ze me zien.

Ekofo: We hebben in de groep geconstateerd dat dit feit een beetje weerspiegelt wat er in de samenleving gebeurt. We leven in België, waar een zwarte of 'gemengde' vrouw makkelijker geaccepteerd wordt dan een man met een andere oorsprong. Ook op school of op de werkvloer ervaart die nog meer weerstand dan vrouwen met een immigratieachtergrond.

Dekolonisering van de openbare ruimte is een noodzakelijke voorwaarde voor een democratische samenleving, schrijven jullie.
Ekofo: De geschiedenis wordt geschreven door overwinnaars en veroveraars. In de openbare ruimte vind je standbeelden van mensen die andere landen gekoloniseerd hebben. Het perspectief van de gekoloniseerden vind je er niet terug.

Dieudonné Lakama en Sandrine Ekofo van de commissie dekolonisatie
© Ivan Put
| Dieudonné Lakama en Sandrine Ekofo van de werkgroep rond dekolonisatie van de openbare ruimte

De achterkleinkinderen van de gekoloniseerden en de kolonisatoren leven nu samen, maar de koloniale ideologie werkt nog door in het onderwijs, en ook in de openbare ruimte. De situatie is niet rechtgetrokken. Wij pleiten ervoor dat de stemmen van de afstammelingen van de gekoloniseerden ook gehoord worden. Om in het reine te komen met ons verleden, moet de publieke ruimte dat weerspiegelen.

Maar enkel de openbare ruimte aanpakken is niet voldoende. De koloniale erfenis werkt door in de stereotypen die nu nog altijd bestaan. In het onderbewustzijn hebben we vooroordelen tegenover mensen die eruitzien als Dido en ik, en wij voelen dat concreet tijdens jobinterviews, bij het zoeken naar huisvesting ... Er zijn tal van studies die dat aantonen.

Die standbeelden weghalen gaat ons leven eigenlijk niet veranderen. Het is gewoon een symbolisch vertrekpunt voor de noodzakelijke verandering van het referentiekader.
Lakama: Er is nog veel ander werk. Racisme en alle andere vormen van discriminatie moeten uitgeroeid worden.

Een gedekoloniseerde openbare ruimte, zeggen jullie, is er niet een waar alle sporen van het koloniale verleden worden weggehaald.
Lakama: We willen de geschiedenis niet uitwissen. Die is er, of ze nu goed of slecht was. Daarom hebben we meerdere oplossingen voorgesteld om bijvoorbeeld straatnamen of standbeelden te behouden, maar van een context te voorzien. Ze kunnen ook verplaatst worden naar musea, waar ze passen in een ruimer kader. Om de fouten uit het verleden niet te herhalen, hebben mensen het nodig om te zien wat er gebeurd is.

Het is dankzij de standbeelden van Leopold II dat we nu over hem praten. Als we alles zomaar hadden weggehaald, zou er binnen drie of vier generaties niet meer over hem gesproken worden. Ze zouden vergeten zijn waarom een van de Belgische koningen als een van de grootste misdadigers ter wereld wordt gezien.

Ekofo: De debatten waren soms verhit, het was niet altijd makkelijk. Want wij activisten hadden veel verder willen gaan. Het zou ons niet gestoord hebben om écht alles met een koloniale connotatie weg te halen (lacht).

Maar we moeten rekening houden met de andere Belgen die erop wezen dat sommige personen met een controversieel koloniaal verleden ook andere dingen verwezenlijkten die een belang hadden voor België. Wij hebben een reflectiekader geschetst waarbinnen die daden tegen elkaar kunnen afgewogen worden, en kijken hoe problematisch het eerbetoon precies is.

Uiteindelijk hebben we ons over negen specifieke, erg problematische plekken toch uitgesproken, waarover binnen onze groep een consensus bestond. We hebben telkens een paar pistes gegeven.

Dieudonné Lakama en Sandrine Ekofo van de commissie dekolonisatie
© Ivan Put
| Sandrine Ekofo (links): "We leven in België, waar een zwarte of ‘gemengde’ vrouw makkelijker geaccepteerd wordt dan een man met een andere oorsprong."

Zoals?
Ekofo: Over het ruiterstandbeeld van Leopold II was er eensgezindheid dat dat niet kan blijven staan. Maar we geven iedereen de tijd om daaraan te wennen, en het verwijderen van dat symbool zal in stappen gebeuren. Die plaats moet dan bij voorkeur gebruikt worden als herdenkingsplek van de slachtoffers van de kolonisatie in Congo, Rwanda en Burundi.

Op de korte termijn kan het standbeeld bedekt worden, en voorzien van een uitleg. Als het uiteindelijk weggehaald wordt, moet dat breed aangekondigd worden en openlijk gebeuren, met een ceremonie. Symbolisch is het belangrijk dat we Leopold II onttronen op het Troonplein, en dat we daar een tegennarratief kunnen creëren.

Een piste is om het standbeeld om te smelten en met het materiaal een ander monument te maken dat een ander verhaal vertelt, dat van de Afro-descendants. Een andere optie is om het beeld weg te halen en een lege sokkel achter te laten. Daar kunnen dan artistieke interventies plaatsvinden die opnieuw het debat voeden.

Lakama: Waar we in de werkgroep het langst over gedebatteerd hebben, is precies wat er moet gebeuren als je iets weghaalt uit de openbare ruimte. Onze rol was pistes geven om het debat te voeden, dat tot een mentaliteitswijziging kan leiden.

Wij beslissen uiteindelijk niet, het zijn de parlementariërs. Als zij niet akkoord gaan met ons eerste voorstel, bieden we een alternatief. (Lees verder onder de kaart met koloniale sporen in Brussel)

BRUZZ maakte bovenstaande interactieve kaart op basis van de bevindingen van de werkgroep dekolonisering en het eigen archief.

Jullie geven drie mogelijkheden voor tussentijdse oplossingen tot we definitief beslist hebben over de koloniale symbolen.
Lakama: De eerste is sporen van verzet dulden. Er is een verschil tussen echt vandalisme om een standbeeld of straatnaambord kapot te maken, en 'vandalisme' met bijvoorbeeld verf of stickers, dat verzet is tegen wat er is afgebeeld. Die daden hebben ook het debat rond dekolonisering gevoed. We vragen dat daar een onderscheid tussen wordt gemaakt

Change vzw is veroordeeld en heeft boetes moeten betalen voor de rode verf waarmee bepaalde standbeelden tijdens de betoging zijn besmeurd. We hebben die boetes uiteraard aanvaard en betaald, maar ik betreur ze niet. Ik denk dat mensen soms de wet moeten overtreden. Als de wet onrechtvaardig is, moet je de moed hebben om die in vraag te stellen.

Er is al langer verzet, maar intussen is er politiek ook een mentaliteitswijziging aan de gang. Na de moord op (zwarte Amerikaan, red.) George Floyd was voor mij de grootste overwinning van onze grote Black Lives Matter-betoging dat iedereen er vertegenwoordigd was: zwart, wit en Arabisch, jong en oud, Nederlands- en Franstalig. Allemaal samen zeiden ze nee tegen onrechtvaardigheid.

Ekofo: We hebben in ons rapport het woord 'vandalisme' systematisch doorstreept, want wij wilden eerder praten over betwisting, contestatie. Het gaat om activisme, niet om vandalisme. Een van onze voorstellen is trouwens ook om beelden 'aan te passen'. Om uitgekozen artiesten in een officieel kader uit te nodigen om een beeld te transformeren.

Lakama: Een voorbeeld van een 'nieuwe geheugenpraktijk' is bijvoorbeeld de bloemen die de vzw Bakushinta nu al meer dan tien jaar op 11 november neerlegt aan het monument ter ere van de Troepen der Afrikaanse Veldtochten in Schaarbeek. Daarmee herdenken ze de onbekende Congolese soldaat van de Force Publique, die in beide Wereldoorlogen meegevochten heeft, in de hoop dat de Belgische staat die gesneuvelde soldaten ooit mee zal herdenken. Er is nog één man bij die die tijd heeft meegemaakt, en wij willen hem ons respect betuigen. Voor Change is het ook belangrijk om de jeugd te interesseren voor de gemeenschappelijke geschiedenis.

Jullie zouden ook graag een museum rond de koloniale geschiedenis zien. Net vorige week heeft het Museum voor Schone Kunsten aangekondigd dat het een zaal rond kolonialisme zal openen.
Ekofo: De voorwerpen die te maken hebben met de koloniale geschiedenis bevinden zich nu op allerlei plekken, en zijn verspreid in allerlei musea. Wij wilden graag één plek waar we alles goed kunnen uitleggen, voor een totaaloverzicht, van de slavernij tot de seksualisering van de Afrikaanse vrouw. Alle standbeelden kunnen we niet weghalen, maar een aantal zouden we daar wel kunnen in onderbrengen en van een context voorzien.

Hoe dan ook moet de Afrikaanse gemeenschap in België betrokken worden bij alle volgende stappen, zowel qua dekolonisering van de openbare ruimte als bij de opening van een documentatiecentrum of een herdenkingsmonument. Nothing about us without us.

Donderdagavond is er een A La Carte-aflevering met Bambi Ceuppens, een ander lid van de werkgroep.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?